ECLI:NL:RBOVE:2026:507

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
28 januari 2026
Publicatiedatum
3 februari 2026
Zaaknummer
ak_25_1741 mu
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 16 Participatiewet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen toestemming voor langer verblijf in Turkije met behoud van bijstandsuitkering

Eiser verzocht het college van burgemeester en wethouders van Enschede om toestemming om met behoud van zijn bijstandsuitkering langer dan 28 dagen per kalenderjaar in Turkije te verblijven. Het college weigerde deze toestemming, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank Overijssel.

De rechtbank heeft het geschil behandeld in een openbare zitting waarbij partijen hun standpunten hebben toegelicht. De kern van het geschil is of er sprake is van zeer dringende redenen zoals bedoeld in artikel 16 van Pro de Participatiewet, die het mogelijk maken dat het college de bijstandsuitkering blijft verstrekken ondanks het langdurige verblijf in het buitenland.

De rechtbank oordeelt dat de omstandigheden van eiser niet voldoen aan de hoge eisen van zeer dringende redenen. Hoewel begrip bestaat voor de persoonlijke situatie van eiser, ontbreekt een acute noodsituatie of een concreet behandelplan en is onduidelijk hoe lang het verblijf in Turkije zal duren. Daarom is het beroep ongegrond en krijgt eiser geen toestemming voor langer verblijf met behoud van bijstand.

Uitkomst: Eiser krijgt geen toestemming voor langer verblijf in Turkije met behoud van bijstandsuitkering; beroep ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/1741
proces-verbaal van de openbare zitting en de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 januari 2026 in de zaak tussen
[eiser], uit [woonplaats], eiser
(gemachtigde: mr. R. Kaya),
en
het college van burgemeester en wethouders van Enschede, verweerder (het college)
(gemachtigden: M. El Azzouzi en M. Laarhuis).
1. Zitting hebben: mr. F. Koster, rechter, in aanwezigheid van mr. A.A.H. Beenen-Oskam, griffier.
2. Verschenen zijn: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigden van het college.
3. De rechter opent het onderzoek ter zitting.
4. Het geschil gaat over de vraag of het college eiser terecht geen toestemming heeft gegeven om vanwege bijzondere omstandigheden met behoud van zijn bijstandsuitkering langer dan 28 dagen per kalenderjaar in Turkije te verblijven. De rechter bespreekt met partijen het beroepschrift van eiser en het verweerschrift van het college. Partijen hebben vragen van de rechter beantwoord en hun standpunten toegelicht. De griffier heeft hiervan aantekeningen bijgehouden.
5. De rechter sluit hierna het onderzoek ter zitting en bepaalt dat hij onmiddellijk uitspraak zal doen.
6. De rechter doet de volgende uitspraak.

Uitspraak

7. De rechter verklaart het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen gelijk.

Motivering

8. De rechter motiveert de uitspraak als volgt.
8.1.
Het gaat erom of sprake is van zeer dringende redenen zoals bedoeld in artikel 16 van Pro de Participatiewet (PW). Daar is rechtspraak over. Uit die rechtspraak volgt dat er sprake moet zijn van zeer dringende redenen bij zeer uitzonderlijke omstandigheden. Er wordt ook wel gesproken over een acute noodsituatie en zeer behoeftige omstandigheden, die het onvermijdelijk maken dat het college een bijstandsuitkering blijft verstrekken.
8.2.
De rechter is het met het college eens dat die zeer dringende redenen er in de omstandigheden van eiser niet zijn, hoezeer begrip bestaat voor zijn behoefte om naar Turkije te gaan als hij zich daar beter voelt. Maar er is geen sprake van zo’n noodsituatie dat het college bijstand moet blijven uitkeren. Er is ook geen concreet behandelplan om het beoogde doel te bereiken en het einde van de termijn in het buitenland is niet te overzien. Het is niet duidelijk hoelang het duurt.
8.3.
Eiser krijgt geen toestemming om met behoud van de bijstandsuitkering langer dan 28 dagen per jaar naar Turkije te gaan. Als eiser langer dan 28 dagen in Turkije blijft dan stopt het college de bijstandsuitkering.
9. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 28 januari 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hoger beroepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.