2.9.Verder wijkt het rapport BBD op andere punten af van het rapport [bedrijf 1].
Per regel, waarbij wordt verwezen naar de begroting in rechtsoverweging 2.10, zal de rechtbank aangeven welk rapport zij volgt en met welke reden.
2.9.1.Regel 4 “Beproevingen en advieskosten”. Zonder enige uitleg valt niet in te zien om welke reden deze post niet voor vergoeding in aanmerking zou moeten komen.
De rechtbank volgt rapport [bedrijf 1] op dit punt.
2.9.2.Regel 10 “Vloeren op grondslag in huis”. Zonder enige uitleg valt niet in te zien om welke reden deze post niet voor vergoeding in aanmerking zou moeten komen. Aangezien het om aan- en verbouw gaat, kan worden aangenomen dat ook de vloer in de woning deels door het herstel wordt geraakt. De rechtbank volgt rapport [bedrijf 1] op dit punt.
2.9.3.Regel 18 “Isolaties leveren en aanbrengen daken”. [partij A] is op dit punt niet ingegaan. Aangezien uit de begroting van [bedrijf 1] niet expliciet volgt dat deze kosten zijn uitgesloten, gaat de rechtbank ervan uit dat in regel 16 “Daken” de kosten van isolatie zijn inbegrepen. Uit de aannemingsovereenkomst volgt, in samenhang met rechtsoverweging 4.6.2. van het vonnis van 28 mei 2025, dat levering en aanbrengen van isolatie (met uitzondering van bodemisolatie) buiten de aannemingsovereenkomst valt.
Op goede gronden worden deze kosten dus in mindering gebracht. Niet het rapport [bedrijf 1], maar het rapport BBD wordt op dit punt gevolgd.
2.9.4.Regel 19 “Isolaties leveren en aanbrengen wanden”. [partij A] is op dit punt niet ingegaan. Aangezien uit de begroting van [bedrijf 1] niet expliciet volgt dat deze kosten zijn uitgesloten, gaat de rechtbank ervan uit dat in regel 14 “Buitenwanden” en regel 15 “Binnenwanden” de kosten van isolatie zijn inbegrepen. Uit de aannemingsovereenkomst volgt, in samenhang met rechtsoverweging 4.6.2. van het vonnis van 28 mei 2025, dat levering en aanbrengen van isolatie (met uitzondering van bodemisolatie) buiten de aannemingsovereenkomst valt. Op goede gronden worden deze kosten dus in mindering gebracht. Niet het rapport [bedrijf 1], maar het rapport BBD wordt op dit punt gevolgd.
2.9.5.Regel 20 “Houtskeletbouw multiplex”. Zonder enige uitleg valt niet in te zien om welke reden deze post in mindering zou moeten strekken op de vergoeding. De rechtbank volgt het rapport [bedrijf 1] op dit punt.
2.9.6.Regel 25 “Hang en sluitwerk binnendeuren”. [partij A] is op dit punt niet ingegaan. Aangezien uit de begroting van [bedrijf 1] niet expliciet volgt dat deze kosten zijn uitgesloten, gaat de rechtbank ervan uit dat in regel 29 “Binnenwandafwerkingen” deze kosten zijn inbegrepen. De kosten vallen blijkens de aannemingsovereenkomst echter buiten de scope van het aangenomen werk. Niet het rapport [bedrijf 1], maar het rapport BBD wordt op dit punt gevolgd.
2.9.7.Regel 26 “Bouwkundige voorzieningen tbv installaties”. Zonder toelichting, maar deze ontbreekt, valt niet in te zien om welke reden een post onder deze naam in mindering moet worden gebracht op de te vergoeden schade.
2.9.8.Regel 35 “Schilderwerken kozijn bi-bui”. [partij A] is op dit punt niet ingegaan. Aangezien uit de begroting van [bedrijf 1] niet expliciet volgt dat deze kosten zijn uitgesloten, gaat de rechtbank ervan uit dat in regel 28 “Buitenwandafwerkingen” en regel 29 “Binnenwandafwerkingen” de kosten van schilderwerk zijn inbegrepen. Uit de aannemingsovereenkomst volgt echter dat dit niet in de scope van het aangenomen werk zit (“Alle geschilderde delen worden gegrond geleverd, verder geen schilderwerkzaamheden”). Op goede gronden worden deze kosten dus in mindering gebracht. De rechtbank volgt het rapport BBD op dit punt.
2.9.9.Regel 36 “Binnenwandafwerkingen”. Zonder toelichting, maar deze ontbreekt, valt niet in te zien om welke reden deze post in mindering moet worden gebracht op de te vergoeden schade, waardoor regel 29 per saldo op ongeveer nihil wordt gesteld.
2.9.10.Regel 37 “Plafondafwerkingen Schilderwerken”. [partij A] is op dit punt niet ingegaan. Aangezien uit de begroting van [bedrijf 1] niet expliciet volgt dat deze kosten zijn uitgesloten, gaat de rechtbank ervan uit dat in regel 45 “Plafondafwerkingen” de kosten van schilderwerk zijn inbegrepen. Uit de aannemingsovereenkomst volgt echter dat dit niet in de scope van het aangenomen werk zit (“Alle geschilderde delen worden gegrond geleverd, verder geen schilderwerkzaamheden”). Op goede gronden worden deze kosten dus in mindering gebracht. De rechtbank volgt het rapport BBD op dit punt.
2.9.11.Regel 38 “afwerkingspakketten”. Zonder toelichting, maar deze ontbreekt, valt niet in te zien om welke reden deze post in mindering moet worden gebracht op de te vergoeden schade, waardoor regel 34 per saldo op ongeveer nihil wordt gesteld.
2.9.12.Regels 40, 41, 42. (“Bouwplaatskosten”, “Algemene kosten” en “Winst en risico”) Zonder toelichting is in het BBD rapport uitgegaan van andere percentages dan in het rapport [bedrijf 1]. De rechtbank volgt het rapport [bedrijf 1] op deze punten.
2.9.13.Regel 43 “CAR-verzekering”. [partij A] is op dit punt niet ingegaan. In het rapport BBD wordt gemotiveerd dat de CAR-verzekering onder de algemene bouwplaatskosten moet worden geschaard. De rechtbank volgt BBD op dit punt.
2.9.14.Regels 46 tot en met 56 (“Installaties”). Uit de aannemingsovereenkomst volgt niet dat levering en installatie warmte- of elektrotechnische installaties binnen de scope van het aangenomen werk viel. De rechtbank zal deze posten op nihil stellen, evenals de daaraan gerelateerde indirecte bouwkosten.
2.9.15.Regels 58 tot en met 67 (“Vaste inrichtingen en voorzieningen”). Zie rechtsoverweging 2.7.1. De rechtbank zal deze posten op nihil stellen, evenals de daaraan gerelateerde indirecte bouwkosten.
2.9.16.Regel 69 tot en met 77 (“Terrein”). [partij A] is op dit punt niet ingegaan. Niet valt in te zien dat inrichting van de voor- en achtertuin onderdeel uitmaakte van het door [partij B] aanvaarde werk. Deze post, en de als gevolg daarvan te maken indirecte bouwkosten zullen op nihil worden gesteld.
2.9.17.Regel 79 tot en met 84 (“Algemene uitvoeringskosten/diverse”). Deze regels zijn in het rapport [bedrijf 1] opgenomen en betreffen volgens BBD een dubbeltelling. De rechtbank volgt het rapport BBD hierin niet, omdat de bouwkosten genoemd in regel 109, de (gesaldeerde) directe bouwkosten betreft. Van een dubbeltelling is dus geen sprake.
2.9.18.Regels 87 tot en met 97. Zie rechtsoverweging 2.8 en 2.8.1.
2.9.19.Regel 98 (“Tijdelijke huisvesting”). Zonder toelichting is deze post niet teruggekomen in het rapport BBD. Niet valt in te zien om welke reden deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking zouden moeten komen.
2.9.20.Regel 102 (“onvoorzien”). In antwoord op vraag 3 is in het rapport [bedrijf 1] onderbouwd uitgelegd om welke reden deze post dient te worden opgenomen. Zonder uitleg is in het rapport BBD deze post niet genoemd. De rechtbank volgt het rapport [bedrijf 1] op dit punt.
2.9.21.Regel 103 (“indexering naar prijspeil 2026”). Zonder uitleg is in het rapport BBD deze post niet overgenomen. De rechtbank volgt het rapport [bedrijf 1] op dit punt. Dat heeft wel tot gevolg dat de wettelijke rente over de schade (gevorderd vanaf 1 juli 2024), die een schadevergoeding voor vertraging in de betaling van een geldsom inhoudt, over de periode tot aan indexatie niet voor vergoeding in aanmerking komt, maar pas vanaf 1 januari 2026.