ECLI:NL:RBOVE:2026:49

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
7 januari 2026
Publicatiedatum
8 januari 2026
Zaaknummer
C/08/335236 / HA ZA 25-210
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:217 lid 1 BWArt. 6:119 BWVerordening (EU) nr. 1215/2012Verordening (EG) nr. 593/2008
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens ontbreken prijsafspraak voor milk chocolat caramel cups vanaf tweede kwartaal 2024

Pecan en DDM hadden een langdurige handelsrelatie waarbij Pecan milk chocolat caramel cups leverde aan DDM. Voor het eerste kwartaal van 2024 was een prijsafspraak gemaakt, maar voor orders vanaf het tweede kwartaal 2024 was onduidelijk welke prijs zou gelden. Pecan vorderde betaling van een openstaand bedrag gebaseerd op een prijs van €16,50 per kilogram voor twee orders uit juli 2024.

De rechtbank oordeelde dat Pecan onvoldoende had onderbouwd dat partijen een prijs van €16,50 per kilogram waren overeengekomen voor de orders vanaf het tweede kwartaal 2024. E-mailcorrespondentie tussen partijen toonde aan dat Pecan slechts had voorgesteld om een prijsafspraak te maken en had gewaarschuwd voor stijgende marktprijzen, maar geen bindend aanbod had gedaan. DDM had bovendien aangegeven de samenwerking voort te zetten zoals gebruikelijk, zonder nieuwe prijsafspraken.

De rechtbank stelde vast dat Pecan de prijs van €16,50 zonder voorafgaande aanvaarding had toegepast, wat afweek van de gebruikelijke werkwijze. DDM mocht erop vertrouwen dat de prijs van het eerste kwartaal van 2024 ook voor de orders in juli 2024 zou gelden. De vordering van Pecan werd daarom afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten van DDM.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van Pecan af wegens het ontbreken van een overeengekomen prijs van €16,50 per kilogram voor de orders vanaf het tweede kwartaal 2024.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Civiel recht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: C/08/335236 / HA ZA 25-210
Vonnis van 7 januari 2026
in de zaak van
PECAN DELUXE CANDY (EUROPE) LIMITED,
te Leeds (Verenigd Koninkrijk),
eisende partij,
hierna te noemen: Pecan,
advocaten: mr. E.T. van den Hout en mr. F.J. Hubbelmeijer,
tegen
DE DESSERT MEESTERS B.V.,
te Oldenzaal,
gedaagde partij,
hierna te noemen: DDM,
advocaat: mr. C.P.B. Kroep.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 18,
- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 16,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- het bericht van 13 november 2025 van Pecan met producties 19 tot en met 24,
- het bericht van 17 november 2025 van DDM met producties 17 tot en met 25,
- de mondelinge behandeling van 27 november 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De zaak in het kort

Pecan en DDM hebben gedurende vele jaren een handelsrelatie met elkaar gehad, waarbij Pecan milk chocolat caramel cups aan DDM heeft geleverd. DDM heeft de facturen voor twee orders van juli 2024 gedeeltelijk onbetaald gelaten. Het gaat om facturen voor cups tegen een prijs van € 16,50 per kilogram.
Pecan heeft betaling gevorderd van het nog openstaande bedrag van € 50.863,50.
De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende vast is komen te staan dat partijen met elkaar zijn overeengekomen dat voor orders die vanaf het tweede kwartaal van 2024 worden geplaatst een prijs van € 16,50 per kilogram is overeengekomen. De vordering van Pecan wordt daarom afgewezen. Hierna zal deze beslissing van de rechtbank worden toegelicht.
3. De feiten
3.1.
Pecan en DDM hebben sinds 2011 een handelsrelatie met elkaar gehad, waarbij Pecan tegen betaling Milk Chocolate Caramel Cups (cups) aan DDM heeft geleverd.
3.2.
Partijen werkten met prijsafspraken per kilogram cups voor een vaste periode. De prijsafspraken maakten zij voorafgaand aan de bestellingen in die periode. Over het eerste kwartaal van 2024 hebben Pecan en DDM ook een prijsafspraak met elkaar gemaakt. Deze afspraak hield in dat voor cups die deel uitmaakten van een minimale bestelling van 2.400 kilogram een prijs gold van € 10,15 per kilogram en van een minimale bestelling van minimaal 4.800 kilogram een prijs van € 9,80 per kilogram.
3.3.
Op 25 januari 2024 heeft [naam 1] , Business Development & Marketing Manager bij Pecan naar [naam 2] , Commercieel directeur bij DDM gemaild:

(…)I know I discussed this topic in August last year, but our purchasing team informs us that chocolate prices are on the rise and we have not entered into a contract for the chocolate for your requirements this year. Do you want to consider putting a contract in place for this item for Q2 and beyond?
3.4.
Op 26 januari 2024 heeft [naam 2] de e-mail van 25 januari 2024 van [naam 1] beantwoord als volgt:

I just want to call on need. Just like we’re doing it now. Is that okay with you?
3.5.
Nog diezelfde dag op 26 januari 2024 heeft [naam 1] op de e-mail van [naam 2] gereageerd als volgt:

Yes that is fine for us, but I should let you know that we’ve got chocolate contracts in place for the first half of the year which will be used on a first come first served basis for those customers who have not contracted with us.Once we’ve used the contracted chocolate, our supply will be subject to our supplier lead times, which we’ve been advised can be up to 12 weeks currently.Just let me know if you change your mind.
3.6.
Op 6 februari 2024 heeft [naam 1] naar [naam 2] gemaild:

(…)I’ve just come out of an urgent meeting called because our procurement manager anticipates that we may not have sufficient contracted chocolate available to cover the order [nummer] that you’ve recently placed with us.As soon as the team have calculated all the customer order demands on the chocolate we have, then we will confirm how much of this order we are able to make – we will communicate this asap & provide an estimate of how long it will take to make the balance.Going forward we are now experiencing market difficulties with chocolate & cacoa products – cocoa bean prices increased overnight with the biggest daily increase ever, so it is likely we will have to proceed with new ‘spot’ quotes with 7 day validity.
Apologies for the inconvenience. We’re doing what we can to maintain supply based on demand and the contracts we have in place.
3.7.
Op 15 april 2024 heeft DDM een order bij Pecan geplaatst voor 4.000 kilogram cups. Pecan heeft deze order bevestigd door een “
Sales Order Acknowledgement” naar DDM te mailen, waarin is vermeld dat Pecan de order van DDM heeft ontvangen, 18 juli 2024 de verwachte leverdatum is en de “
Unit Price” € 10,15 is.
3.8.
Op 2 juli 2024 heeft DDM een order voor 4.000 kilograms cups bij Pecan geplaatst. Bij e-mail van 4 juli 2024 heeft Pecan deze order naar DDM bevestigd. In de “
Sales Order Acknowledgement” is vermeld dat Pecan op 2 juli 2024 de order van DDM heeft ontvangen van 4.000 kilo cups, 20 augustus 2024 de verwachte leverdatum is en de “
Unit price
€ 16,50 euro is.
3.9.
Op 23 juli 2024 heeft DDM een order voor 4.000 kilograms cups bij Pecan geplaatst. Bij e-mail van 24 juli 2024 heeft Pecan deze order naar DDM bevestigd. In de “
Sales Order Acknowledgement” is vermeld dat Pecan op 23 juli 2024 de order van DDM heeft ontvangen, 17 september 2024 de verwachte leverdatum is en de “
Unit price” € 16,50 euro is.
3.10.
Bij e-mail van 23 augustus 2024 heeft [naam 2] bij [naam 1] over de prijs van de onder 3.8 en 3.9 orders van juli 2024 geklaagd.
3.11.
Bij e-mail van 9 september 2024 heeft DDM 10 kilogram cups aan de hiervoor onder 3.9 vermelde order toegevoegd.
3.12.
Op 23 oktober 2024 heeft DDM een bedrag van € 81.301,50 voor de hiervoor onder 3.8 en 3.9 vermelde orders van juli 2024 aan Pecan voldaan. Dit bedrag komt overeen met een prijs voor de cups van € 10,15 per kilogram.

4.Het geschil

4.1.
Pecan vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, DDM zal veroordelen tot betaling aan Pecan van € 50.863,50, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente, € 1.283,64 aan buitengerechtelijke incassokosten en in de kosten van dit geding, te vermeerderen met nakosten en wettelijke rente.
4.2.
DDM verweert zich tegen deze vordering. Zij concludeert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Pecan niet-ontvankelijk zal verklaren in haar vorderingen, althans haar deze vorderingen zal ontzeggen, met veroordeling van Pecan in de kosten van het geding.

5.De beoordeling

Bevoegde rechter en toepasselijk recht
5.1.
Deze zaak heeft een internationaal aspect, doordat Pecan is gevestigd in het Verenigd Koninkrijk. De rechtbank heeft daarom onderzocht of de Nederlandse rechter bevoegd is om op de vordering van Pecan te beslissen en daarbij Nederlands recht kan worden toegepast.
5.2.
De rechtbank is op grond van artikel 4 lid 1 Verordening Pro (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikte EEX-verordening) bevoegd om de zaak te beoordelen, omdat DDM als gedaagde partij is gevestigd in Nederland. Wat betreft het toepasselijk recht is de rechtbank van oordeel dat op grond van artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I-verordening) Nederlands recht moet worden toegepast, omdat uit de omstandigheden van het geval blijkt dat partijen – stilzwijgend – hebben gekozen om Nederlands recht van toepassing te verklaren op de tussen hen bestaande overeenkomst. Deze rechtskeuze wordt afgeleid uit het feit dat beide partijen in hun processtukken verwijzen naar de Nederlandse wetgeving en rechtspraak.
Rechtsvraag
5.3.
In geschil is of tussen Pecan en DDM is overeengekomen dat op de orders die DDM vanaf het tweede kwartaal van 2024 voor cups bij Pecan zal plaatsen de prijs van € 16,50 per kilogram is overeengekomen.
Wettelijke maatstaf5.4. Op grond van artikel 6:217 lid 1 Burgerlijk Pro Wetboek (BW) komt een overeenkomst tot stand door een aanbod en de aanvaarding daarvan. Een voorstel tot het sluiten van een overeenkomst, gericht tot één of meer bepaalde personen vormt een aanbod, indien het voldoende bepaald is en daaruit blijkt van de wil van de aanbieder om in geval van aanvaarding gebonden te zijn. De aanvaarding is een tot de aanbieder gerichte wilsverklaring. De aanvaarding moet inhoudelijk met het aanbod overeenstemmen. Indien het aanbod en de aanvaarding met elkaar overeenstemming, dan is tussen partijen wilsovereenstemming bereikt.
Pecan heeft onvoldoende onderbouwd dat de toegepaste prijs is afgesproken5.5. De rechtbank is van oordeel dat Pecan onvoldoende heeft onderbouwd dat tussen partijen een prijs van € 16,50 per kilogram is overeengekomen. In dit kader wordt het volgende overwogen.
5.6.
Pecan heeft gesteld dat DDM heeft ingestemd met het aanbod van Pecan om de marktprijs van € 16,50 per kilogram op orders toe te passen. Zij heeft zich ter onderbouwing van deze stelling beroepen op de hiervoor onder 3. genoemde e-mailberichten van 25 januari 2024, 26 januari 2024 en 6 februari 2024. Volgens Pecan blijkt uit deze e-mailberichten dat DDM niet is ingegaan op het voorstel van Pecan om prijsafspraken te maken voor het tweede kwartaal van 2024 en dat Pecan DDM heeft gewaarschuwd voor stijgende marktprijzen. Gelet hierop heeft DDM bewust het risico van stijgende marktprijzen bij toekomstige afname van cups in het tweede kwartaal van 2024 aanvaard, aldus Pecan.
5.7.
De rechtbank is van oordeel dat uit de e-mailberichten, waarop Pecan zich beroept, geen aanbod van Pecan aan DDM voor het hanteren van de marktprijs van op dat moment € 16,50 per kilogram voor cups kan worden afgeleid. Pecan heeft aan DDM gevraagd of zij een prijsafspraak wil maken voor de periode vanaf het tweede kwartaal van 2024 (“
Do you want to consider putting a contract in place for this item for Q2 and beyond?”). Ook heeft Pecan DDM gewaarschuwd voor toekomstige prijsstijgingen van cacao in de markt (“
chocolate prices are on the rise” en “
cocoa bean prices increased overnight with the biggest daily increase ever”). Deze vraag en waarschuwing van Pecan houden echter geen aanbod in met een prijs dat door DDM kan worden aanvaard. In de e-mailberichten is niet vermeld dat Pecan in de toekomst de marktprijs voor cups bij DDM in rekening zal brengen. Bovendien volgt uit het e-mailbericht niet wat de marktprijs die Pecan dan zou gaan rekenen op dat moment was. Een prijs wordt in de e-mailberichten in het geheel niet genoemd. Dat Pecan in de e-mailberichten heeft geschreven dat het waarschijnlijk is dat zij offertes met een geldigheidsduur van zeven dagen moet gaan uitbrengen (“
so it is likely we will have to proceed with new ‘spot’ quotes with 7 day validity”), lijkt er veeleer op te wijzen dat Pecan aanbiedt dat zij in de toekomst nog een prijsaanbod aan DDM zal doen. Een offerte is immers een tot een andere partij gericht aanbod. Een dergelijke offerte heeft Pecan niet aan DDM verstrekt. De e-mailberichten kunnen niet als zodanig worden aangemerkt. Uit de
e-mailberichten volgt niet dat Pecan vanaf het tweede kwartaal van 2024 voor cups in plaats van € 10,15 per kilogram, € 16,50 per kilogram in rekening zou gaan brengen. Bovendien hadden partijen afgesproken dat Pecan prijzen altijd aan [naam 2] zou sturen (productie 19 DDM). Vast staat dat Pecan dat met de prijs van € 16,50 per kilogram niet heeft gedaan.
5.8.
Bij gebrek aan een voldoende bepaald aanbod van de zijde van Pecan, kan van een aanvaarding van de zijde van DDM geen sprake zijn geweest. Uit het e-mailbericht van
26 januari 2024 dat DDM heeft gestuurd in reactie op de vraag van Pecan of DDM voor de periode vanaf het tweede kwartaal van 2024 een prijsafspraak wil maken, blijkt dat ook niet. DDM heeft in dit bericht aan Pecan laten weten dat zij de samenwerking wil houden zoals die op dat moment is (“
I just want to call on need. Just like we’re doing it now. Is that okay with you?”). Daarmee heeft DDM afwijzend gereageerd op de vraag van Pecan om een nieuwe prijsafspraak te maken, zodat niet tot de conclusie kan worden gekomen dat DDM een aanbod van Pecan heeft aanvaard.
DDM heeft gemotiveerd weersproken dat de toegepaste prijs is afgesproken
5.9.
Naast de omstandigheid dat Pecan onvoldoende heeft onderbouwd dat tussen partijen is overeengekomen dat vanaf het tweede kwartaal van 2024 op de orders van DDM voor cups de marktprijs van € 16,50 per kilogram wordt toegepast, is de rechtbank van oordeel dat DDM de stelling van Pecan dat die afspraak is gemaakt gemotiveerd heeft weersproken.
5.10.
DDM heeft aangevoerd dat zij gerechtvaardigd erop mocht vertrouwen dat de prijzen die partijen over het eerste kwartaal van 2024 zijn overeengekomen ook voor de orders van juli 2024 golden. Zij heeft erop gewezen dat partijen altijd zaken deden op basis van overeengekomen quotations die bleven gelden totdat er overeenstemming was over nieuwe quotations en dat de quotations van het eerste kwartaal van 2024 in het tweede kwartaal van 2024 nog op de order van 15 april 2024 zijn toegepast. De rechtbank volgt DDM in dit betoog en overweegt daarover het volgende.
5.11.
Als door DDM gesteld en Pecan erkend, staat vast dat Pecan gedurende de samenwerking met DDM enkel prijzen op de orders van DDM toepaste waarover tussen partijen overeenstemming was bereikt. Indien Pecan een prijswijziging wilde doorvoeren, dan mailde zij daarvoor een prijsaanbod naar DDM. In de meeste gevallen aanvaardde DDM het prijsaanbod van Pecan. In een enkel geval werd onderhandeld alvorens partijen overeenstemming daarover bereikten. Pecan paste de overeengekomen prijzen, die door partijen quotations worden genoemd, toe op de nadien geplaatste orders totdat op genoemde wijze nieuwe prijsafspraken waren gemaakt.
5.12.
Wat betreft de orders van juli 2024 is een andere werkwijze gevolgd dan tussen partijen gebruikelijk was. Pecan heeft een prijs van € 16,50 per kilogram gerekend zonder dat zij deze prijs daaraan voorafgaand ter aanvaarding daarvan aan DDM heeft voorgelegd. Pecan heeft gesteld dat de twee “
sales order acknowledgement” die zij na het plaatsen van de orders naar DDM heeft gestuurd, moeten worden aangemerkt als offertes met een geldigheidsduur van zeven dagen (“
’spot’ quotes with 7 day validity”), maar de rechtbank volgt Pecan in deze stelling niet. In de “
sales order acknowledgement” is niet vermeld dat de daarin genoemde “
unit price” een aanbod is, dat het aanbod 7 dagen geldig is en dat DDM daarop nog kan reageren. De “
sales order acknowledgement” zijn verstuurd, nadat DDM de orders van juli 2024 had geplaatst. Deze vormden daarom een bevestiging van die orders achteraf en geen prijsaanbod dat daaraan vooraf ging. Gedurende de samenwerking tussen partijen werd in de “
sales order acknowledgement” melding gemaakt van de laatstelijk tussen partijen overeengekomen quotations. Voor juli 2024 is het niet voorgekomen dat in deze orderbevestiging een andere, bij DDM nog niet bekende prijs was vermeld. Omdat partijen nog geen andere prijsafspraken hadden gemaakt, mocht DDM gelet op de gebruikelijke werkwijze tussen partijen er gerechtvaardigd op vertrouwen dat Pecan op de orders van juli 2024 ook de laatstelijk overeengekomen quotations zou toepassen. Dit waren de onder 3.2 genoemde quotations van januari 2024. In plaats van aan deze verwachting te voldoen, heeft Pecan in de orderbevestigingen van juli 2024 een prijs van
€ 16,50 per kilogram opgenomen die ten opzichte van de quotations van € 10,15 per kilogram een aanzienlijke verhoging inhield.
5.13.
De rechtbank neemt bovendien in aanmerking dat Pecan op de eerste order van DDM in het tweede kwartaal van 2024 die is geplaatst op 15 april 2024 wel de overeengekomen prijs van het eerste kwartaal van 2024 heeft toegepast. Dit rijmt niet met de stelling van Pecan dat partijen met elkaar zijn overeengekomen dat vanaf het tweede kwartaal van 2024 de marktprijs op orders zou gelden. Pecan heeft toegelicht dat het in april 2024 gezien haar voorraden nog mogelijk was om de overeengekomen prijs te hanteren. Zij heeft echter daaraan toegevoegd dat zij dit niet aan DDM heeft laten weten. Voor DDM was dan ook niet kenbaar dat Pecan een andere prijs in rekening bracht dan de marktprijs die volgens Pecan was afgesproken. Nu op de eerste order van het tweede kwartaal van 2024 de quotations van het eerste kwartaal van 2024 toegepast waren, mocht DDM eens temeer gerechtvaardigd erop vertrouwen dat Pecan in juli 2024 ook die prijs zou hanteren.
Conclusie
5.14.
De conclusie van het voorgaande is dat de vorderingen van Pecan niet toewijsbaar zijn, omdat niet is komen vast te staan dat partijen een prijs van € 16,50 per kilogram cups zijn overeengekomen. Aan de beoordeling van de vraag of de door Pecan op de orders van juli 2024 in rekening gebrachte prijs van € 16,50 per kilogram gelijk was aan de destijds geldende marktprijs wordt gelet op deze conclusie niet toegekomen.
5.15.
Het beroep dat Pecan tijdens de mondelinge behandeling op schending van de klachtplicht heeft gedaan, verwerpt de rechtbank. De wettelijke regel op basis waarvan tijdig moet worden geklaagd, is geschreven voor gevallen waarin een schuldenaar een gebrekkige prestatie heeft ontvangen. Een factuur is geen gebrekkige prestatie. De wettelijke regel van de klachtplicht kan daarom niet worden toegepast als een schuldenaar bezwaar heeft gemaakt tegen een factuur zoals DDM in deze zaak heeft gedaan. [1]
5.16.
Nu de rechtbank van oordeel is dat tussen partijen voor de orders van juli 2024 geen nieuwe afspraak over de prijs voor cups is gemaakt, behoeft de vraag of de productieplanner van DDM bevoegd was om een prijsafspraak met Pecan te maken en, zo nee, of de schijn van vertegenwoordiging is gewekt, geen bespreking.
5.17.
Aan bewijslevering wordt niet toegekomen, omdat geen feiten of omstandigheden zijn gesteld – die indien bewezen – tot een andere uitkomst van deze procedure zouden leiden.
5.18.
Pecan is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van DDM betalen. De proceskosten van DDM worden begroot op:
- griffierecht € 2.995,00
- salaris advocaat € 2.428,00 (2 punten × € 1.214,00 )
- nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 5.601,00
5.19.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

6.De beslissing

De rechtbank
6.1.
wijst de vorderingen van Pecan af,
6.2.
veroordeelt Pecan in de proceskosten van DDM van € 5.601,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Pecan niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.3.
veroordeelt Pecan tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten van DDM als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.4.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. Mul en in het openbaar uitgesproken op 7 januari 2026.

Voetnoten

1.Hoge Raad 11 mei 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB1565