ECLI:NL:RBOVE:2026:617

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
9 februari 2026
Publicatiedatum
9 februari 2026
Zaaknummer
08-730008-15
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38d SrArt. 38e SrArt. 6:6:12 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging maatregel terbeschikkingstelling wegens psychotische stoornis en recidivegevaar

Betrokkene is veroordeeld voor poging tot opzettelijk brandstichten, mishandeling en bedreiging, en is sinds 2016 ter beschikking gesteld met bevel tot verpleging. De maatregel werd reeds eerder verlengd en zou eind januari 2026 aflopen.

Het Openbaar Ministerie verzocht om verlenging met twee jaren, terwijl betrokkene en zijn raadsvrouw instemden met verlenging, maar slechts voor één jaar, met verwijzing naar proportionaliteit en het resocialisatietraject.

De kliniek rapporteerde een psychotische stoornis met wanen en een stoornis in middelengebruik, waarbij betrokkene aanvankelijk medicatie weigerde en geen ziekte-inzicht had. Na dwangmedicatie en overplaatsing is het gedrag stabieler, maar intrinsieke motivatie ontbreekt nog. Het resocialisatietraject is gestart met begeleid verlof en terugvalpreventie.

De deskundige bevestigde het stabiele beeld en het hoge risico op geweld bij beëindiging van de maatregel. De rechtbank oordeelde dat verlenging noodzakelijk is vanwege het gevaar voor herhaling en het ontbreken van voldoende vooruitgang om binnen een jaar tot beëindiging over te gaan.

Daarom verlengde de rechtbank de terbeschikkingstelling met twee jaren, waarbij zij de ernst van de stoornis, het recidivegevaar en het behandeltraject meeweegt.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de maatregel van terbeschikkingstelling met twee jaren wegens blijvend gevaar en onvoldoende ziekte-inzicht.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 08-730008-15
Datum uitspraak: 9 februari 2026
Beslissing op de vordering van het Openbaar Ministerie tot verlenging van de terbeschikkingstelling van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1968 te [geboorteplaats] ,
verblijvende in FPC [verblijfplaats] ,
[adres] ,
hierna te noemen: betrokkene.

1.De aanleiding

Betrokkene is bij vonnis van deze rechtbank van 12 november 2015 veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden. Daarnaast is betrokkene ter beschikking gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege, na bewezenverklaring van de misdrijven:
  • poging tot opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is en poging tot opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is;
  • mishandeling;
  • bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;
  • mishandeling.
De terbeschikkingstelling is ingegaan op 2 februari 2016. Deze terbeschikkingstelling is laatstelijk bij beslissing van 25 maart 2024 door deze rechtbank met twee jaren verlengd, welke beslissing het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 17 april 2025 met aanvulling van de gronden heeft bevestigd. De terbeschikkingstelling zou, behoudens nadere voorziening, zijn geëindigd op 22 januari 2026.

2.De stukken

De rechtbank heeft kennis genomen van de op grond van artikel 6:6:12 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) overgelegde stukken, te weten:
  • het verlengingsadvies van FPC [verblijfplaats] (hierna: de kliniek) van 20 november 2025, opgemaakt en ondertekend door [naam 1], psychiater en plaatsvervangend hoofd van de kliniek, en [naam 2], behandelcoördinator en GZ-psycholoog;
  • een afschrift van de wettelijke aantekeningen over de periode van 16 juli 2024 tot en met 15 oktober 2025.

3.De procedure

Het Openbaar Ministerie heeft op 18 december 2025 een vordering ingediend tot verlenging van bovenvermelde termijn met twee jaren.
Het onderzoek van de zaak heeft plaatsgevonden op de openbare terechtzitting van 26 januari 2026. De rechtbank heeft op de openbare terechtzitting gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. S. Marjanovic, advocaat te 's-Gravenhage;
  • de officier van justitie;
  • [naam 3], verbonden aan de kliniek als behandelcoördinator, als deskundige.
De officier van justitie heeft de vordering tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaren gehandhaafd.
Betrokkene en zijn raadsvrouw hebben gesteld dat zij geen bezwaar hebben tegen verlenging van de maatregel van terbeschikkingstelling, mits de verlengingstermijn wordt beperkt tot één jaar. De raadsvrouw heeft daartoe gewezen op de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit en aangevoerd dat met beperking van de verlengingstermijn de voortgang van het resocialisatietraject over een jaar kan worden getoetst. Het is mogelijk dat bij een positief verloop van het resocialisatietraject, over een jaar de dwangverpleging voorwaardelijk kan worden beëindigd.

4.De beoordeling

De vordering is op 18 december 2025 ingediend. Dit is tijdig.
De rechtbank dient op grond van het bepaalde in de artikelen 38d en 38e van het Wetboek
van Strafrecht (Sr) te bepalen of de termijn van de maatregel van terbeschikkingstelling moet worden verlengd.
De rechtbank neemt bij haar overwegingen het verlengingsadvies van de kliniek en de toelichting van de deskundige ter zitting in aanmerking.
Het verlengingsadvies van de kliniek
Het advies van de kliniek houdt, zakelijk weergegeven, onder meer het volgende in.
Bij betrokkene is sprake van een psychotische stoornis in de zin van een waanstoornis van het grootheids- en het achtervolgingstype. Daarnaast is bij betrokkene sprake van een (matige) stoornis in alcohol- en cannabisgebruik, welke stoornis in langdurige remissie is in een gereguleerde omgeving.
Nadat twee eerdere behandelpogingen bij FPC [locatie 1] en FPC [locatie 2] zijn gestagneerd, is betrokkene in juli 2024 ten behoeve van een derde behandelpoging opgenomen in de huidige kliniek. Aanvankelijk verloopt de behandeling ook in deze kliniek zeer moeizaam. Betrokkene weigert medicatie, neemt geen deel aan behandeling en dagbesteding, heeft geen ziekte- of probleembesef en stelt zich solistisch op. Dit beeld verandert nadat in december 2024 wordt gestart met dwangmedicatie, waarna het gedrag van betrokkene steeds milder wordt. In juni 2025 wordt hij vervolgens overgeplaatst naar behandelafdeling 7.
Op de behandelafdeling is het gedrag van betrokkene stabiel. Hij werkt samen met het behandelteam en werkt zonder verzet mee aan de dwangmedicatie. Betrokkene wandelt en sport, vraagt hulp wanneer nodig en breidt op aanmoediging zijn dagbesteding uit. Probleembesef en daarmee intrinsieke motivatie voor behandeling ontbreken nog steeds. Desondanks is betrokkene, zij het op basis van extrinsieke motivatie, vaker bereid om mee te werken aan behandelmodules en deelt hij iets meer over zijn belevingswereld. Betrokkene heeft inmiddels de risicoanalyse en het responsiviteitsonderzoek psychomotorische therapie, met uitzondering van het tweede deel, afgerond. Betrokkene is daarnaast aangemeld voor het opstellen van een terugvalpreventieplan, waarbij hij structureel contact zal hebben met een psycholoog. Mogelijk ontstaat daardoor ook meer bereidheid om deel te nemen aan cognitieve gedragstherapie gericht op psychose, waar betrokkene op dit moment nog niet voor open staat. Op dit moment vindt bovendien psychodiagnostisch onderzoek plaats naar het persoonlijkheidsfunctioneren van betrokkene, aangezien nog steeds vermoedens van persoonlijkheidsproblematiek bestaan.
Het behandelteam is voorts bezig met een aanvraag voor begeleid verlof, wat een belangrijke eerste stap is in het resocialisatietraject van betrokkene. Indien de verlofmachtiging wordt afgegeven en de begeleide verloven positief verlopen, is het behandelteam voornemens om stapsgewijs de vrijheden verder uit te breiden. De verwachting is dat het gehele resocialisatietraject nog meerdere jaren in beslag zal nemen.
De kliniek schat het risico op gewelddadig gedrag bij het wegvallen van de maatregel nog steeds in als hoog. Als de maatregel wegvalt, zal betrokkene naar verwachting stoppen met de medicatie waardoor zijn waanstoornis verder op de voorgrond treedt. Het is aannemelijk dat daarna personen uit de omgeving van betrokkene in zijn waansysteem terechtkomen. Indien hij dan ervaart niet gehoord of slecht behandeld te worden, is de kans groot dat hij op termijn hierop reageert met geweld. In het kader van de aanvraag voor begeleid verlof wordt op dit moment nog een nieuwe risico-inschatting opgesteld.
Ook bij voorwaardelijke beëindiging van de maatregel wordt het risico op recidive als hoog ingeschat, aangezien professionele begeleiding, werk en een woonvoorziening dan ontbreken. De verwachting is dat betrokkene zich daarbij niet zal conformeren aan gestelde voorwaarden.
Gelet op al het voorgaande adviseert de kliniek verlenging van de tbs-maatregel met een termijn van twee jaren.
De deskundige ter zitting
Ter zitting heeft deskundige [naam 3] in aanvulling op het advies het volgende naar voren gebracht. Betrokkene is recentelijk overgeplaatst naar behandelafdeling 6, een afdeling die beter past bij zijn problematiek. Met de overplaatsing wordt getracht meer zicht op betrokkene te krijgen, aangezien hij op behandelafdeling 7 gemakkelijk uit beeld verdween.
De risico-inschatting in het kader van de aanvraag voor begeleid verlof heeft geen noemenswaardige veranderingen opgeleverd. De verlofmachtiging voor regulier begeleid verlof is inmiddels afgegeven. Het begeleid verlof zal snel worden opgestart, waarvan betrokkene alle stappen zal moeten doorlopen voordat kan worden overgegaan tot onbegeleid verlof. Daarnaast zal spoedig worden begonnen met het opstellen van het terugvalpreventieplan. Het psychodiagnostisch onderzoek is met weinig resultaat afgerond, omdat het niet mogelijk was om een goed beeld van betrokkene te krijgen. Hoewel betrokkene mogelijk ervaart dat er weinig gebeurt in de kliniek, ziet de kliniek wel degelijk flinke vooruitgang. Er is sprake van een gestabiliseerd beeld. Het meest belangrijk is dat betrokkene zich conformeert aan de dwangmedicatie en de regels van de kliniek. De kliniek persisteert bij het advies van verlenging van de tbs-maatregel met een termijn van twee jaren.
Het oordeel van de rechtbank
Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen eist dat de maatregel van terbeschikkingstelling wordt verlengd. Op grond van de inhoud van het verlengingsadvies en de toelichting van de deskundige ter zitting, stelt de rechtbank vast dat sprake is van stoornissen bij betrokkene en dat sprake is van gevaar voor herhaling. Aan de criteria voor de verlenging van de terbeschikkingstelling is daarmee voldaan. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat de maatregel is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De totale duur van de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege kan daarom een periode van vier jaren te boven gaan.
De rechtbank stelt vast dat, na twee eerdere mislukte behandelpogingen en een moeizame start van de behandeling in de huidige kliniek, betrokkene inmiddels een goede weg is ingeslagen. Er is sprake van een gestabiliseerd beeld. Betrokkene conformeert zich, zij het extrinsiek gemotiveerd, aan de dwangmedicatie en heeft inmiddels enkele behandelmodules afgerond. Het is van belang dat betrokkene dit hoopvolle beeld vasthoudt en goed blijft samenwerken met het behandelteam. Betrokkene zal spoedig starten met het opstellen van een terugvalpreventieplan, waardoor hij mogelijk ook bereid zal zijn mee te werken aan cognitieve gedragstherapie. De komende periode zal daarnaast veel aandacht worden besteed aan het resocialisatietraject, te beginnen met het opstarten van de begeleide verloven.
De rechtbank ziet onvoldoende grond voor een verlengingstermijn van één jaar, zoals door de raadsvrouw van betrokkene is bepleit. De rechtbank hanteert als uitgangspunt dat, indien aannemelijk is geworden dat de behandeling meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging met een jaar, de terbeschikkingstelling in beginsel verlengd dient te worden met een termijn van twee jaren. De verwachting is dat nog zeker twee jaren nodig zullen zijn om het resocialisatietraject te doorlopen, te meer nu nog niet is begonnen met het daadwerkelijk praktiseren van de begeleide verloven. Daarmee is tevens niet te verwachten dat binnen een jaar gronden aanwezig zullen zijn die een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege rechtvaardigen.
Na afweging van de belangen van de terbeschikkinggestelde en die van de maatschappij is er naar het oordeel van de rechtbank geen reden om de verlengingstermijn te beperken tot een jaar. Naast het tijdsverloop en de ernst van de indexdelicten weegt de rechtbank hier de aard van de stoornis, het ontbreken van ziekte-inzicht en de ernst van het recidivegevaar in mee.
De rechtbank zal gelet op het voorgaande de terbeschikkingstelling met twee jaren verlengen.

5.De beslissing

De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling van
[betrokkene]met twee jaren.
Aldus gegeven door mr. A. van Holten, voorzitter, mr. W.P.M. Elderman en mr. J.G.M. Fluttert, rechters, in tegenwoordigheid van V. Harmsen als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 februari 2026.