ECLI:NL:RBOVE:2026:4663

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
8 juli 2026
Publicatiedatum
31 juli 2026
Zaaknummer
C/08/335484 / HA ZA 25-226
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:408 BWArt. 7:413 BWArt. 7:414 BWArt. 7:422 BWArt. 6:96 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding verhuurbemiddelingsovereenkomst niet gerechtvaardigd, wel opzegging met schadevergoeding

Partijen sloten in 2016 een exclusieve verhuurbemiddelingsovereenkomst voor een vakantiepark in Luxemburg. La Sapinière beëindigde de overeenkomst begin 2025, waarna ResortNet een schadevergoeding vorderde wegens onrechtmatige beëindiging. La Sapinière stelde dat zij de overeenkomst had ontbonden wegens tekortkomingen van ResortNet, of anderszins opgezegd.

De rechtbank beoordeelde eerst de bevoegdheid en toepasselijk recht en stelde vast dat de Nederlandse rechter bevoegd is en Nederlands recht van toepassing is. Vervolgens onderzocht de rechtbank de gestelde tekortkomingen van ResortNet, waaronder misleidende reclame, onjuiste informatie op websites, gebreken in het reserveringssysteem en financiële rapportages. Hoewel ResortNet op diverse punten tekort was geschoten, waren deze tekortkomingen gering en niet van dien aard dat ontbinding gerechtvaardigd was.

De rechtbank kwalificeerde de overeenkomst als een duurovereenkomst met een beperkte opzeggingsmogelijkheid gekoppeld aan financiële resultaten. Ondanks het ontbreken van een geldige opzeggingsgrond, mocht La Sapinière op grond van redelijkheid en billijkheid opzeggen vanwege een fundamentele vertrouwensbreuk. De opzegging moest echter gepaard gaan met een schadevergoeding aan ResortNet, die de rechtbank matigde tot circa €547.937, inclusief verrekening van kosten.

In reconventie werden vorderingen van La Sapinière toegewezen, waaronder betaling van huurinkomsten, afgifte van boekingsdata, en betaling van Booking.com-facturen. De rechtbank compenseerde de proceskosten in conventie en veroordeelde ResortNet in de proceskosten in reconventie. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: La Sapinière mocht de overeenkomst opzeggen wegens vertrouwensbreuk en moet een gematigde schadevergoeding betalen; ResortNet moet huurinkomsten en data afdragen.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Civiel recht
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: C/08/335484 / HA ZA 25-226
Vonnis van 8 juli 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap
RESORTNET B.V.,
gevestigd in Thorn,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: ResortNet,
advocaat: mr. A.P. Maes en mr. J. van de Worp
tegen
de vennootschap naar buitenlands recht
ALUXTOUR SARLh.o.d.n.
LA SAPINIÈRE,
gevestigd in Wahlhausen (Luxemburg),
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: La Sapinière,
advocaat: mr. M.C. Coops.

1.De zaak in het kort

Partijen hebben in 2016 een verhuurbemiddelingsovereenkomst gesloten, voor het vakantiepark van La Sapinière in Luxemburg. Die overeenkomst heeft La Sapinière begin 2025 beëindigd. Deze zaak gaat over de vraag of die beëindiging door La Sapinière rechtsgeldig is geweest. ResortNet vindt van niet, en vraagt daarom een schadevergoeding. La Sapinière heeft verschillende tegenvorderingen ingesteld, waaronder betaling van nog niet door ResortNet afgedragen huurinkomsten en afgifte van gegevens over reserveringen voor het vakantiepark. De rechtbank oordeelt dat La Sapinière de overeenkomst heeft mogen beëindigen, maar dat zij wel een schadevergoeding aan ResortNet moet betalen. In reconventie wijst de rechtbank de vorderingen van La Sapinière grotendeels toe.

2.De procedure

2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding, uitgebracht op 19 juni 2025, met producties 1 tot en met 16,
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie, met producties 1 tot en met 15,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- de conclusie van antwoord in reconventie, met aanvullende producties 17 en 18,
- aanvullende producties 26 en 27 van La Sapinière,
- de aanvullende productie 28 van La Sapinière,
- de mondelinge behandeling van 5 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
- spreekaantekeningen van beide partijen.
2.2
De aanvullende productie 28 is door La Sapinière te laat ingediend, ResortNet heeft tegen toelating van die productie bezwaar gemaakt. De rechtbank heeft tijdens de mondelinge behandeling beslist dat deze aanvullende productie zal worden toegelaten, maar dat ResortNet daarop bij akte mag reageren. Ook heeft de rechtbank om proceseconomische redenen beslist dat ResortNet diezelfde akte kan gebruiken voor een nadere uiteenzetting van productie 10 van haar zijde. La Sapinière krijgt vervolgens de gelegenheid om bij antwoordakte te reageren. Beide partijen hebben voornoemde aktes genomen, waarbij La Sapinière aanvullende producties 29 en 30 heeft overgelegd.
2.3
Ten slotte is vonnis bepaald.

3.De feiten

3.1
ResortNet is een bedrijf dat zich bezighoudt met het beheren van vakantieparken. Directeur van ResortNet is de heer [naam 1] (hierna: [naam 1]).
3.2
La Sapinière exploiteert een recreatiepark in Hosingen, Luxemburg, met daarop 107 recreatiewoningen (hierna: het vakantiepark). Bestuurders van La Sapinière zijn de heer [naam 2] (hierna: [naam 2]) en mevrouw [naam 3].
3.3
Partijen hebben op 17 maart 2016 een verhuurbemiddelingsovereenkomst gesloten (hierna: de overeenkomst). In de overeenkomst, waarin ResortNet “RN” wordt genoemd en La Sapinière “Verhuurder”, staan onder meer de volgende bepalingen:
Artikel 1 – Verhuurbemiddeling
1.1
Verhuurder stemt er mee in RN aan te wijzen als exclusieve verhuurbemiddelingsorganisatie.
1.2
RN bemiddelt exclusief voor Verhuurder. Tevens verricht RN een aantal aanverwante werkzaamheden waaronder maar niet beperkt tot de verkoop van verzekeringen en fondsen.
1.3
Partijen zullen ten minste één keer per jaar de door RN gerealiseerde verhuurresultaten met betrekking tot het Recreatiepark bespreken.
1.4
De Verhuurder conformeert zich aan het gebruik en de mogelijkheden van het automatiseringssysteem van RN.
Artikel 2 – Taak ResortNet
2.1
RN ondersteunt en ziet er periodiek op toe dat de Verhuurder, voor wat betreft de verhuur- en kwaliteitsgerelateerde zaken, op de juiste wijze
uitvoering geeft aan:
- het volgen van procedures en werkinstructies, die cruciaal zijn voor het verwezenlijken van de gewenste dienstverlening naar gasten;
- de financiële afhandeling;
2.2
RN draagt zorg voor toegang voor de Verhuurder tot het reserveringssysteem van RN. Verhuurder draagt zelf zorg voor de daarvoor benodigde infrastructuur, hardware en software. ResortNet draagt zorg voor het onderhouden en aanpassen (waar nodig) van deze software. Verhuurder is hiervoor geen vergoeding verschuldigd.
2.3
Partijen zijn overeengekomen dat RN de volgende dienstverlening zal (laten) verzorgen ten behoeve van de verhuur(bemiddeling) op het vakantiepark La Sapinière:
- gastenregistratie inclusief reserveringssysteem;
- klachtenafhandeling;
- klanten contact
Artikel 5 - Verhuur en prijsbeleid
5.1
De huurprijzen, daaronder inbegrepen actieprijzen, kortingsregelingen en speciale arrangementen met afwijkende huurtermijnen, worden in overleg vastgesteld.
(…)
Artikel 7 – Duur / Opzegging
7.1
Deze overeenkomst is aangegaan voor de duur van telkens 3 jaar en vangt aan op 1 januari 2016. Behoudens opzegging wordt deze overeenkomst automatisch van rechtswege verlengd voor de duur van telkens 3 jaar. Partijen zijn gerechtigd om de overeenkomst 6 maanden voorafgaand aan het einde van de 3 jaars periode op te zeggen met inachtneming van de in artikel 7.2 genoemde bepaling. Deze opzegging vangt aan vanaf 4 januari opvolgend aan het moment van opzeggen, met behoud van respect voor alle bestaande reserveringen en nog gemaakte reservering voor de periode na het moment van opzegging en tot het moment van effectieve beëindiging van deze samenwerking.
7.2
Opzegging conform artikel 7.1 is uitsluitend mogelijk in geval het totale verhuurresultaat van RN in het laatste volledige kalenderjaar (van de in artikel 7.1 genoemde 3 jaars periode), minder bedraagt dan 95% van het gemiddelde van de eerste twee jaar. De hierboven bedoelde verhuuromzet is gebaseerd op 107 Recreatiewoningen die voor de verhuur beschikbaar zijn en het Recreatiepark voor Huurders van RN onbeperkt beschikbaar is geweest.
(…)
3.4
ResortNet heeft vanaf het begin van de overeenkomst de volledige marketing voor het vakantiepark verzorgd. In dat kader beheerde ResortNet de door haar ontwikkelde website ‘www.sapiniere.nl’.
3.5
Gedurende de samenwerking tussen partijen hield La Sapinière haar eigen website ‘www.lasapiniere.lu’ in beheer, en was zij bevoegd om via die website accommodaties op het vakantiepark te verhuren. Hierbij hebben partijen afgesproken dat de website van La Sapinière op het reserveringssysteem van ResortNet zou worden aangesloten, zodat alle reserveringen via het systeem van ResortNet zouden verlopen. ResortNet ontving een hogere commissie (30%) wanneer reserveringen via haar website werden geboekt, dan wanneer deze via de website van La Sapinière werden geboekt (10%).
3.6
Op enig moment is er tussen partijen discussie ontstaan over de marketing van het vakantiepark. ResortNet heeft zich hierbij – kort gezegd – op het standpunt gesteld dat het La Sapinière op basis van de overeenkomst niet was toegestaan om te adverteren voor het vakantiepark. Bij e-mail van 10 februari 2025 aan ResortNet heeft [naam 2] aangegeven dat ResortNet volgens hem is tekortgeschoten in het aanprijzen van het vakantiepark. Ook heeft [naam 2] in deze e-mail aangegeven dat de website die ResortNet voor het vakantiepark beheert voor verwarring zorgt en eist [naam 2] om overdracht van de domeinnaam. [naam 2] heeft deze e-mail afgesloten met de wens om in overleg te gaan om de afspraken in de overeenkomst te herzien.
3.7
ResortNet heeft op 18 januari 2025 een presentatie gehouden voor La Sapinière, waarbij zij de werkzaamheden die zij voor La Sapinière heeft toegelicht.
3.8
Op 28 februari 2025 hebben partijen uitvoerig met elkaar gesproken over hun samenwerking.
3.9
Bij brief van 17 maart 2025 aan ResortNet heeft (de advocaat van) La Sapinière de overeenkomst beëindigd. Kort gezegd heeft La Sapinière als reden voor deze beëindiging een aantal incidenten genoemd die tijdens de uitvoering van de overeenkomst door ResortNet zijn voorgevallen. Verder heeft La Sapinière ResortNet in deze brief gesommeerd om het gebruik van de merk- en handelsnaam ‘La Sapinière’ te staken en gestaakt te houden en om de domeinnaam www.sapiniere.nl aan La Sapinière over te dragen, als ook alle data uit het reserveringssysteem van ResortNet. Aan deze sommaties heeft ResortNet uiteindelijk voldaan.
3.1
ResortNet, althans haar advocaat, heeft op 18 maart 2025 per e-mail gereageerd op de brief van La Sapinière van 17 maart 2025.
3.11
La Sapinière heeft bij brief van 25 maart 2025 aan ResortNet een nadere toelichting en onderbouwing gegeven van de incidenten die voor La Sapinière de aanleiding zijn geweest de overeenkomst te beëindigen.
3.12
ResortNet heeft La Sapinière vervolgens gesommeerd de overeenkomst tussen partijen na te komen. La Sapinière heeft hier geen gehoor aan gegeven.
3.13
Op 15 april 2025 heeft ResortNet haar dienstverlening voor La Sapinière stopgezet, en daarbij de website van La Sapinière losgekoppeld van haar reserveringssysteem.
3.14
Partijen hebben ondanks pogingen daartoe geen overeenstemming weten te bereiken over de (financiële) afwikkeling van de overeenkomst.
3.15
ResortNet heeft haar accountant, Moore Audit B.V., een berekening laten maken van de opbrengsten voor ResortNet indien de overeenkomst tussen partijen de komende tien jaar zou voortduren.

4.Het geschil

in conventie
4.1
ResortNet vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van La Sapinière tot betaling van € 3.498.472,98, vermeerderd met de wettelijke handelsrente, en tot betaling van € 6.775,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, met veroordeling van La Sapinière in de proceskosten.
4.2
La Sapinière voert verweer.
4.3
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in reconventie
4.4
La Sapinière vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
1. veroordeling van ResortNet tot betaling van de huurinkomsten van La Sapinière van € 350.142,02, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente berekend vanaf de datum van opeisbaarheid tot en met de dag van algehele betaling;
2. veroordeling van ResortNet tot betaling van de huurinkomsten van La Sapinière van boekingen die via ResortNet tot stand zijn gekomen van voor 15 april 2025 en worden betaald na 31 augustus 2025, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente, vanaf zeven dagen na de datum van opeisbaarheid tot en met de dag van algehele betaling;
3. ResortNet te bevelen om binnen zeven dagen na betekening van het te wijzen vonnis het ter beschikking stellen aan La Sapinière (per e-mail), in bruikbare vorm voor gebruik in een reserveringssysteem (per excelsheet), voor zover beschikbaar, alle relevante data van boekingen met betrekking tot alle tot 15 april 2025 geplaatste boekingen bij La Sapinière;
4. te bepalen dat ResortNet aan La Sapinière een dwangsom verbeurt bij iedere overtreding van het onder 3 verzochte bevel van € 2.500,00 per dag of gedeelte daarvan, met een maximum van € 200.000,00;
5. veroordeling van ResortNet tot betaling van een schadevergoeding van € 11.797,50, met bepaling dat als deze vergoeding niet binnen zeven dagen na datum van het vonnis worden voldaan, daarover vanaf de achtste dag na datum van het vonnis wettelijke rente verschuldigd is;
6. veroordeling van ResortNet tot betaling van de openstaande Booking.com-facturen van € 21.195,80 te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 14 dagen na de vervaldatum van de facturen tot en met de dag van algehele betaling;
7. veroordeling van ResortNet tot betaling van de toekomstige Booking.com-facturen voor zover die kosten zien op boekingen gedaan voor 15 april 2025, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 14 dagen na de vervaldatum van de facturen tot en met de dag van algehele betaling;
8. veroordeling van ResortNet in de proceskosten.
4.5
ResortNet voert verweer.
4.6
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling

In conventie
Bevoegdheid rechtbank en toepasselijk recht
5.1
Deze zaak heeft een internationaal karakter nu ResortNet in Nederland gevestigd is en La Sapinière in Luxemburg. Eerst moet daarom beoordeeld worden of aan de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt, en zo ja welk recht op de zaak van toepassing is.
5.2
In deze procedure is de Verordening Brussel I-bis van toepassing. ResortNet heeft onbetwist gesteld dat partijen in de overeenkomst die aan de vordering ten grondslag ligt een forumkeuze hebben gemaakt, waarbij zij uitsluitend de Nederlandse rechter in Zwolle als bevoegd hebben aangewezen. Op grond van artikel 25 Verordening Pro Brussel I-bis is daarom de Nederlandse rechter bevoegd.
5.3
Het toepasselijk recht moet worden vastgesteld aan de hand van de Rome I Verordening. In voornoemde overeenkomst hebben partijen gekozen voor Nederlands recht. Op grond van artikel 3 Rome Pro I Verordening is daarom Nederlands recht van toepassing op de overeenkomst en zal de rechtbank het geschil beoordelen naar Nederlands recht.
De inhoudelijke beoordeling
5.4
Deze zaak gaat in de kern om de vraag of La Sapinière de overeenkomst tussen partijen rechtsgeldig heeft beëindigd. ResortNet heeft zich op het standpunt gesteld dat dit niet het geval is, en vordert schadevergoeding. La Sapinière heeft zich ten eerste op het standpunt gesteld dat zij de overeenkomst tussen partijen heeft ontbonden, en als dat niet aan de orde is dat zij de overeenkomst tussen partijen heeft opgezegd.
Ontbinding?
5.5
La Sapinière heeft zich op het standpunt gesteld dat ResortNet is tekortgeschoten in de nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst, op grond waarvan zij gerechtigd was de overeenkomst (buitengerechtelijk) te ontbinden. Daartoe heeft La Sapinière – kort gezegd – aangevoerd dat er sprake is geweest van een pakket van langdurige tekortkomingen, met weinig zicht op verbetering, die in onderlinge samenhang ontbinding van de overeenkomst rechtvaardigen.
5.6
ResortNet heeft gemotiveerd betwist dat zij is tekortgeschoten in de nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst. Kort gezegd heeft ResortNet hiertoe aangevoerd dat er geen sprake is van tekortkomingen en dat voor zover er toch sprake is of is geweest van tekortkomingen deze zijn opgelost. Eventuele tekortkomingen rechtvaardigen volgens ResortNet niet de ontbinding van de overeenkomst.
5.7
De rechtbank zal hierna de door La Sapinière gestelde tekortkomingen beoordelen.
Misleidende reclame op Google, sociale media en touroperators
5.8
Volgens La Sapinière heeft ResortNet gebruik gemaakt van misleidende reclame op verschillende kanalen. ResortNet heeft dit gemotiveerd betwist.
5.9
De rechtbank is van oordeel dat het door ResortNet verwijzen naar haar eigen website als “officiële website” geen tekortkoming oplevert. Hiervoor is van belang dat partijen hebben afgesproken dat ResortNet als exclusieve verhuurbemiddelaar van La Sapinière zal optreden, en dat het toegestaan was voor La Sapinière om, naast de website die ResortNet zou hanteren, een eigen website aan te houden. Verder is van belang dat beide websites op hetzelfde reserveringssysteem waren aangesloten, en dat het enige verschil is gelegen in de commissie die ResortNet ontvangt; voor boekingen via de website die ResortNet voor het vakantiepark hanteerde ontving zij een hogere commissie. Daar komt tot slot nog bij dat ResortNet de aanduiding “officiële website”, na verzoek daartoe van La Sapinière, heeft verwijderd.
5.1
Wat betreft de aanprijzing “altijd de beste prijs” is de rechtbank van oordeel dat dit geen tekortkoming van ResortNet oplevert. Het gaat namelijk om een gangbare en generieke aanprijzing. Daar komt bij dat dit eind 2023 speelde, en dus ruim voor de beëindiging van de overeenkomst door La Sapinière, en dat ResortNet deze aanprijzing, na een (tweede) verzoek daartoe vanuit La Sapinière, niet langer heeft gebruikt.
Onjuiste informatie op Facebook
5.11
Volgens La Sapinière heeft ResortNet op Facebook onjuiste informatie over het vakantiepark geuit, zowel in advertenties als in reacties op vragen of opmerkingen van andere gebruikers op Facebook. ResortNet heeft dit gemotiveerd betwist.
5.12
De rechtbank overweegt dat wanneer ResortNet, als verhuurbemiddelaar voor La Sapinière, ten aanzien van het vakantiepark onjuiste of inaccurate informatie aan potentiële klanten verstrekt, dat in beginsel een tekortkoming oplevert. Voorbeeld hiervan zijn het noemen van een elektrische haard die niet in (bepaalde) accommodaties aanwezig is, als ook het adverteren met verwijzing naar een ander natuurgebied dan waarin het vakantiepark zich bevindt of met verouderde videobeelden van het vakantiepark. Dit zijn naar het oordeel van de rechtbank echter geen tekortkomingen van groot gewicht. Het is niet veelvuldig geweest, en er is geen sprake geweest van opzettelijke misleiding door ResortNet, het gaat enkel om het schetsen van een ander beeld van het vakantiepark. Daar komt bij dat door La Sapinière niet concreet is gesteld wat de gevolgen zijn geweest. Niet gesteld of gebleken is bijvoorbeeld dat dit tot annuleringen of schadeclaims van klanten heeft geleid.
5.13
In de reactie van ResortNet op een bericht op Facebook over het toestaan van huisdieren ziet de rechtbank geen tekortkoming van ResortNet, nu ResortNet daarmee niet heeft gezegd dat dit voor alle accommodaties geldt. Dat ResortNet daarmee mogelijk de suggestie heeft gewekt dat in alle accommodaties huisdieren toegestaan zijn, levert geen tekortkoming op. Het door ResortNet een enkele keer pas erg laat reageren op een reactie van een klant evenmin.
Onjuiste informatie op kanalen ResortNet
5.14
La Sapinière heeft aangevoerd dat ResortNet op haar website onjuiste informatie over het vakantiepark heeft geplaatst, bijvoorbeeld over internet op het vakantiepark, de openingstijden van het zwembad, het huisdierenbeleid, de openingstijden van de receptie, en gebruik van verouderde foto’s.
5.15
De rechtbank overweegt als volgt. ResortNet heeft niet betwist dat er op enig moment onjuiste informatie met betrekking tot het vakantiepark op haar kanalen stond, maar heeft aangevoerd dat het speelde op een moment dat zij bezig was met het ontwikkelen van een nieuwe website. Dit ontslaat ResortNet naar het oordeel van de rechtbank niet van haar verplichting om als verhuurbemiddelaar correcte informatie over het vakantiepark naar buiten te brengen. Het levert dan ook een tekortkoming op aan de zijde van ResortNet. Het gaat evenwel om onjuiste informatie op detailniveau, zodat niet kan worden gesproken van een ernstige tekortkoming die ontbinding van de overeenkomst rechtvaardigt.
Onjuiste/misleidende uitingen op website ‘sapiniere.nl’ en link naar website derden
5.16
La Sapinière heeft aangevoerd dat ResortNet op de website die zij ten behoeve van het vakantiepark beheerde onjuiste informatie over accommodaties, zoals foto’s die niet bij de desbetreffende vakantiehuisjes horen en verouderde gegevens, heeft vermeld.
5.17
De rechtbank is van oordeel dat ResortNet als verhuurbemiddelaar verplicht is om correcte informatie over het vakantiepark aan potentiële klanten ter beschikking te stellen. Het gebruik maken van video’s met verouderde beelden, en dus onjuiste informatie, levert dan ook een tekortkoming op. Deze tekortkoming is echter vergelijkbaar met de hiervoor onder 5.12. besproken tekortkomingen en daarmee niet van groot gewicht.
5.18
Wat betreft de link op de site www.sapiniere.nl naar de eigen website van ResortNet is de rechtbank van oordeel dat er sprake is van een tekortkoming. Hiervoor is van belang dat bezoekers van de website die ResortNet voor het vakantiepark onderhield, daardoor naar de algemene website van ResortNet konden doorklikken waarop ook andere vakantieparken dan die van La Sapinière stonden. Dit betekent dat bezoekers van de website die ResortNet ten behoeve van het vakantiepark beheerde, en dus potentiële klanten van La Sapinière, mogelijk voor een ander vakantiepark hebben gekozen. La Sapinière heeft dit echter zelf, nadat zij hiervan op de hoogte was geraakt, niet als een evidente tekortkoming gekwalificeerd. Uit een bericht van [naam 2] is te lezen dat hij meent “dat dit toch eigenlijk niet zou moeten kunnen”. Evenmin is gesteld of gebleken dat La Sapinière ResortNet hierop onmiddellijk heeft gesommeerd de link te verwijderen. Dit maakt dat er weliswaar sprake is van een tekortkoming, maar geen ernstige tekortkoming. Hiervoor is tot slot ook van belang dat ResortNet aangevoerd en heeft onderbouwd dat dit niet tot verlies van klanten voor La Sapinière heeft gezorgd.
Niet opvolgen marketing met influencers
5.19
La Sapinière heeft aangevoerd dat partijen een afspraak hebben gemaakt over een marketingcampagne, door middel van door ResortNet in te schakelen influencers met een minimaal aantal volgers op sociale media.
5.2
De rechtbank overweegt als volgt. Op basis van de overeenkomst heeft ResortNet zich verplicht tot de marketing met betrekking tot het vakantiepark. Hoe zij daar invulling aan geeft, hebben partijen niet specifiek vastgelegd. ResortNet heeft wat dat betreft dan ook een inspanningsverplichting ten opzichte van La Sapinière. Wat vaststaat is dat partijen op enig moment hebben gesproken over marketing door middel van influencers, en dat ResortNet vervolgens twee keer een influencer heeft ingeschakeld voor marketingdoeleinden. De door La Sapinière gestelde tekortkoming ziet op het aantal volgers van deze influencers. Dat partijen op dit punt een specifieke afspraak hebben gemaakt, heeft La Sapinière echter onvoldoende onderbouwd. Dit blijkt niet uit de in dit kader door La Sapinière overgelegde correspondentie tussen partijen. Niet gesteld of gebleken is dat partijen op een andere manier hierover tot een (voor ResortNet bindende) afspraak zijn gekomen met een duidelijke resultaatsverplichting. Er is naar het oordeel van de rechtbank dan ook geen sprake van een tekortkoming van ResortNet op dit punt.
Niet adequaat reageren op online reviews
5.21
La Sapinière heeft aangevoerd dat ResortNet onvoldoende adequaat heeft gereageerd op reviews van klanten, bijvoorbeeld door met een algemeen bericht te reageren die niet specifiek ingaat op de punten genoemd in de review, ook als die punten aantoonbaar onjuist zijn.
5.22
De rechtbank overweegt dat klantcontact op basis van de overeenkomst een van de verplichtingen is van ResortNet, en dat niet is gesteld of gebleken dat partijen over de invulling daarvan door ResortNet nadere afspraken hebben gemaakt, bijvoorbeeld over dat ResortNet reacties voorafgaand met La Sapinière dient af te stemmen. In dat licht bezien is de rechtbank van oordeel dat het door ResortNet reageren met een generieke tekst niet meteen een tekortkoming oplevert. Verder lijkt het hier slechts te gaan om enkele reacties van ResortNet, en is niet gesteld of gebleken dat ResortNet geheel niet heeft gereageerd op reviews van klanten. Wat La Sapinière in dit kader verder heeft aangevoerd lijkt met name te zien op verwarring van klanten rondom boekingen, die gestelde tekortkoming wordt hierna behandeld. De slotsom is dat ResortNet niet is tekortgeschoten wat dit punt betreft.
Veroorzaken verwarring rondom boekingen
5.23
Volgens La Sapinière heeft ResortNet verwarring bij klanten veroorzaakt met betrekking tot reserveringen, vanwege de manier waarop ResortNet haar website had ingericht. La Sapinière heeft aangevoerd dat zij meermaals vragen heeft gekregen van klanten die niet wisten bij wie zij precies hun reservering en betaling hadden gedaan.
5.24
De rechtbank overweegt als volgt. De door La Sapinière gestelde verwarring van klanten lijkt met name te zijn ingegeven doordat beide partijen een eigen website voor (het reserveren van accommodaties op) het vakantiepark aanhielden. Daarbij had ResortNet een bepaalde software aan haar website verbonden, een zogeheten i-frame, die haar in staat stelde te achterhalen via welke website een klant bij het vakantiepark terecht was gekomen, in verband met het vaststellen of ResortNet voor die klant een hoge of een lage commissie bij La Sapinière in rekening kon brengen. Volgens ResortNet ontstond er verwarring bij klanten nadat zij deze software had uitgeschakeld. Gelet op het voorgaande kan er niet zonder meer vanuit worden gegaan dat er sprake is van een tekortkoming van ResortNet. Dat ResortNet alleen de hoge commissie bij aantoonbare bemiddeling in rekening mocht brengen, en dat de hiervoor genoemde software om die reden niet door ResortNet gebruikt had mogen worden, is door La Sapinière onvoldoende onderbouwd. Dit volgt niet uit artikel 6 van Pro de overeenkomst, en niet gesteld of gebleken is dat partijen daar andersluidende afspraken over hebben gemaakt.
Financiële rapportages
5.25
La Sapinière heeft aangevoerd dat zij als onderdeel van de overeenkomst toegang heeft tot het reserveringssysteem van ResortNet, ook voor het inzien van financiële rapportages. Volgens La Sapinière vertoonden deze rapportages onjuistheden. ResortNet heeft aangevoerd dat dit geen verplichting is op basis van de overeenkomst, dat zij ten aanzien van de rapportages een voorbehoud heeft gemaakt en dat zij nooit heeft gegarandeerd dat deze foutloos zijn.
5.26
De rechtbank overweegt dat ResortNet als opdrachtnemer rekening en verantwoording aan de opdrachtgever dient af te leggen, zodat het aanleveren van een financiële onderbouwing, anders dan ResortNet heeft betoogd, onderdeel is van de dienstverlening van ResortNet. Door ResortNet is niet betwist dat de door haar aangeleverde financiële gegevens op enig moment onjuistheden bevatte. Dit betekent in beginsel dat ResortNet is tekortgeschoten in haar verplichting rekening en verantwoording af te leggen. Het is naar het oordeel evenwel een geringe tekortkoming, die geen ontbinding van de overeenkomst tussen partijen rechtvaardigt. Hiervoor is van belang dat dit geruime tijd voor de beëindiging door La Sapinière speelde, en dat ResortNet onweersproken heeft gesteld dat in de eindafrekening die zij uiteindelijk aan La Sapinière heeft verstrekt geen onjuistheden meer stonden. Daar komt bij dat door La Sapinière niet is gesteld wat de gevolgen van de onjuistheden voor haar zijn geweest. Het had op haar weg gelegen om te stellen en te onderbouwen wat de negatieve gevolgen voor haar van de onjuistheden waren. Nu La Sapinière dit niet heeft gedaan, heeft zij onvoldoende onderbouwd dat dit een tekortkoming van voldoende gewicht is om een ontbinding te rechtvaardigen.
Gebreken reserveringssysteem
5.27
La Sapinière heeft aangevoerd dat het reserveringssysteem van ResortNet, waaraan zij zich op basis van de overeenkomst diende te conformeren, gebrekkig is geweest. Als voorbeelden heeft La Sapinière genoemd dat klanten (te) laat een bevestiging van hun reservering ontvingen, dat de beschikbaarheid van accommodatie niet goed werd bijgehouden en dat ResortNet kortingsbonnen niet goed doorvoerde.
5.28
De rechtbank overweegt als volgt. ResortNet heeft de door La Sapinière genoemde punten niet betwist, maar heeft gesteld dat ieder systeem grenzen kent en dat dit veelal technische punten waren die adequaat door de IT-afdeling van ResortNet zijn opgelost. De rechtbank is van oordeel dat deze punten, technisch van aard of niet, een tekortkoming opleveren. Maar La Sapinière heeft slechts een aantal punten genoemd, en daarbij de voor haar (nadelige) gevolgen onvoldoende onderbouwd, in het bijzonder financieel gezien. Het is naar het oordeel van de rechtbank gelet daarop niet meer dan een geringe tekortkoming aan de kant van ResortNet.
Facturen en te late betalingen
5.29
Volgens La Sapinière heeft ResortNet meermaals onjuiste bedragen gefactureerd, en is ResortNet ten onrechte op enig moment gestopt met het betalen van voorschotten zoals was overeengekomen. Ook is ResortNet volgens La Sapinière tekortgeschoten in het tijdig betalen van voorschotten.
5.3
De rechtbank overweegt als volgt. In het licht van het verweer van ResortNet, dat in de samenwerking tussen partijen in verband met de boekingen onjuistheden onvermijdelijk zijn en daarmee correspondentie over correcties eveneens, heeft La Sapinière onvoldoende onderbouwd dat ResortNet structureel onbetrouwbaar heeft gefactureerd. Daarbij is ook van belang dat ResortNet naar voren gebracht heeft dat La Sapinière slechts enkele voorbeelden noemt, waar vele duizenden boekingen gedurende een groot aantal jaren hebben plaatsgevonden. La Sapinière heeft dat niet kunnen weerleggen. ResortNet heeft uitgelegd dat de achterstand bij het betalen van voorschotten in april 2020 te maken had met een verminderde bezetting in verband met coronamaatregelen. Zij heeft daar onweersproken aan toegevoegd dat de betalingen daarna correct verlopen zijn. Wat betreft het stoppen met het betalen van voorschotten heeft ResortNet ten slotte onweersproken gesteld dat dit op een misverstand berustte, en dat zij dit na melding daarvan door La Sapinière weer heeft hervat. De rechtbank komt tot de slotsom dat het voorgaande geen ernstige tekortkoming van ResortNet oplevert, in ieder geval geen tekortkoming die ontbinding van de overeenkomst kan rechtvaardigen.
Tekortkomingen na beëindiging van de overeenkomst
5.31
La Sapinière heeft zich op het standpunt gesteld dat ResortNet ook na beëindiging van de overeenkomst is tekortgeschoten. De rechtbank merkt hierover op dat, daargelaten of ResortNet daadwerkelijk na beëindiging is tekortgeschoten, deze tekortkomingen niet aan de ontbinding ten grondslag kunnen worden gelegd. Dat de overeenkomst bepalingen bevat die ook na beëindiging gelding hebben, zoals door La Sapinière is gesteld, is in dit kader niet relevant. La Sapinière heeft op 17 maart 2025 de overeenkomst beëindigd, dat is dan ook het moment waarop gekeken moet worden of er sprake is van een tekortkoming van ResortNet op basis waarvan ontbinding van de overeenkomst gerechtvaardigd is. Tekortkomingen van nadien kunnen niet – met terugwerkende kracht – aan die ontbinding ten grondslag worden gelegd.
Conclusie tekortkomingen
5.32
Uit het voorgaande blijkt dat ResortNet op een aantal punten is tekortgeschoten in de nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst. Maar daaruit blijkt ook dat dit veelal geringe tekortkomingen zijn, en dat ResortNet ten aanzien van de tekortkomingen voortdurend met La Sapinière in gesprek is geweest en bovendien in de meeste gevallen ook actie heeft ondernomen om deze door La Sapinière gesignaleerde punten op te lossen. Een aantal tekortkomingen speelde een tijd geleden, soms zelfs jaren voor de beëindiging door La Sapinière, en zijn door ResortNet hersteld en daarna niet weer voorgekomen, althans is het tegendeel niet door La Sapinière gesteld. De rechtbank is dan ook van oordeel dat er geen sprake is van één of meer tekortkomingen aan de kant van ResortNet die ontbinding van de overeenkomst kan of kunnen rechtvaardigen. Hierbij neemt de rechtbank mede in aanmerking dat partijen een langdurige samenwerking beoogd hebben, waarbij ResortNet in feite volledige vrijheid is gegeven om invulling te geven aan de uitvoering van haar verplichtingen, nu niet gesteld of gebleken is dat partijen daarover specifieke afspraken hebben gemaakt. Bij een dergelijke samenwerking, met veel vrijheid voor de opdrachtnemer, hoort dat partijen voortdurend in overleg zijn over de manier waarop de overeenkomst wordt uitgevoerd.
Opzegging?
5.33
De rechtbank oordeelt dat partijen een overeenkomst van opdracht als bedoeld in Titel 7 van Boek 7 BW hebben gesloten en wel een bemiddelingsovereenkomst zoals opgenomen in de derde afdeling van die titel
5.34
Partijen zijn, zo leidt de rechtbank uit artikel 7 van Pro de overeenkomst af, die overeenkomst aangegaan voor de duur van drie jaar, waarna de overeenkomst na het einde van die termijn automatisch verlengd wordt, telkens voor een nieuwe periode van drie jaar. Partijen zijn aldus in een duurovereenkomst aangegaan voor onbepaalde tijd. Artikel 7:408, eerste lid, BW bepaalt dat een opdrachtgever te allen tijde bevoegd is de opdracht op te zeggen. Partijen hadden echter de mogelijkheid om van die wettelijke regeling af te wijken. Op grond van artikel 7:413 BW Pro kan slechts niet van artikel 7:408, eerste lid, BW worden afgeweken ten nadele van een opdrachtgever, die een natuurlijk persoon is die een opdracht heeft verstrekt anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf. Dat laatste doet zich echter hier niet voor. Partijen hebben naar het oordeel van de rechtbank ook een afwijkende regeling voor de opzegging gemaakt. In artikel 7 van Pro hun overeenkomst zijn partijen een regeling voor opzegging overeengekomen, die gekoppeld is aan de financiële resultaten. In het eerste lid van dat artikel (‘Duur/opzegging’) staat dat kan worden opgezegd met inachtneming van wat in artikel 7.2 staat, en in artikel 7.2 staat dat
uitsluitendkan worden opgezegd bij – kort gezegd – tegenvallende financiële resultaten. De tekst van de overeenkomst laat dan ook geen andere uitleg toe dan dat partijen hiermee een regeling hebben beoogd die afwijkt van de wettelijke regeling. Zonder nadere toelichting van La Sapinière, die ontbreekt, valt niet in te zien waarom, zoals zij stelt, de in artikel 7 genoemde Pro opzegregeling een onvoldoende duidelijke afwijking van de wettelijke regeling voor opzegging zou zijn.
5.35
La Sapinière stelt zich daarnaast op het standpunt dat artikel 7:422, tweede lid, BW, voor zover inhoudende dat van artikel 7:408, eerste lid, BW voor zover van toepassing op lastgeving, niet kan worden afgeweken, in de weg staat aan beperking van de mogelijkheid voor La Sapinière om de overeenkomst tussen partijen op te zeggen. Volgens La Sapinière was zij bevoegd om op te zeggen. De rechtbank volgt La Sapinière hierin niet. Van lastgeving is geen sprake. Partijen zijn het erover eens dat de klanten, die bij La Sapinière boekingen verrichten met gebruikmaking van het boekingssysteem van ResortNet, huurovereenkomsten voor de desbetreffende accommodaties sloten met La Sapinière. ResortNet verrichte daarbij dus geen rechtshandelingen voor rekening van La Sapinière in de zin van artikel 7:414 BW Pro.
5.36
Partijen zijn aldus een zeer beperkte regeling voor opzegging overeengekomen. De enige mogelijkheid tot opzegging is namelijk gekoppeld aan het behaalde financiële resultaat, wat betekent dat partijen – zolang de financiële resultaten goed zijn – tot in lengte van dagen aan elkaar verbonden blijven, en de overeenkomst daarmee in feite niet-opzegbaar is. Niet gesteld of gebleken is dat op basis van de financiële resultaten de overeenkomst door (een van) partijen kon worden opgezegd. De rechtbank is echter van oordeel dat La Sapinière desondanks de overeenkomst op een zwaarwegende grond mocht opzeggen, omdat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat ResortNet zich op de onopzegbaarheid van de overeenkomst beroept. Daarvoor is het volgende van belang. Om te beginnen hebben partijen een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd gesloten, waarbij zij, zoals hiervoor omschreven, zij een zeer beperkte opzeggingsregeling overeengekomen zijn, die erop neer komt dat partijen aan elk vastzitten zolang bepaalde financiële resultaten gehaald worden. Daarnaast is vast komen te staan dat aan de kant van La Sapinière sprake is van een vertrouwensbreuk. La Sapinière heeft voldoende onderbouwd dat er aan haar zijde een fundamenteel gebrek aan vertrouwen in ResortNet bestond om namens haar als verhuurbemiddelaar op te treden. Dit volgt uit het feitelijk verloop voorafgaand aan de beëindiging door La Sapinière. Zo zijn partijen – naast de voortdurende correspondentie over de uitvoering van de overeenkomst door ResortNet – op enig moment in gesprek gegaan over de invulling van hun samenwerking, waarbij La Sapinière begin februari 2025 aan ResortNet te kennen heeft gegeven dat zij van mening was dat ResortNet tekortschoot in de nakoming van de overeenkomst. Vervolgens hebben partijen eind februari 2025 een langdurig gesprek gevoerd over hun samenwerking. Vervolgens heeft La Sapinière de overeenkomst bij brief van 17 maart 2025 beëindigd. De rechtbank merkt in dit verband op dat de door La Sapinière gestelde tekortkomingen aan de zijde van ResortNet, zoals hiervoor overwogen weliswaar geen grond opleveren om de overeenkomst te ontbinden, maar dat die vaststelling er niet aan in de weg staat dat de tussen partijen ontstane discussie over de wijze waarop ResortNet haar verplichtingen uit de overeenkomst moet nakomen en het vervolg dat partijen daaraan gegeven hebben tot een vertrouwensbreuk geleid hebben. ResortNet heeft La Sapinière in eerste instantie nog gesommeerd de overeenkomst na te komen, maar heeft zij vrij snel daarna een omzettingsverklaring uitgebracht. Daaruit leidt de rechtbank af dat ook ResortNet vrij snel na beëindiging kennelijk geen fiducie meer had in een vruchtbare samenwerking.
5.37
De rechtbank is tevens van oordeel dat de redelijkheid en billijkheid met zich brengen dat La Sapinière haar opzegging gepaard had moeten laten gaan met betaling van een schadevergoeding. De eerste grond daarvoor vindt de rechtbank in de door partijen gesloten overeenkomst. Daaruit blijkt dat partijen de intentie hebben gehad om een (zeer) langdurige samenwerking aan te gaan, door de enige mogelijkheid tot opzegging te koppelen aan het financiële resultaat. Dit betekende immers dat zolang de resultaten goed waren, partijen hun samenwerking zouden (moeten) voortzetten. Daarbij was ResortNet de exclusieve verhuurbemiddelaar van La Sapinière. Een volgende grond is dat de samenwerking op het moment van beëindiging door La Sapinière al negen jaar duurde, en is door ResortNet aangevoerd dat zij slechts voor een select aantal vakantieparken als verhuurbemiddelaar optreedt en dat die samenwerkingen investeringen vragen die alleen op lange termijn kunnen worden terugverdiend. Ten slotte acht de rechtbank hier redengevend de omstandigheid dat de opzegging hoofdzakelijk gerechtvaardigd is door de verslechtering van de samenwerking en de daarmee samenhangende vertrouwensbreuk, en dus niet door feiten en omstandigheden die alleen ResortNet aan te rekenen zijn.
De hoogte van de schadevergoeding
5.38
ResortNet heeft de rechtbank gevraagd La Sapinière te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van € 3.498.472,98, waarbij ResortNet een verrekening heeft toegepast met betrekking tot nog aan La Sapinière toekomende huurinkomsten. Deze schadevergoeding is gebaseerd op de veronderstelling dat de overeenkomst tussen partijen, wanneer de beëindiging door La Sapinière wordt weggedacht, nog tien jaar zou voortduren. Ter onderbouwing van haar schade heeft ResortNet een rapport ingebracht van haar accountant.
5.39
De rechtbank ziet in hetgeen door La Sapinière is aangevoerd geen aanleiding aan de juistheid van de door de accountant van ResortNet becijferde schadevergoeding te twijfelen. Dat ResortNet geen investeringen zou hebben gedaan, zoals La Sapinière in dit kader heeft aangevoerd, is door ResortNet gemotiveerd betwist door aan te voeren dat zij in haar rol als verhuurbemiddelaar voortdurende investeringen doet in de vorm van adverteren en marketing. Dat de berekening op onrealistische aannames is gebaseerd, is eveneens door ResortNet gemotiveerd betwist en daarop door La Sapinière niet nader onderbouwd. Zo heeft ResortNet bijvoorbeeld toegelicht dat bij de berekening is uitgegaan van een beperkte indexatie van 3,5%. Dat de kosten van ResortNet in de commissievergoeding verdisconteerd zijn, zoals in dit kader ook door La Sapinière is aangevoerd, is een onvoldoende betwisting van de berekening van het rapport van Moore Audit B.V. Dat standpunt miskent overigens dat gederfde winst als vermogensschade voor vergoeding in aanmerking kan komen.
5.4
De rechtbank zie echter redenen om de schadevergoeding in omvang te beperken. In de eerste plaats is, zoals de rechtbank hiervoor overwogen heeft sprake van en vertrouwensbreuk die verband houdt met de verslechtering van de samenwerking tussen partijen. La Sapinière alle schade die ResortNet lijdt door de beëindiging van samenwerking laten vergoeden is dan ook niet te rechtvaardigen. Vervolgens hebben partijen vanaf 2016 samengewerkt, gedurende welke samenwerking ResortNet naar eigen zeggen klinkende resultaten heeft weten te behalen, niet alleen voor La Sapinière, maar ook voor ResortNet zelf. ResortNet moet geacht worden in ieder geval haar initiële investeringen in elk geval deels terug verdient te hebben, terwijl zij, zo begrijpt de rechtbank de stellingen van ResortNet, met de door haar ontvangen commissie de investeringen die zij gedurende de (verdere) samenwerking gedaan heeft terugverdient. Voorts heeft het wegvallen van een klant nadelige gevolgen voor ResortNet, doch zij verricht zoals ResortNet zelf naar voren brengt tegelijkertijd vergelijkbare werkzaamheden voor verschillende klanten zoals La Sapinière. ResortNet zal dus in haar bedrijfsvoering (een) vervangende klant(en) voor La Sapinière moeten kunnen invoeren
.Ten slotte acht de rechtbank de door ResortNet genoemde van tien jaar als periode arbitrair. ResortNet acht die periode zonder meer reëel en aansluitend op een meer dan redelijke verwachting van de duur van de overeenkomst bij correcte nakoming. ResortNet wijst hierbij op de hiervoor besproken beperkte opzeggingsmogelijkheid. Het voorliggende geschil doet deze door ResortNet genomen uitgangspunten wijken. De rechtbank komt immers tot het oordeel dat, hoewel de tekortkomingen aan de zijde van ResortNet de ontbinding niet rechtvaardigen en de overeengekomen opzeggingsgrond zich niet voordoet, La Sapinière de overeenkomst toch mag beëindigen. Alles overziende acht de rechtbank redelijk dat La Sapinière een schadevergoeding aan ResortNet betaalt ter hoogte van het bedrag opgenomen is in het rapport van Moore Audit B.V. voor het eerste jaar na het beëindigen van de samenwerking. Dat is een bedrag van € 793.191,99. Daar dient blijkens het rapport een percentage van in totaal 30,92% vanaf te worden gehaald, voor inkoop- en advertentiekosten, waarna een bedrag van € 547.937,02 overblijft.
5.41
De vordering strekkende tot betaling van wettelijke handelsrente wordt ten slotte afgewezen. Zoals door La Sapinière terecht is aangevoerd kan daar geen sprake van zijn bij veroordeling tot betaling van een schadevergoeding. De rechtbank zal La Sapinière veroordelen tot het betalen van de wettelijke rente over de schadevergoeding op de wijze zoals opgenomen onder de beslissing.
Interne kosten, accountantskosten, buitengerechtelijke incassokosten
5.42
ResortNet vordert een bedrag van € 10.797,50 aan kosten die zij naar eigen zeggen heeft moeten maken naar aanleiding van de onterecht beëindiging van de overeenkomst door La Sapinière.
5.43
De rechtbank overweegt als volgt. Uit de stellingen van ResortNet leidt de rechtbank af dat ResortNet deze kosten vordert op grond van artikel 6:96 lid 2 onder Pro b BW, oftewel kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid. Bij dergelijke kosten gaat het doorgaans om expertisekosten, die veelal zijn gemaakt doordat een (externe) deskundige wordt ingeschakeld. Dat is hier niet het geval. Het gaat volgens ResortNet om niet-productieve uren van haar medewerkers, naar aanleiding van door La Sapinière genoemde incidenten en ten aanzien van het verzoek van La Sapinière om afgifte van data. Het zijn gelet daarop niet zozeer kosten ter vaststelling van schade, maar veeleer tijd (dan wel kosten) die ResortNet in het kader van haar zakelijke relatie met La Sapinière heeft moeten investeren. Het zijn dan ook kosten die niet voor vergoeding in aanmerking komen.
5.44
Het voorgaande geldt niet voor de door ResortNet gevorderde accountantskosten van € 1.000,00. Dit zijn expertisekosten die ResortNet heeft gemaakt er vaststelling van schade, door het inhuren van een externe deskundige. Deze kosten komen op grond van 6:96 lid 2 onder b BW dan ook voor vergoeding in aanmerking. Onder verwijzing naar wat zij hiervoor onder 5.42. overwogen heeft zal de rechtbank ook hier de vordering tot veroordeling tot betaling van de wettelijke handelsrente afwijzen en La Sapinière veroordelen tot betaling van de wettelijke rente. Deze zal evenwel worden toegewezen vanaf de dag van dagvaarding, nu door ResortNet niet is gesteld op welk moment zij deze kosten heeft gemaakt.
5.45
ResortNet maakt ten slotte aanspraak op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De rechtbank is van oordeel dat ResortNet voldoende heeft onderbouwd dat zij werkzaamheden heeft verricht die hieronder vallen. Nu de door La Sapinière te betalen schadevergoeding € 547.937,02 bedraagt, is op grond van het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten maximaal een bedrag van € 4.515,00 aan buitengerechtelijke kosten op La Sapinière te verhalen. De rechtbank zal de vordering tot dat bedrag toewijzen.
Conclusie
5.46
De vordering van ResortNet is tot een bedrag van € 547.937,02 toewijsbaar. De rechtbank passeert het beroep van ResortNet op verrekening, gelet op de over en weer in conventie en in reconventie gevorderde – en toewijsbare – wettelijke rente. Verder zal de rechtbank de vordering die ziet op vergoeding van € 1.000,00 aan accountantskosten toewijzen. Daarnaast is een bedrag van € 4.515,00 aan buitengerechtelijke incassokosten toewijsbaar.
De proceskosten
5.47
De rechtbank heeft La Sapinière in het gelijk gesteld waar zij stelt dat zij de overeenkomst mocht beëindigen. La Sapinière is echter wel gehouden om een schadevergoeding te betalen aan ResortNet, zij het een schadevergoeding die veel lager is dan de schadevergoeding die ResortNet in haar vordering opgenomen heeft. In het voorgaande ziet de rechtbank aanleiding om de proceskosten in conventie te compenseren in die zin dat elk der partijen de eigen kosten draagt.
in reconventie
Betaling van huurinkomsten
5.48
La Sapinière vordert onder 1 een veroordeling tot betaling van een bedrag van € 350.142,02 aan huurinkomsten. Het gaat om huur die verbonden is aan verhuur naar aanleiding van boekingen verricht vóór 15 april 2025 en die, na aftrek van de commissie voor ResortNet, per 31 augustus 2025 nog niet door laatstgenoemde is afgedragen. Daarnaast vordert La Sapinière onder 2 een veroordeling tot betaling van nog niet afgedragen huurgelden die verband houden met boekingen verricht vóór 15 april 2025 die RN nog ontvangt na 31 augustus 2025. La Sapinière heeft met haar productie 26 een overzicht in het geding gebracht, waarin opgenomen is een bedrag ter hoogte van € 377.621,97 aan niet afgedragen huurgelden verbonden aan boekingen verricht voor 15 april 2025 per 23 januari 2026. In haar akte van 18 maart 2026 heeft La Sapinière vermeld dat het totaalbedrag van € 377.621,97 het totaal is dat behoort bij haar vorderingen onder 1 en 2. ResortNet heeft (onder andere) een beroep gedaan op verrekening.
5.49
De rechtbank overweegt als volgt. ResortNet heeft niet weersproken dat zij (wederom) is gestopt met het betalen van voorschotten aan La Sapinière. ResortNet heeft echter aangevoerd dat de berekening van de huurinkomsten in haar domein ligt, en dat gelet daarop La Sapinière haar vordering niet heeft onderbouwd. De rechtbank gaat daar niet in mee, omdat ResortNet (de hoogte van) het door La Sapinière gevorderde bedrag niet heeft betwist, en ResortNet enkel naar de door haar becijferde huurinkomsten van € 129.795,63 heeft verwezen. Maar dat bedrag is door ResortNet dan weer niet nader gespecificeerd, en daarmee onvoldoende onderbouwd. Gelet hierop heeft ResortNet haar verweer ten aanzien van de door La Sapinière gevorderde huurinkomsten naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende onderbouwd. Dat betekent dat deze vordering van La Sapinière toewijsbaar is.
5.5
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de vorderingen onder 1. en 2. toewijzen door ResortNet te veroordelen tot betaling aan La Sapinière van een bedrag van € 377.621,97. ResortNet heeft een beroep gedaan op verrekening. De rechtbank gaat daaraan voorbij, zie hiervoor onder punt 5.46.
Afgifte van data
5.51
La Sapinière vordert afgifte van data over boekingen uit het reserveringssysteem van ResortNet, op straffe van een dwangsom. ResortNet voert verweer.
5.52
De rechtbank overweegt als volgt. Uit hetgeen door partijen is aangevoerd leidt de rechtbank af dat ResortNet al een deel van de door La Sapinière gewenste informatie heeft afgegeven, en ziet deze vordering van La Sapinière op aanvullende informatie. Het gaat om data met betrekking tot boekingen van klanten op het vakantiepark. La Sapinière heeft naar het oordeel van de rechtbank voldoende onderbouwd dat zij belang heeft bij deze data, door aan te voeren dat deze informatie cruciaal is voor de exploitatie van het vakantiepark, voor gerichte advertenties en aanbiedingen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat La Sapinière op grond van de overeenkomst die tussen partijen heeft bestaan afgifte van deze data door ResortNet kan verlangen. Hiervoor is mede van belang dat gezien de inhoud van de overeenkomst, en de rol van ResortNet in de samenwerking tussen partijen, het reëel is dat ResortNet als opdrachtnemer dergelijke informatie met haar opdrachtgever deelt. De rechtbank volgt ResortNet niet in haar standpunt dat La Sapinière deze data zelf had kunnen (en moeten) vergaren op het moment dat zij nog toegang had tot het reserveringssysteem. La Sapinière heeft namelijk onweersproken gesteld dat zij die data enkel kon inzien, en niet kon opslaan. De rechtbank volgt ResortNet ten slotte evenmin in haar standpunt dat een grondslag voor deze vordering ontbreekt, omdat de overeenkomst inmiddels is beëindigd. Daarmee miskent ResortNet dat de data ziet op boekingen die gedaan zijn op een moment dat de overeenkomst nog bestond.
5.53
De rechtbank wijst deze vordering aldus toe, en zal de termijn voor het aanleveren op een maand na de datum van dit vonnis stellen om ResortNet de tijd te gunnen de informatie te verzamelen en in bruikbare vorm aan te leveren. De rechtbank zal daaraan ook een dwangsom verbinden. Gezien het feit dat partijen in deze kwestie lijnrecht tegenover elkaar staan, en het aanleveren van de data in een voor La Sapinière bruikbare vorm enige tijd in beslag zal nemen, acht de rechtbank een prikkel tot nakoming in de vorm van een dwangsom aangewezen. Deze dwangsom zal evenwel worden gematigd.
Buitengerechtelijke incassokosten
5.54
La Sapinière vordert een bedrag van € 11.797,50 aan buitengerechtelijke incassokosten, op de voet van artikel 6:96 lid 2 sub c BW Pro. Deze kosten zien volgens La Sapinière op het in het buitengerechtelijke traject bewerkstelligen van het verkrijgen van de domeinnaam van La Sapinière, als ook afgifte van de data zoals in deze procedure in reconventie is gevorderd.
5.55
De rechtbank wijst deze vordering deels toe. La Sapinière heeft voldoende onderbouwd dat zij buitengerechtelijke werkzaamheden heeft verricht. De rechtbank volgt ResortNet niet in haar standpunt dat voor vergoeding van deze kosten vereist is dat een wettelijke verplichting tot schadevergoeding bestaat. Vergoeding van deze kosten op grond van artikel 6:96, tweede lid, onder c, BW is ook mogelijk, als de kosten gemaakt zijn terzake van een andere vordering dan een die tot schadevergoeding strekt, bijvoorbeeld een vordering tot nakoming van een verbintenis (zie het arrest van de Hoge Raad van 5 december 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2517 en de bijbehorende conclusie van de Advocaat-Generaal, ECLI:NL:PHR:1997:49). De rechtbank ziet echter aanleiding het toe te kennen bedrag vast te stellen op € 925,00. In zaken die betrekking hebben op een vordering tot betaling van een geldsom bestaat een maximum voor te vergoeden buitengerechtelijke kosten op grond van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. In dat licht acht de rechtbank in dit geval het “van onbepaalde waarde” genoemd maximum op zijn plaats.
Facturen van Booking.com
5.56
La Sapinière vordert betaling van (toekomstige) facturen afkomstig van Booking.com, die volgens La Sapinière zien op boekingen van de periode voor 15 april 2025. Het gaat om een bedrag van in totaal € 22.156,84.
5.57
De rechtbank wijst deze vordering toe. ResortNet heeft namelijk niet betwist dat zij gehouden is de facturen van Booking.com te voldoen voor zover deze zien op boekingen in de periode van voor 15 april 2025. ResortNet heeft aangevoerd dat de facturen op naam staan van La Sapinière en dat La Sapinière het account bij Booking.com voor het vakantiepark eigenhandig naar zich heeft toegetrokken, waardoor het volgens ResortNet niet redelijk zou zijn als zij deze kosten zou moeten voldoen. Hier gaat de rechtbank niet in mee. De rechtbank acht het begrijpelijk dat La Sapinière, na opzegging van de overeenkomst waardoor zij geen verhuurbemiddelaar meer had, het account bij Booking.com heeft overgenomen om daarmee de continuering van de diensten van Booking.com te bewerkstelligen. Dat de facturen daarna op naam van La Sapinière kwamen te staan is dan ook logisch, en maakt niet dat ResortNet niet meer gehouden is deze facturen te betalen. In dit kader heeft La Sapinière voldoende onderbouwd dat wanneer dat anders zou zijn, La Sapinière een dubbele commissie zou betalen over boekingen van voor 15 april 2025.
Conclusie
5.58
De vorderingen van La Sapinière zullen worden toegewezen, zij het dat de rechtbank een lagere schadevergoeding wegens buitengerechtelijke kosten dan gevorderd toekent.
De proceskosten
5.59
Omdat ResortNet ongelijk krijgt, moet zij de proceskosten betalen. Aan de kant van La Sapinière worden deze kosten begroot op € 5.770,00 aan salaris advocaat (2 maal het tarief van € 2.885,00). De nakosten worden begroot op € 189,00 (plus de kosten van betekening zoals in de beslissing is vermeld), in totaal komen de proceskosten op een bedrag van € 5.959,00.

6.De beslissing

De rechtbank
in conventie
6.1
veroordeelt La Sapinière om aan ResortNet te betalen een bedrag van € 547.937,02 aan schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 15 april 2025 totdat volledig is betaald,
6.2
veroordeelt La Sapinière om aan ResortNet te betalen een bedrag van € 1.000,00 aan kosten ter vaststelling van schade, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 19 juni 2025 totdat volledig is betaald,
6.3
veroordeelt La Sapinière om aan ResortNet te betalen een bedrag van € 4.515,00 aan buitengerechtelijke incassokosten,
6.4
compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
in reconventie
6.5
veroordeelt ResortNet om aan La Sapinière te betalen een bedrag van € 377.621,97 aan huurinkomsten, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW vanaf de opeisbaarheid totdat volledig is betaald,
6.6
veroordeelt ResortNet om binnen een maand na betekening van dit vonnis alle relevante data van boekingen met betrekking tot alle tot 15 april 2025 geplaatste boekingen bij La Sapinière aan La Sapinière (per e-mail), in bruikbare vorm voor gebruik in een reserveringssysteem (per excelsheet), voor zover beschikbaar, beschikbaar te stellen, op straffe van een dwangsom van € 1.250,00 per dag en met een maximum van € 50.000,00,
6.7
veroordeelt ResortNet tot betaling van de openstaande Booking.com-facturen van € 22.156,84, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 14 dagen na de vervaldatum van de facturen totdat volledig is betaald,
6.8
veroordeelt ResortNet tot betaling van de toekomstige Booking.com-facturen voor zover die kosten zien op boekingen gedaan voor 15 april 2025, te vermeerderen met wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 14 dagen na de vervaldatum van de facturen totdat volledig is betaald,
6.9
veroordeelt ResortNet om aan La Sapinière te betalen een bedrag van € 925,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf de achtste dag na de datum van dit vonnis, totdat volledig is betaald,
6.1
veroordeelt ResortNet in de proceskosten ter hoogte van € 5.959,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als ResortNet niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.11
veroordeelt ResortNet tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
In conventie en in reconventie
6.12
verklaart dit vonnis – met uitzondering van hetgeen is beslist onder punt 6.4. – uitvoerbaar bij voorraad,
6.13
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.A. de Beaufort en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026. (wv)