ECLI:NL:RBOVE:2026:567
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aflossingscapaciteit door UWV zonder rekening te houden met schuld aan CJIB
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het door het UWV vastgestelde bedrag van €115,- per maand als aflossingscapaciteit, waarbij het UWV rekening hield met een beslagvrije voet en een aflossing aan een preferente schuldeiser, maar geen rekening hield met een schuld aan het CJIB.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het UWV terecht geen rekening hoeft te houden met de schuld aan het CJIB, omdat deze geen preferente schuldeiser is volgens de civielrechtelijke rangregeling, ondanks de feitelijke dreiging van gijzeling. Eiser stelde dat hij onder de beslagvrije voet leeft en dat het UWV onvoldoende zorgvuldig en gemotiveerd heeft gehandeld, maar deze bezwaren werden verworpen.
De rechtbank concludeert dat het UWV de aflossingscapaciteit correct heeft vastgesteld, dat het beroep ongegrond is en dat het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter F. Koster op 4 februari 2026 te Zwolle.
Uitkomst: Het beroep tegen de vaststelling van de aflossingscapaciteit door het UWV wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.