ECLI:NL:RBOVE:2026:687

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
9 februari 2026
Publicatiedatum
12 februari 2026
Zaaknummer
07-630284-04
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38d SrArt. 38e SrArt. 6:6:12 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verlenging maatregel terbeschikkingstelling na positieve ontwikkeling betrokkene

Betrokkene is sinds 2007 ter beschikking gesteld na veroordeling voor ernstige delicten waaronder verkrachting en afpersing. De maatregel werd meerdere malen verlengd, maar bij de laatste beoordeling in 2026 adviseerden de reclassering en een forensisch psycholoog om de maatregel niet te verlengen.

De reclassering rapporteerde een positieve ontwikkeling: betrokkene woont zelfstandig, onderhoudt contact met zijn gezin, werkt aan herstel van middelengebruik en heeft een stabiel sociaal vangnet. De psycholoog constateerde een aanzienlijke vermindering van de persoonlijkheidsstoornissen en een laag risico op recidive.

Tijdens de zitting bevestigden deskundigen het advies en benadrukten zij de stabiliteit en het vangnet van betrokkene. De rechtbank concludeerde dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid geen verlenging van de maatregel meer vereisen.

De rechtbank wees daarom de vordering tot verlenging af, waardoor de terbeschikkingstelling van rechtswege eindigt zodra deze beslissing onherroepelijk wordt.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling af vanwege de positieve ontwikkeling en het lage risico op recidive.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 07-630284-04
Datum uitspraak: 9 februari 2026
Beslissing op de vordering van het Openbaar Ministerie tot verlenging van de terbeschikkingstelling van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1972 te [geboorteplaats],
wonende aan de [adres],
hierna te noemen: betrokkene.

1.De aanleiding

Betrokkene is bij arrest van het gerechtshof Arnhem van 16 mei 2006 veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaren. Daarnaast is betrokkene ter beschikking gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege, na bewezenverklaring van de misdrijven:
  • opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden, meermalen gepleegd;
  • verkrachting;
  • afpersing;
  • bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.
De terbeschikkingstelling is ingegaan op 12 januari 2007. Bij beslissing van deze rechtbank van 21 mei 2024 is de verpleging van overheidswege voorwaardelijk beëindigd. Bij die beslissing zijn betreffende het gedrag van betrokkene voorwaarden gesteld.
De terbeschikkingstelling is laatstelijk verlengd bij beslissing van deze rechtbank van 13 januari 2025 en zou, behoudens nadere voorziening, zijn geëindigd op 6 januari 2026.

2.De stukken

De rechtbank heeft kennis genomen van de op grond van artikel 6:6:12 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) overgelegde stukken, te weten:
  • het verlengingsadvies TBS van GGZ Fivoor Toezicht Rotterdam (hierna: de reclassering) van 4 november 2025, opgemaakt en ondertekend door [reclasseringswerker 1], reclasseringswerker, en [reclasseringswerker 2], unitmanager;
  • de pro Justitia rapportage van P.E. Geurkink, forensisch psycholoog, van 3 oktober 2025;
  • de voortgangsverslagen over de periode van 7 januari 2025 tot en met 7 oktober 2025.

3.De procedure

Het Openbaar Ministerie heeft op 2 december 2025 een vordering ingediend tot verlenging van bovenvermelde termijn met één jaar.
Het onderzoek van de zaak heeft plaatsgevonden op de openbare terechtzitting van 9 februari 2026.
De rechtbank heeft op de openbare terechtzitting gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn raadsman mr. J.A.W. Knoester, advocaat te 's-Gravenhage;
  • de officier van justitie;
  • [reclasseringswerker 1], voornoemd, als deskundige.
De officier van justitie heeft gedurende het onderzoek de vordering gewijzigd, in die zin dat zij afwijzing van de vordering vordert.
Betrokkene en zijn raadsman hebben eveneens afwijzing van de vordering verzocht.

4.De beoordeling

De vordering is op 2 december 2025 ingediend. Dit is tijdig.
De rechtbank stelt vast dat het onderzoek van de zaak niet uiterlijk twee maanden na ontvangst van de vordering heeft plaatsgevonden. De rechtbank acht dit ongewenst, maar volstaat met de constatering dat de bedoelde termijn is overschreden.
De rechtbank dient op grond van het bepaalde in de artikelen 38d en 38e van het Wetboek
van Strafrecht (Sr) te bepalen of de termijn van de maatregel van terbeschikkingstelling moet worden verlengd.
De rechtbank neemt bij haar overwegingen het verlengingsadvies van de reclassering, de toelichting van de deskundige ter zitting en de pro Justitia rapportage in aanmerking.
Het verlengingsadvies van de reclassering
Het advies van de reclassering houdt, zakelijk weergegeven, onder meer het volgende in.
Het afgelopen jaar is positief verlopen. Van maart 2025 tot juni 2025 is betrokkene behandeld bij de FVK van Fivoor Poortugaal vanwege een terugval in cocaïnegebruik in december 2024. De behandeling is snel afgerond, waarna betrokkene zelfstandig is gaan wonen in een huurwoning in [plaats 1]. Dat verloopt goed. Zijn partner en kinderen wonen in [plaats 2]. Betrokkene bezoekt hen bijna ieder weekend. Betrokkene ontvangt op dit moment een WW-uitkering in het kader van herstel en is vrijwilliger bij de kringloop. Hij kan na zijn herstel mogelijk opnieuw aan de slag als bijrijder bij de [bedrijf].
Betrokkene heeft gewerkt aan zijn behandeldoelen. Hij heeft meer zicht gekregen op de effecten van zijn psychopathie en zijn persoonlijkheidsproblematiek en op de seksuele risicofactoren. Betrokkene bezoekt wekelijks de Cocaïne Anonymous (CA) groep en is een gedreven, actieve deelnemer. Op de achtergrond is op dit moment de reclassering (Fivoor) beschikbaar voor begeleiding en behandeling.
Bij beëindiging van de maatregel is de verwachting dat er niet veel zal veranderen in het leven van betrokkene. Betrokkene beschikt over een adequaat vangnet. Alle leefgebieden zijn stabiel en de risico’s op recidive en letsel worden ingeschat als laag. De reclassering adviseert daarom om de maatregel niet te verlengen.
De deskundige ter zitting
Ter zitting heeft deskundige [reclasseringswerker 1] het advies gehandhaafd. In aanvulling op het advies heeft de deskundige, zakelijk weergegeven, het volgende naar voren gebracht. De inhoud van het verlengingsadvies is nog steeds actueel. Alle leefgebieden zijn stabiel. Betrokkene beschikt over een goed vangnet en een steunend netwerk. Mocht betrokkene voor moeilijkheden komen te staan, dan weet hij waar hij terecht kan voor hulp en ondersteuning. De deskundige heeft vertrouwen in betrokkene.
De pro Justitia rapportage
Het rapport van de psycholoog houdt, zakelijk weergegeven, onder meer het volgende in.
Bij betrokkene is niet langer sprake van een antisociale persoonlijkheidsstoornis met narcistische kenmerken. Wel is sprake van een andere gespecifieerde persoonlijkheidsstoornis met narcistische en antisociale kenmerken. Daarnaast is sprake van een stoornis in het gebruik van cocaïne (matig, in remissie in een gereguleerde omgeving) en stoornissen in het gebruik van alcohol en cannabis (matig/ernstig, in langdurige remissie in een gereguleerde omgeving).
De kernpathologie van betrokkene heeft aanzienlijk minder invloed op zijn gedrag. Betrokkene heeft geleerd om beter met zijn persoonlijkheidspathologie om te gaan. Hij laat zich niet zo gemakkelijk meer kwetsen en zoekt eerder aansluiting en verbinding. Hij probeert een normaal leven te leiden, wat hem goed afgaat. Betrokkene is zich ervan bewust dat middelengebruik een kwetsbaar punt blijft. Hij werkt hier hard aan en maakt vordering op dit gebied.
De psycholoog schat het risico op recidive bij beëindiging van de maatregel in als laag. Het risicomanagement bestaat op dit moment uit gesprekken met de reclassering, intensieve samenwerking met de CA-groep en systeemtherapie. Als de maatregel wordt beëindigd vallen alleen de gesprekken met de reclassering weg. Slechts bij langdurige ongunstige omstandigheden wordt het risico op recidive matig tot hoog. De kans dat dergelijke omstandigheden zich zullen voordoen is echter klein, omdat betrokkene zijn leven goed kan organiseren, veel geleerd heeft, veel te verliezen heeft en bij een eventuele terugval in middelengebruik de hulpverlening snel weet te vinden.
Gelet op het voorgaande adviseert de psycholoog om de maatregel niet te verlengen.
Het oordeel van de rechtbank
Op grond van het verlengingsadvies van de reclassering, de pro Justitia rapportage en het verhandelde ter zitting stelt de rechtbank het volgende vast. Betrokkene heeft gedurende het verloop van de maatregel een positieve ontwikkeling laten zien en stabiliteit bereikt. De stoornissen van betrokkene hebben aanzienlijk minder invloed gekregen op zijn gedrag. Betrokkene woont al enige tijd zelfstandig, wat goed verloopt, en bezoekt zijn partner en kinderen bijna ieder weekend. Hij ontvangt op dit moment een WW-uitkering en is van plan om opnieuw te gaan werken bij de [bedrijf]. De systeemtherapie is afgerond. Betrokkene bezoekt wekelijks trouw de CA-groep. Hij heeft ter zitting aangegeven dat hij dat zal blijven doen omdat hij door de CA-groep meer inzicht heeft gekregen in het cocaïnegebruik en het voorkomen van een terugval in gebruik en hij veel baat bij de gesprekken heeft. In de toekomst zou hij als vrijwilliger voor een CA-groep willen werken. Bij beëindiging van de maatregel zal betrokkene deze stabiliteit naar verwachting behouden. De ondersteuning van de reclassering zal wegvallen, maar Fivoor blijft op de achtergrond beschikbaar voor hulpvragen. Betrokkene beschikt daarnaast over een adequaat vangnet en een steunend netwerk.
De rechtbank is gelet op het vorenstaande van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen niet langer eist dat de maatregel van terbeschikkingstelling wordt verlengd. Door de bereikte stabiliteit en de verwachting dat die stabiliteit na afloop van de maatregel zal worden behouden, is het risico op recidive tot een zodanig niveau teruggebracht dat de maatregel moet worden beëindigd.
De rechtbank zal de vordering van de officier van justitie afwijzen, zodat de terbeschikkingstelling van rechtswege eindigt op het moment dat deze beslissing onherroepelijk wordt.

5.De beslissing

De rechtbank wijst af de vordering tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling van
[betrokkene].
Aldus gegeven door mr. A. van Holten, voorzitter, mr. W.P.M. Elderman en mr. J.G.M. Fluttert, rechters, in tegenwoordigheid van V. Harmsen als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 februari 2026.