ECLI:NL:RBOVE:2026:610

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
9 februari 2026
Publicatiedatum
9 februari 2026
Zaaknummer
C/08/341406 / KG ZA 25-276
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArt. 6:162 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtmatigheid intrekking private ICT-aanbestedingsprocedure door Trajectum

Trajectum, een zorginstelling, zette een offerteaanvraag uit voor ICT-dienstverlening voor minimaal vijf jaar. Interstellar diende een offerte in en betwistte later de beoordeling en gunning aan een andere partij. Trajectum besloot het traject in te trekken vanwege gewijzigde behoeften, mede door een recent verkregen subsidie en onvoldoende passende inschrijvingen.

Interstellar vorderde inzage in de puntentoekenning en herziening van de gunningsbeslissing, stellende dat Trajectum onrechtmatig handelde door het traject af te breken zonder geldige reden. De rechtbank overwoog dat Trajectum als private aanbestedende partij een grote mate van vrijheid heeft om een procedure in te trekken, mits transparantie en gelijke behandeling worden gewaarborgd.

De rechtbank vond de reden voor intrekking, namelijk gewijzigde behoeften door een nieuw subsidieprogramma en onvergelijkbare offertes, gerechtvaardigd. Trajectum had voldoende transparantie geboden en niet onrechtmatig gehandeld. De vorderingen van Interstellar werden afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat Trajectum de aanbestedingsprocedure rechtmatig mocht intrekken en wijst de vorderingen van Interstellar af.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Civiel recht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: C/08/341406 / KG ZA 25-276
Vonnis in kort geding van 9 februari 2026
in de zaak van
INTERSTELLAR IT SERVICES B.V.,
te Enschede,
eisende partij,
hierna te noemen: Interstellar,
advocaat: mr. S. Erkel en mr. K.T. Schipper,
tegen
STICHTING TRAJECTUM,
te Zwolle,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Trajectum,
advocaat: mr. A.C.M. Kusters en mr. B. Wallage.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met 23 producties
- de conclusie van antwoord met 1 productie
- de mondelinge behandeling van 26 januari 2026, waarbij van de zijde van Interstellar het woord is gevoerd aan de hand van pleitnota. Door de griffier zijn aantekeningen gemaakt.
- de wijziging van eis.

2.Samengevat

2.1.
Het gaat in dit kort geding om de beantwoording van de vraag of Trajectum de door haar uitgezette offerteaanvraag met als doel om de op dat moment uitbestede ICT-dienstverlening voor een periode van minimaal 5 jaar te (her)contracteren, heeft mogen intrekken. Geoordeeld wordt dat dit mocht.

3.De feiten

3.1.
Trajectum biedt gespecialiseerde individuele zorg op het grensvlak van de gehandicaptenzorg, psychiatrie en justitie.
3.2.
Omdat de looptijd van de overeenkomst met haar huidige ICT-dienstverlener per
31 december 2025 van rechtswege eindigt, heeft Trajectum op 11 juli 2025 een offerteaanvraag uitgezet met als doel om de op dat moment uitbestede ICT-dienstverlening voor een periode van minimaal 5 jaar te (her)contracteren, met de mogelijkheid daar gedurende die contractsperiode ICT diensten en dienstverlening aan toe te voegen. Voorafgaand aan het uitzetten heeft Trajectum aan de hand van een conceptversie van de offerteaanvraag een verdiepend uitvraaggesprek gevoerd met potentiële gegadigden met als doel om gezamenlijk tot een passende definitieve uitvraag te komen. Vervolgens heeft Trajectum de definitieve offerteaanvraag naar vier marktpartijen, waaronder Interstellar, gestuurd met het verzoek een offerte uit te brengen.
3.3.
In hoofdstuk 5.1 van de offerteaanvraag is bepaald dat er wordt gegund op basis van het criterium ‘beste prijs-kwaliteitverhouding’, waarbij de offerte op zowel de kwaliteit als de prijs beoordeeld wordt. De invulling die de leverancier geeft aan een kwalitatief onderdeel wordt gewaardeerd met punten. Hetzelfde wordt gedaan voor de prijsbepaling. De offerte die uiteindelijk de hoogste totaalscore verkrijgt, wordt aangemerkt als economisch meest voordelige inschrijving en zal in principe de voorkeurs kandidaat worden.
In totaal zijn maximaal 1000 punten te behalen voor de kwalitatieve gunningscriteria en prijs. Schematisch ziet dat er als volgt uit:
[afbeelding]
Na vaststelling van de punten van het gehele criterium kwaliteit worden hierbij de punten
opgeteld die toegekend worden aan het criterium prijs en komt een totale score per leverancier tot stand. De offerte met het hoogste puntenaantal is de economisch meest voordelige Inschrijving.
3.4.
Op 1 augustus 2025 heeft Trajectum een Nota van Inlichtingen gestuurd met daarin alle openstaande vragen van alle leveranciers opgenomen. Op 13 augustus 2025 zijn de laatste vragen door Trajectum beantwoord. Een van die vragen had betrekking op offertevraag 5.4, die zag op de beoordeling van de prijs:
‘Wij hebben een tweetal verduidelijkingsvragen ontvangen. Uit transparantie willen we deze graag met u delen, inclusief onze antwoorden (…)
Vraag 1:
Citaat uit de eerste NvI:
[afbeelding]
We interpreteren jullie antwoord als volgt:
De goedkoopste aanbieder krijgt 300 punten voor het gedeelte prijs en de andere inschrijvers krijgen een percentuele korting op die punten die gelijk is aan het verschil dat ze duurder zijn. Dus een inschrijver die 10% duurder is krijgt 270 punten, een inschrijver die 14% duurder is krijgt 258 punten enzovoort, klopt dat?
Antwoord [voorzieningenrechter: van Trajectum]:
De aanname klopt grotendeels. De goedkoopste aanbieder krijgt 300 punten voor het onderdeel prijs.
Echter zit er een staffel in voor de overige aanbieders met een hogere prijs. Die staffel is 2,5.
Voorbeeld: stel de goedkoopste aanbieding is 1000. Een andere aanbieder heeft een prijs van 1200. Dat is dus 20% duurder. De vermindering is dan 20 * 2,5 = 50%. Ofwel de aanbieder met een prijs van 1200 krijgt 50% van de 300 punten = 150 punten.
Als een aanbieder 1400 aanbiedt (bij een laagste prijs van 1000) is de som: 40% duurder * 2,5 = 100% aftrek dus geen punten voor prijs.
Ofwel: alle biedingen die 40% of meer boven de laagste inschrijving worden aangeboden, leveren geen punten op voor prijs. Voor de aangeboden bedragen tussen laagste aanbieding en die 40% geldt de beschreven staffel. (…)’
3.5.
Op 18 augustus 2025 heeft Interstellar haar inschrijving op de offerteaanvraag aan Trajectum aangeboden. Ook de drie andere door Trajectum benaderde partijen hebben een offerte uitgebracht
3.6.
Op 8 september 2025 heeft Trajectum een veertiental vragen gestuurd over het door Interstellar ingeleverde prijzenblad. Interstellar heeft de antwoorden op de vragen en een aangepast prijzenblad op 15 september 2025 aan Trajectum doen toekomen. Op verzoek van Trajectum is Interstellar in het aangepaste prijzenblad uitgegaan van een bezetting op locatie van 2 fte (80 uur per week). Omdat deze gevraagde aanpassing volgens Interstellar behoorlijk wat impact heeft op de prijs, heeft Interstellar Trajectum gevraagd om grondig te
verifiëren of in alle aanbiedingen is gerekend met de inzet van 2 fte op locatie voor de gehele termijn van 5 jaar. De volgende dag heeft Trajectum laten weten:
‘(…) We hebben gezien dat er hier in de uitwerking nogal grote verschillen tussen de aanbiedingen zichtbaar waren. Dit hebben we dus juist gedaan zodat we een meer vergelijkbare prijs kunnen gebruiken om over te gaan tot de toekenning van de punten.’
3.7.
Op een aanvullende vraag over het gehanteerde dienstverleningsniveau in het prijsmodel heeft Interstellar op 25 september 2025 laten weten:
‘Voor alle Europese aanbestedingen en rfp’s die wij als Tenderdesk oppakken geldt dat de omvang van de klantvraag het hoogste dienstenniveau vergt (accelerate), dat geldt zeker voor de rfp van Trajectum, hierop is de calculatie gebaseerd.
Aansluitend op bovenstaande bevestigen we dat Trajectum met het door ons voorgestelde
dienstverleningsniveau alle servicelevels zoals die zijn uitgevraagd in de offerteaanvraag ontvangt tegen de overeengekomen kosten.
Bij het uitwerken hebben wij een bewuste, op jullie uitvraag gebaseerde keuze gemaakt voor de invulling van de diensten en serviceniveaus zodat we voorkomen dat we na het contracteren een discussie met elkaar krijgen. Het is juist onze doelstelling om met Trajectum een intensief partnerschap aan te gaan, waarbij we Trajctum ontzorgen.’
3.8.
Met betrekking tot de te voeren directiegesprekken heeft Trajectum op 7 oktober 2025 meegedeeld:
‘We hebben intern nog wat afstemming gehad over de directiegesprekken en de verwachtingen die we hebben t.a.v. jullie voorbereiding. Ons voorstel is om de gesprekken te focussen op de drie onderstaande thema’s:
1. Gezamenlijke ambitie en visie op samenwerking
Doel: Inzicht krijgen in hoe de leverancier de samenwerking met Trajectum ziet op strategisch niveau.
2. Cultuur, leiderschap en samenwerking
Doel: Beoordelen of er een culturele en communicatieve match is tussen de organisaties.
3. Kwaliteit, continuïteit en realisme van de aanbieding
Doel: Toetsen of de aanbieding en prijsstelling duurzaam en uitvoerbaar is. (…)’
3.9.
Bij brief van 23 oktober 2025 heeft Trajectum Interstellar meegedeeld:
‘(…) Bij beoordeling zijn wij echter tot de conclusie gekomen dat uw offerte niet kwalificeert als de beste prijs-kwaliteitverhouding en daarmee niet voor voorgenomen gunning in aanmerking komt. Op basis van onze beoordeling zijn wij voornemens om deze opdracht te gunnen aan de firma [bedrijf]. (…) In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de aan uw offerte toegekende punten, in verhouding met de punten die aan de winnende offerte zijn toegekend:
[afbeelding]
(…) Voor de volledigheid vermelden we hier nog dat dit besluit een voorgenomen besluit is. Er volgt nog een intern proces met goedkeuring de OR en de Raad van Toezicht. Wij verwachten dat de opdracht definitief gegund zal worden voor de jaarwisseling. (…)’
3.10.
Op 31 oktober 2025 heeft een gesprek plaatsgevonden, waarin Interstellar bij Trajectum haar bezwaren tegen het voorlopige besluit heeft kenbaar gemaakt. Interstellar heeft Trajectum niet van haar standpunten weten te overtuigen.
3.11.
Daarop heeft Interstellar bij brief van 5 november 2025 via de door haar ingeschakelde advocaat meegedeeld dat er sprake is van een optelfout bij het totale aantal punten op prijs van Interstellar. Blijkens dit overzicht heeft [bedrijf] niet 100 punten, maar 50 punten meer behaald op kwaliteit dan Interstellar. Ook is er namens Interstellar op gewezen dat aan het gunningscriterium prijs geen punten zijn toegekend, maar alleen een rang, te weten rang 1 aan Interstellar en rang 2 aan [bedrijf]. Hieruit kan volgens Interstellar echter niet de conclusie worden getrokken dat de offerte van Interstellar niet zou kwalificeren als beste prijs-kwaliteitverhouding. Interstellar heeft uiteengezet waarom zij van mening is dat haar aanbieding de beste prijs-kwaliteitverhouding heeft en dus recht heeft op de voorlopige gunning en waarom Trajectum haar inzage dient te geven in (het verschil in) het aantal punten op (sub)gunningcriterium prijs. Interstellar heeft Trajectum in de gelegenheid gesteld om dit recht te zetten een aangekondigd bij gebreke hiervan zich vrij te achten om rechtsmaatregelen te nemen.
3.12.
In reactie daarop heeft Trajectum echter bij e-mail van 12 november 2025 via de door haar ingeschakelde advocaat laten weten:
‘Trajectum heeft besloten het offertetraject ICT-omgeving, beheer, onderhoud en doorontwikkeling af te breken en in te trekken. Er zal aldus geen overeenkomst worden gesloten voor dit project.
Cliënte wenst zich opnieuw te beraden over het project alsmede over wat voor offertetraject daar al dan niet bij past. Het zou daarbij ook zo kunnen zijn dat de overeenkomst die uiteindelijk zal worden gesloten, afwijkt van de overeenkomst die cliënte initieel voornemens was te sluiten en/of dat er in het geheel geen offertetraject meer zal plaatsvinden. (…)’
3.13.
Daarop heeft Interstellar dit kort geding aangespannen.
3.14.
Trajectum heeft het contract met haar huidige ICT-dienstverlener tijdelijk verlengd.

4.Het geschil

4.1.
Interstellar vordert na wijziging van eis - samengevat - bij vonnis, zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en op straffe van verbeurte van een dwangsom en met veroordeling van Trajectum in de proceskosten en de wettelijke rente, om:
I. Trajectum te gebieden om binnen twee dagen na het in deze zaak te wijzen vonnis
inzage te geven (in het verschil) in het aantal punten op (sub-)gunningcriterium prijs dat op grond van de offerte-aanvraag en het aanbestedingsproces dient te worden toegekend aan Interstellar en [bedrijf], primair op voor Interstellar transparante en toetsbare wijze, en subsidiair om aan te geven of dat verschil in punten meer of minder dan 50 punten is en ter controle van het door Trajectum toegekende aantal punten een door Interstellar aan te wijzen onafhankelijke accountant inzage te geven, met bepaling dat enkel die uitkomst met Interstellar wordt gedeeld en de offerte van [bedrijf] geheim gehouden dient te worden;
II. Trajectum te gebieden om binnen twee dagen na het in deze zaak te wijzen vonnis om met inachtneming van het aantal toegekende punten op (sub-)gunningcriterium prijs haar beslissing tot (voorlopige) gunning aan [bedrijf] te herzien en primair Trajectum te gebieden de Opdracht aan Interstellar te gunnen en wel door over te gaan tot het sluiten van een overeenkomst door Trajectum met Interstellar en subsidiair om daartoe na onderhandelingen met Interstellar over te gaan;
III. Trajectum te verbieden om de opdracht te gunnen aan [bedrijf] en een overeenkomst ter zake de opdracht te sluiten met [bedrijf] en/of een andere leverancier dan wel te gebieden uitvoering aan die betreffende overeenkomst te geven;
4.2.
Interstellar legt aan de vordering ten grondslag dat Trajectum een private ICT-aanbestedingsprocedure (lees: een vrijwillig meervoudig onderhandse aanbestedingsprocedure) in de markt heeft gezet. De (precontractuele) rechtsverhouding tussen Trajectum en Interstellar wordt volgens Interstellar beheerst door de redelijkheid en
billijkheid. Dit brengt met zich mee dat de aanbestedingsrechtelijke beginselen van (onder meer) gelijkheid en transparantie in acht moeten worden genomen als de (potentiële) inschrijvers op basis van de stukken redelijkerwijs kunnen verwachten dat de aanbesteder die beginselen in acht zal nemen [1] . Ook brengt dit met zich mee dat een private aanbesteder
rekening moet houden met de verwachtingen die hij heeft gewekt bij de deelnemende
partijen bij het al dan niet mogen afbreken van een aanbestedingstraject [2] .
4.2.1.
Trajectum heeft volgens Interstellar zowel de verwachting gewekt dat de aanbestedingsrechtelijke beginselen van toepassing zijn als een gerechtvaardigd vertrouwen gewekt dat aan de inschrijver die de aanbieding met de beste prijs-kwaliteit verhouding uitbrengt de opdracht wordt gegund.
4.2.2.
Interstellar heeft tegen het voorgenomen besluit om de opdracht aan [bedrijf] te gunnen twee bezwaren naar voren gebracht tegen de brief van 23 oktober 2025, namelijk dat er sprake is van een optelfout bij de punten op het (sub)gunningcriterium kwaliteit en dat op (sub)gunningcriterium prijs is in strijd met de beoordelingssystematiek zoals
vermeld in de offerteaanvraag en in de Nota van Inlichtingen enkel een rang toegekend
in plaats van punten. De gemotiveerde uiteenzetting van Interstellar op grond waarvan zij meent dat het verschil in punten op prijs meer dan 50 punten is en dat haar offerte dus kwalificeert als beste prijs-kwaliteitverhouding, is door Trajectum niet betwist. Daarmee is volgens Interstellar komen vast te staan dat zij de offerte met de beste prijs-kwaliteit heeft uitgebracht en dus voor gunning van de opdracht en vervolgens - na onderhandelingen over de laatste details – voor het sluiten van de overeenkomst in aanmerking dient te komen.
4.2.3.
Onder verwijzing naar een uitspraak van de rechtbank Limburg [3] stelt Interstellar dat uit de precontractuele rechtsverhouding voortvloeit dat de door Trajectum gewekte verwachtingen (het gerechtvaardigde vertrouwen) maken dat het afbreken van een aanbestedingstraject:
- zonder objectieve rechtvaardiging (te weten een onvoorziene omstandigheid),
- zonder dit te motiveren en
- zonder het aanbieden van schadevergoeding
niet is toegestaan.
Bij onvoorziene omstandigheden gaat het om omstandigheden die bij het aanbestedingstraject niet voorzienbaar waren, maar die pas later naar voren treden en
welke omstandigheden niet aan Trajectum toerekenbaar zijn, aldus Interstellar [4] .
4.2.4.
Uit het van toepassing zijnde transparantie- en gelijkheidsbeginsel vloeit voort dat Trajectum de reden voor het afbreken moest motiveren. Trajectum heeft echter nagelaten om bij haar beslissing tot intrekking een reden te noemen. Trajectum deelde bij die gelegenheid enkel mee dat zij zich opnieuw wenste te beraden over het project en wat voor offertetraject daar al dan niet bij past. Dat is volgens Interstellar te vaag om te achterhalen wat de daadwerkelijke reden van de intrekking is en om te beoordelen of het een deugdelijke reden voor intrekking is [5] . Op grond van die mededeling mocht Trajectum de offerteaanvraag dan ook niet intrekken.
4.2.5.
Pas in de conclusie van antwoord in het kader van dit kort geding, en dus te laat [6] , noemt Trajectum een reden:
‘Het traject heeft uiteindelijk voor Trajectum niet tot het gewenste resultaat geleid, in die zin dat de ontvangen inschrijvingen niet aansloten bij haar eisen en wensen op het gebied van ICT dienstverlening.’
Trajectum licht deze reden zonder bewijsstukken en onderbouwing slechts marginaal toe met wat volgens Interstellar achteraf gezochte redenen zijn. Van onvoorziene omstandigheden is geen sprake.
4.2.6.
Interstellar meent dat Trajectum het aanbestedingstraject alleen heeft afgebroken, omdat zij weet dat het verschil in aantal punten op prijs meer is dan 50 punten en Interstellar op basis van de beoordelingssystematiek in de offerteaanvraag als beste prijs kwaliteitverhouding uit de bus komt, en dat de opdracht aan Interstellar (als winnaar) had moeten worden gegund. Door het aanbestedingstraject af te breken, probeert Trajactum dit antwoord niet te hoeven geven en voert zij hiervoor achteraf gezochte redenen aan. Dit wordt in de rechtspraak echter niet geaccepteerd [7] .
4.2.7.
Interstellar is dus van mening dat Trajectum het private aanbestedingsproject niet mocht afbreken en dat dit project conform de door haar vooraf opgestelde spelregels moet worden afgerond.
4.3.
Trajectum voert verweer. Trajectum concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Interstellar, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Interstellar, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Interstellar in de kosten van deze procedure.
4.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5.De beoordeling

Spoedeisend belang
5.1.
Het spoedeisend belang vloeit voort uit de aard van de vorderingen en is ook niet weersproken.
Het beoordelingskader
5.2.
Vast staat dat er sprake is van een private aanbestedingsprocedure, waarbij de (precontractuele) verhouding tussen Trajectum en Interstellar wordt beheerst door de redelijkheid en billijkheid. Bij beantwoording van de vraag of de eisen van redelijkheid en billijkheid meebrengen dat ook een private aanbesteder de aanbestedingsrechtelijke beginselen van gelijkheid en transparantie in acht dient te nemen staat centraal of de (potentiële) aanbieders aan de aanbesteding redelijkerwijs de verwachting kunnen ontlenen dat de aanbesteder de beginselen van gelijkheid en transparantie in acht zal nemen, zodat hij hen daarin naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet mag teleurstellen [8] . In het onderhavige geval is een dergelijke verwachting gewekt, gelet op de inhoud van de door Trajectum in de markt gezette offerteaanvraag en het door haar gevolgde offertetraject. Gekozen is voor een procedure die is ingekleed als een aanbestedingsprocedure en zowel in de procedure, maar ook in de correspondentie die in dat kader heeft plaatsgevonden heeft Trajectum veel nadruk gelegd op de ook in aanbestedingsprocedures zo belangrijke transparantie.
5.3.
De voorzieningenrechter overweegt dat een aanbestedende dienst een grote mate van vrijheid toekomt om een lopende aanbestedingsprocedure in te trekken; dit hoeft niet slechts in uitzonderlijke gevallen en het besluit daartoe hoeft niet op gewichtige gronden te berusten. Een besluit tot intrekking van de aanbesteding kan zijn ingegeven door redenen die met name verband houden met de beoordeling of uit het oogpunt van het algemeen belang opportuun is om een aanbestedingsprocedure te voltooien, onder meer gelet op het feit dat de economische context of de feitelijke omstandigheden dan wel de behoeften van de aanbestedende dienst zijn gewijzigd. Een aanbestedende dienst is wel verplicht de redenen voor zijn intrekkingsbesluit aan de gegadigden en inschrijvers mee te delen en daarmee de beginselen van transparantie en gelijke behandeling in acht te nemen. Een rechter dient een dergelijk intrekkingsbesluit met inachtneming van voornoemde grote mate van vrijheid integraal te kunnen toetsen. [9] Er is geen aanleiding om binnen de kaders van een private aanbesteding strengere normen te hanteren dan binnen de kaders van een overheidsaanbesteding. Juist binnen de kaders van een private aanbesteding dient het zwaartepunt immers bij de contractsvrijheid te liggen.
5.4.
Dat in de offerteaanvraag van Trajectum de mogelijkheid om tot intrekking over te gaan niet staat vermeld, betekent dus niet dat zij niet tot intrekking mag overgaan. Wel moet Trajectum bij het intrekkingsbesluit de beginselen van transparantie en gelijke
behandeling in acht nemen. Dat heeft Trajectum volgens Interstellar niet gedaan.
Is het intrekkingsbesluit rechtmatig?
5.5.
De voorzieningenrechter zal nu beoordelen of de grond van de intrekkingsbeslissing stand kan houden, zodat het intrekkingsbesluit rechtmatig is.
5.6.
In de brief waarin Trajectum het offertetraject intrekt heeft zij te kennen gegeven dat zij zich opnieuw wenst te beraden over het project en over de vraag welk offertetraject bij haar past. Eerst in haar conclusie van antwoord en ter zitting heeft Trajectum uitgelegd dat het offertetraject niet tot het door haar gewenste resultaat heeft geleid omdat de inschrijvingen niet aansloten bij haar eisen en wensen op het gebied van ICT dienstverlening. Van belang in dat kader is in de visie van Trajectum dat er cruciale ontwikkelen zijn in het kader van het programma “ [programma] ” waarvoor Trajectum in november 2025 een STOZ-subsidie heeft verkregen. De impact van dit programma zou groter zijn dan Trajectum ten tijde van het opstellen van de uitvraag zou kunnen hebben overzien. Trajectum is daarom is tot de conclusie gekomen dat de uitvraag en de ingerichte procedure onvoldoende passend is voor de continuïteit, veiligheid en ondersteuning van cruciale programma’s. Daarnaast lieten de offertes zich volgens Trajectum niet op alle onderdelen goed met elkaar vergelijken.
5.7.
Voor zover Interstellar onder verwijzing naar onder meer een uitspraak van de rechtbank Overijssel [10] stelt dat Trajectum de reden voor intrekking te laat heeft benoemd en daarmee het recht heeft verloren om tot intrekking over te gaan, volgt de voorzieningenrechter haar daarin niet. Wat in de door Interstellar aangehaalde jurisprudentie wordt miskend en waardoor Interstellar dus op het verkeerde been is gezet, is dat het hier gaat om een intrekkingsbeslissing en niet om een gunningsbeslissing. De voorzieningenrechter acht het KPN-arrest [11]
niet analoog van toepassing. Het is dus niet uitgesloten dat in dit geding rekening wordt houden met gegevens die ter nadere onderbouwing van de gronden in het kader van een geschil naar voren zijn gebracht. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding de ter zitting voor de intrekking gegeven nadere invulling op de in de intrekkingsbrief gegeven verklaring buiten beschouwing te laten. Hoewel het Trajectum had gesierd als zij - zo al mogelijk - bij de intrekking concreter was geweest, laat het onverlet dat de voorzieningenrechter vol kan en zal toetsen of de door Trajectum aangedragen argumenten de intrekkingsbeslissing kunnen dragen.
5.8.
Interstellar stelt dat Trajectum ook met haar nadere toelichting niet inzichtelijk heeft gemaakt op welke wijze de uitvraag niet passen zou zijn geweest voor de continuïteit, veiligheid en onderstening. Zij wijst erop dat Trajectum, die zich heeft laten begeleiden door twee professionele adviseurs, in de Nota van Inlichtingen heeft laten weten dat zij zeer uitgebreid is geweest in haar uitvraag. Ten tijde van de voorlopige gunning op 23 oktober 2025 was de aanbieding van [bedrijf] wel passend. In het gesprek dat op 31 oktober 2025 naar aanleiding van het bezwaar van Interstellar heeft plaatsgevonden, heeft Trajectum gezegd dat zij twee goede aanbiedingen/partijen had. Ook toen is niet genoemd dat Trajectum zou worstelen met de manier waarop haar eisen en wensen het beste zouden kunnen worden ingevuld, zoals zij nu stelt.
5.9.
Met betrekking tot de STOZ-subsidie voor het programma “ [programma] ” acht Interstellar het ongeloofwaardig dat Trajectum die subsidie pas recent heeft verkregen. Uit het offertetraject is gebleken dat de aanvraag voor die subsidie al vóór 22 november 2024 is gedaan. Bovendien zijn dit programma en digitale oplossingen in dat kader aan de orde gekomen tijdens het offertetraject. Interstellar is daar bij haar inschrijving ook op ingegaan. Het is dus vreemd, aldus Interstellar, dat Trajectum nu zegt dat de omstandigheden zijn gewijzigd en daaraan de intrekking ophangt, terwijl in aanbesteding is opgenomen dat van een aanbieder wordt verwacht dat op veranderende vraag kan worden ingegaan.
5.10.
Trajectum heeft ter zitting te kennen gegeven dat haar doel was om het offertetraject af te ronden. De brief van Interstellar naar aanleiding van de voorlopige gunning en het gesprek dat in dat kader tussen partijen heeft plaatsgevonden, heeft Trajectum naar haar zeggen gedwongen om zichzelf in de spiegel aan te kijken. Dat heeft tot het besef geleid dat het offertetraject een kant opging die Trajectum niet wilde. Dat de STOZ-subsidie na een lang aanvraagtraject pas in november 2025 is verstrekt en dat het voor Trajectum pas recent concreet is geworden wat het toekennen van die subsidie voor haar zou betekenen, is daarbij naar haar zeggen bepalend geweest. De vraagbehoefte van Trajectum is hierdoor veranderd.
5.11.
Dit is naar het oordeel van de voorzieningenrechter een gerechtvaardigde reden voor intrekking.
5.12.
Echter, ook als er een gerechtsvaardigde reden is voor intrekking van de aanbestedingsprocedure kan die intrekking nog onrechtmatig zijn. Dat is het geval als:
  • de door de aanbestedende dienst opgegeven redenen feitelijke grondslag missen
  • sterk de indruk wordt gewekt dat de aanbestedende dienst de aanbestedingsprocedure alleen maar wil intrekken, omdat zij de opdracht om onzuivere redenen niet aan de ‘winnende’ inschrijver wil gunnen en daarmee een gelijke behandeling schaadt.
Dit is wat volgens Interstellar aan de orde is. De door Trajecum aangedragen redenen voor de intrekking zijn volgens Interstellar achteraf gezocht en dienen enkel om te verhullen dat Interstellar feitelijk als winnaar uit de bus is gekomen en de opdracht gegund moet krijgen.
5.13.
De voorzieningenrechter onderschrijft dit standpunt niet.
Trajectum heeft met de door haar gegeven toelichting een voldoende feitelijke grondslag gegeven voor haar intrekkingsbeslissing. Gelet op het tijdstip waarop deze beslissing is genomen, namelijk nadat na het geheel doorlopen van het gunningstraject een voorlopige gunningsbeslissing is genomen, waarin een berekeningsfout in het nadeel van Interstellar is geslopen, op grond waarvan Interstellar gemotiveerd heeft betoogd dat aan haar gegund had moeten worden, kan de voorzieningenrechter begrijpen dat bij Interstellar de indruk is gewekt de intrekking enkel tot doel heeft om koste wat het kost te voorkomen dat de opdracht aan haar gegund wordt.
5.14.
Dat een dergelijke ‘onzuivere reden’ aan de intrekking ten grondslag ligt heeft Trajectum naar het oordeel van de voorzieningenrechter afdoende weerlegd. Trajectum heeft naar het oordeel van de voorzieningenrechter afdoende aannemelijk gemaakt dat haar behoefte is gewijzigd. Dit vormt op zichzelf al een geldige reden voor intrekking van de procedure. Als daarnaast de problemen worden bezien die Trajectum tijdens het offertetraject had en - zo leidt de voorzieningenrechter af uit de woorden van de bestuursvoorzitter ter zitting - kennelijk nog steeds heeft om de offertes op alle onderdelen goed met elkaar te kunnen vergelijken, is intrekking van het offertetraject voor een organisatie die niet aanbestedingsplichtig is en voor wie de contractsvrijheid voorop staat, niet disproportioneel.
5.15.
Bewijs van de gewijzigde behoefte heeft Trajectum in het kader van dit kort geding niet geleverd. Het is echter de vraag of zij daartoe ook al in staat moet worden geacht, juist omdat de impact van het toekennen van de STOZ-subsidie voor de ICT-behoeften en een daarop betrekking hebben de uitvraag in het kader van een offertetraject nog niet duidelijk is. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is de verplichting tot het noemen van de redenen voor intrekking ingegeven door de zorg om een minimaal transparantieniveau en de naleving van het beginsel van gelijke behandeling te waarborgen [12] .
5.16.
Die transparantie heeft Trajectum uiteindelijk afdoende geboden. Ook heeft zij niet in strijd met het beginsel van gelijke behandeling gehandeld. Het niet gunnen van deze opdracht geldt voor zowel [bedrijf] als Interstellar. Voorafgaand aan de intrekking had Trajectum beide partijen laten weten dat zij goede kandidaten waren dat zij goede plannen hadden. Interstellar denkt te kunnen onderbouwen dat haar de opdracht zou moeten worden gegund en aan [bedrijf] was de opdracht al voorlopig gegund. Zowel voor [bedrijf] als voor Interstellar kwam de intrekking op een onverwacht en heel laat moment in het traject, maar niet op een moment dat zij er gerechtvaardigd op mochten vertrouwen dat er zich geen situatie zou kunnen voordoen op grond waarvan Trajectum de offerteaanvraag zou mogen intrekken. Trajectum is op goede gronden tot intrekking van de offerteaanvraag overgegaan.
Conclusie
5.17.
Omdat de offerteaanvraag op goede gronden is ingetrokken is het offertetraject daarmee afgesloten. Een herziening van de voorlopige gunningsbeslissing ten faveure van Interstellar, zoals zij heeft gevorderd, is dan ook niet aan de orde. Evenmin heeft Interstellar nog belang bij inzage in (het verschil in) aan punten op het subgunningscriterium prijs. Het intrekken van het offertetraject heeft tot gevolg dat de opdracht zoals die in het offertetraject was geformuleerd, niet meer verstrekt zal worden. Dit heeft Trajectum erkend. Gelet hierop bestaat er geen aanleiding om het door Trajectum gevorderde verbod tot het sluiten van deze opdracht met [bedrijf] of een andere leverancier toe te wijzen. De stellingen van Interstellar die zien op het verloop van het gunningstraject behoeven geenbespreking. Alle vorderingen van Interstellar zullen derhalve worden afgewezen.
5.18.
Interstellar is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Trajectum worden begroot op:
- griffierecht
735,00
- salaris advocaat
1.177,00
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.101,00
5.19.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

6.De beslissing

De voorzieningenrechter
6.1.
wijst de vorderingen van Interstellar af,
6.2.
veroordeelt Interstellar in de proceskosten van € 2.101,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Interstellar niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.3.
veroordeelt Interstellar tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.4.
verklaart de onderdelen 6.2 en 6.3 van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.E. Zweers en in het openbaar uitgesproken op 9 februari 2026.

Voetnoten

1.Gerechtshof Den Haag, 30 september 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:3028
2.Zie ook mr. S. Engels en mr. MJ. Verbaken, ‘88. Aandachtspunten bijeen private aanbesteding: met welke regels heeft de private opdrachtgever te maken?” in Tijdschrift Aanbestedingsrecht en Staatssteun, nummer 5, oktober 2020/SDU, pagina 31 (paragraaf 3.4)
3.Rechtbank Limburg 19 juni 2018, ECLI:NL:RBLIM:2018:5956, r.o. 4.7
4.Zie hierover ook prof. mr. R.P.J.L. Tjittes, “De aansprakelijkheid voor afgebroken onderhandelingen — een kritisch overzicht” in Rechtsgeleerd Magazijn THEMIS 2026-5, paragraaf 3.3.8 en de rechtspraak (zoals HR CBB/JPO) die daar wordt behandeld.
5.Rechtbank Den Haag, 15-11-2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:13382, r.o 5.3 en 5.4
6.Onder meer Rechtbank Overijssel, 19-12-2019, ECLI:NL:RBOVE:2019:4819, r.o 4.8
7.Rechtbank Midden-Nederland, 14-02-2025, ECLI: NL: RBMNE:2025:390, r.o. 3.18 en 3.19 en Rechtbank Midden-Nederland, 21-11-2025, ECLI: NL: RBMNE:2025: 6210, r.o. 4.5.
8.Gerechtshof Den Haag, 30 september 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:3028
9.Hof van Justitie EU 11 december 2014, ECLI:EU:C:2014:2435, Croce Amica/AREU
10.Rechtbank Overijssel, 19-12-2019, ECLI:NL:RBOVE:2019:4819, r.o 4.8
11.Hoge Raad, 7 december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW9231 en 9233
12.Hof van Justitie EU 11 december 2014, ECLI:EU:C:2014:2435, Croce Amica/AREU, r.o. 4.33