ECLI:NL:RBOVE:2026:621

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
08.065896.25 (P)
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 244 Sr (oud)Art. 245 Sr (oud)Art. 246 SrArt. 248 Sr (oud)Art. 248 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling tot vijf jaar gevangenisstraf en TBS met voorwaarden wegens langdurig seksueel misbruik van minderjarige dochter

De rechtbank Overijssel heeft op 10 februari 2026 een 38-jarige man veroordeeld voor het stelselmatig seksueel misbruiken van zijn minderjarige dochter gedurende vijf jaren, vanaf haar elfde tot haar zestiende jaar. De bewezenverklaring omvat diverse handelingen van seksueel binnendringen, betasting en het tonen van porno. Verdachte heeft grotendeels bekend, behalve de handelingen met een vibrator/seksspeeltje, waarvoor hij is vrijgesproken.

De rechtbank baseert haar oordeel op de gedetailleerde verklaringen van het slachtoffer, politieverklaringen, een rapportage van Veilig Thuis en deskundigenrapporten. De psychologische rapporten wijzen op een persoonlijkheidsstoornis met antisociale, borderline en narcistische kenmerken, een parafiele stoornis en ernstige verslavingsproblematiek, met een matig tot hoog recidiverisico zonder behandeling.

De rechtbank acht verdachte verminderd toerekeningsvatbaar en legt een gevangenisstraf van vijf jaar op, mede gelet op zijn bekentenis, medewerking en schuldgevoelens. Daarnaast wordt TBS met voorwaarden opgelegd, inclusief een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel, vanwege het hoge recidiverisico en de ernst van de feiten. De schadevergoeding aan het slachtoffer wordt vastgesteld op €15.000, te vermeerderen met wettelijke rente, met een BEM-clausule ter bescherming van het slachtoffer.

Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf, TBS met voorwaarden en een schadevergoeding van €15.000 aan het slachtoffer.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 08.065896.25 (P)
Datum vonnis: 10 februari 2026
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum 1] 1987 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] ,
nu verblijvende in: P.I. [verblijfplaats] .

1.Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 27 januari 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadslieden mr. T. Vernooij en mr. N. Hannaart, advocaten in Almere, naar voren is gebracht.
Ook heeft de rechtbank kennisgenomen van de namens [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) voorgedragen slachtofferverklaring en van wat namens haar als benadeelde partij door mr. E.W. Baan is aangevoerd.

2.De tenlastelegging

De verdenking komt er, na de aanpassing omschrijving van de tenlastelegging als bedoeld in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van 9 september 2025, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
feit 1:in de periode van [geboortedatum 2] 2019 tot en met [datum] 2020 met zijn dochter [slachtoffer] handelingen heeft gepleegd (mede) bestaande uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer] , terwijl zij de leeftijd van 12 jaren nog niet had bereikt;
feit 2:in de periode van [geboortedatum 2] 2020 tot en met 30 juni 2024 met [slachtoffer] ontucht heeft gepleegd (mede) bestaande uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer] , terwijl zij wel de leeftijd van 12 jaren maar nog niet de leeftijd van 16 jaren had bereikt;
feit 3:in de periode van 1 juli 2024 tot en met [datum] 2024 [slachtoffer] heeft verkracht, terwijl zij wel de leeftijd van 12 jaren maar nog niet de leeftijd van 16 jaren had bereikt;
feit 4: in periode van [geboortedatum 2] 2024 tot en met 27 februari 2025 [slachtoffer] heeft verkracht, terwijl zij wel de leeftijd van 16 jaren maar nog niet de leeftijd van 18 jaren had bereikt.
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
1.
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van [geboortedatum 2] 2019 tot en met [datum] 2020 te Zwolle, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, met zijn kind, althans een kind dat hij verzorgde of opvoedde als behorende tot zijn gezin en/of een aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, te weten zijn dochter [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2008, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten
- het brengen en/of het bewegen van zijn, verdachtes, penis in de vagina en/of tussen de schaamlippen en/of in de mond van die [slachtoffer] en/of - het brengen en/of het bewegen van zijn, verdachtes, vingers in de vagina en/of tussen en/of over de schaamlippen en/of over de clitoris van die [slachtoffer] en/of
- het brengen en/of het bewegen van zijn, verdachtes, tong in de vagina en/of tussen en/of over de schaamlippen en/of over de clitoris van die [slachtoffer] en/of
- het brengen en/of het houden van een vibrator, althans een seksspeeltje in de vagina en/of tussen en/of op de schaamlippen en/of tegen de clitoris van die [slachtoffer] en/of
- het betasten van de borsten en/of de schaamstreek van die [slachtoffer] en/of
- het tonen van porno aan die [slachtoffer] ;
2.
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van [geboortedatum 2] 2020 tot en met 30 juni 2024 te Zwolle, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, met zijn kind, althans een kind dat hij verzorgde of opvoedde als behorende tot zijn gezin en/of een aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, te weten zijn dochter [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2008, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten
- het brengen en/of het bewegen van zijn, verdachtes, penis in de vagina en/of tussen de schaamlippen en/of in de mond van die [slachtoffer] en/of het brengen en/of het bewegen van zijn, verdachtes, vingers in de vagina en/of tussen en/of over de schaamlippen en/of over de clitoris van die [slachtoffer] en/of
- het brengen en/of het bewegen van zijn, verdachtes, tong in de vagina en/of tussen en/of over de schaamlippen en/of over de clitoris van die [slachtoffer] en/of
- het brengen en/of het houden van een vibrator, althans een seksspeeltje in de vagina en/of tussen en/of op de schaamlippen en/of tegen de clitoris van die [slachtoffer] en/of
- het betasten van de borsten en/of de schaamstreek van die [slachtoffer] en/of het tonen van porno aan die [slachtoffer] ;
3.
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 2024 tot en met [datum] 2024 te Zwolle, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2008,
een of meer seksuele handelingen, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] heeft verricht, te weten
- het brengen en/of het bewegen van zijn, verdachtes, penis in de vagina en/of tussen de schaamlippen en/of in de mond van die [slachtoffer] en/of
- het brengen en/of het bewegen van zijn, verdachtes, vingers in de vagina en/of tussen en/of over de schaamlippen en/of over de clitoris van die [slachtoffer] en/of
- het brengen en/of het bewegen van zijn, verdachtes, tong in de vagina en/of tussen en/of over de schaamlippen en/of over de clitoris van die [slachtoffer] en/of
- het brengen en/of het houden van een vibrator, althans een seksspeeltje in de vagina en/of tussen en/of op de schaamlippen en/of tegen de clitoris van die [slachtoffer] en/of
- het betasten van de borsten en/of de schaamstreek van die [slachtoffer] en/of
- het tonen van porno aan die [slachtoffer] ,

terwijl dit feit werd begaan jegens verdachtes kind, een kind dat werd verzorgd of opgevoed als behorend tot het gezin van verdachte en/of een anderszins aan de zorg of waakzaamheid van verdachte toevertrouwd kind;

4.
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van [geboortedatum 2] 2024 tot en met 27 februari 2025 te Zwolle, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal,met een kind in de leeftijd van zestien tot achttien jaren, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2008,
een of meer seksuele handelingen, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] heeft verricht, te weten
- het brengen en/of het bewegen van zijn, verdachtes, penis in de vagina en/of tussen de schaamlippen en/of in de mond van die [slachtoffer] en/of het brengen en/of het bewegen van zijn, verdachtes, vingers in de vagina en/of tussen en/of over de schaamlippen en/of over de clitoris van die [slachtoffer] en/of
- het brengen en/of het bewegen van zijn, verdachtes, tong in de vagina en/of tussen en/of over de schaamlippen en/of over de clitoris van die [slachtoffer] en/of
- het brengen en/of het houden van een vibrator, althans een seksspeeltje in de vagina en/of tussen en/of op de schaamlippen en/of tegen de clitoris van die [slachtoffer] en/of
- het betasten van de borsten en/of de schaamstreek van die [slachtoffer] , terwijl dit feit werd begaan jegens verdachtes kind, een kind dat werd verzorgd of opgevoed als behorend tot het gezin van verdachte en/of een anderszins aan de zorg of waakzaamheid van verdachte toevertrouwd kind.

3.De bewijsmotivering

3.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich, overeenkomstig de inhoud van een aan de rechtbank overgelegd schriftelijk requisitoir, op het standpunt gesteld dat de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard.
3 2 Het standpunt van de verdediging
De raadslieden van verdachte hebben zich, overeenkomstig de inhoud van een aan de rechtbank overgelegde pleitnota, op het standpunt gesteld dat verdachte van het onder 1 ten laste gelegde feit integraal moet worden vrijgesproken. Met betrekking tot het onder 2 ten laste gelegde hebben de raadslieden geen opmerkingen. Van het onder 3 en 4 ten laste gelegde dient verdachte partieel te worden vrijgesproken, namelijk voor wat betreft het verrichten van handelingen met een vibrator dan wel een seksspeeltje.
3.3
Het oordeel van de rechtbank
Namens [slachtoffer] is aangifte gedaan van seksueel misbruik gepleegd door verdachte. Op 4 maart 2025 heeft [slachtoffer] bij de politie verklaard dat het misbruik bestond uit de ten laste gelegde handelingen, dat het misbruik begon vanaf haar elfde en dat zij op 27 februari 2025 voor de laatste keer door verdachte is misbruikt.
Verdachte heeft in zijn verhoor bij de politie op 4 maart 2025 en ook op de terechtzitting van 27 januari 2026 bekend dat hij de ten laste gelegde handelingen heeft verricht, met uitzondering van de handelingen met een vibrator/seksspeeltje. Bij de politie heeft verdachte ook verklaard dat het misbruik van [slachtoffer] later is begonnen, namelijk vanaf haar dertiende. Op de terechtzitting heeft verdachte verklaard dat het misbruik vanaf haar veertiende is begonnen.
Ten aanzien van feit 1:
Verdachte heeft ontkend dat het misbruik van [slachtoffer] vanaf haar elfde jaar plaatsvond. De rechtbank acht dit wel bewezen.
[slachtoffer] heeft in haar verhoor bij de politie uitvoerig en gedetailleerd verklaard over wanneer het misbruik is begonnen. Haar verklaring wordt ondersteund door de rapportage van Veilig Thuis, waaruit blijkt dat [slachtoffer] op 26 oktober 2022, toen zij dertien jaar was, op school aan een medewerker van het Sociaal wijkteam heeft verteld dat het misbruik door verdachte toen al twee jaar gaande was. Tijdens dit gesprek toonde zij verdriet. Daarnaast heeft haar moeder destijds (in oktober 2022) bevestigd dat [slachtoffer] haar twee jaar daarvoor ook al over het misbruik heeft verteld.
[slachtoffer] heeft in haar verhoor bij de politie ook uitvoerig en gedetailleerd verklaard over de handelingen waaruit het seksueel misbruik tijdens haar elfde levensjaar bestond. De rechtbank acht haar verklaring ook op dit punt betrouwbaar. De omschreven feitelijke gang van zaken komt in grote mate overeen met de feitelijke gang van zaken met betrekking tot de bewezen verklaarde feiten 2, 3 en 4. Niet valt in te zien waarom [slachtoffer] nu juist ten aanzien van dit feit niet conform de waarheid zou hebben verklaard.
De rechtbank stelt op grond van de verklaring van [slachtoffer] vast dat verdachte, toen zij elf was, zijn penis in haar vagina heeft gebracht, zijn vingers in haar vagina heeft gebracht, haar borsten en haar schaamstreek heeft betast en dat hij porno aan haar heeft getoond.
De rechtbank acht de overige onder 1 ten laste gelegde handelingen niet wettig en overtuigend bewezen en zal verdachte daarvan vrijspreken.
Ten aanzien van de feiten 2, 3 en 4:
Gelet op deze verklaring van verdachte stelt de rechtbank vast dat ten aanzien van de onder 2, 3 en 4 tenlastegelegde feitelijke gedragingen, met uitzondering van de handelingen met een vibrator/seksspeeltje, sprake is van een bekennende verdachte in de zin van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv). De rechtbank zal daarom ten aanzien van deze feiten volstaan met een opsomming in de bijlage van de bewijsmiddelen die tot de bewezenverklaring daarvan hebben geleid.
De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte in de ten laste gelegde periodes handelingen met een vibrator/seksspeeltje heeft verricht en spreekt hem daarvan vrij.
3.4
De bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:
1.
hij op tijdstippen in de periode van [geboortedatum 2] 2019 tot en met [datum] 2020 te Zwolle, meermalen met zijn kind, te weten zijn dochter [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2008, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten
- het brengen van zijn, verdachtes, penis in de vagina en het bewegen van zijn, verdachtes, vingers in de vagina van die [slachtoffer] en
- het betasten van de borsten en de schaamstreek van die [slachtoffer] en
- het tonen van porno aan die [slachtoffer] ;
2.
hij op tijdstippen in de periode van [geboortedatum 2] 2020 tot en met 30 juni 2024 te Zwolle, meermalen, met zijn kind, te weten zijn dochter [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2008, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten
- het brengen en het bewegen van zijn, verdachtes, penis in de vagina en tussen de schaamlippen en in de mond van die [slachtoffer] en het brengen en het bewegen van zijn, verdachtes, vingers in de vagina en tussen en over de schaamlippen en over de clitoris van die [slachtoffer] en
- het brengen en het bewegen van zijn, verdachtes, tong in de vagina en tussen en over de schaamlippen en over de clitoris van die [slachtoffer] en
- het betasten van de borsten en de schaamstreek van die [slachtoffer] en het tonen van porno aan die [slachtoffer] ;
3.
hij op tijdstippen in de periode van 1 juli 2024 tot en met [datum] 2024 te Zwolle, meermalen, met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2008, seksuele handelingen, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] heeft verricht, te weten
- het brengen en het bewegen van zijn, verdachtes, penis in de vagina en tussen de schaamlippen en in de mond van die [slachtoffer] en
- het brengen en het bewegen van zijn, verdachtes, vingers in de vagina en tussen en over de schaamlippen en over de clitoris van die [slachtoffer] en
- het brengen en het bewegen van zijn, verdachtes, tong in de vagina en tussen en over de schaamlippen en over de clitoris van die [slachtoffer] en
- het betasten van de borsten en de schaamstreek van die [slachtoffer] en
- het tonen van porno aan die [slachtoffer] ,
terwijl dit feit werd begaan jegens verdachtes kind;
4.
hij op tijdstippen in de periode van [geboortedatum 2] 2024 tot en met 27 februari 2025 te Zwolle, meermalen, met een kind in de leeftijd van zestien tot achttien jaren, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2008, seksuele handelingen, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] heeft verricht, te weten
- het brengen en het bewegen van zijn, verdachtes, penis in de vagina en tussen de schaamlippen en in de mond van die [slachtoffer] en het brengen en het bewegen van zijn, verdachtes, vingers in de vagina en tussen en over de schaamlippen en over de clitoris van die [slachtoffer] en
- het brengen en het bewegen van zijn, verdachtes, tong in de vagina en tussen en over de schaamlippen en over de clitoris van die [slachtoffer] en
- het betasten van de borsten en de schaamstreek van die [slachtoffer] , terwijl dit feit werd begaan jegens verdachtes kind.
De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 244 (oud), 245 (oud), 246, 248 (oud) 248 en 254 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1
het misdrijf:
met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, begaan tegen zijn kind;
feit 2
het misdrijf:
met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, begaan tegen zijn kind, meermalen gepleegd;
feit 3
het misdrijf:
verkrachting in de leeftijdscategorie van twaalf tot zestien jaren, begaan jegens een kind van diegene;
feit 4
het misdrijf:
verkrachting in de leeftijdscategorie van zestien tot achttien jaren, begaan jegens een kind van diegene.

5.De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

6.De op te leggen straf of maatregel

6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd de verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van acht jaren, met aftrek van de periode die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.
Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat verdachte ter beschikking wordt gesteld (hierna: TBS) en van overheidswege wordt verpleegd.
Verder heeft de officier van justitie gevorderd dat aan verdachte de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel, genoemd in artikel 38z Sr, wordt opgelegd.
6.2
Het standpunt van de verdediging
De raadslieden hebben primair bepleit om verdachte een deels voorwaardelijke straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen en hem ook geen TBS met verpleging van overheidswege dan wel TBS met voorwaarden op te leggen, omdat niet wordt voldaan aan het gevaarscriterium.
Subsidiair hebben de raadslieden bepleit om te volstaan met de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest met daarnaast een geheel voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden, waarbij kan worden aangesloten bij de door de reclassering in het advies van 13 januari 2026 geformuleerde voorwaarden.
Meer subsidiair hebben de raadslieden bepleit om een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest op te leggen met daarnaast TBS met voorwaarden.
6.3
De gronden voor een straf of maatregel
De aard en ernst van de feiten en relevante omstandigheden
Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.
De aard en ernst van het feit
Verdachte heeft zich gedurende een periode van vijf jaren schuldig gemaakt aan het stelselmatig seksueel misbruiken van zijn oudste dochter, [slachtoffer] . Dit is begonnen toen zij elf jaar oud was en heeft geduurd totdat zij zestien jaar was. Het stopte pas nadat [slachtoffer] haar vriend over het misbruik had verteld en haar oma vervolgens de politie heeft gebeld en verdachte werd aangehouden.
Het misbruik heeft plaatsgevonden in de woning van het gezin, waaronder de slaapkamer van [slachtoffer] . Dat is bij uitstek een plek waar zij veilig zou moeten zijn.
[slachtoffer] is die veiligheid gedurende lange tijd niet geboden, Hoewel verdachte wist dat zij in het verleden door anderen seksueel is misbruikt en dat zij daardoor extra kwetsbaar was, heeft hij haar ook seksueel misbruikt.
Een melding van Veilig Thuis op 26 oktober 2022 heeft hem er niet van weerhouden haar te blijven misbruiken. Hij heeft toen het misbruik stellig ontkend en er niet voor gekozen om hulp te zoeken. Hierdoor heeft hij [slachtoffer] veel extra leed toegebracht.
Verdachte heeft op grove wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van [slachtoffer] . Haar is de kans op een normale seksuele ontwikkeling ontnomen.
Uit de slachtofferverklaring, die namens [slachtoffer] op de zitting is voorgelezen, is op indringende wijze naar voren gekomen dat het misbruik zelf en de gebeurtenissen hier omheen grote impact op haar hebben. Zij is nog vaak boos en verdrietig. Zij kampt met slaapproblemen waarvoor zij slaapmedicatie krijgt en zij heeft een verhoogd risico op trauma. Het is niet ondenkbaar dat zij hier de rest van haar leven last van blijft houden.
Het hoeft geen betoog dat dit soort feiten in de samenleving gevoelens van afschuw en verontwaardiging oproepen.
De persoon van verdachte
De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte van 1 december 2025. Hieruit blijkt dat verdachte in het verleden vele malen is veroordeeld ter zake van vermogensmisdrijven en dat hem in 2005 de PIJ-maatregel is opgelegd. Verdachte is niet eerder veroordeeld voor een zedenmisdrijf.
De rechtbank heeft verder kennisgenomen van het door M. Krops MSc, gezondheidszorgpsycholoog, op 3 oktober 2025 uitgebrachte pro Justitia rapport, en het door drs. A. Banaei Kashani, psychiater op 10 oktober 2025 uitgebrachte pro Justitia rapport.
Krops heeft geconcludeerd dat bij verdachte sprake is van een persoonlijkheidsstoornis met antisociale, borderline en narcistische kenmerken, een ernstige stoornis in het gebruik van 3MMC en licht verstandelijk beperkte verbale vaardigheden.
Banaei Kashani heeft geconcludeerd dat bij verdachte sprake is van een antisociale persoonlijkheidsstoornis, andere gespecificeerde parafiele stoornis en een stoornis in het gebruik van stimulantium, ernstig.
Deze stoornissen waren ook aanwezig ten tijde van de ten laste gelegde feiten.
Krops adviseert verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen en schat het recidiverisico in als matig-hoog indien verdachte zonder behandeling en/of professioneel toezicht zal terugkeren naar de leefomgeving als voorheen.
Krops adviseert de oplegging van TBS met voorwaarden, waarbij de behandeling van verdachte aanvankelijk via een klinische opname in de forensische zorg vormgegeven moet worden.
Op geleide van positieve ontwikkelingen kan dan worden toegewerkt naar ambulante voortzetting van zijn behandeling met blijvende begeleiding, waarnaast een stevig justitieel kader met langdurig reclasseringstoezicht dient te komen om de recidivekansen blijvend te verlagen. Verder adviseert Krops de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel op te leggen.
Banaei Kashani adviseert verdachte als licht verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen.
Ook Banaei Kashani schat het recidiverisico in als matig-hoog als verdachte niet wordt behandeld.
Banaei Kashani adviseert ook de oplegging van TBS met voorwaarden, waarbij een klinische start in een kliniek zoals een FPA of FPK als één van de voorwaarden wordt geadviseerd om een intensieve en stevige start van de behandeling te waarborgen. Er dient getracht te worden om abstinentie van middelen te behouden en middels psycho-educatie dient toegewerkt te worden naar de ontwikkeling van zijn ziekte-inzicht, zowel wat betreft middelengebruik als zijn persoonlijkheid en seksuele problematiek. Verdachte dient adequate coping aan te leren. Het is belangrijk om verdachte te blijven motiveren voor het geven van openheid over zijn seksualiteit. Door de complexiteit van de problematiek en het recidiverende karakter van zijn seksueel grensoverschrijdende gedrag is een stevig risicomanagement noodzakelijk. Verdachte heeft de neiging om zorg en bemoeienis af te houden. Daarom is het noodzakelijk om de behandeling langdurig te laten plaatsvinden, alle aspecten van de problematiek van verdachte te behandelen en het contact met zijn kinderen te blijven monitoren.
Ook Banaei Kashani adviseert om daarnaast de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel op te leggen, zodat in de toekomst, ook na het beëindigen van de TBS, monitoring en begeleiding van verdachte mogelijk blijft.
De rechtbank heeft tot slot acht geslagen op een door de reclasseringswerker [reclasseringswerker] opgemaakt maatregelrapport van 13 januari 2026 waarin de reclassering adviseert om aan verdachte TBS met voorwaarden op te leggen. De reclassering acht het van belang dat verdachte voor zijn parafiele stoornis, zijn persoonlijkheidsproblematiek en voor zijn forse verslavingsproblematiek wordt behandeld om het recidiverisico te verlagen. De reclassering adviseert de voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren en daarnaast de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel op te leggen. Het recidiverisico wordt door de reclassering ingeschat als hoog.
Toerekenbaarheid en op te leggen gevangenisstraf
Voor wat betreft de mate van toerekeningsvatbaarheid van verdachte heeft de rechtbank gekeken naar de verschillende visies van de deskundigen hierover. De rechtbank neemt de conclusies op de in de rapportages daarvoor uiteengezette gronden over en acht verdachte ten aanzien van de bewezenverklaarde feiten verminderd toerekeningsvatbaar.
De rechtbank is van oordeel dat verdachte ter zake van de bewezenverklaarde feiten zonder meer een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van lange duur moet worden opgelegd.
De aard en ernst van de bewezen en strafbaar verklaarde feiten zouden door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend worden.
De rechtbank ziet gelet op de grotendeels bekennende verklaring van verdachte, zijn medewerking aan de persoonlijkheidsonderzoeken, zijn tegenover [slachtoffer] uitgesproken verantwoordelijkheid, schuld en spijt en bereidheid tot betalen van schadevergoeding, de omstandigheid dat de feiten verdachte in verminderde mate kunnen worden toegerekend en de hierna te bespreken TBS-maatregel, aanleiding om verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren op te leggen.
De oplegging van de TBS-maatregel met voorwaarden
De rechtbank stelt vast dat is voldaan aan de wettelijke vereisten voor het opleggen van de TBS-maatregel.
De rechtbank beschikt over een advies van deskundigen van verschillende disciplines, waaronder een psychiater, die verdachte hebben onderzocht. De door verdachte begane feiten betreffen misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld. Met inachtneming van de conclusies en de advies van de deskundigen stelt de rechtbank vast dat bij verdachte tijdens het begaan van de bewezen verklaarde feiten een ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond. Ook is duidelijk beschreven in de rapporten dat er sprake is van recidivegevaar, en stelt de rechtbank vast dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen, de oplegging van de maatregel eist.
Het verweer dat niet is voldaan aan het gevaarscriterium omdat het recidivegevaar slechts binnen de (eigen) gezinssituatie aanwezig is en dat dit door het opgestelde veiligheidsplan voldoende is ondervangen, brengt de rechtbank niet tot een ander oordeel. Het veiligheidsplan biedt enige bescherming op het moment dat dit geldt en wordt nagekomen, maar biedt onvoldoende waarborgen voor de toekomst. De rechtbank neemt verder in aanmerking dat het recidiverisico door de reclassering wordt ingeschat als hoog.
De rechtbank zal gelasten dat verdachte ter beschikking wordt gesteld.
Gezien de inhoud van de rapporten zoals hiervoor omschreven ziet de rechtbank aanleiding om de maatregel op te leggen met de voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd en zoals deze hierna (in het dictum) zijn opgenomen.
Ongemaximeerde TBS maatregel
De rechtbank overweegt dat de maatregel van terbeschikkingstelling wordt opgelegd ter zake van misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.
De rechtbank heeft bewezen verklaard dat verdachte seksueel is binnengedrongen bij zijn minderjarige dochter. Hiermee heeft hij de fysieke integriteit van zijn slachtoffer geschonden. Dit heeft onmiskenbaar geleid tot een schending van de onaantastbaarheid van het lichaam van dit slachtoffer. De maatregel kan daarom langer duren dan vier jaar.
Dadelijke uitvoerbaarheid
Gelet op al hetgeen hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte – zonder behandeling – wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meerdere personen. De rechtbank zal daarom bevelen dat de TBS-maatregel met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is.
Schorsing van de voorlopige hechtenis
In zijn arrest van 26 november 2024 (ECLI:NL:HR:2024:1729, r.o. 6.5.) heeft de Hoge Raad uiteengezet dat er geen mogelijkheid bestaat om een nog niet onherroepelijk geworden dadelijk uitvoerbare TBS-maatregel met voorwaarden ‘om te zetten’ in een TBS-maatregel met verpleging van overheidswege.
De rechtbank zal met het oog daarop bevelen dat de voorlopige hechtenis wordt geschorst met ingang van het tijdstip waarop de verdachte voor zijn klinische behandeling binnen een zorginstelling of een soortgelijke instelling dan wel in een soortgelijke instelling ter overbrugging zal worden opgenomen. Zou de verdachte de in dat kader te stellen voorwaarden niet naleven terwijl dit vonnis nog niet onherroepelijk is, dan bestaat de mogelijkheid om de opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis te bevelen. Op die manier wordt de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen gewaarborgd. Aan de schorsing zal de rechtbank dezelfde voorwaarden verbinden als te stellen in het kader van de TBS-maatregel.
Gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (GVM)
De rechtbank leidt uit de stukken over de persoon van de verdachte af dat de verdachte langdurig behandeling nodig heeft. Mede gelet op de inschatting van de deskundigen en de reclassering is de rechtbank van oordeel dat het creëren van een mogelijkheid om de verdachte, ook na beëindiging van de TBS-maatregel, langdurig onder toezicht te stellen noodzakelijk is om recidive te voorkomen. De rechtbank constateert dat de oplegging van deze maatregel in het belang van de bescherming van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen is en dat daarmee aan de wettelijke voorwaarden voor oplegging van een GVM is voldaan. De rechtbank zal daarom, overeenkomstig het advies van de reclassering, aan de verdachte een GVM als bedoeld in artikel 38z Sr opleggen.

7.De schade van benadeelde

7.1
De vordering van de benadeelde partij
[slachtoffer] , vertegenwoordigd door haar wettelijke vertegenwoordiger [naam 1] , heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. Namens de benadeelde partij is mr. E.W. Baan, advocaat te Enschede opgetreden.
De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 15.535,00 (vijftienduizend vijfhonderd vijfendertig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het midden van de ten laste gelegde periode, te weten 12 juli 2022. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:
- toekomstige kosten eigen risico ten bedrage van € 385,00;
- toekomstige reiskosten ten bedrage van € 150,00.
Ter vergoeding van immateriële schade wordt een bedrag van € 15.000,00 gevorderd.
7.2
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie geeft in overweging dat de vordering van de benadeelde partij geheel wordt toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente.
7.3
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft geen opmerkingen ten aanzien van de vordering. Verdachte is bereid de schade volledig te betalen.
7.4
Het oordeel van de rechtbank
Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door de bewezen verklaarde feiten rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij.
Materiële schade
Nu de opgevoerde schadeposten ‘kosten eigen risico’ en ‘reiskosten’ mogelijk toekomstige schade betreft waarvan op dit moment onzeker is of deze schade daadwerkelijk zal worden geleden, zal de rechtbank de benadeelde partij voor wat betreft deze posten niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.
Immateriële schade
Wat betreft de gevorderde immateriële schade overweegt de rechtbank als volgt. Op grond van artikel 6:106 sub b van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) heeft de benadeelde recht op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding, anders dan vermogensschade, als de benadeelde lichamelijk letsel heeft opgelopen, in haar eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in haar persoon is aangetast. De rechtbank begrijpt dat de vordering van de benadeelde partij in dit geval op deze laatste grondslag is gebaseerd.
Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld. Als geestelijk letsel niet kan worden vastgesteld, kan de aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ volgen uit de aard en de ernst van de normschending (het strafbare feit) en de gevolgen daarvan. De gevolgen moeten met concrete gegevens worden onderbouwd. In uitzonderlijke situaties kunnen de nadelige gevolgen voor het slachtoffer zó voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon.
Naar het oordeel van de rechtbank is namens [slachtoffer] met voldoende concrete gegevens onderbouwd dat zij ernstige nadelige gevolgen heeft ondervonden van het bewezenverklaarde handelen van verdachte. De rechtbank komt op grond van de aard en ernst van de normschending en de gevolgen daarvan tot de vaststelling dat [slachtoffer] op andere wijze in haar persoon is aangetast zoals bedoeld in artikel 6:106 sub b BW Pro.
Gelet op de bedragen die in soortgelijke zaken als schadevergoeding worden toegekend, is de rechtbank van oordeel dat de gevraagde vergoeding billijk is.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het gevorderde toewijzen tot een totaalbedrag van € 15.000.00 (bestaande uit immateriële schade), te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf 12 juli 2022.
BEM-clausule
De rechtbank zal bepalen dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen immateriële schadevergoeding van € 15.000,00 zal worden gestort op een ten behoeve van de benadeelde partij te openen rekening met een zogenoemde BEM (Belegging, Erfenis en andere gelden Minderjarigen)-clausule. Een dergelijke BEM-clausule is bedoeld ter bescherming van de belangen van de minderjarige. De minderjarige en zijn wettelijke vertegenwoordiger kunnen aldus slechts met toestemming van de kantonrechter over het vermogen van de minderjarige beschikken tot zij achttien jaar is.
7.5
De schadevergoedingsmaatregel
De benadeelde partij heeft verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de feiten is toegebracht.
Als door de verdachte niet volledig wordt betaald, kan deze verplichting worden aangevuld met 100 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.

8.De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 37a, 38, 38a en 57 Sr .

9.De beslissing

De rechtbank:
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
strafbaarheid feiten
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
feit 1, het misdrijf:
met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, begaan tegen zijn kind;
feit 2, het misdrijf:
met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, begaan tegen zijn kind, meermalen gepleegd;
feit 3, het misdrijf:
verkrachting in de leeftijdscategorie van twaalf tot zestien jaren, begaan jegens een kind van diegene;
feit 4, het misdrijf:
verkrachting in de leeftijdscategorie van zestien tot achttien jaren, begaan jegens een kind van diegene.
strafbaarheid verdachte
- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1, 2, 3 en 4 bewezen verklaarde;
straf
- veroordeelt verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
5 (vijf) jaren;
- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;
maatregel
- gelast dat de verdachte
ter beschikking wordt gestelden stelt daarbij de volgende
voorwaarden;
1. Verdachte maakt zich niet schuldig aan een strafbaar feit;
2. Verdachte werkt mee aan het reclasseringstoezicht. Deze medewerking houdt onder andere in dat verdachte:
  • zich meldt op afspraken bij de reclassering. De reclassering bepaalt hoe vaak dat nodig is
  • één of meer vingerafdrukken laat afnemen en een geldig identiteitsbewijs laat zien. Dit is nodig om de identiteit van verdachte vast te stellen;
  • zich houdt aan de aanwijzingen van de reclassering. De reclassering kan aanwijzingen geven die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om verdachte te helpen bij het naleven van de voorwaarden;
  • de reclassering helpt aan een actuele foto waarop zijn gezicht herkenbaar is. Deze foto is nodig voor opsporing bij ongeoorloofde afwezigheid;
  • meewerkt aan huisbezoeken;
  • de reclassering inzicht geeft in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners;
  • zich niet op een ander adres vestigt zonder toestemming van de reclassering;
  • meewerkt aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met verdachte, als dat van belang is voor het toezicht.
3. Verdachte gaat niet naar het buitenland of het Caribisch deel van het Koninkrijk der
Nederlanden, zonder toestemming van de reclassering;
4. Verdachte laat zich opnemen in een door het IFZ geïndiceerde zorginstelling of een
soortgelijke zorginstelling, dan wel in een soortgelijke instelling ter overbrugging, te bepalen
door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De opname duurt zolang de
reclassering dat nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die
de zorginstelling geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het
innemen van medicijnen vallen, als de zorginstelling dat nodig vindt.
Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg, begeleid wonen of maatschappelijke
opvang gewenst vindt, werkt verdachte mee aan de indicatiestelling en plaatsing;
5. Verdachte laat zich, na zijn klinische behandeling, behandelen door
een nader te bepalen ambulante zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De
behandeling duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de
huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de
problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat
nodig vindt.
6. Verdachte verblijft, na zijn klinische behandeling, in een instelling voor beschermd wonen
of begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering.
Het verblijf duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de
huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor
hem heeft opgesteld.
7. Als de reclassering dat nodig vindt en verdachte daarmee instemt, kan verdachte voor een
time-out worden opgenomen in een forensisch psychiatrisch centrum (fpc) ot of andere
instelling. Deze time-out duurt totdat de reclassering of verdachte deze beëindigt, maar
maximaal zeven weken, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens maximaal zeven
weken, tot maximaal veertien weken per jaar;
8. Verdachte gebruikt geen drugs en alcohol en werkt mee aan controle op dit verbod. De
controle gebeurt met urineonderzoek, alcoholband of blaastest. De reclassering bepaalt hoe
vaak verdachte wordt gecontroleerd.
9. Verdachte heeft of zoekt op geen enkele wijze - direct of indirect - contact met het
slachtoffer zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt.
10. Verdachte spant zich in voor het vinden en behouden van (betaald) werk, en/of
vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen
van delictgedrag.
draagt de reclassering op verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van de
voorwaarden;
- bepaalt dat de
tenuitvoerleggingvan de maatregel terbeschikkingstelling met voorwaarden
dadelijk uitvoerbaaris;
- legt aan de verdachte op de
maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperkingals bedoeld in artikel 38z Sr;
schadevergoeding
- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 15.000,00 (bestaande uit immateriële schade);
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] (feiten 1, 2, 3 en 4): van een bedrag van € 15.000,00 (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 juli 2022;
- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
- legt de
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van de bewezen verklaarde feiten tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 15.000,00, (zegge: vijftienduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 juli 2022 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 100 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
- bepaalt dat als de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van de verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als de verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;
- bepaalt dat de benadeelde partij: [slachtoffer] , voor een deel van € 535,00 niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- bepaalt dat de aan [slachtoffer] te betalen immateriële schadevergoeding van € 15.000,- zal worden gestort op een ten behoeve van de benadeelde partij te openen rekening met een BEM-clausule.
Schorsing voorlopige hechtenis
- beveelt de
schorsing van de voorlopige hechtenisvan de verdachte met ingang van het moment waarop de terbeschikkinggestelde zich heeft laten opnemen in een zorginstelling, dan wel in een instelling ter overbrugging, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. Aan de schorsing worden de voorwaarden verbonden, zoals deze onder 1 tot en met 10 zijn vermeld bij de voorwaarden betreffende het gedrag van de terbeschikkinggestelde.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. van Holten, voorzitter, mr. B.T.C. Jordaans en mr. R.J. Postma, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.R. Lageveen, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2026.
Bijlage bewijsmiddelen
Leeswijzer
Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.
Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland, Dienst Regionale Recherche, Team Zeden met nummer 2025096454, OBRBC25009/CHEOPS. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.
Ten aanzien van de feit 1:
1. het proces-verbaal van verhoor getuige van 4 maart 2025, pagina’s 14 tot en met 24, inhoudende de door [slachtoffer] afgelegde verklaring, zakelijk weergegeven:
Vanaf mijn 11e begon het dat mijn vader [verdachte] mij aanraakte en mij porno liet zien. Hij raakte mij borsten en daarna mijn vagina aan. Hij voelde dan met zijn hand. Hij voelde dan overal bij mijn vagina. Hij voelde dan ook in het spleetje en ook in het gaatje. Hij vertelde dat wij vrouwen zo’n vliesje hebben dat kapot moet. Toen heeft hij dus een paar keer geprobeerd dat kapot te maken. Uiteindelijk is hem dat ook gelukt. Hij ging gewoon met zijn lul er in en bleef gewoon drukken. Ik moest huilen want dat deed hartstikke veel pijn. Ik was nog maar 11 jaar en nog gewoon maagd natuurlijk. Hij stopte als hij klaar was gekomen.
De eerste keer was op een bed of matras.
2. een schriftelijk bescheid, te weten een rapportage van Veilig Thuis, casusnummer [nummer] , pagina’s 401, 409 en 410, inhoudende:
Casusnaam: [slachtoffer]
Soort casus: Melding
Ontvangstdatum melding 26-10-2022
Situatieomschrijving:
[naam 2] SWT [naam 3]
SWT-> praktijkonderwijs
Betrokken leerling: [slachtoffer]
Meisje van 13 vertelt dat ze seksueel misbruikt wordt door haar vader. Het begon 2 jaar geleden en begon met aanraken. Destijds geprobeerd te penetreren, deed erg pijn. (…)
Datum contact 26-10-2022 (…)
Gesprek 1 met [slachtoffer] en SWT op school (…)
[slachtoffer] vertelt vandaag dat ze al langere tijd misbruikt wordt door haar vader.
[slachtoffer] heeft aan SWT verteld dat het misbruik zou plaatsvinden als moeder op vrijdagavond op familiebezoek is. Ze zouden samen gamen, vader zou porno films opzitten en haar misbruiken (ook pentratie). Dit zou ongeveer 2 jaar gaande zijn. Zij zou dit eerder tegen moeder verteld hebben, maar die zou haar niet geloofd hebben. (…) [slachtoffer] toont verdriet (…)
Gesprek 2: moeder, SWT en VTIJ (…)
VTIJ geeft aan [slachtoffer] aangeeft dat zij dit 2 jaar geleden ook gezegd zou hebben tegen moeder. Moeder geeft aan dat dat klopt (…)
Ten aanzien van de feiten 2, 3 en 4:
3. het proces-verbaal ter terechtzitting van 27 januari 2026, inhoudende de door verdachte afgelegde bekennende verklaring;
4. het proces-verbaal van verhoor verdachte van 4 maart 2025, pagina’s 277 tot en met 297, inhoudende de door verdachte afgelegde bekennende verklaring;
5. het proces-verbaal van verhoor getuige van 4 maart 2025, pagina’s 14 tot en met 24, inhoudende de door [slachtoffer] afgelegde verklaring.