ECLI:NL:RBOVE:2026:620

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
AK_25_2654
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:20 AwbArt. 6:12 AwbArt. 8.2 Wet open overheid
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens weggevallen belang na alsnog genomen besluit op bezwaar

Eiser stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn bezwaar tegen een besluit van 9 november 2023. Verweerder had de beslistermijn overschreden, maar heeft op 30 oktober 2025 alsnog een reëel besluit genomen op het bezwaar.

De rechtbank overweegt dat het doel van het beroep tegen het niet tijdig beslissen is om het bestuursorgaan te bewegen alsnog een besluit te nemen. Nu verweerder dit heeft gedaan, is het procesbelang van eiser bij het beroep tegen het niet tijdig beslissen komen te vervallen.

Eiser handhaaft het beroep om de verbeurde dwangsom opeisbaar te stellen, maar de rechtbank wijst erop dat de dwangsomregeling niet van toepassing is op besluiten op grond van de Wet open overheid. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en bepaalt dat verweerder het griffierecht aan eiser moet vergoeden omdat het beroep bij indiening ontvankelijk was.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk verklaard wegens weggevallen procesbelang na alsnog genomen besluit.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/2654

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], uit [woonplaats], eiser,

en

het college van Gedeputeerde Staten van Overijssel, verweerder.

Inleiding

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingesteld, omdat verweerder volgens hem niet tijdig een besluit heeft genomen op zijn bezwaar van 10 december 2023 tegen het besluit van verweerder van 9 november 2023.
Op 30 oktober 2025 heeft verweerder alsnog een beslissing op het bezwaar van eiser genomen.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

1. Als een bestuursorgaan niet op tijd een besluit neemt op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog een besluit moet worden genomen op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. [1]
2. Eiser heeft op 10 december 2023 bezwaar gemaakt tegen het besluit van verweerder van 9 november 2023. Tussen partijen is niet in geschil dat de beslistermijn is overschreden. Eiser heeft verweerder op 21 september 2025 in gebreke gesteld en eiser heeft meer dan twee weken gewacht, voordat hij op 10 oktober 2025 beroep heeft ingesteld.
Is er beroep van rechtswege ontstaan?
3. Verweerder heeft hangende beroep, op 30 oktober 2025, alsnog een reëel besluit genomen op het bezwaar van eiser. Naar aanleiding hiervan heeft de rechtbank eiser op
3 november 2025 verzocht om aan te geven of hij het al dan niet eens is met dit besluit.
4. Bij e-mailbericht van 22 januari 2026 heeft eiser aangegeven dat hij het beroep handhaaft, zodat de door verweerder verbeurde dwangsom opeisbaar is.
5. Op grond van artikel 6:20, derde lid, van de Awb heeft het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit mede betrekking op het alsnog genomen reële besluit van 30 oktober 2025. Eiser heeft de rechtbank verzocht de door verweerder verbeurde dwangsom vast te stellen. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt. Op grond van artikel 8.2 van de Wet open overheid is paragraaf 4.1.3.2 van de Awb (dwangsom bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing op besluiten op grond van deze wet en op beslissingen op bezwaar tegen deze besluiten. Mede gelet daarop is het middel ‘beroep niet tijdig’ alleen nog bedoeld om een bestuursorgaan te bewegen een reëel besluit te nemen.
Heeft eiser nog (proces)belang?
6. Met het beroep wil eiser bereiken dat verweerder alsnog een besluit neemt op zijn bezwaar. Verweerder heeft dit inmiddels gedaan. Het doel van eiser met deze beroepsprocedure is daarmee bereikt. Het (proces)belang van eiser bij een beslissing op zijn beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is daardoor weggevallen. Van een ander (proces)belang is de rechtbank niet gebleken.
7. Omdat het (proces)belang van eiser bij een beslissing op zijn beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit is weggevallen, is het beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op het bezwaar niet-ontvankelijk.
Heeft eiser recht op vergoeding van proceskosten en griffierecht?
8. De rechtbank ziet aanleiding om verweerder op te dragen aan eiser het griffierecht te vergoeden. Op het moment dat eiser het beroep niet tijdig indiende, was verweerder in gebreke tijdig te beslissen op het handhavingsverzoek van eiser. Eiser heeft het beroep dan ook niet ten onrechte ingesteld, waardoor het bij indiening daarvan ontvankelijk was. Verweerder moet daarom het griffierecht aan eiser vergoeden.
9. Er zijn geen voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
  • bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 194,- aan eiser moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.C. Rozeboom, rechter, in aanwezigheid van
S.H.J. van de Looi, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van Pro de Awb.