ECLI:NL:RBOVE:2026:553

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
3 februari 2026
Publicatiedatum
5 februari 2026
Zaaknummer
11835277 \ CV EXPL 25-2398
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:212 BWArt. 6:119a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding energiekosten voor gebruik pand zonder contract toegewezen

Enexis, als netbeheerder van het openbare gas- en elektriciteitsnet, vordert vergoeding van energiekosten van SZK voor het verbruik op het adres Van Wevelinkhovenstraat 103 te Zwolle in de periode van 23 oktober 2024 tot 3 december 2024. SZK had in die periode geen contract met een energieleverancier en betwistte het gebruik van het pand en daarmee het verbruik.

De rechtbank stelt vast dat SZK het pand in de betreffende periode in gebruik had en daardoor energie heeft verbruikt. Dit blijkt uit gegevens van het systeem Energie Data Services Nederland (EDSN) en correspondentie waaruit blijkt dat SZK tot en met januari 2025 gebruiker was van het pand. SZK heeft haar stelling dat zij geen gebruiker was niet onderbouwd.

De vordering van Enexis wordt toegewezen op grond van ongerechtvaardigde verrijking (art. 6:212 BW Pro). SZK wordt veroordeeld tot betaling van € 1.835,50, inclusief incassokosten en rente, alsmede de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en SZK wordt niet verplicht tot een minnelijke regeling.

Uitkomst: SZK wordt veroordeeld tot betaling van energiekosten, incassokosten, rente en proceskosten voor het gebruik van energie zonder contract.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer : 11835277 \ CV EXPL 25-2398
Vonnis van 3 februari 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ENEXIS NETBEHEER B.V.,
te ’s Hertogenbosch,
eisende partij,
hierna te noemen: Enexis,
gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders,
tegen
de stichting
STICHTING ZWOLS KEGEL-HUIS,
te Zwolle,
gedaagde partij,
hierna te noemen: SZK,
gemachtigde: [gemachtigde] (voorzitter).

1.Samenvatting

1.1.
Enexis beheert in haar hoedanigheid van netbeheerder het openbare gas- en elektriciteitsnet. Enexis stelt dat SZK in de periode 23 oktober 2024 tot 3 december 2024 geen contract had bij een gas- en elektriciteitsleverancier op het adres Van Wevelinkhovenstraat 103 in Zwolle (hierna: afleveradres). SZK zou in die periode wel gebruik hebben gemaakt van elektriciteit en gas en de kosten hiervan zijn ten laste gekomen van Enexis. Enexis vordert een vergoeding van deze kosten. Volgens SZK heeft zij geen contract met Enexis en SZK is geen gebruiker of eigenaar van het pand waar de energie is geleverd. De vordering van Enexis wordt toegewezen omdat is komen vast te staan dat SZK het pand aan het afleveradres in de betreffende periode in gebruik had en daardoor energie heeft gebruikt.
1.2.
Dit verkort weergegeven oordeel wordt hierna gemotiveerd.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 4,
- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 9,
- de conclusie van repliek met producties 5 en 6.
2.2.
SZK heeft hierna, hoewel daartoe behoorlijk in de gelegenheid gesteld, niet meer gereageerd.
2.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.

3.De feiten

3.1.
Enexis beheert het openbare gas- en elektriciteitsnet in onder meer Groningen, Drenthe, Overijssel, Noord-Brabant en Limburg. Zij is verantwoordelijk voor het transport van gas en elektriciteit over het elektriciteitsnet en het aansluiten van afnemers op het openbare gas- en elektriciteitsnet. Enexis stelt daarnaast aan energie-afnemers een elektriciteits- of gasmeter ter beschikking om de hoeveelheid afgenomen energie te kunnen meten.
3.2.
Op grond van de Elektriciteits- en gaswet 1998 mag Enexis niet optreden als energieleverancier van elektriciteit en gas. In de energiesector stelt de energieleverancier de netbeheerder op de hoogte van het eindigen en het afsluiten van een energiecontract met een afnemer. Deze informatiestromen lopen via het systeem: Energie Data Services Nederland (hierna: EDSN).
3.3.
SZK had voor het kegelhuis op het afleveradres een contract met Essent voor de levering van elektriciteit en gas.
3.4.
Enexis heeft een bedrag van € 1.558,43 bij SZK in rekening gebracht in verband met elektriciteit- en gasverbruik op het afleveradres over de periode van 23 oktober 2024 tot 3 december 2024.

4.Het geschil

4.1.
Enexis vordert in deze procedure betaling van het verbruik van elektriciteit en gas van het pand aan het afleveradres over de periode van 23 oktober 2024 tot 3 december 2024. Het totale bedrag is € 1.558,43, vermeerderd met rente en kosten. Enexis stelt dat SZK op het afleveradres elektriciteit en gas heeft afgenomen zonder dat er een contract met een energieleverancier bestond. Enexis heeft dat afgeleid uit het systeem EDSN. Dit bedrag betreft de kosten voor het daadwerkelijk verbruik van SWZ. Enexis is namelijk uitgegaan van de meterstanden die zij via het EDSN heeft ontvangen door de energieleverancier. Enexis heeft een overzicht van deze gegeven overgelegd.
4.2.
SZK voert verweer bij conclusie van antwoord. Volgens haar is er geen contract met Enexis en SZK is geen gebruiker of eigenaar van het pand waar de energie is geleverd. Voor de vordering bestaat dan ook geen titel of rechtsgrond. SZK verzoekt de kantonrechter om de vordering af te wijzen, dan wel Enexis te veroordelen om met SZK in gesprek te gaan over een minnelijke regeling.
4.3.
Enexis heeft hier bij conclusie van repliek op gereageerd. In de eerste plaats heeft zij gesteld dat de vordering niet is gebaseerd op een contract tussen Enexis en SZK. Enexis is netbeheerder en het is haar niet toegestaan om op te treden als leverancier van energie. Voor de levering van energie dient een overeenkomst te worden gesloten bij een energieleverancier. Er zijn echter situaties waarbij de afgenomen energie niet in rekening is gebracht door een leverancier, zoals de onderhavige situatie waarin na beëindiging van de overeenkomst bij een leverancier niet direct een nieuwe leveringsovereenkomst wordt afgesloten. De via het netwerk van Enexis afgenomen energie dient echter wel betaald te worden. Zoals gesteld bij dagvaarding is SZK ongerechtvaardigd verrijkt ten koste van Enexis. De correspondentie met Essent waarnaar SZK naar verwijst is dus niet relevant. In de tweede plaats heeft Enexis gesteld dat SZK in de periode 23 oktober 2024 tot 3 december 2024 gebruiker was van het pand aan het afleveradres. Uit de gegevens van EDSN blijkt dat zowel het oude energiecontract van SZK dat op 23 oktober 2024 is geëindigd als het nieuwe energiecontract dat op 3 december 2024 is ingegaan, is afgesloten door SZK. De energie die is afgenomen in de tussenliggende periode komt voor rekening van SZK. SZK heeft ook geen argumenten aangevoerd of stukken overgelegd waaruit blijkt dat in die periode een andere partij verantwoordelijk zou zijn voor de kosten van het energieverbruik. Verder blijkt uit de correspondentie die SZK bij conclusie van antwoord heeft overgelegd dat SZK heeft verzocht om uitstel voor de ontruiming van het betreffende pand. SZK heeft zelfs per 3 december 2024 weer een nieuw energiecontract afgesloten, zoals blijkt uit productie 4 en 5 conclusie van antwoord. Uit productie 6 blijkt vervolgens dat SZK de sleutel van het pand van het afleveradres per 1 februari 2025 heeft overgedragen. Ook hieruit blijkt dat SZK tot en met januari 2025 aansprakelijk is voor het energieverbruik op dit adres, en dus voor de factuur van Enexis.
4.4.
SZK heeft hierop niet meer gereageerd.
4.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling

5.1.
Enexis heeft haar vordering gebaseerd op de ongerechtvaardigde verrijking uit artikel 6:212 BW Pro. De kantonrechter zal eerst dit standpunt beoordelen.
Ongerechtvaardigde verrijking
5.2.
In artikel 6:212 lid 1 BW Pro is bepaald dat er sprake is van ongerechtvaardigde verrijking als de één zonder redelijke grond is verrijkt ten koste van een ander. Omdat Enexis zich beroept op de rechtsgevolgen van dit artikel, is het aan haar om te stellen en zo nodig te bewijzen dat er sprake is geweest van de in de wet benoemde verarming of verrijking.
5.3.
Vast staat dat Enexis gas en elektriciteit heeft geleverd zonder dat daarvoor betaald is. Enexis is daardoor verarmd.
5.4.
Naast verarming van Enexis moet sprake zijn van een verrijking van SZK. Zij zou verrijkt moeten zijn door de levering van energie in de periode van 23 oktober 2024 tot 3 december 2024 zonder dat zij daarvoor heeft betaald. Van verrijking is in dit geval sprake als vast komt te staan dat SZK in de betreffende periode het afleveradres in gebruik had en energie heeft verbruikt.
5.5.
De kantonrechter is van oordeel dat Enexis bij conclusie van repliek voldoende gemotiveerd heeft gesteld en onderbouwd dat SZK in de periode van 23 oktober 2024 tot 3 december 2024 de gebruiker was van het afleveradres. Daarentegen heeft SZK haar stelling dat zij geen gebruiker was van het afleveradres niet onderbouwd. Voor de kantonrechter blijkt uit de stukken voldoende dat SZK in ieder geval tot en met januari 2025 de gebruiker was van het afleveradres. Het had op de weg van SZK gelegen om te stellen en zo nodig bewijzen dat er in de periode van 23 oktober 2024 tot 3 december 2024 een andere gebruiker van energie is geweest bij het afleveradres. SZK moet daarom de gevorderde kosten voor het verbruik betalen.
De bijkomende kosten
5.6.
Enexis vordert een bedrag van € 233,77 als vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De hoogte van het gevorderde bedrag is in overeenstemming met de tarieven die zijn weergegeven in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten en worden geacht redelijk te zijn. De vordering is daarom toewijsbaar.
5.7.
Enexis vordert een bedrag van € 43,30 aan inmiddels verschenen handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW. De wettelijke rente is toewijsbaar omdat het hier gaat om een overeenkomst met een rechtspersoon of een natuurlijk persoon die handelt in de uitoefening van beroep of bedrijf. SZK heeft dit niet weersproken. De kantonrechter zal de verdere wettelijke rente toewijzen zoals vermeld in de beslissing.
De proceskosten
5.8.
SZK is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Enexis worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
122,35
- griffierecht
385,00
- salaris gemachtigde
434,00
(2 punten × € 217,00)
- nakosten
108,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.049,85.
Betalingsregeling
5.9.
Ten aanzien van de vraag van SZK om Enexis te veroordelen om met SZK in gesprek te gaan over een minnelijke regeling, merkt de kantonrechter op dat SZK hiervoor bij de gemachtigde van Enexis moet zijn. De kantonrechter heeft namelijk geen (wettelijke) mogelijkheid om dit bij vonnis dwingend op te leggen.
Uitvoerbaar bij voorraad
5.10.
Enexis heeft gevorderd om het vonnis meteen te mogen (laten) uitvoeren, ook als er hoger beroep wordt ingesteld door SZK (uitvoerbaar bij voorraad). De kantonrechter wijst deze vordering toe.

6.De beslissing

De kantonrechter:
6.1.
veroordeelt SZK om aan Enexis te betalen een bedrag van € 1.835,50, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 1.558,43,
6.2.
veroordeelt SZK in de proceskosten van € 1.049,85, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als SZK niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
6.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.F. van Aalst, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2026.