Eiser, een 56-jarige man met COPD, obesitas, hartproblemen en psychische stoornissen, vroeg om een Wlz-indicatie voor langdurige zorg. Na een eerdere afwijzing in 2022 diende hij in juni 2024 een nieuwe aanvraag in, die het CIZ op 27 juni 2024 afwees. Eiser maakte bezwaar, waarna het CIZ aanvullende informatie opvroeg, een hoorzitting hield en medisch advies vroeg. Op 20 januari 2025 bleef het bezwaar ongegrond.
De kern van het geschil betrof de vraag of eiser nood heeft aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid om ernstig nadeel te voorkomen. De medisch adviseur concludeerde dat hoewel eiser een grote zorgbehoefte heeft, er geen noodzaak is voor permanent toezicht of 24-uurszorg nabijheid. De rechtbank volgde deze conclusie, stellende dat planbare en structurele zorg via Wmo en Zvw passend is.
Eiser voerde aan dat zijn longaanvallen onvoorspelbaar zijn en dat hij dan niet zelf hulp kan inroepen, maar dit werd onvoldoende onderbouwd. De rechtbank oordeelde dat voorzieningen zoals een alarmknop, gecombineerd met planbare zorg, voldoende zijn. Het beroep werd ongegrond verklaard, en eiser kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.