Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
Rechtbank Overijssel
De woningcorporatie Rentree verhuurt sinds 17 juli 2024 een woning aan de huurder. Door het niet volledig betalen van de huur is een aanzienlijke huurachterstand ontstaan, die bij dagvaarding drie maanden bedroeg en inmiddels is opgelopen tot vijf maanden. Ondanks aanmaningen en het aanbod van schuldhulpverlening bleef de huurder in gebreke.
De huurder stelde dat zijn financiële situatie is verbeterd en dat hij de achterstand kan inlopen, mede vanwege een stabiel inkomen vanaf januari 2026. Hij wenst in de woning te blijven vanwege zijn minderjarige kinderen die om het weekend bij hem verblijven. De kantonrechter oordeelt echter dat de huurachterstand ernstig genoeg is om ontbinding van de huurovereenkomst te rechtvaardigen, mede omdat de achterstand na dagvaarding is toegenomen en eerdere afspraken niet zijn nagekomen.
De kantonrechter weegt ook de belangen van de minderjarige kinderen, maar stelt dat deze niet bij de huurder wonen en dat de ouders verantwoordelijk zijn voor het beperken van nadelige gevolgen. De ontbinding wordt toegewezen, met een termijn van veertien dagen voor ontruiming. Daarnaast wordt de huurder veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, gebruiksvergoeding, buitengerechtelijke incassokosten, wettelijke rente en proceskosten.
De vordering tot vergoeding van incassokosten wordt getoetst aan het consumentenrecht en toegewezen omdat aan de wettelijke vereisten is voldaan. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en is gewezen door de kantonrechter R.F. van Aalst op 3 februari 2026.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden wegens een huurachterstand van vijf maanden, met veroordeling tot ontruiming en betaling van achterstallige huur, gebruiksvergoeding, incassokosten en proceskosten.