Uitspraak
1.De zaak en de beslissing in het kort
2.De procedure
- de conclusie van antwoord met eis in voorwaardelijke reconventie,
- de conclusie van antwoord in voorwaardelijke reconventie,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
omdat[partij B] verbeteringen aanbracht aan het gehuurde, volgt uit de brief van [naam] in ieder geval wel dát hij heeft afgezien van het indexeren van de huurprijs tot december 2022. Uit de brief volgt immers dat de huurprijs sinds de aanvang van de huur nog nooit is verhoogd, dat per januari 2023 de aanvangshuurprijs van € 15.000,- wordt verhoogd naar € 15.635,- en dat de huurprijs vanaf dat moment jaarlijks geïndexeerd zal worden. Uit de brief volgt daarom dat [naam] zonder voorbehoud bewust heeft afgezien van de jaarlijkse indexatie in het verleden. Daar komt bij dat [naam] de (geïndexeerde) huur tot 2023 nooit bij [partij B] in rekening heeft gebracht en dat niet gesteld of gebleken is dat hij op een andere wijze aanspraak maakte op de geïndexeerde huur. Voor zover [naam] , zoals [partij A] stelt, niet bedoeld heeft afstand te doen van de geïndexeerde huur, mocht [partij B] er gelet op de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden gerechtvaardigd op vertrouwen dat [naam] na de brief van 18 december 2022 geen aanspraak meer zou maken op indexatie van de huurprijs met terugwerkende kracht.