Uitspraak
1.de vennootschap onder firma [gedaagde 1] VOF,
2.
[gedaagde 2],
3.
[gedaagde 3],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord;
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
Rechtbank Overijssel
De zaak betreft een vordering van een besloten vennootschap tegen een vennootschap onder firma voor betaling van openstaande facturen voor vervoersopdrachten. De eiser heeft drie facturen gestuurd die grotendeels onbetaald bleven tot na dagvaarding. De gedaagde heeft een deel betaald, maar betwist de hoogte van een factuur en de vergoeding voor extra laadtijden.
De kantonrechter oordeelt dat de afgesproken prijs van € 520,00 exclusief btw voor de betwiste factuur moet worden betaald, omdat de gedaagde onvoldoende bewijs levert voor een lagere prijs en zelf in e-mailcorrespondentie de hogere prijs noemt. De kosten voor extra laadtijden worden afgewezen omdat de eiser dit niet voldoende heeft onderbouwd en de algemene voorwaarden hierover niets vermelden.
Verder wordt de gedaagde veroordeeld tot betaling van wettelijke handelsrente over het betaalde bedrag en het nog openstaande bedrag, alsmede tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. De veroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van openstaande facturen, wettelijke rente, incassokosten en proceskosten, met afwijzing van kosten voor extra laadtijden.