ECLI:NL:RBOVE:2026:69

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
9 januari 2026
Publicatiedatum
9 januari 2026
Zaaknummer
71.087243.24
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vonnis inzake ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel in strafzaak tegen veroordeelde voor witwassen en deelname aan criminele organisatie

Op 9 januari 2026 heeft de Rechtbank Overijssel in Zwolle uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een veroordeelde die schuldig was bevonden aan medeplegen van witwassen en deelname aan een criminele organisatie. De rechtbank heeft het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op € 1.698.009,00, dat de veroordeelde moet betalen aan de Staat. De vordering van de officier van justitie, die oorspronkelijk € 1.905.909,00 bedroeg, werd aangepast naar € 1.757.409,00 na een rekenfout met de dollarkoers. De rechtbank heeft de vordering behandeld op openbare terechtzittingen op 24 november en 30 december 2025, waarbij de veroordeelde werd bijgestaan door zijn raadslieden. De rechtbank heeft vastgesteld dat de veroordeelde in de periode van 1 januari 2020 tot en met 9 april 2024 voordeel heeft verkregen door het plegen van strafbare feiten, en heeft de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel gebaseerd op de commissie die de veroordeelde heeft ontvangen voor geldoverdrachten. De rechtbank heeft ook kosten in mindering gebracht op het totale bedrag. Uiteindelijk is de betalingsverplichting vastgesteld op € 1.698.009,00, en de rechtbank heeft de vordering voor het overige afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 71.087243.24
Datum vonnis: 9 januari 2026
Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende op de vordering op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (Sr) van de officier van justitie ten aanzien van de veroordeelde:
[veroordeelde],
geboren op [geboortedatum] 1977 in [geboorteplaats] (China),
wonende aan de [woonplaats],
nu verblijvende in Detentiecentrum [locatie].

1.De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft bij vordering van 20 juni 2025 gevorderd dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel tot een bedrag van € 1.905.909,00.
Ter terechtzitting van 24 november 2025 heeft de officier van justitie de vordering aangepast naar een bedrag van € 1.757.409,00, zoals hierna uiteen wordt gezet.

2.De procedure

De vordering is behandeld op de openbare terechtzittingen van 24 november 2025 en van 30 december 2025. De veroordeelde, bijgestaan door zijn raadslieden mr. G.G.J.A. Knoops, advocaat in Amsterdam, en mr. R. Dijkstra, advocaat in Utrecht, is op de terechtzitting van 24 november 2025 verschenen en op de vordering gehoord. Op 30 december 2025 is het onderzoek ter terechtzitting gesloten.
2.1
Het standpunt van de officier van justitie
Op de terechtzitting van 24 november 2025 heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat het wederrechtelijk verkregen voordeel moet worden geschat op een bedrag van € 1.757.409,00 en dat aan de veroordeelde een betalingsverplichting moet worden opgelegd van € 1.757.409,00. Dit vanwege een rekenfout door het hanteren van een onjuiste dollarkoers.
2.2
Het standpunt van de verdediging
De raadslieden hebben het volgende aangevoerd, zakelijk weergegeven.
Primair dient de vordering te worden afgewezen, nu de verdediging in de hoofdzaak heeft bepleit dat integrale vrijspraak dient te volgen, zodat geen sprake is van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Subsidiair stelt de verdediging zich op het standpunt dat de vordering moet worden afgewezen omdat op basis van de ontnemingsrapportage niet kan worden vastgesteld of, en zo ja, in hoeverre, sprake is van wederrechtelijk verkregen voordeel. De uitgangspunten en bevindingen ten aanzien van de ontnemingsrapportage die door het onderzoeksteam zijn geconstateerd, zijn voor een groot deel gestoeld op een aantal veronderstellingen.
Uiterst subsidiair doet de verdediging een voorwaardelijk verzoek om de bevindingen van het aanvullend proces-verbaal, dat ter terechtzitting van 24 november 2025 door de officier van justitie is verstrekt, voor te leggen aan forensisch accountant de heer [naam 1].

3.De beoordeling van de vordering

3.1
Het vonnis in de hoofdzaak
De veroordeelde is bij vonnis van deze rechtbank van heden, 9 januari 2026, veroordeeld, voor de strafbare feiten:
in de periode van 1 januari 2020 tot en met 9 april 2024:
feit 1
het misdrijf: medeplegen van gewoontewitwassen
feit 2
het misdrijf: deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.
3.2
De berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de veroordeelde door het plegen van voormelde strafbare feiten voordeel verkregen. De rechtbank overweegt daarover het volgende.
3.2.1
Het kader
De verplichting tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden opgelegd aan degene die is veroordeeld wegens een strafbaar feit en die voordeel door dat feit of uit de baten daarvan heeft verkregen. Bij vonnis van 9 januari 2026 is bewezenverklaard dat de veroordeelde in de periode van 1 januari 2020 tot en met 9 april 2024 geld heeft witgewassen en heeft deelgenomen aan een criminele organisatie. De rechtbank zal het voordeel dat de veroordeelde daarmee wederrechtelijk heeft verkregen, berekenen op basis van artikel 36e Sr, de zogenaamde transactieberekening.
3.2.2
De wijze van berekenen
De rechtbank gaat bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel uit van de feiten en omstandigheden, zoals die in het ‘Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel per delict’ [1] zijn beschreven en ontleent aan de inhoud daarvan tevens de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Het wederrechtelijk verkregen voordeel van de veroordeelde is door de politie berekend aan de hand van de commissie die door de veroordeelde is ontvangen voor het ondergronds bankieren door de veroordeelde en de criminele organisatie waaraan hij heeft deelgenomen. Voor de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel is gekeken naar het bedrag waarvan het aannemelijk is dat het door de veroordeelde is ontvangen voor het uitvoeren van geldoverdrachten binnen de periode van 1 januari 2020 tot en met 9 april 2024. Uit de beschikbare data uit SkyECC en de inbeslaggenomen telefoons komt naar voren dat van een groot aantal geldoverdrachten de commissie bekend is, maar dat er ook een aantal overdrachten zijn waarvan de commissie niet direct bekend is.
3.2.2.1 De opbrengst
Als startpunt van de bepaling van de opbrengsten van de veroordeelde is door de rechtbank het door de politie aan de hand van de beschikbare data uit SkyECC en de inbeslaggenomen telefoons opgestelde overzicht van geldoverdrachten in voornoemde periode [2] gehanteerd. In totaal heeft de criminele organisatie waaraan de veroordeelde heeft deelgenomen, 353 geldoverdrachten uitgevoerd met een omvang van ten minste € 24.086.873,00,
$ 15.746.795,00, £ 8.279.040,00 en COP 2.042.725.000. Omgerekend naar euro’s komt dit neer op een bedrag van € 51.500.821,00.
-
De geldoverdrachten waarvan de commissie bekend is
In de beschikbare data zijn twee varianten van het berekenen van de commissie per geldoverdracht naar voren gekomen, te weten:
berekend op basis van een commissiepercentage;
berekend en verwerkt in de wisselkoers (lagere wisselkoers dan de dagkoers).
1.
berekend op basis van een commissiepercentage
In de SkyECC-data zijn 134 geldoverdrachten in beeld gekomen waarbij de commissie voor de opdracht bekend was. Deze leveren een gerealiseerde commissie op van
€ 674.310,00, $ 453.915,00 en £ 274.912,00. De commissies in dollars en ponden zijn omgerekend naar euro’s aan de hand van de koers op de dag van de overdracht of het moment waarop de overdracht is overeengekomen. De omrekening van de commissies levert een totale opbrengst uit commissies op van € 1.433.315,00. Dit over een omvang van geldoverdrachten van omgerekend € 25.423.609,00.
Bij de meeste van deze geldoverdrachten is de commissie berekend over het aangeleverde bedrag in euro’s. Dat geldt niet voor 34 overdrachten. Hierbij is de commissie berekend over het, in veel gevallen in Zuid-Amerika, afgeleverde bedrag. Deze wijze van berekenen is in het voordeel van de veroordeelde, aangezien het in een ander land afgeleverde bedrag doorgaans al is verminderd met een bedrag aan commissie. Deze 34 geldoverdrachten hebben een totaal gerealiseerde commissie van € 514.688,00.
2.
berekend en verwerkt in de wisselkoers (lagere wisselkoers dan de dagkoers)
Voor enkele geldoverdrachten verwerkte de veroordeelde een commissiebedrag in de wisselkoers. Hierbij wordt gerekend met een lagere wisselkoers dan de daadwerkelijke dagkoers. Het verschil tussen de gehanteerde wisselkoers en de werkelijke dagkoers zorgt voor een bedrag aan commissie.
-
De geldoverdrachten waarvan de commissie niet direct bekend is
Er blijven 219 geldoverdrachten over waarover niet direct bekend is wat de commissie is. Deze overgebleven 219 geldoverdrachten zijn uiteindelijk opgedeeld in twee verschillende groepen, te weten:
berekend op basis van aannemelijke commissiepercentages;
geen commissie berekend (in het voordeel van de veroordeelde).
1.
berekend op basis van aannemelijke commissiepercentages;
Van 57 geldoverdrachten is de vermoedelijke locatie van afgeven/uitbetaling van het contante geld bekend. Dit zijn voornamelijk locaties in het Verenigd Koninkrijk en Midden- en Zuid-Amerika. Om te komen tot een aannemelijke commissie die bij deze geldoverdrachten in rekening is gebracht, is gekeken naar de commissies per afleverlocatie van de geldoverdrachten, waarvan de commissie op basis van de SkyECC-data wel bekend was. Daarbij is in het voordeel van de veroordeelde de laagste in rekening gebrachte commissie gehanteerd voor een overeenkomende afleverlocatie. Daarbij is gekeken naar soortgelijke geldoverdrachten. Op deze wijze kon voor deze 57 geldoverdrachten een commissie worden toegerekend op basis van een aannemelijk commissiepercentage. Deze commissie komt op een totaal van omgerekend (volgens de dagkoers van de uitgevoerde geldoverdrachten volgens de Europese Centrale Bank) € 1.512.371,00. De totale omvang van deze 57 geldoverdrachten bedraagt € 12.970.761,00.
2.
Geen commissie berekend (in het voordeel van de veroordeelde)
Bij 162 van de 219 geldoverdrachten komen de commissiepercentages niet naar voren in de beschikbare (SkyECC-)data en is de locatie waar het contante geld moet worden uitbetaald/afgeven niet bekend. Om die reden is door de politie in het voordeel van de veroordeelde besloten om over deze geldoverdrachten geen commissie te berekenen. De totale omvang van deze 162 geldoverdrachten bedraagt € 13.106.451,00.
De verdediging heeft naar voren gebracht en de officier van justitie heeft erkend dat er sprake is van een rekenfout door het hanteren van een onjuiste dollarkoers. Om die reden dient op de aanvankelijk berekende totale commissie van € 2.945.686,00 een bedrag van
€ 207.900,00 in mindering te worden gebracht. Dat resulteert in een totaal aan commissie-ontvangsten van € 2.737.786,00 over geldoverdrachten met een totale omvang van
€ 50.015.820,00. [3]
-
Tussenconclusie
Op basis van het voorgaande is aannemelijk dat de veroordeelde ten minste een totaalbedrag van € 2.737.786,00 aan commissie heeft ontvangen over de geldoverdrachten die hij heeft uitgevoerd of heeft laten uitvoeren.
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat in de door de verdediging aangehaalde jurisprudentie met lagere, in de visie van de verdediging meer reële, commissiepercentages wordt gerekend die hier ook zouden moeten worden toegepast. De rechtbank is van oordeel dat, nu de commissie die in de ontnemingsrapportage is gebruikt gebaseerd is op chatgesprekken van veroordeelde zelf, aannemelijk is dat deze percentages door hem ook daadwerkelijk zijn gehanteerd en ontvangen. De rechtbank ziet dan ook geen reden om af te wijken van deze percentages. Bij het vaststellen van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel gaat het immers om het voordeel dat veroordeelde daadwerkelijk heeft ontvangen en niet om welke percentages in de jurisprudentie als gangbare percentages worden beschouwd.
3.2.2.2 De kosten
Binnen het onderzoek van de politie is een indicatie voor kosten naar voren gekomen, die gerelateerd kunnen worden aan het organiseren/uitvoeren van geldoverdrachten. Een van de deelnemers aan de criminele organisatie betrof ‘[naam 2]’, die zorgde voor het aanbrengen van klanten/geldoverdrachten bij de veroordeelde en zijn organisatie. Hiervoor ontving ‘[naam 2]’ een vergoeding. Uit de beschikbare data van de WeChat-berichten komt naar voren dat deze vergoeding veelvuldig is besproken en dat deze twee procent bedraagt, berekend over het bedrag dat ´[naam 2]´ aangeleverd krijgt van de klant. Deze vergoedingen kunnen worden aangemerkt als kosten voor de criminele organisatie.
Voor het overige zijn uit de beschikbare (SkyECC-)data geen concrete indicaties naar voren gekomen op basis waarvan het aannemelijk is dat andere kosten zijn gemaakt.
Wel is aannemelijk dat de veroordeelde kosten heeft gemaakt voor het uitvoeren van de geldoverdrachten, in zowel het land van ontvangst als het land waar de uitbetaling plaatsvond. Om die reden wordt in het voordeel van de veroordeelde twee procent commissie per geldoverdracht afgetrokken van het bedrag dat door de veroordeelde is ontvangen én wordt twee procent per geldoverdracht afgetrokken van het bedrag dat door de veroordeelde is uitbetaald in een ander land. Voor de berekening van de kosten betekent dit dat in het voordeel van de veroordeelde vier procent aan kosten in mindering wordt gebracht op de hiervoor berekende totale opbrengst aan commissies. Er is besloten om deze vier procent in mindering te laten strekken op de bij de klant in rekening gebrachte percentages aan commissie, zodat er een aannemelijke marge/winst per geldoverdracht overblijft.
De officier van justitie heeft het totaalbedrag aan kosten van € 1.039.777,00 zoals vermeld in bijlage 2 bij het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel ter terechtzitting gecorrigeerd, vanwege voornoemde rekenfout, in een bedrag van € 980.377,00. Nagelaten is de verlaging van deze kosten van € 1.039.777,00 naar € 980.377,00 te onderbouwen.
De rechtbank stelt vast dat door de veroordeelde geen verklaring is afgelegd over de kosten die hij zou hebben gemaakt.
-
Tussenconclusie
Op basis van het voorgaande is aannemelijk dat de veroordeelde kosten heeft gemaakt. Gelet op het ontbreken van een onderbouwing van de verlaging van kosten zal de rechtbank in het voordeel van de veroordeelde uitgaan van een totaalbedrag van omgerekend € 1.039.777,00
aan kosten dat op de totale opbrengst in mindering moet worden gebracht.
3.2.3
Het totale geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel
De rechtbank stelt op grond van wettige bewijsmiddelen de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op:
opbrengst € 2.737.786,00
kosten - € 1.039.777,00
wederrechtelijk verkregen voordeel € 1.698.009,00.
3.3
De vaststelling van de betalingsverplichting
De rechtbank is van oordeel dat aan de veroordeelde de verplichting moet worden opgelegd tot betaling aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van € 1.698.009,00.

4.De wettelijke voorschriften

De oplegging van de maatregel is gegrond op artikel 36e, tweede lid, Sr.

5.De beslissing

De rechtbank:
  • stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op €
  • legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling van €
  • bepaalt de duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op 1095 dagen;
  • wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.K. Huisman, voorzitter, mr. D. van den Berg en
mr. P.A.M. Miltenburg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.M. Hoek, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 9 januari 2026.

Voetnoten

1.Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel per delict ex artikel 36e, tweede lid, Sr van 31 januari 2025, met proces-verbaalnummer 26Alencon/LEREC23004-150.
2.Bijlage 2: overzicht geldoverdrachten inclusief berekende commissie, kosten en WVW op pagina BO-002 tot en met BO-005 van het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel.
3.Het proces-verbaal van bevindingen Reactie op rapportage financieel/forensisch accountant van [naam 3] en [naam 4] van 24 november 2025 met proces-verbaalnummer 26Alencon/LEREC23004-168.