ECLI:NL:RBOVE:2026:4662

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
3 juli 2026
Publicatiedatum
31 juli 2026
Zaaknummer
12251959 \ CV EXPL 26-957
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorwaardelijke ontruiming wegens weigering medewerking inspectie gehuurde woning

Sinds 20 oktober 2009 verhuurt Stichting Viverion een woning aan de gedaagde. Viverion vordert dat de huurder meewerkt aan een inspectie van het gehuurde en de instructies opvolgt die voortvloeien uit de inspectie, gericht op noodzakelijke werkzaamheden.

De gedaagde is niet verschenen bij de mondelinge behandeling, waarop verstek is verleend. De voorzieningenrechter oordeelt dat de vorderingen van Viverion niet onrechtmatig of ongegrond zijn en wijst deze toe.

De gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning binnen veertien dagen na betekening van het vonnis, indien zij weigert binnen een periode van één week tot één jaar na datum van het vonnis de instructies van Viverion op te volgen. Tevens wordt zij veroordeeld in de proceskosten van €1.013,02 plus kosten van betekening. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning indien zij weigert mee te werken aan inspectie en noodzakelijke werkzaamheden.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: 12251959 \ CV EXPL 26-957
Vonnis in kort geding van 3 juli 2026
in de zaak van
STICHTING VIVERION,
te Lochem,
eisende partij,
hierna te noemen: Viverion,
gemachtigde: mr. R. Boekhoff,
tegen
[gedaagde],
te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
niet verschenen.

1.De procedure

1.1
De voorzieningenrechter heeft kennisgenomen van de dagvaarding.
1.2
Op 2 juli 2026 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Daarbij was mevrouw [naam] namens Viverion aanwezig, bijgestaan door mr. R. Boekhoff.
[gedaagde] is niet verschenen. Tegen haar is verstek verleend.
1.3
Vervolgens is vonnis bepaald.

2.De situatie

2.1
Sinds 20 oktober 2009 verhuurt Viverion de woning aan de [adres] (hierna: het gehuurde) aan [gedaagde].
2.2
Viverion wil – kort gezegd – dat [gedaagde] meewerkt aan een inspectie van het gehuurde en dat zij vervolgens instructies opvolgt die zien op uitvoering van (de uit de inspectie gebleken noodzakelijke en hieruit voortvloeiende) werkzaamheden in het gehuurde. [gedaagde] heeft tot op heden niet meegewerkt aan een inspectie van het gehuurde. Viverion vordert ontruiming van het gehuurde voor het geval [gedaagde] medewerking blijft weigeren; een voorwaardelijke ontruiming dus.

3.De beoordeling

3.1
[gedaagde] is niet verschenen. De voorzieningenrechter heeft aan de hand van de betekende dagvaarding geconstateerd dat [gedaagde] correct is opgeroepen voor de mondelinge behandeling. Aangezien ook de overige bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht zijn genomen, heeft de voorzieningenrechter tegen [gedaagde] verstek verleend.
3.2
De vorderingen komen de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zullen worden toegewezen als hierna volgt.
3.3
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Viverion worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
153,02
- griffierecht
139,00
- salaris gemachtigde
577,00
(1 punt × € 577,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.013,02

4.De beslissing

De voorzieningenrechter
4.1
veroordeelt [gedaagde] tot ontruiming (met al het hare en de personen die zijdens haar in de hierna te noemen woning verblijven) van de door haar van Viverion gehuurde woning c.a., staande en gelegen aan de [adres], gemeente Hof van Twente, binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis, indien en zodra [gedaagde] weigert om binnen een periode van één week tot één jaar na datum van dit vonnis de instructies van medewerkers in dienst of in opdracht van Viverion adequaat en direct op te volgen, die zien op:
de inspectie van de gehuurde woonruimte ter controle van de naleving van de verplichtingen van [gedaagde] op grond van de Algemene huurvoorwaarden, en
de uitvoering van de uit de inspectie gebleken noodzakelijke en hieruit voortvloeiende werkzaamheden in het gehuurde;
4.2
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.013,02, te betalen binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis, te vermeerderen met de kosten van betekening,
4.3
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
4.4
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Horsthuis en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2026. (JK)