Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
(feit 2)en het medeplegen van (gewoonte)witwassen van grote bedragen door middel van ondergronds bankieren in de periode van 1 januari 2020 tot en met 9 april 2024
(feit 1).
3.Inleiding
• ‘ [naam 1] ’ (82 geldoverdrachten);
• ‘ [naam 2] ’ (12 geldoverdrachten);
• ‘ [naam 3] ’ (47 geldoverdrachten);
• ‘ [naam 4] ’ (29 geldoverdrachten);
• ‘ [naam 5] ’ (18 geldoverdrachten);
• ‘ [naam 6] ’ (26 geldoverdrachten);
Vanaf dat moment zou [medeverdachte 1] een actievere rol hebben gekregen door naast de betrokkenheid bij het uitvoeren van geldoverdrachten, ook zelf geldoverdrachten te organiseren.
4.Feit 1
Als zo'n verklaring is uitgebleven, mag de rechter die omstandigheid betrekken in zijn bewijsoverwegingen.
3.2.1
5.Feit 2
6.De bewezenverklaring
7.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
8.De strafbaarheid van verdachte
9.De op te leggen straf of maatregel
10.De inbeslaggenomen voorwerpen
12.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
10 (tien) jaren en 8 (acht) maanden;
verklaart verbeurdde op de beslaglijst genoemde voorwerpen onder de nummers 36, 38, 40, 41, 46, 47 en 50;
gelastde
teruggaveaan verdachte van het op de beslaglijst genoemde voorwerp onder nummer 34;