Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie;
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
Rechtbank Overijssel
Partijen, betrokkene en partij B, hadden een affectieve relatie en woonden samen in een chalet waaruit een kind is geboren. Na het beëindigen van hun relatie in april 2025 woonden zij afwisselend in een gezamenlijk gehuurde woning, waarbij zij zorgden voor hun kind volgens een afgesproken wisselschema.
De bewindvoerder van betrokkene vorderde dat betrokkene exclusief het gebruik van de woning zou krijgen en dat partij B haar deel van de huurovereenkomst zou opzeggen. Partij B vorderde in reconventie het omgekeerde. De kantonrechter moest een belangenafweging maken op grond van artikel 7:267 lid 7 BW Pro.
De kantonrechter oordeelde dat de belangen zwaarder wegen aan de zijde van partij B, mede vanwege haar zwangerschap met een ander kind en de medische complicaties daarbij. Ook werd meegewogen dat betrokkene pas laat is gaan zoeken naar alternatieve woonruimte en dat het belang van het ongeboren kind en het gezamenlijke kind zwaarwegend is.
De kantonrechter bepaalde dat partij B met uitsluiting van betrokkene gerechtigd is tot het gebruik van de woning. De bewindvoerder moet het deel van betrokkene in de huurovereenkomst opzeggen en betrokkene moet de woning binnen 14 dagen na het vonnis verlaten. Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Partij B krijgt exclusief het gebruik van de woning en betrokkene moet de woning verlaten.