ECLI:NL:RBOVE:2026:662

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
11 februari 2026
Zaaknummer
12007529 \ CV EXPL 25-2182
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:265 lid 1 BWArt. 6:96 lid 6 BWBesluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens huurachterstand met betalingsregeling

De huurder heeft een woning gehuurd van de verhuurder tegen een maandelijkse huurprijs van €553,49. Er is een aanzienlijke huurachterstand ontstaan, erkend door de huurder, die hulp krijgt van de Stadsbank vanwege financiële problemen.

De verhuurder vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van de woning en betaling van de huurachterstand met bijkomende kosten. De huurder erkent de achterstand maar verzet zich tegen ontbinding en ontruiming, en wenst een betalingsregeling.

De kantonrechter oordeelt dat de omvang van de betalingsachterstand ontbinding rechtvaardigt, maar stemt in met een voorwaardelijke ontbinding onder strikte voorwaarden. Er wordt een betalingsregeling getroffen waarbij de huurder twee maanden huur vóór 31 januari 2026 moet betalen en vanaf maart 2026 maandelijks €250 aan de gemachtigde van de verhuurder. Tevens moet de huurder de lopende huur tijdig betalen en bij de Stadsbank blijven met een budgetbeheerrekening.

Bij overtreding van deze voorwaarden wordt de huurovereenkomst automatisch ontbonden en kan ontruiming binnen 14 dagen worden geëist. Daarnaast worden wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten toegewezen aan de verhuurder.

Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden met een betalingsregeling en voorwaardelijke ontruiming bij niet-naleving.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: 12007529 \ CV EXPL 25-2182
Vonnis van 10 februari 2026
in de zaak van
STICHTING REGGEWOON,
te Nijverdal,
eisende partij,
hierna te noemen: de verhuurder,
gemachtigde: Deurwaarderskantoor Wigger Van het Laar,
tegen
[gedaagde],
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de huurder,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 5 december 2025;
- de (mondelinge) conclusie van antwoord van 16 december 2025;
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald.
1.2.
De mondelinge behandeling is gehouden op 27 januari 2026. Namens de verhuurder is verschenen mevrouw [huurconsulent] (huurconsulent), vergezeld van mevrouw L. Veld, werkzaam bij Deurwaarderskantoor Wigger van het Laar. De huurder is eveneens verschenen, vergezeld van zijn vader. Van hetgeen tijdens de mondelinge behandeling aan de orde is gekomen heeft de griffier aantekeningen gemaakt.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
De huurder huurt van de verhuurder de woning gelegen aan [adres] te [woonplaats] tegen een huurprijs van op dit moment € 553,49 per maand, bij vooruitbetaling te voldoen.
2.2.
Vast staat dat er een achterstand bestaat in de huurbetalingen.
3. Het geschil
3.1.
De verhuurder vordert kort gezegd ontbinding van de huurovereenkomst tussen partijen en ontruiming van het gehuurde, alsmede betaling van de huurachterstand met nevenvorderingen.
3.2.
Aan deze vordering legt de verhuurder ten grondslag dat de huurder zijn betalingsverplichting voortvloeiend uit de tussen partijen bestaande huurovereenkomst niet is nagekomen.
3.3.
De huurder erkent de betalingsachterstand maar is het niet eens met de gevorderde ontbinding en ontruiming. De huurder voert aan dat hij vanwege financiële omstandigheden niet in staat is (geweest) de achterstallige huur te voldoen. De huurder krijgt voor zijn financiële situatie hulp van de Stadsbank. De huurder wil graag een betalingsregeling treffen.

4.De beoordeling

Ambtshalve toetsing

4.1.
De kantonrechter heeft ambtshalve beoordeeld of in de overeenkomst en/of de daarop van toepassing zijnde overgelegde algemene voorwaarden bepalingen zijn opgenomen ten aanzien van de hoofdsom, gevorderde vergoeding voor gemaakte buitengerechtelijke incassokosten en/of de gevorderde vergoeding van rente, die zodanig afwijken van de wettelijke regelingen dat de consument daardoor aanzienlijk wordt benadeeld en door de kantonrechter vernietigd moeten worden. Dat is niet het geval.
De huurachterstand.
4.2.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de verhuurder naar voren gebracht dat er nog (twee) betalingen zijn verricht waardoor aan achterstand voor de maand maart 2025 nog resteert een bedrag van € 137,74. Ook is de huur van de maand januari 2026 betaald. Dat betekent dat aan huurachterstand tot en met januari 2026 nog een bedrag openstaat van
€ 2.351,70. Dit (door de huurder erkende) bedrag zal worden toegewezen.
De ontbinding en ontruiming.
4.3.
Op grond van artikel 6:265 lid 1 BW Pro geeft iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Deze rechtsregel brengt tot uitdrukking dat slechts een tekortkoming van voldoende gewicht recht geeft op (gehele of gedeeltelijke) ontbinding van de overeenkomst (HR ECLI:NL:HR:2018:1810). Bij de beantwoording van de vraag of ontbinding van deze huurovereenkomst gerechtvaardigd is kunnen alle omstandigheden van het geval van belang zijn.
4.4.
De kantonrechter is van oordeel dat de betalingsachterstand, waarvan in deze zaak sprake is, van zodanige omvang is, dat deze de vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt.
4.5.
De verhuurder en de huurder hebben echter een in het vonnis op te nemen betalingsregeling getroffen, inhoudende dat de huurder vóór 31 januari 2026 twee maanden huur overmaakt en met ingang van maart 2026 maandelijks (vóór de eerste van iedere maand) een bedrag van € 250,00 betaalt ter aflossing van de huurachterstand en de proceskosten. Deze bedragen moet de huurder betalen aan de gemachtigde van de verhuurder (op rekeningnummer [rekeningnummer] o.v.v. [nummer] ). Daarnaast moet de huurder ook de lopende huur op tijd (gaan) betalen. De lopende huur moet de huurder betalen aan de verhuurder. Verder hebben de huurder en de verhuurder afgesproken dat de huurder bij de Stadsbank Oost Nederland blijft met een budgetbeheerrekening.
De verhuurder en de huurder hebben ingestemd met voorwaardelijke ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming onder de hieronder vermelde voorwaarden. De kantonrechter zal de regeling hierna opnemen in het dictum. De kantonrechter wijst de huurder erop dat overtreding van de genoemde voorwaarden door hem automatisch met zich brengt dat de huurovereenkomst alsnog is ontbonden en de huurder de woning alsnog zal moeten ontruimen als de verhuurder dat verlangt (en het vonnis ten uitvoer legt). De termijn voor ontruiming zal op 14 dagen worden gesteld.
De bijkomende kosten.
4.6.
De gevorderde wettelijke rente zal, als onweersproken, worden toegewezen zoals hierna vermeld.
4.7.
De verhuurder heeft een bedrag van € 355,23 inclusief btw aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. De verhuurder heeft aan de huurder een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW Pro. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen.
De proceskosten.
4.8.
De huurder zal als de verliezende partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de verhuurder worden begroot op:
- dagvaarding € 145,45
- griffierecht € 514,00
- salaris gemachtigde € 506,00 (2 punt x tarief € 253,00)
- nakosten
€ 126,50
Totaal € 1.291,95

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt de huurder om aan de verhuurder te betalen een bedrag van € 2.739,90 (bestaande uit € 2.351,70 aan huurachterstand tot en met januari 2026 plus € 33,20 aan wettelijke rente berekend tot 5 december 2025 plus € 355,23 (incl. btw) aan buitengerechtelijke incassokosten), te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.510,71 vanaf 5 december 2025 tot de dag van de (verschillende) deelbetalingen en daarna steeds over de nog openstaande huurachterstand tot aan de dag van volledige betaling;
5.2.
veroordeelt de huurder in de proceskosten begroot op € 1.291,95;
5.3.
ontbindt de huurovereenkomst tussen partijen met betrekking tot de woning aan de [adres] te ( [postcode] ) [woonplaats] en veroordeelt de huurder om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen en te verlaten met alle personen en zaken die zich vanwege de huurder daar bevinden en het gehuurde onder overgave van de sleutels ter beschikking van de verhuurder te stellen, indien en zodra binnen één jaar na heden aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:
- de huurder betaalt niet vóór 31 januari 2025 twee maanden huur aan de gemachtigde van de verhuurder (op rekeningnummer [rekeningnummer] o.v.v. [nummer] );
- de huurder betaalt vanaf maart 2025 niet of niet tijdig (vóór de eerste van iedere maand) de maandelijkse termijnen van € 250,00 aan de gemachtigde van de verhuurder (op rekeningnummer [rekeningnummer] o.v.v. [nummer] );
- de huurder betaalt niet of niet tijdig (vóór de eerste van iedere maand) de maandelijkse huur aan de verhuurder;
- de huurder blijft niet bij de Stadsbank Oost Nederland met een budgetbeheerrekening.
5.4.
veroordeelt de huurder tot betaling van een bedrag gelijk aan de geldende huurprijs als vergoeding voor voortgezet gebruik voor iedere maand of gedeelte daarvan dat de huurder de woning vanaf de eventuele ontbinding in gebruik heeft tot en met de dag van ontruiming;
5.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Horsthuis en in het openbaar uitgesproken door
mr. M.M. Verhoeven op 10 februari 2026.