ECLI:NL:RBOVE:2026:4656

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
16 juli 2026
Publicatiedatum
31 juli 2026
Zaaknummer
C/08/347862 / FA RK 26-1161
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:322 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag voogdij GI en benoeming pleegouders als voogd over minderjarige

De rechtbank Overijssel heeft op 16 juli 2026 een beschikking gegeven in de zaak betreffende de voogdij over een minderjarige geboren in 2019. De gecertificeerde instelling (GI) verzocht ontslag van haar voogdij en benoeming van de pleegouders tot voogd. De minderjarige verblijft al geruime tijd in het pleeggezin en ontwikkelt zich positief.

Tijdens de zitting met gesloten deuren waren de pleegouders en een vertegenwoordiger van de GI aanwezig. De GI lichtte toe dat de moeder van de minderjarige instabiel is en zich in het buitenland bevindt, met beperkt contact. De pleegouders hebben een bereidverklaring ondertekend en nemen feitelijk al veel beslissingen over de minderjarige.

De rechtbank oordeelde dat het in het belang van de minderjarige is om de voogdij over te dragen aan de pleegouders, die rust, stabiliteit en veiligheid bieden. De betrokkenheid van de GI is niet langer nodig. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep.

Uitkomst: De rechtbank ontslaat de gecertificeerde instelling als voogd en benoemt de pleegouders tot voogd over de minderjarige.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Zwolle
Zaaknummer: C/08/347862 / FA RK 26-1161
Datum uitspraak: 16 juli 2026
Beschikking betreffende voorziening voogdij
in de zaak van
Jeugdbescherming Overijssel,
de gecertificeerde instelling, hierna te noemen: de GI,
gevestigd te Zwolle,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2019 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige].
De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:
[de pleegvader]
hierna te noemen: de pleegvader,
[de pleegmoeder]
hierna te noemen: de pleegmoeder,
gezamenlijk te noemen: de pleegouders,
beide wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 12 mei 2026;
- de bereidverklaring van de pleegouders, ontvangen op 19 mei 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • de pleegouders;
  • [naam] namens de GI;

2.De feiten

2.1.
Bij beschikking van 2 oktober 2020 is [minderjarige] onder voogdij gesteld van de Stichting Jeugdbescherming Overijssel.
2.2.
[minderjarige] verblijft in een pleeggezin.
2.3.
De pleegouders hebben een bereidverklaring ondertekend om de voogdij te aanvaarden.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt haar op grond van 1:322, eerste lid sub c van het Burgerlijk Wetboek (BW) te ontslaan uit de voogdij over [minderjarige], ten gunste van de pleegouders.
De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Voor de onderbouwing van het verzoek verwijst de GI naar de overlegde stukken.
3.2.
De GI heeft tijdens de zitting het volgende toegelicht. De GI vindt het belangrijk dat de pleegouders het gezag over [minderjarige] kunnen uitoefenen. [minderjarige] woont al een lange tijd bij de pleegouders. Zij ontwikkelt zich goed bij de pleegouders en de pleegouders sluiten goed aan bij [minderjarige]. De pleegouders nemen feitelijk al veel beslissingen over [minderjarige]. De GI heeft op dit moment geen contact met de moeder. De moeder is voornamelijk instabiel en zij zit op dit moment in het buitenland. In het geval de moeder contact zoekt met de GI, zal de GI de pleegouders hiervan op de hoogte stellen. De biologische familie van [minderjarige] (vaderszijde) accepteert dat [minderjarige] bij de pleegouders woont en wil op termijn contact met [minderjarige], waarbij het tempo van [minderjarige] wat betreft de familie leidend is.

4.De standpunten

4.1.
De pleegouders staan achter het verzoek van de GI. De pleegouders vinden het fijn als zij zelf de verantwoordelijkheid over [minderjarige] kunnen nemen. Het gaat goed met [minderjarige]. De pleegouders vinden het belangrijk dat [minderjarige] contact heeft met haar biologische familie. De moeder van [minderjarige] en haar biologische familie van vaderszijde blijven een onderwerp van gesprek. Het contact met [minderjarige] haar biologische familie (vaderszijde) is net opgestart. Daarnaast vinden de pleegouders het belangrijk dat [minderjarige] alle hulp krijgt die zij nodig heeft.

5.De beoordeling

5.1.
Op grond van artikel 1:322 BW Pro kan iedere voogd zich van zijn bediening doen ontslaan, indien een daartoe bevoegd persoon zich schriftelijk heeft bereid verklaard de voogdij over te nemen en de rechtbank deze overneming in het belang van de minderjarige acht.
5.2.
De rechtbank zal de GI ontslaan van de voogdij over [minderjarige] en de pleegouders tot voogden benoemen over [minderjarige]. De rechtbank legt hieronder uit waarom.
5.3.
[minderjarige] woont al een geruime tijd bij de pleegouders. De pleegouders nemen feitelijk al veel beslissingen over [minderjarige]. De pleegouders bieden [minderjarige] de rust, stabiliteit en veiligheid die zij nodig heeft om zich positief te ontwikkelen. De pleegouders sluiten aan bij [minderjarige] haar ontwikkelingsbehoeftes. De betrokkenheid van de moeder van [minderjarige] is beperkt. De moeder van [minderjarige] is op dit moment al enige tijd niet in Nederland en de moeder heeft al geruime tijd geen contact meer met [minderjarige]. De pleegouders hebben tijdens de zitting uitdrukkelijk verklaard dat de moeder en de biologische familie vaderszijde van [minderjarige] altijd een onderwerp van gesprek zullen blijven. De pleegouders vinden het belangrijk dat [minderjarige] contact met haar moeder en haar biologische familie van vaderszijde kan hebben, mits dit in haar belang is en binnen veilige kaders.
5.4.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het in het belang van [minderjarige] om de voogdij over te dragen aan de pleegouders. De rechtbank vindt het in het belang van [minderjarige] dat de pleegouders, als feitelijke verzorgers en opvoeders van [minderjarige], ook de belangrijke (gezags)beslissingen over [minderjarige] kunnen nemen. De betrokkenheid van de GI als voogd is niet langer nodig.
5.5.
De rechtbank zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
ontslaat de GI van de voogdij over [minderjarige];
6.2.
en benoemt tot voogd(en) over [minderjarige] de pleegouders, [de pleegvader] en [de pleegmoeder];
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
6.4.
verzoekt de griffier om krachtens het bepaalde in het Besluit Gezagsregisters een aantekening te maken van deze beslissing in het centraal gezagsregister.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2026 door
mr. D.E. Schaap, rechter, in aanwezigheid van mr. H.W.C. van Schaik als griffier, en op schrift gesteld op 30 juli 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.