ECLI:NL:RBOVE:2026:618

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
9 februari 2026
Publicatiedatum
9 februari 2026
Zaaknummer
08-138997-23
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38d SrArt. 38e Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging maatregel terbeschikkingstelling wegens hoog recidiverisico en behandeling schizofrenie

Betrokkene is op 30 november 2023 ter beschikking gesteld met bevel tot verpleging na poging tot zware mishandeling. De maatregel is ingegaan op 2 februari 2024 en zou eindigen op 2 februari 2026. Het Openbaar Ministerie verzocht om verlenging van de maatregel met twee jaren.

De rechtbank heeft het verlengingsadvies van de kliniek FPK Inforsa en de toelichting van de deskundige ter zitting meegewogen. Betrokkene verblijft momenteel in de penitentiaire inrichting in afwachting van plaatsing in de kliniek. Er is sprake van schizofrenie en een ernstige stoornis in het gebruik van speed, waarbij de kernproblematiek nog niet voldoende is behandeld. Het recidiverisico wordt als hoog ingeschat.

De deskundige gaf aan dat plaatsing in de kliniek niet voor september 2026 verwacht wordt, waarna een diagnostische fase en behandelmodules volgen. De rechtbank concludeert dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid dit vereisen en verlengt de maatregel met twee jaren. Betrokkene toont wel positieve ontwikkelingen en stabiliteit, maar verdere behandeling en resocialisatie zijn noodzakelijk.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de maatregel van terbeschikkingstelling met twee jaren vanwege het hoge recidiverisico en de noodzaak van verdere behandeling.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 08-138997-23
Datum uitspraak: 9 februari 2026
Beslissing op de vordering van het Openbaar Ministerie tot verlenging van de terbeschikkingstelling van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1975 te [geboorteplaats],
verblijvende in de P.I. [verblijfplaats],
hierna te noemen: betrokkene.

1.De aanleiding

Betrokkene is bij vonnis van deze rechtbank van 30 november 2023 ter beschikking gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege, na bewezenverklaring van het misdrijf:
poging tot zware mishandeling.
De terbeschikkingstelling is ingegaan op 2 februari 2024. De maatregel zou, behoudens nadere voorziening, zijn geëindigd op 2 februari 2026.

2.De stukken

De rechtbank heeft kennisgenomen van:
- het verlengingsadvies van FPK Inforsa (hierna: de kliniek) van 4 december 2025, opgemaakt en ondertekend door M.M.D. de Smit, hoofd van de inrichting, en A. Hurkmans, GZ-psycholoog.

3.De procedure

Het Openbaar Ministerie heeft op 23 december 2025 een vordering ingediend tot verlenging van bovenvermelde termijn met twee jaren.
Het onderzoek van de zaak heeft plaatsgevonden op de openbare terechtzitting van 26 januari 2026. De rechtbank heeft op de openbare terechtzitting gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn raadsman mr. R.P. Adema, advocaat te Harderwijk;
  • de officier van justitie;
  • [deskundige], verbonden aan de kliniek als klinisch psycholoog, als deskundige.
De officier van justitie heeft de vordering tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaren gehandhaafd.
Betrokkene en zijn raadsman hebben gesteld dat zij geen bezwaar hebben tegen verlenging van de maatregel van terbeschikkingstelling met twee jaren.

4.De beoordeling

De vordering is op 23 december 2025 ingediend. Dit is tijdig.
De rechtbank dient op grond van het bepaalde in de artikelen 38d en 38e van het Wetboek
van Strafrecht (Sr) te bepalen of de termijn van de maatregel van terbeschikkingstelling moet worden verlengd.
De rechtbank neemt bij haar overwegingen het verlengingsadvies van de kliniek en de toelichting van de deskundige ter zitting in aanmerking.
Het verlengingsadvies van de kliniek
Het advies van de kliniek houdt, zakelijk weergegeven, onder meer het volgende in.
Betrokkene verblijft momenteel in afwachting op plaatsing bij de kliniek nog in de P.I., in het bijzonder op de afdeling [verblijfplaats]. Op 15 oktober 2025 heeft in het kader van een plaatsing in FPK Inforsa een kennismakingsgesprek met betrokkene plaatsgevonden.
De kliniek ontleent de diagnostiek aan de pro Justitia rapportages uit 2023. Bij betrokkene is ten eerste sprake van schizofrenie. Deze stoornis uit zich in akoestische hallucinaties, (handelen vanuit) waandenkbeelden met angst en vreemde taaluitingen. Daarbij is bovendien sprake van chaotisch denken met een ernstig gebrek aan realiteitstoetsing, een gestoord affect en een groot gebrek aan inlevingsvermogen. Bij betrokkene is ten tweede sprake van een ernstige stoornis in het gebruik van speed, reeds in 2023 in vroege gedwongen remissie.
Op 30 augustus 2023, voor de aanvang van de tbs-maatregel, is in het [verblijfplaats] gestart met een dwangbehandeling. Vanaf maart 2024 is een positieve ontwikkeling in het psychiatrisch toestandsbeeld van betrokkene zichtbaar. Inmiddels is de antipsychotische medicatie weer afgebouwd en is sprake van stabiliteit zonder die medicatie. Daarnaast is in het [verblijfplaats] sprake van abstinentie van middelen.
Betrokkene is in het [verblijfplaats] vriendelijk in contact met behandelaren, personeel en medegedetineerden. Betrokkene doet goed mee met de aangeboden therapieën. Hij heeft inmiddels al een groot aantal therapieën gevolgd, waaronder slaaptraining, psychomotorische therapie, psycho-educatie en de verslavingsmodule. Om te werken aan assertiviteit zal betrokkene opnieuw individuele psychomotorische therapie volgen. Daarnaast zal betrokkene weer aansluiten bij het thema-uur. De daginvulling van betrokkene is beperkt. Hij heeft geen dagbesteding of werk, naar eigen zeggen wegens een gebrek aan motivatie.
De kernproblematiek van betrokkene is nog niet dusdanig behandeld dat het risico op recidive is verminderd. De toepasbaarheid van de gevolgde behandelmodules op het eigen leven is minimaal. Daarnaast is betrokkene beperkt gemotiveerd, waarbij het een uitdaging is om de motivatie vast te houden. Het risico op recidive wordt bij beëindiging van de maatregel daarom nog steeds ingeschat als hoog. Bij beëindiging van de maatregel wordt verwacht dat betrokkene moeite zal hebben met het bieden van weerstand tegen externe factoren, waardoor terugval in middelengebruik op de loer ligt. Bij een dergelijke terugval bestaat het risico op psychotische ontregeling en gewelddadig gedrag.
De verwachting is dat betrokkene in het eerste kwartaal van 2026 zal worden geplaatst in de kliniek. In de kliniek zal worden gestart met de delictanalyse, verschillende vormen van therapie en de opbouw van dagbesteding. Op dit moment is de inschatting dat betrokkene op lange termijn goed zou kunnen gedijen binnen forensisch beschermd wonen. Geadviseerd wordt om de tbs-maatregel te verlengen met de termijn van twee jaren.
De deskundige ter zitting
Ter zitting heeft deskundige [deskundige] in aanvulling op het advies het volgende naar voren gebracht. Inmiddels is de verwachting dat betrokkene op zijn vroegst in september 2026 kan worden geplaatst in de kliniek. Mogelijk kunnen bepaalde behandelmodules, zoals de delictanalyse, al in het [verblijfplaats] worden gevolgd. Voltooide modules hoeven in beginsel niet in de kliniek te worden herhaald, waardoor tijd wordt bespaard. Zodra betrokkene in de kliniek is geplaatst, zal eerst ten minste drie maanden een diagnostische fase plaatsvinden. Het eerste begeleide verlof zal, mits alles goed verloopt, op zijn vroegst een half jaar na aanvang van het verblijf in de kliniek kunnen plaatsvinden. Als dat een tijd goed verloopt, kan tot onbegeleid verlof worden overgegaan. Vervolgens is het, voordat betrokkene uitstroomt naar begeleid wonen, van belang dat hij naar een Forensisch Psychiatrische Afdeling in zijn eigen regio gaat. Omdat zelfs in het snelste geval resocialisatie niet in een kortere termijn mogelijk is, adviseert de kliniek verlenging van de tbs-maatregel met de termijn van twee jaren.
Het oordeel van de rechtbank
Op 30 november 2023 is aan betrokkene een tbs-maatregel opgelegd, welke maatregel is aangevangen op 2 februari 2024. De bedoeling van de rechtbank was dat betrokkene vanaf dat moment in een tbs-kliniek zou worden geplaatst waar behandeling kan plaatsvinden en waar gewerkt kan worden aan het terugdringen van het recidivegevaar. Betrokkene verblijft inmiddels al twee jaren in detentie, in afwachting van plaatsing bij de kliniek. Ter zitting is duidelijk geworden dat het nog ten minste een half jaar zal duren voordat betrokkene in de kliniek geplaatst zal worden. Wettelijke aantekeningen zijn niet beschikbaar, omdat betrokkene nog niet van overheidswege wordt verpleegd.
In het verlengingsadvies van de kliniek wordt de diagnostiek grotendeels ontleend aan de pro Justitia rapportages uit 2023, waaruit volgt dat bij betrokkene sprake is van schizofrenie en een ernstige stoornis in het gebruik van een middel in de vorm van speed (in vroege gedwongen remissie). Uit het deels chronische karakter van de stoornissen leidt de rechtbank af dat bij betrokkene nog steeds sprake is van deze stoornissen.
De rechtbank gaat ervan uit dat het recidiverisico bij beëindiging van de tbs-maatregel (onverminderd) hoog is, nu de kernproblematiek van betrokkene, behalve medicamenteus, nog niet voldoende is behandeld en behandeling wel noodzakelijk is om het recidiverisico te beperken.
Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen eist dat de maatregel van terbeschikkingstelling wordt verlengd. De rechtbank stelt vast dat sprake is van stoornissen bij betrokkene en dat sprake is van gevaar voor herhaling. Aan de criteria voor de verlenging van de terbeschikkingstelling is daarmee voldaan.
Omdat aannemelijk is geworden dat de behandeling en resocialisatie van betrokkene meer dan één jaar in beslag zal nemen, zal de rechtbank de terbeschikkingstelling met twee jaren verlengen. De rechtbank stelt wel vast dat betrokkene ook in het [verblijfplaats] mooie en belangrijke voorbereidende stappen zet en een ontwikkeling in stabiliteit heeft kunnen bereiken.
De rechtbank neemt bij het voorgaande in aanmerking dat de maatregel is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De totale duur van de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege kan daarom een periode van vier jaren te boven gaan.

5.De beslissing

De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling van
[betrokkene]met twee jaren.
Aldus gegeven door mr. W.P.M. Elderman, voorzitter, mr. A. van Holten en mr. J.G.M. Fluttert, rechters, in tegenwoordigheid van V. Harmsen als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 februari 2026.