ECLI:NL:RBOVE:2026:669

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
12 februari 2026
Publicatiedatum
12 februari 2026
Zaaknummer
ak_25_3537
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:5 AwbArt. 8:54 AwbArt. 10 WcrmArt. 11 WcrmArt. 12 Wcrm
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart zich onbevoegd in beroep tegen besluit College voor de Rechten van de Mens

Eiser heeft beroep ingesteld tegen een beslissing op bezwaar van het College voor de Rechten van de Mens. De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld en verklaart zich onbevoegd om van het beroep kennis te nemen.

De rechtbank baseert haar oordeel op artikel 8:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak. Deze bepalingen sluiten bestuursrechtelijke beroepen uit tegen besluiten van het College voor de Rechten van de Mens, behalve voor besluiten op grond van artikelen 14 tot en met 18 van de Wet College voor de Rechten van de Mens (Wcrm).

Het beroep van eiser ziet op de oordelende taak van het College zoals geregeld in artikelen 10 tot en met 12 Wcrm, waardoor de bestuursrechter niet bevoegd is. De rechtbank wijst het beroep af zonder inhoudelijke behandeling en zonder griffierecht te heffen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen het besluit van het College voor de Rechten van de Mens.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/3537

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], uit [woonplaats], eiser

en

College voor de Rechten van de Mens, verweerder

(gemachtigde: mr. D.V.R. Ramawadhdoebe).

Inleiding

1. Eiser heeft tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 2 december 2025 (het bestreden besluit) beroep ingesteld.
2. Eiser heeft op 7 januari 2026 aanvullende beroepsgronden ingediend.

Beoordeling door de rechtbank

2. Omdat de rechtbank onbevoegd is om van het beroep kennis te nemen, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom zij onbevoegd is.
3. Op grond van artikel 8:5, eerste lid, van de Awb en de daarin genoemde Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak kan geen beroep worden ingesteld tegen besluiten die zijn genomen op grond van de Wet College voor de rechten van de mens (Wcrm), met uitzondering van de artikelen 14 tot en met 18. Dit betekent dat alleen tegen de beslissingen op grond van de artikelen 14 tot en met 18 van de Wcrm beroep bij de rechtbank kan worden ingesteld. Nu het beroepschrift van eiser ziet op de oordelende taak van verweerder die is geregeld in artikel 10 tot Pro en met 12 Wcrm is de bestuursrechter niet bevoegd om kennis te nemen van het beroep van eiser. Zij zal zich dan ook onbevoegd verklaren. Wat eiser heeft aangevoerd maakt dit niet anders.
4. De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. De rechtbank heeft verder van eiser geen griffierecht geheven aangezien de rechtbank zich onbevoegd heeft verklaard. Alleen daarom al bestaat ook geen aanleiding voor het vergoeden van griffierecht.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P.W Esmeijer, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Oosterhaar, griffier. Uitgesproken in het openbaar op:
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.