ECLI:NL:RBOVE:2026:4637

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
7 juli 2026
Publicatiedatum
29 juli 2026
Zaaknummer
08-049409-24 (P)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 314a SvArt. 157 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte voorbereidingshandelingen brandstichting en bezit professioneel vuurwerk

Op 11 februari 2024 werd verdachte samen met anderen aangehouden in een Mercedes-bus nabij een supporterscafé in Zwolle. In de bus werden jerrycans met brandbare vloeistof, tape en professioneel vuurwerk aangetroffen. Verdachte werd beschuldigd van voorbereidingshandelingen voor brandstichting en het bezit van professioneel vuurwerk.

Tijdens de terechtzitting op 23 juni 2026 betoogde de verdediging dat verdachte onschuldig was. De rechtbank concludeerde dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was om vast te stellen dat verdachte bewust en nauw samenwerkte met anderen om brand te stichten of een ontploffing te veroorzaken. Verdachte ontkende betrokkenheid en verklaarde niets te weten van het vuurwerk en de tape in de bus.

De verklaringen van medegevangenen ondersteunden het standpunt van verdachte dat hij niet wist van het vuurwerk. De rechtbank sprak verdachte daarom vrij van beide tenlastegelegde feiten en hief het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor voorbereidingshandelingen brandstichting en bezit professioneel vuurwerk.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 08-049409-24 (P)
Datum vonnis: 7 juli 2026
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1988 in [geboorteplaats] ,
wonende aan het [adres 1] .

1.Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 23 juni 2026.
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. J. Vlug, advocaat in Deventer, naar voren is gebracht.

2.De tenlastelegging

De verdenking komt er na aanpassing van de tenlastelegging als bedoeld in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) op 23 juni 2026, kort en bondig weergegeven, op neer dat verdachte zich op 11 februari 2024 in Zwolle samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan:
feit 1:het verrichten van voorbereidingshandelingen voor het plegen van een (poging tot) brandstichting of het teweegbrengen van een ontploffing bij café [bedrijf 1] ;
feit 2:het voorhanden hebben van opzettelijk professioneel (knal)vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik;
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
feit 1hij op of omstreeks 11 februari 2024 te Zwolle, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen ter voorbereiding van een misdrijf, waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten (poging) brandstichting en/of het teweeg brengen van een ontploffing in vereniging, door open vuur in aanraking te brengen met vuurwerk en/of benzine, althans een brandbare stof, ten gevolge waarvan café [bedrijf 1] , gevestigd op/aan de [adres 2] , althans één of meer (omliggende) pand(en) geheel of gedeeltelijk zouden verbanden en/of vlam zouden vatten en daarvan algemeen gevaar voor voornoemd(e) pand(en), in elk geval algemeen gevaar voor goederen te duchten zou zijn en/of daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten zou zijn, hetgeen het misdrijf van artikel 157 van Pro het wetboek van strafrecht oplevert, opzettelijk voorwerpen, stoffen, informatiedragers, ruimten en/of vervoermiddelen, te weten- meerdere Shells/mortierbommen en/of één of meer Nitraten/bangers en/of een cobra 6, althans meerdere stukken vuurwerk en/of- één of meer jerrycans (geheel/gedeeltelijk) gevuld met brandbare vloeistof (Aspen 2) en/of- een rol tape en/of- een (gesloten) bestelbus (Mercedes-Benz, Sprinter, [kenteken] ) (met daarin voorgenoemde voorwerpen en waarmee verdachte en/of zijn mededaders naar, althans in de richting van, voornoemd pand op/aan de [adres 2] is/zijn gereden), bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven, vervaardigd en/of voorhanden heeft gehad, voorwerpen waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat feit;feit 2hij op of omstreeks 11 februari 2024 te Zwolle, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,althans alleen, al dan niet opzettelijk, professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten- twee (2), althans één of meer stuks knalvuurwerk (shells/mortierbommen, lijst III) en/of- één of meer stuks knalvuurwerk voorhanden heeft gehad.

3.De bewijsmotivering

3.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie vindt de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.
3.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging bepleit dat verdachte integraal van de ten laste gelegde feiten moet worden vrijgesproken.
3.3
Het oordeel van de rechtbank
Voor de leesbaarheid van het vonnis worden verdachte en zijn medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] hierna bij de bespreking van de bewijsmiddelen met hun voor- en/of achternaam aangeduid.
De rechtbank is van oordeel dat op grond van het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om vast te kunnen stellen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten.
De rechtbank overweegt het volgende.
Ten aanzien van het onder feit 1 ten laste gelegde
De rechtbank stelt op basis van het dossier vast dat verbalisanten op 11 februari 2024 omstreeks 03:08 uur besluiten een witte Mercedes-bus te controleren die in de binnenstad van [plaats 1] rijdt. Reden hiervoor is dat de bestuurder meerdere verkeersovertredingen begaat en de te naam gestelde van de bus in de buurt van [plaats 2] woont en antecedenten heeft op het gebied van voetbalgeweld. Verbalisanten zijn er bekend mee dat op 11 februari 2024 een wedstrijd tussen PEC Zwolle en Go Ahead Eagles zal plaatsvinden. Hierbij kunnen de spanningen hoog oplopen en in het verleden is het gebruik van vuurwerk niet geschuwd. Tijdens de controle blijkt [medeverdachte 3] de bestuurder van de bus te zijn en zit [medeverdachte 4] op de bijrijdersstoel. Wanneer voorin de bus wordt gekeken, wordt onder de bijrijdersstoel, een tweezitsbank, in een opslagbak een shell aangetroffen. Dit betreft illegaal professioneel vuurwerk. [medeverdachte 3] wordt aangehouden en vertelt dat er drie mannen in de laadcabine zitten. In de afgesloten laadcabine worden [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en [verdachte] aangetroffen. In de laadcabine worden ook drie jerrycans van vijf liter ASPEN2, een zeer ontvlambaar goed, een rol tape en meerdere stuks illegaal (knal)vuurwerk (een shell, drie stuks DumBum 5g (nitraten/bangers) en een Cobra 6) aangetroffen.
Een week voorafgaand aan de aanhouding heeft een grote groep PEC Zwolle-supporters in [plaats 2] vernielingen aangericht in een supporterscafé van Go Ahead Eagles.
Na de aanhouding vertelde [medeverdachte 3] dat hij inderdaad met een paar mannen vanuit [plaats 2] naar [plaats 1] was gereden, dat de verbalisanten wel op de hoogte waren van wat er was gebeurd vorige week bij Go Ahead Eagles en dat zij daarom nu [plaats 1] even kwamen bezoeken. [medeverdachte 3] vertelde: “Je weet hoe dat gaat, zij doen wat en wij doen wat, er gaat zeker wat gebeuren, zo werkt dat gewoon”. Tijdens het doorzoeken van de telefoon van [medeverdachte 3] wordt een Snapchat-gesprek tussen [medeverdachte 3] en ene [alias] aangetroffen. In dit gesprek plaatst [medeverdachte 3] op 11 februari 2024 om 01:56 uur het volgende bericht: “
We zijn echt olle heb 15? Man in de bus. We gaan gas. café bij [bedrijf 2] . Brandbomme. Gas. Beloof je”. Gebleken is dat de plaats van aanhouding zich op 300 meter van café [bedrijf 1] , het supporterscafé van PEC Zwolle, aan de [adres 2] bevindt. Het café zelf bevindt zich op 84 meter van de [bedrijf 2] . Uit onderzoek verricht in het Basis Voorziening Informatie-Integrale Bevraging (BVI-IB) volgt dat de verdachten allen supporters van Go Ahead Eagles zijn.
Hoewel de hierboven beschreven omstandigheden erop wijzen dat er mogelijk een voornemen was bij verdachte om iets strafbaars te doen, ziet de rechtbank hierin onvoldoende aanwijzingen om vast te kunnen stellen dat hij samen met de medeverdachten met de Mercedes-bus vanuit [plaats 2] is afgereisd naar [plaats 1] om met de jerrycans, tape en/of het vuurwerk brand te stichten of een ontploffing teweeg te brengen bij café [bedrijf 1] in [plaats 1] . [verdachte] ontkent dit ook stellig. Naar eigen zeggen heeft hij in de avond van 10 op 11 februari 2024 carnaval gevierd, alcohol gedronken en is hij op enig moment gevraagd om een rondje te rijden. Er was geen plan om brand te stichten of een ontploffing teweeg te brengen bij café [bedrijf 1] in [plaats 1] . Hij wist niet dat de rol tape en het vuurwerk zich in de Mercedes-bus bevonden. Hij wist wel van de jerrycans, omdat hij daarover was gestruikeld tijdens het instappen. Hij wist ook niets van het door [medeverdachte 3] verzonden Snapchatbericht.
De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van [verdachte] weliswaar de nodige vragen oproept in het licht van de eerder beschreven omstandigheden ten tijde van de controle en de aanhouding, maar de rechtbank kan op basis van het dossier niet vaststellen dat tussen [verdachte] en een of meer anderen een nauwe en bewuste samenwerking heeft bestaan. Evenmin kan de rechtbank vaststellen dat [verdachte] opzet (al dan niet in voorwaardelijke zin) heeft gehad op het gronddelict, te weten brandstichting. De rechtbank zal [verdachte] dan ook vrijspreken van het ten laste gelegde medeplegen van het verrichten van voorbereidingshandeling voor brandstichting.
Ten aanzien van het onder feit 2 ten laste gelegde
De rechtbank is eveneens van oordeel dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om vast te kunnen stellen dat een nauwe en bewuste samenwerking heeft bestaan tussen [verdachte] en een of meer andere personen voor wat betreft het voorhanden hebben van het professionele vuurwerk dat is aangetroffen in de Mercedes-bus. De verklaring van [verdachte] dat hij niet wist dat er vuurwerk onder de bank en in de laadcabine lag en dat hij dat niet heeft kunnen zien omdat het donker was in de laadcabine, vindt steun in de verklaringen van [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] . [medeverdachte 3] heeft verklaard dat het vuurwerk onder de bijrijdersstoel van hem was en dat hij dit erin heeft gestopt terwijl [medeverdachte 4] heeft verklaard dat het vuurwerk in de laadcabine van hem was en dat hij dat erin heeft gestopt. Geen van beiden heeft verklaard dat de medeverdachten wisten dat er vuurwerk in de bus lag of dat zij dat hebben kunnen zien.
Daarom zal de rechtbank [verdachte] ook voor dit feit vrijspreken.

4.De beslissing

De rechtbank:
vrijspraak
- verklaart niet bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;
opheffing (geschorste) bevel voorlopige hechtenis
-
hefthet (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis
opmet ingang van heden.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Peper, voorzitter, mr. M. ter Riet en mr. N.J.C. Monincx, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.L. Struik, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2026.
Buiten staat
Mr. ter Riet en mr. Monincx zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.