ECLI:NL:RBOVE:2026:70

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
9 januari 2026
Publicatiedatum
9 januari 2026
Zaaknummer
71.087243.24 (P)
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Medeplegen van gewoontewitwassen en deelname aan een criminele organisatie met internationale geldtransacties

Op 9 januari 2026 heeft de Rechtbank Overijssel uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die zich schuldig heeft gemaakt aan medeplegen van gewoontewitwassen en deelname aan een criminele organisatie. De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 10 jaren en 8 maanden. De verdachte is schuldig bevonden aan het witwassen van grote geldbedragen, die afkomstig waren uit criminele activiteiten, waaronder drugshandel. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verdachte samen met anderen, waaronder zijn echtgenote en zoon, een ondergronds bankiersysteem heeft opgezet dat internationaal opereerde. Gedurende een periode van meer dan vier jaar heeft de verdachte zich beziggehouden met het verplaatsen van aanzienlijke geldbedragen, waarbij gebruik werd gemaakt van versleutelde communicatie via PGP-telefoons. De rechtbank heeft geconcludeerd dat de verdachte opzettelijk heeft deelgenomen aan een organisatie die tot doel had het plegen van misdrijven, en dat hij van het witwassen een gewoonte heeft gemaakt. De rechtbank heeft de ernst van de feiten benadrukt, gezien de impact op de samenleving en de legale economie.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 71.087243.24 (P)
Datum vonnis: 9 januari 2026
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1977 in [geboorteplaats] (China),
wonende aan de [woonplaats] ,
nu verblijvende in Detentiecentrum [locatie] .

1.Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 24 november 2025 en van 30 december 2025.
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadslieden mr. G.G.J.A. Knoops, advocaat in Amsterdam, en
mr. R. Dijkstra, advocaat in Utrecht, naar voren is gebracht.

2.De tenlastelegging

De verdenking komt er, na wijziging van de tenlastelegging als bedoeld in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van 1 oktober 2024, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan deelneming aan een criminele organisatie
(feit 2)en het medeplegen van (gewoonte)witwassen van grote bedragen door middel van ondergronds bankieren in de periode van 1 januari 2020 tot en met 9 april 2024
(feit 1).
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
1.
Hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2020 tot en met 9 april 2024
te Rotterdam, althans in Nederland, en/of te China,
tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen,
meermalen, althans eenmaal,
van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, hierin
bestaande dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s) telkens een of
meer voorwerpen,
te weten geldbedragen van in totaal ongeveer € 24.086.873,-,
$ 15.746.795,-, £ 8.279.040 en COP 2.042.725.000, te weten:
- in of omstreeks de periode van 4 juli 2020 tot en met 6 maart 2021
in totaal ongeveer € 7.423.300 en/of $ 3.309.685 en/of £ 6.496.840
(ten behoeve van contact [naam 1] ), en/of
- in of omstreeks de periode van 4 juli 2020 tot en met 2 maart 2021
in totaal ongeveer € 991.475, en/of $ 1.595.810 (ten behoeve van
contact [naam 2] ), en/of
- in of omstreeks de periode van 12 mei 2020 tot en met 5 februari
2021 in totaal ongeveer € 7.968.000 en/of $ 3.653.370 (ten behoeve
van contact [naam 3] ), en/of
- in of omstreeks de periode van 25 februari 2020 tot en met 22 mei
2020 in totaal ongeveer $ 5.115.430 (ten behoeve van contact
[naam 4] ), en/of
- in of omstreeks de periode van 20 februari 2020 tot en met 30
september 2020 in totaal ongeveer € 1.884.145 en £ 1.782.200 (ten
behoeve van contact [naam 5] ), en/of
- in of omstreeks de periode van 31 juli 2020 tot en met 3 maart
2021 in totaal ongeveer € 2.472.115 en/of $ 2.072.500 (ten behoeve
van contact [naam 6] ), en/of
- in of omstreeks de periode van 10 februari 2020 tot en met 10
januari 2021 in totaal ongeveer € 48.900
- in of omstreeks de periode van 8 augustus 2022 tot en met 18
maart 2024 in totaal ongeveer € 3.298.938 en/of COP
2.042.725.000
heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft
omgezet, en/of daarvan gebruik heeft gemaakt,
terwijl hij wist dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of
middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf,
2.
Hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2020 tot en met 9 april 2024
te Rotterdam, althans in Nederland, en/of te China,
heeft deelgenomen aan een organisatie,
bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te
weten
medeverdachte [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of
[medeverdachte 4] en/of een of meer anderen,
welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk
(gewoonte)witwassen, zoals bedoeld in artikel 420ter Wetboek van
Strafrecht.

3.Inleiding

In dit hoofdstuk beschrijft de rechtbank allereerst kort het onderzoek 26Alencon en 26Alex, alsmede de identificatie van de gebruiker van het SkyECC-account [accountnaam 1] . In de hoofdstukken daarna volgen per feit de standpunten van de officier van justitie en de verdediging, waarna de rechtbank op grond van de inhoud van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting per ten laste gelegd feit de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden vaststelt aan de hand van de voorhanden zijnde bewijsmiddelen.
De rechtbank overweegt ten slotte, al dan niet in reactie op gevoerde verweren, waarom zij op basis van de vastgestelde feiten en omstandigheden tot conclusies komt en gaat vervolgens over tot beantwoording van de bewijsvraag. De rechtbank zal voor de leesbaarheid en de begrijpelijkheid van het vonnis bij de bespreking van de feiten zowel verdachte, als de medeverdachte [medeverdachte 1] hierna telkens met hun achternaam aanduiden, te weten [verdachte] en [medeverdachte 1] .
3.1
Aanleiding voor en korte inleiding over de onderzoeken 26Alencon en 26Alex
Op 5 april 2023 is een strafrechtelijk onderzoek gestart met de naam 26Alencon naar aanleiding van verkregen Pretty Good Privacy (PGP) berichten die zijn veiliggesteld binnen een onderzoek naar PGP-aanbieder SkyECC (onderzoek Argus). Het ging om berichten van Sky-ID [accountnaam 1] met de gebruikersnaam ‘ [alias 1] ’.
Naar aanleiding van informatie van het Team Criminele Inlichtingen (TCI) dat in de toko van [alias 2] gevestigd op het adres [adres 1] ) geld met een criminele herkomst gebracht en gehaald kan worden, is een strafrechtelijk onderzoek gestart met de naam 26Alex. Deze winkel is eigendom van [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] is de partner van [verdachte] .
Uit onderzoek 26Alencon komt naar voren dat [verdachte] , [medeverdachte 1] , hun destijds minderjarige zoon [medeverdachte 2] , een medewerkster van [alias 2] , [medeverdachte 4] , en de niet geïdentificeerde ‘ [medeverdachte 3] ’ mogelijk een criminele organisatie zouden vormen, die zich in de periode van 1 januari 2020 tot en met 9 april 2024 bezig hield met het witwassen van ten minste € 24.086.873,00, $ 15.746.795,00, £ 8.279.040,00 en COP 2.042.725.000,00 via ondergronds bankieren.
In de periode van 1 januari 2020 tot 3 maart 2021 zou voornamelijk via SkyECC zijn gecommuniceerd en voor minimaal € 20.787.935,00, $ 15.746.795,00 en
£ 8.279.040,00 aan contante geldoverdrachten zijn uitgevoerd door de vermeende criminele organisatie voor de volgende klanten:
• ‘ [naam 1] ’ (82 geldoverdrachten);
• ‘ [naam 2] ’ (12 geldoverdrachten);
• ‘ [naam 3] ’ (47 geldoverdrachten);
• ‘ [naam 4] ’ (29 geldoverdrachten);
• ‘ [naam 5] ’ (18 geldoverdrachten);
• ‘ [naam 6] ’ (26 geldoverdrachten);
• ‘overige klanten’ (4 geldoverdrachten).
Uit de inbeslaggenomen mobiele telefoons van onder andere [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zou volgen dat zij na de ontmanteling van SkyECC de criminele activiteiten hebben voortgezet.
Vanaf dat moment zou [medeverdachte 1] een actievere rol hebben gekregen door naast de betrokkenheid bij het uitvoeren van geldoverdrachten, ook zelf geldoverdrachten te organiseren.
Deze geldoverdrachten zouden grotendeels hebben plaatsgevonden in [alias 2] waarbij [medeverdachte 2] en (een) andere medewerker(s) van de toko een rol hebben gespeeld. Bij de geldtransacties werd gebruik gemaakt van tokens, veelal een foto van het serienummer van een bankbiljet.
In de periode van 8 augustus 2022 tot en met 18 maart 2024 zou er minimaal voor
€ 3.298.938,00 en COP 2.042.725.000,00 aan contante geldoverdrachten zijn uitgevoerd vanuit de toko. De COP 2.042.725.000,-- was bestemd voor [naam 7] .
3.1.1
Identificatie gebruiker Sky-account ‘ [accountnaam 1] ’
Voor de bewijsvoering komt het in belangrijke mate aan op de inhoud van de ter beschikking gekomen chatberichten. Uit het dossier volgt dat veelal werd gecommuniceerd via zogenoemde PGP-telefoons waarop onder andere SkyECC was geïnstalleerd. De gebruikers van de toestellen hadden de accounts niet op hun eigen naam geregistreerd, maar onder een gebruikersnaam.
De vraag die in deze zaak, al dan niet in reactie op een verweer, allereerst moet worden beantwoord is of [verdachte] te identificeren is als de gebruiker van het Sky-ID [accountnaam 1] .
De periode waarin het account [accountnaam 1] actief gebruikt werd, is van 18 januari 2020 tot en met 8 maart 2021. In totaal zijn er in die periode van 442 dagen Access Point Name (APN) gegevens beschikbaar. Op 378 dagen werden Cell-ID’s in China gebruikt.
Door de gebruiker van het Sky-ID [accountnaam 1] wordt in verschillende chats benoemd dat hij een Chinese jongen uit Rotterdam is die voor een aantal jaren in China moet blijven, dat hij een vrouw heeft die [medeverdachte 1] heet die in Rotterdam is, dat hij een huis heeft op nummer 3 en dat hij betrokken is bij een toko op de [adres 2] .
Uit de gemeentelijke basisadministratie, het Kadaster, het handelsregister van de Kamer van Koophandel en uit politieregistraties kwam naar voren dat [verdachte] is geboren in China en dat hij gedurende de periode van de chatberichten stond ingeschreven aan de [adres 3] samen met [medeverdachte 1] en hun zoon [medeverdachte 2] . Daarnaast kwam naar voren dat [verdachte] gedurende de periode van de chatberichten de eigenaar was van het bedrijfspand aan de [adres 4] en de woning op nummer [adres 5] aan diezelfde straat en dat [medeverdachte 1] de eigenaar was van de naastgelegen woning met nummer [adres 6] aan diezelfde straat. Ook kwam naar voren dat [verdachte] gedurende de periode van de chatberichten de eigenaar was van de woning aan de [adres 2] en dat [medeverdachte 1] de eigenaar was van het bedrijfspand op nummer [adres 7] aan diezelfde straat. Daar komt bij dat [verdachte] in de jaren voorafgaand aan zijn aanhouding voornamelijk in China was.
[verdachte] ontkent de gebruiker te zijn geweest van dit account. Zijn summiere verklaringen bevatten niet meer dan een kale ontkenning van een identificatie die op vele bewijsmiddelen is gestoeld. Tegen de achtergrond van de onderzoeksbevindingen is de ontkenning van [verdachte] niet geloofwaardig.
De rechtbank stelt op basis van de inhoud van deze berichten en de hiervoor genoemde bevindingen vast dat [verdachte] de gebruiker is geweest van het account [accountnaam 1] met onder andere de gebruikersnaam ‘ [alias 1] ’. Het dossier bevat geen aanwijzingen dat het account [accountnaam 1] (ook) door een ander dan [verdachte] gebruikt werd. Hierna zal de rechtbank de gebruiker van [accountnaam 1] aanduiden als [verdachte] .

4.Feit 1

4.1
Het standpunt van de officier van justitie
Het Openbaar Ministerie acht wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van gewoontewitwassen.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft integrale vrijspraak van feit 1 bepleit. Ten aanzien van de SkyECC- periode en de We Chat-periode is geen sprake van een aantoonbaar witwasvoorwerp, dat in oorzakelijke zin voortvloeit uit een eerder begaan misdrijf. In het dossier is evenmin voldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden dat met dat vermeende voorwerp weer een witwashandeling zou zijn verricht, zodat het uiteindelijk (beoogde) witwassen weer het gevolg zou zijn van de witwashandeling.
4.3
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt hierna eerst de relevante feiten en omstandigheden vast.
4.3.1
De chatgesprekken over geldtransacties en ‘drugs’ via SkyECC
[verdachte] had via SkyECC contact met diverse andere SkyECC-gebruikers. Van die gesprekken zijn veelal – maar niet uitsluitend – de berichten die door de tegencontacten aan [verdachte] werden gestuurd, ontsleuteld en daarmee zichtbaar. Aan de hand van die berichten kan worden vastgesteld dat [verdachte] op die berichten heeft gereageerd, maar de inhoud van die berichten bevinden zich veelal niet in het dossier, een uitzondering daargelaten. De rechtbank geeft hierna per tegencontact de inhoud van een aantal chatgesprekken weer om de gang van zaken te illustreren. Dit is slechts een selectie van de vele chatberichten die het dossier bevat.
4.3.1.1 Contact ‘ [naam 1] ’ met Sky-ID's [accountnaam 2] , [accountnaam 3] en [accountnaam 4]
Gesprekken over ‘witte blokken’
Op 10 juni 2020 stuurt ‘ [naam 1] ’ onder andere aan [verdachte] : ’27.5 i give you. For you bro i swer. You sale 28. I cant go more down. Top borther colo. I swer. Whene you will strat trnasfr.’ Vervolgens stuurt ‘ [naam 1] ’ twee foto’s van witte blokken met daarop stempels van een rund en het cijfer twee in spiegelbeeld en ‘777’. De dag erna wordt een afspraak gemaakt voor een overdracht voor diezelfde ochtend.
Daarnaast heeft ‘ [naam 1] ’ met derden via Sky chatgesprekken waarin door ‘ [naam 1] ’ foto’s van witte blokken met daarop verschillende stempels worden gestuurd, waarna wordt gesproken over ‘Boli’, ‘Anwp’, ’30.5 for you’, ‘Normaly i sale for 31.5’, ‘this ones is colo’ en worden afspraken gemaakt over het aantal dat moet worden verstuurd.
Op basis van die gesprekken stelt de rechtbank vast dat ‘ [naam 1] ’ handelde in verdovende middelen.
Gesprekken over geldtransacties
Op 26 november 2020 stuurt ‘ [naam 1] ’ onder andere aan [verdachte] : ‘We need to pass 1 mil. To Bolivia. I give the contaket to my friend. In rome he wil write for you tomorrow. To pass like 250.’
Op 27 november 2020 stuurt ‘ [naam 1] ’ onder andere aan [verdachte] : ‘Hi. Send me token for roma man.’ Vervolgens stuurt ‘ [naam 1] ’ aan [verdachte] een foto van een biljet van vijf Euro waar het serienummer van te zien is en hij stuurt daarna: ‘260k. And in anwp if you want. Only in ital I whant to give you.’ Aan het eind van de middag stuurt ‘ [naam 1] ’ nogmaals twee foto’s van twee bankbiljetten. Ditmaal telkens een biljet van tien boliviano, waarop wederom het serienummer zichtbaar is. Vervolgens stuurt ‘ [naam 1] ’ aan [verdachte] : ‘7669 7368. So pass this ones. And we will pas agein for you in rom. I need there 1 mil euors to send.’
Op 28 november 2020 stuurt [verdachte] aan ‘ [naam 1] ’: Gm bro. Done! $ 267.630.’ Daarna stuurt [verdachte] een foto van een gedeelte van een bankbiljet, waarop in ieder geval het gehele serienummer zichtbaar is. ‘ [naam 1] ’ stuurt daarop aan [verdachte] : ‘I hoppe monday will pass you more’, waarop [verdachte] antwoordt: ‘Ok bro. Yes bro. Yesterday he cant pickup. He said today. Will be done bro. And Holland u cant give me?? Ok.’ Vervolgens stuurt [verdachte] een foto van een biljet van tien boliviano, waarop wederom het serienummer zichtbaar is. En daarna: ‘150$ drop. Tmw the rest. I have one more token.’
En op 30 november 2020 stuurt [verdachte] aan ‘ [naam 1] ’: ‘Today have more papers?? Good bro. Ok bro.’ Daarop volgt wederom een foto gestuurd door [verdachte] van een biljet van tien boliviano, waarop wederom het serienummer zichtbaar is. Daarop stuurt [verdachte] : ‘Finish bro.’
Overdrachten rekeningoverzicht 11 februari 2021
Op 11 februari 2021 deelt [verdachte] een rekeningoverzicht gedateerd 9 februari 2021 met ‘ [naam 1] ’ waar drie overdrachten op staat, te weten:
‘UK receive: 186k – 6% *1.139 € 199.140,00’;
‘DROP HOLLAND: 09/02/2021 € - 193.765,00’;
‘DROP BRUSSEL: 09/02/2021 € - 250.000,00’.
Op 8 februari 2021 bericht [verdachte] in de groepsapp tussen hem, ‘ [naam 1] en Sky-ID [accountnaam 5] dat morgen om 12.30 uur een overdracht van 200k kan plaatsvinden aan de Parallelweg in Rotterdam en hij vraagt om een token. Daarop wordt door Sky-ID [accountnaam 5] een foto van een deel van een biljet gestuurd, waarop in ieder geval het serienummer zichtbaar is.
De volgende dag vraagt Sky-ID [accountnaam 5] of de overdracht nog doorgaat, hetgeen [verdachte] bevestigt. Om 11.51 uur bericht Sky-ID [accountnaam 5] dat de overdracht heeft plaatsgevonden en dat het ‘193.765€’ is. Daarna vraagt [verdachte] of er ook geld kan worden opgehaald in Brussel. Op de vraag van ‘ [naam 1] ’ om hoeveel het gaat, antwoord [verdachte] ‘250’. Hij stuurt vervolgens een adres en vraagt om een token. Daarna stuurt ‘ [naam 1] ’ een foto van een deel van een biljet van vijf Euro waar het serienummer van te zien is en zegt ‘Stye ready amigo. Een half uur later bericht [verdachte] dat ‘ze’ elkaar ontmoet hebben en dat ‘ze’ aan het tellen zijn.
Daarnaast stuurt [verdachte] op 8 februari 2021 in een één-op-één chat met ‘ [naam 1] ’ een foto van een valutacalculator waarop Britse ponden worden omgerekend naar Euro’s met daarna het bericht ‘186000-6%*1.139=€199.140’.
De rechtbank stelt vast dat de bedragen die zijn opgenomen op het rekeningoverzicht dat [verdachte] op 11 februari 2021 aan ‘ [naam 1] ’ stuurde, overeenkomen met de bedragen van de transacties die in de (groeps)chats worden genoemd waar [verdachte] en ‘ [naam 1] ’ deel van uitmaakten.
In totaal heeft [verdachte] in de periode tussen 4 juli 2020 en 6 maart 2021 voor € 7.423.300,00, $ 3.309.685,00 en £ 6.496.840,00 aan transacties uitgevoerd voor ‘ [naam 1] ’.
4.3.1.2 Contact ‘ [naam 2] ’ met Sky-ID's [accountnaam 6] , [accountnaam 7] en [accountnaam 8]
Gesprekken over handel
‘ [naam 2] ’ heeft met derden via Sky chatgesprekken. In een chatgesprek met [accountnaam 9] wordt door ‘ [naam 2] ’ een foto van stapels bruine blokken met daarop een witte rechthoek met een groene klaver en een foto van een weegschaal met daarop drie gevacumeerde blokken gestuurd. Hij stuurt daarbij onder andere ‘Bro die handel is gebost man in equa’. ‘Bak stond te wachten voor te laden boot. Die boot was voll zijn heel veel bakken blijven hangen die van ons ook. Andere dienst kwam en deden routine inspectie met hond hebben ze die gepakt’.
Ook stuurt ‘ [naam 2] ’ aan [accountnaam 10] onder andere foto’s met daarop dezelfde bruine pakketten met de witte rechthoek en daarop een groene klaver, alsmede een foto van een wit blok met een stempel en foto’s van pakketten in zwart plastic. ‘ [naam 2] ’ verzoekt [accountnaam 10] meerdere malen om de foto’s gelijk te wissen als [accountnaam 10] er klaar mee is en deelt mee dat niemand anders de foto’s mag zien.
Daarnaast neemt ‘ [naam 2] ’ deel aan een groepschat waarin wordt besproken dat ‘poeder beter is’ en dat ‘koffie de beste deklading is’, want de ‘hond komt niet in de buurt’. Die ‘ken niet tegen de geur en als ze koffie zien is dat normaal dat de hond wegtrekt’. Daarop wordt besproken dat er koffie geregeld moet worden. ‘ [naam 2] ’ vraagt de andere deelnemers in de groepschat wel alles voor zich te houden, omdat ze anders hun eigen ruiten ingooien.
Op 7 juli 2020 heeft ‘ [naam 2] ’ een gesprek met [verdachte] over ‘colo’ en ‘boli’. ‘ [naam 2] ’ vraagt [verdachte] wat hij nodig heeft. Hij vertelt [verdachte] dat hij alles al verkocht heeft en gaat kijken voor [verdachte] of zijn resellers nog wat hebben voor [verdachte] . Dat blijkt uiteindelijk niet zo te zijn. Daarom vraagt ‘ [naam 2] ’ aan [verdachte] of hij meestal ‘colo’ of ‘boli’ nodig heeft. Daarop stuurt ‘ [naam 2] ’ aan [verdachte] een foto van een wit blok met daarin een stempel en deelt mee dat het ‘boli’ is van ‘braz klus’.
Op basis van die gesprekken stelt de rechtbank vast dat ‘ [naam 2] ’ handelde in verdovende middelen.
Gesprekken over geldtransacties
4 juli 2020
Op 3 juli 2020 schrijft ‘ [naam 2] ’ aan [verdachte] : ‘Volgende pluk voor equ is klaar morgen afgeven’. ‘ [naam 2] ’ vraagt om een adres en een token. Het exacte bedrag is 260. ‘ [naam 2] ’ wil graag in de parking in Den Haag (‘dh’) -2. Op 4 juli 2020 meldt ‘ [naam 2] ’ dat ‘hij’ er is met een Golf op -2, parkeer nr 27. [verdachte] moet ‘hem’ daar naar toe laten komen. Een aantal minuten later stuurt ‘ [naam 2] ’ naar [verdachte] : ‘Gelukt bro’, ‘Oke bro 260€’, ‘Oké is goed bro hoeveel ga je afgeven op die token’, ‘Kan je de rekening sturen van die 260 hoeveel dollars totaal moet krijgen’ en ‘Hoe bereken je die kan je me dat sturen zodat ik het weet’.
9 juli 2020
Op 9 juli 2020 vraagt ‘ [naam 2] ’ aan [verdachte] om een token en adres voor een volgende pluk. Hij zegt [verdachte] dat hij niets in ‘ams’ wil doen, enkel die parking. ‘Deze komt van zuiden vandaar’, ‘Als iemand van ams was had het gekund’, ‘Ik laat hem dan 200brengen of 250max’. ‘190kop heb die’. Op een gegeven moment laat ‘ [naam 2] ’ aan [verdachte] weten ‘Bro hij staat er parking 34’. Een half uurtje later vraagt ‘ [naam 2] ’ aan [verdachte] of ‘het’ gelukt is en vraagt [verdachte] om hem een berekening te sturen.
16 en 17 juli 2020 en uitbetaling in Equa
Op 15 juli 2020 stuurt ‘ [naam 2] ’ aan [verdachte] : ‘morge 208k voor equa’ en hij vraagt [verdachte] om een token en een adres en tijdstip. Hij meldt dat vrijdag de andere pluk komt. Op 16 juli 2020 meldt ‘ [naam 2] ’ aan [verdachte] : ‘Yess bro staat er’, ‘Parking 53’ en zo’n 20 minuten later ‘Yess is done’, ‘Ja klopt 210’, ‘Tell na en stuur de berekening’ en ‘Token ga ik vragen’.
Op 17 juli 2020 vraagt ‘ [naam 2] ’ aan [verdachte] om een token en adres, zodat ‘ [naam 2] ’ alvast de nieuwe pluk kan sturen. Het wordt 200k bericht hij aan [verdachte] . Vervolgens stuurt hij een foto waarop onder andere een telefoonnummer te zien is en waarop in het rood is geschreven ‘ [naam 8] ’ en een foto van een bankbiljet waarop onder andere het serienummer zichtbaar is. Aan het eind van de dag geeft ‘ [naam 2] ’ aan [verdachte] door dat ‘hij’ er al is en vraagt [verdachte] om het geld na te tellen en hem vervolgens de rekening te sturen en om het te melden als ‘equ’ is betaald.
Op 18 juli 2020 vraagt ‘ [naam 2] ’ nogmaals aan [verdachte] om de rekening van de vorige dag. Later stuurt ‘ [naam 2] ’ nogmaals de foto van het telefoonnummer, alsmede twee foto’s van hetzelfde bankbiljet waarop het serienummer zichtbaar is en zegt: ‘Als je die hebt afgegeven dan doen we die laatste’, ‘Meld me als is afgegeven’. De volgende dag meldt ‘ [naam 2] ’ dat ze twee plukken gaan afgeven in ‘equa’, die van vandaag en de laatste en hij meldt weer een dag daarna dat hij een token aan ‘equa’ vraagt voor die laatste pluk en hij stuurt een overzicht met berekeningen van een viertal transacties.
In totaal heeft [verdachte] in de periode tussen 4 juli 2020 en 2 maart 2021 voor € 991.475,00 en $1.595.810,00 aan transacties uitgevoerd voor ‘ [naam 2] ’.
4.3.1.3 Contact ‘ [naam 3] ’ met Sky-ID's [accountnaam 11] , [accountnaam 12] , [accountnaam 13] en [accountnaam 14]
Gesprekken over handel
‘ [naam 3] ’ heeft met derden via Sky chatgesprekken. In een groepsgesprek deelt ‘ [naam 3] ’ op verzoek van [accountnaam 15] onder andere een foto van een wit blok met een stempel ‘1A’. Waarop [accountnaam 15] vraagt: ‘Colo brother?’, waarop ‘ [naam 3] ’ ‘ofc’ antwoordt. Daarna wordt een prijs overeengekomen en wordt afgesproken dat het gesplitst wordt opgehaald.
Ook in een ander groepsgesprek wordt door [accountnaam 16] een foto gedeeld van een wit blok met een stempel ‘1A’, waarop ‘ [naam 3] ’ zegt dat hij ‘45pcs at that location’ heeft. Afgesproken wordt dat ‘ze’ 30 doen, waarop ‘ [naam 3] ’ om een token vraagt ‘for pick up’.
Op 14 juli 2020 heeft ‘ [naam 3] ’ contact met [verdachte] en vertelt hij [verdachte] dat ze in Den Haag bezig zijn met ‘some stuff’ en worden prijzen besproken. Ook op 8 augustus 2020 wordt gesproken over ‘stuff’ tussen [verdachte] en ‘ [naam 3] ’. ‘ [naam 3] ’ laat aan [verdachte] weten dat hij de dag ervoor een ‘driver and car with stuff’ is verloren, omdat die is gearresteerd door de politie. In een groepschat waar [verdachte] niet aan deelneemt wordt door ‘ [naam 3] ’ een foto gedeeld van een artikel van 10 augustus 2020 waarin staat dat de politie afgelopen vrijdag 104 kilo cocaïne in beslag heeft genomen, die was aangetroffen in verborgen ruimtes van een auto en dat de twee mannen die in de auto reden, zijn aangehouden.
Op basis van die gesprekken stelt de rechtbank vast dat ‘ [naam 3] ’ handelde in verdovende middelen.
Gesprekken over geldtransacties
4 juni 2020
Op 4 juni 2020 heeft ‘ [naam 3] ’ contact met [verdachte] waarbij door ‘ [naam 3] ’ een token en een telefoonnummer wordt doorgegeven aan [verdachte] . Ook stuurt ‘ [naam 3] ’ aan [verdachte] : ‘I pass u add now’ waarna hij een foto van een adres in Rotterdam stuurt. Op enig moment vraagt ‘ [naam 3] ’ aan [verdachte] : ‘Did they meet?’, waarna hij stuurt ‘Is done 300’.
11 augustus 2020
‘ [naam 3] ’ laat [verdachte] in de ochtend weten dat hij een ‘client’ heeft die 800k kan brengen en vraagt [verdachte] om een adres in Rotterdam (‘Send me add rotterdam’). Net na de middag vraagt ‘ [naam 3] ’ aan [verdachte] : ‘Did they meet?’ en einde van de middag ‘800 he give’.
19 januari 2021
Op 18 januari 2021 vraagt ‘ [naam 3] ’ naar de tarieven die [verdachte] rekent om geld te ontvangen in Milaan en uit te betalen in ‘pana’. [verdachte] antwoordt: ‘Max 14.5%’. [verdachte] vraagt hoeveel ‘ [naam 3] ’ nodig heeft en die antwoordt ‘500k’. [verdachte] deelt een token ( [code 1] ) en een adres voor het aanleveren van geld in Milaan. Op 19 januari 2021 laat ‘ [naam 3] ’ aan [verdachte] weten: ‘Around 17:00 driver will send the papers to your ppl’. Einde van die middag stuurt ‘ [naam 3] ’: ‘Done’ en hij stuurt een foto van een eurobiljet, waar hetzelfde serienummer op staat als het token dat [verdachte] eerder gedeeld heeft met ‘ [naam 3] ’ en waar met pen 475 op is geschreven. [verdachte] antwoordt: ‘Ok. Will confirm u after they counted!’en vraagt ‘All for panam??’, hetgeen ‘ [naam 3] ’ bevestigt. Daarna stuurt ‘ [naam 3] ’ 475-14.5x1.21=491.400$’ en [verdachte] antwoordt: ‘Ok bro.’
In totaal heeft [verdachte] in de periode tussen 12 mei 2020 en 5 februari 2021 voor
€ 7.968.000,00 en $ 3.653.370,00 aan transacties uitgevoerd voor ‘ [naam 3] ’.
4.3.1.4 Contact ‘ [naam 4] ’ met Sky-ID A5331A
Gesprekken over geldtransacties
4 maart 2020
Op 3 maart 2020 heeft [verdachte] contact met ‘ [naam 4] ’. [verdachte] heeft ‘300k in hands for Rep. dom.’
Op enig moment zegt ‘ [naam 4] ’: ‘300k ready’, waarop [verdachte] om een token vraagt. Daarop stuurt ‘ [naam 4] ’ een bericht met daarin het bedrag, een tokennummer en een telefoonnummer naar [verdachte] . [verdachte] stuurt daarop een foto van een valutacalculator met een omrekening van dollars naar andere valuta, waaronder de CNY [1] en vraagt of ‘ [naam 4] ’ nieuwe accounts nodig heeft voor ‘rmb’ [2] , waarop ‘ [naam 4] ’ antwoordt: ‘Tomorrow’, ‘Pass 2m acc’.
Op 4 maart 2020 vraagt ‘ [naam 4] ’: ‘When will u pay Dr’, waarop [verdachte] antwoordt dat hij dat deze ochtend zal doen. [verdachte] stuurt dat hij vandaag 100k voor Panama heeft en dat hij ‘ [naam 4] ’ later nieuwe accounts voor ‘RMB’ zal sturen. ‘ [naam 4] ’ vraagt nog aan [verdachte] waarom hij zo duur is, waarop [verdachte] antwoordt dat zijn werk vele verantwoordelijkheden kent. Daarna stuurt hij een foto van een bankbiljet met daarop een serienummer zichtbaar en waar met pen onder andere ‘300,000’ op is geschreven.
14 mei 2020
Op 14 mei 2020 vraagt [verdachte] aan ‘ [naam 4] ’ om een token voor Costa en hij vraagt ‘ [naam 4] ’ of die meer RMB heeft. ‘ [naam 4] ’ antwoordt: ‘Plz waiting tkn’, ‘When tkn then we tell my ppl 2 days now just wait bro’. Later die avond stuurt ‘ [naam 4] ’ [verdachte] een bericht waarin hij een bedrag (230$), een token ( [code 2] ) en een nummer doorgeeft gevolgd door een foto van een bankbiljet waar hetzelfde serienummer en hetzelfde bedrag opstaat als het token en het bedrag dat hij daarvoor heeft doorgegeven aan [verdachte] alsook een datum. Daarna stuurt hij een foto van een valutacalculator met een omrekening van dollars naar andere valuta, waaronder de CNY.
17 mei 2020
Op 17 mei 2020 stuurt ‘ [naam 4] ’ op verzoek van [verdachte] een nieuw token. Het bericht van het token bevat een datum (18/5), ‘Costa’, een bedrag (270$), een telefoonnummer en een tokennummer ( [code 3] ). Op 18 mei 2020 rond middernacht hebben [verdachte] en ‘ [naam 4] ’ wederom contact en stuurt [verdachte] aan ‘ [naam 4] ’ een bankbiljet van Costa Rica waarop in het blauw onder meer staat geschreven $270000 en 18-05-20 en waarop het serienummer [code 3] zichtbaar is. Daarna stuurt [verdachte] aan ‘ [naam 4] ’: ‘Done bro!!’, waarna ‘ [naam 4] ’ vier hartjes stuurt en ‘270k’, hetgeen [verdachte] bevestigt.
In totaal heeft [verdachte] in de periode tussen 25 februari 2020 en 22 mei 2020 voor
$ 5.115.430,00 aan transacties uitgevoerd voor ‘ [naam 4] ’.
4.3.1.5 Contact ‘ [naam 5] ’ met Sky-ID’s [accountnaam 17] , [accountnaam 18] , [accountnaam 19] , [accountnaam 20] en [accountnaam 21]
Gesprekken over ‘witte blokken’
‘ [naam 5] ’ heeft met derden via Sky chatgesprekken. In een groepsgesprek van 30 augustus 2020 chat ‘ [naam 5] ’ op enig moment dat er 50 stuks gedaan moeten worden, ’25 van die en 25 van die bpr’. Daarop stuurt ‘ [naam 5] ’ drie foto’s met daarop een rechthoekig blok in plastic met op het blok een plaatje van een uil, een blok in plastic met een plaatje van een witte olifant met daarin de tekst ‘white’ en een foto van een wit blok in plastic met een stempel met daarin de letters ‘brp’. Waarop ‘ [naam 5] ’ zegt: ’25 die rondje en 25 van andere oke’. [accountnaam 22] zegt dat hij alles bij elkaar aan het zoeken is, maar dat er niet genoeg brp is. Uiteindelijk zegt ‘ [naam 5] ’ dat hij brp moet hebben en dat [accountnaam 22] het bij elkaar moet zoeken. ‘ [naam 5] ’ zegt dat ze hem moeten laten weten hoe laat hij er is en met welke auto. Op enig laat [accountnaam 23] weten dat hij er bijna is en geeft door met welke auto, waarop ‘ [naam 5] ’ een duimpje stuurt en zegt: ‘hun staan er al’, ‘Niet aan blauwe geven hun weten welke auto die aanpakt’, ‘Die zwarte pakt aan’, ‘Blauwe is uitkijk’. Vervolgens stuurt [accountnaam 23] een foto van een gedeelte van een bankbiljet waarop het serienummer helemaal zichtbaar is en zegt: ‘geleverd broer’, waarop ‘ [naam 5] ’ ‘Oke top’ antwoordt.
In een ander groepsgesprek wordt een foto van een wit blok gestuurd met een stempel ‘777’. ‘ [naam 5] ’ zegt dat er een token gestuurd moet worden voor het aanpakken en een adres waar het aangepakt moet worden. Daarop wordt een adres doorgegeven en het merk, type en kleur van de auto. Als ‘ [naam 5] ’ vervolgens nogmaals zegt dat er een token gestuurd moet worden voor het aanpakken, wordt er een nummer doorgegeven door [accountnaam 24] . Die bericht zo’n drie kwartier later dat hij er is, waarop [accountnaam 25] zegt: ‘Oké bro 1 min’.
Op basis van die gesprekken stelt de rechtbank vast dat ‘ [naam 5] ’ handelde in verdovende middelen.
Gesprekken over geldtransacties
20 februari 2020
Op 19 februari 2020 schrijft ‘ [naam 5] ’ dat hij het contact van [verdachte] heeft gekregen van ‘ [naam 9] ’ en hij vraagt of [verdachte] ‘can collect some papers tomarrow, 250/300’. ‘ [naam 5] ’ geeft een adres door en vraagt aan [verdachte] om een token te sturen. Ze spreken af voor de volgende dag om 13.00 uur. Op 20 februari 2020 vlak voor het middaguur vraagt ‘ [naam 5] ’ aan [verdachte] of zijn man op tijd is en geeft door dat er ‘250k’ wordt afgegeven. Een half uurtje later stuurt ‘ [naam 5] ’: ‘Done bro’ en hij stuurt een foto van een gedeelte van een vijf Euro-biljet waarop het serienummer zichtbaar is. Zo’n anderhalf uur later stuurt ‘ [naam 5] ’: ‘You count 2 times ?’, ‘Less 95 euro yes ?’
3 september 2020
Op 3 september 2020 meldt ‘ [naam 5] ’ aan [verdachte] dat hij vandaag ponden krijgt. En hij zegt: ‘Yes bro direct when my guy collect he will count and i will dropp off’. Zo’n drie kwartier later stuurt ‘ [naam 5] ’ aan [verdachte] : ‘Brother’, ‘Send me the token again’, ‘Ammount will be 267.000, ‘And eta will be around 5 pm local time’. Nog geen kwartier later vraagt ‘ [naam 5] ’ of zijn man ook 309.000 kan afgeven in plaats van 267.000 en hij zal het [verdachte] melden wanneer zijn man gaat rijden. Op enig moment meldt ‘ [naam 5] ’: ‘He almost there’ en vraagt: ‘What he wearing ?’ Iets later stuurt ‘ [naam 5] ’ een valutacalculator naar [verdachte] met een omrekening van Euro naar andere valuta, waaronder de Britse pond. Daarna stuurt hij: ‘Done’ naar [verdachte] gevolgd door een foto van een bankbiljet waarop het serienummer zichtbaar is.
18 september 2020
Op 17 september 2020 hebben ‘ [naam 5] ’ en [verdachte] contact. ‘ [naam 5] ’ vraagt om een token en een adres om ‘300k’ Britse ponden af te geven. Hij geeft [verdachte] nog een kans, maar die moet zijn ‘shit’ wel goed regelen, anders gaat alles via ‘saad’. ‘ [naam 5] ’ zegt: ‘Begin pro te werken’, ‘En alle pap netjes tellen’, ‘Ja kan geen probleem maar moet echt afspraak is afspraak’, ‘Oke laat je morgen ook eta weten en preciese bedrag oke’. Op 18 september 2020 in de ochtend meldt ‘ [naam 5] ’ bij [verdachte] dat zijn man eerst even een ‘drop’ gaat doen en daarna naar [verdachte] komt. ‘ [naam 5] ’ vraagt of [verdachte] ook 408.000 £ aan kan. ‘ [naam 5] ’ geeft op enig moment door dat zijn man in een witte Fiat 500 rijdt. Op enig moment meldt ‘ [naam 5] ’ aan [verdachte] dat zijn man is aangekomen en zegt: ‘Laat je man klaar staan oke’. Vier minuten later geeft ‘ [naam 5] ’ door: ‘Klaar broer’, ‘412 is het bro’, waarna hij twee foto’s stuurt van stapels van bundels bankbiljetten en daarna nog een foto met daarop een gedeelte van een bankbiljet waar het serienummer zichtbaar van is.
In totaal heeft [verdachte] in de periode tussen 20 februari 2020 en 30 september 2020 voor
€ 1.884.145,00 en £ 1.782.200,00 aan transacties uitgevoerd voor ‘ [naam 5] ’.
4.3.1.6 Contact ‘ [naam 6] ’ met Sky-ID 84CE8F
Gesprekken over verdovende middelen
‘ [naam 6] ’ heeft met derden via Sky chatgesprekken. Zo vraagt ‘ [naam 6] ’ op 27 mei 2020 aan [accountnaam 26] of die aan ketamine kan komen. Die antwoordt daarop dat hij daar geen verstand van heeft, ‘Alleen hasj coke en heroin’. Ook stuurt ‘ [naam 6] ’ op 23 november 2020 aan [accountnaam 26] een foto van iemand die een witte brok tussen zijn duim en wijsvinger vast heeft en vraagt: ‘Is dat iets voor je ? Of moet het blok zijn ?’ Ook in een gesprek met [accountnaam 27] stuurt ‘ [naam 6] ’ op 20 december 2020 een foto van een wit blok met een stempel.
Op 12 november 2020 heeft ‘ [naam 6] ’ contact met [verdachte] en vertelt hij [verdachte] dat hij ook pillen kan laten maken tegen kostprijs. [verdachte] antwoordt ‘ [naam 6] ’: ‘Ze vragen wat voor een kleur het heeft, en of het champagne is ?’, waarop ‘ [naam 6] ’ antwoordt: ‘Champagne’.
Op 17 november 2020 vraagt ‘ [naam 6] ’ aan [verdachte] hoe sterk de pillen moeten zijn, waarop [verdachte] antwoordt: ‘140mg en 300mg’. [verdachte] wil graag weten wat de marktprijs is van de pillen en zegt dat ‘ze’ er eerst 100.000 willen om de kwaliteit te testen.
Op 25 november 2020 hebben ‘ [naam 6] ’ en [verdachte] wederom contact. ‘ [naam 6] ’ laat [verdachte] weten dat [verdachte] tegen zijn mensen kan zeggen dat ze tussen 18.30 en 19.30 uur de monsters hebben. Er wordt afgesproken bij de parkeergarage Markthof in Den Haag op verdieping -2. [verdachte] vraagt of ze alleen de pillen leveren en niet de MA en of alle 3 140 mg is, hetgeen door ‘ [naam 6] ’ wordt bevestigd.
Op 14 december 2020 bericht [verdachte] aan ‘ [naam 6] ’: ‘Maat, de maat van me heeft gevraagd voor Mdma’. ‘Wat is de prijs en welke dag kunnen ze leveren? Ze willen eerst een kilo bestellen’.
Ook stuurt ‘ [naam 6] ’ aan [verdachte] op verschillende momenten in november en december 2020 afbeeldingen waarop zakken met pillen of een losse pil te zien zijn.
Op basis van die gesprekken stelt de rechtbank vast dat ‘ [naam 6] ’ handelde in verdovende middelen.
Gesprekken over geldtransacties
29 en 31 juli 2020
Op 29 juli 2020 vraag ‘ [naam 6] ’ aan [verdachte] waar hij het geld moet afgeven en of dit op dezelfde plek moet als altijd. [verdachte] antwoordt dat hij het vandaag in Den Haag nodig heeft en dat hij wil weten hoe laat. Dan zal [verdachte] een adres en een token sturen. ‘ [naam 6] ’ stuurt daarop: ‘Het zijn twee verschillende, een van mijn kant en de andere van de andere persoon zijn kant’, ‘Ik
betaal mijn procent apart dus:
200.000 $ /1.17 = 170.941
170.941 + 14 % =
170.941+ 23.932= 194.873 euro dat lever ik’
‘Maar de andere bro wil 100k Euro aan de andere kant zetten … Bereken op jouw manier wat hij dan krijgt in Dollars costa .. aub’. Daarop stuurt [verdachte] de volgende berekening: ‘100-14%*1.17 = $ 100.620’. ‘ [naam 6] ’ vraagt daarop om een adres en token, waarop [verdachte] hem een token stuurt en een adres van een parkeergarage in Den Haag.
Op 31 juli 2020 vraagt ‘ [naam 6] ’ [verdachte] een ‘token om te leveren’. Daarop deelt [verdachte] een tokennummer. Dat tokennummer komt overeen het met tokennummer dat [verdachte] op 29 juli 2020 reeds met ‘ [naam 6] ’ gedeeld heeft. ‘ [naam 6] ’ geeft aan [verdachte] door dat er een zwarte Volkswagen komt. [verdachte] bevestigt dat ‘ze’ elkaar hebben ontmoet en zegt dat hij het totaal aan ‘ [naam 6] ’ zal bevestigen zodra ‘ze’ klaar zijn met tellen. Ongeveer een uur later ontstaat er discussie over het totaalbedrag dat zou zijn overgedragen. Volgens ‘ [naam 6] ’ moet het 172.940 zijn, maar het is 171.300 volgens [verdachte] . Ze spreken af dat de missende 1.640 later wordt verrekend. [verdachte] moet 179k $ leveren. Vervolgens vraagt [verdachte] om een token, dat ‘ [naam 6] ’ aan hem doorgeeft. Daarop stuurt [verdachte] een foto van een bankbiljet - waarvan het serienummer overeenkomt met het door ‘ [naam 6] ’ daarvoor doorgegeven tokennummer – met de tekst: ‘179$ costa. Done!’ Waarop ‘ [naam 6] ’ antwoordt: ‘Top!’, ‘We gaan volgende week door’.
21 november 2020
Op 21 november 2020 zegt [verdachte] tegen ‘ [naam 6] ’ dat die laatste tegen zijn chauffeur moet zeggen dat die het restaurant ‘Truck di pan’ naar binnen moet en naar ‘Piloto’ moet vragen. Vervolgens stuurt ‘ [naam 6] ’ een foto van een dubbelgevouwen 5 euro bankbiljet waarvan het serienummer zichtbaar is en bevestigt [verdachte] dat ‘hij’ is gekomen en het heeft afgeleverd. [verdachte] vraagt naar het totaal, waarop ‘ [naam 6] ’ antwoordt dat dat 48.350 is.
In totaal heeft [verdachte] in de periode tussen 31 juli 2020 en 3 maart 2021 voor € 2.472.115,00 en $ 2.072.500,00 aan transacties uitgevoerd voor ‘ [naam 6] ’.
4.3.1.7 De geldtransacties in de periode van 10 februari 2020 tot en met 10 januari 2021
10 februari 2020
Op 10 februari 2020 heeft [verdachte] contact met Sky-ID [accountnaam 28] . Die laatste laat aan [verdachte] weten dat hij over 50 minuten bij -2 is. [verdachte] vraagt: ‘Hoeveel zijn er?’, waarop [accountnaam 28] antwoordt: ‘ [code 4] ’. Op het moment dat [accountnaam 28] meldt dat hij er is, vraagt [verdachte] : ‘Kan je het naar de toko in Rotterdam voor me gaan brengen’. ‘Het aan mijn vrouw geven’. ‘Vraag naar [medeverdachte 1] ’.
15 december 2020
Op 15 december 2020 heeft [verdachte] contact met Sky-ID [accountnaam 29] . Die laatste laat aan [verdachte] weten dat hij iemand heeft die 5500 in wil leveren in Nederland om naar Curaçao te gaan. [verdachte] antwoordt dat dat goed is en dat het voor hem naar de toko moet worden gebracht. [verdachte] laat ’s [accountnaam 29] middags weten dat zijn vrouw naar buiten gaat om ‘hem’ te treffen. ‘Laat ze komen naar [adres 3] ’. ‘Dat is de straat van de oude toko’, laat [verdachte] aan [accountnaam 29] weten. Ongeveer een kwartier later laat [verdachte] weten dat ‘zij’ eraan komt en een minuut later: ‘Ok klaar’.
9 en 10 januari 2021
Op 9 januari 2021 heeft [verdachte] contact met Sky-ID [accountnaam 30] . [verdachte] laat [accountnaam 30] weten dat de koers 2.16 is en dat € 8.230,00 nodig is om 16.000 fls te krijgen. Op 10 januari 2021 zegt [verdachte] aan [accountnaam 30] : ‘Laat je vriendin het thuis maar brengen voor [medeverdachte 1] ’ en laat hem weten dat ze op Curaçao al betaald hebben. Later die middag laat [verdachte] aan [accountnaam 30] weten dat ‘ze’ nu naar beneden gaat en: ‘Ons huis is op nr 3’. ‘Rode deur’. ‘ [medeverdachte 1] is al beneden’. Zo’n drie minuten later zegt [verdachte] : ‘Het is klaar’. Vijf minuten later meldt [verdachte] dat er 230 euro mist.
4.3.2
Tussenconclusie van de rechtbank
De rechtbank stelt op grond van voorgaande chatberichten vast dat [verdachte] voornamelijk als ‘bankier’, maar ook als ‘broker’, betrokken is geweest bij voornoemde geldtransacties. [verdachte] spreekt met zijn tegencontacten voornamelijk via PGP-telefoons. Met die telefoons worden de berichten versleuteld en de gebruikers verkeerden in de veronderstelling dat de communicatie niet of moeilijk door politie en/of justitie te onderscheppen zou zijn. Veelal wordt dan ook vrijelijk gecommuniceerd door [verdachte] en zijn tegencontacten, maar in een aantal gevallen wordt gebruik gemaakt van versluierd taalgebruik, zoals ‘X’ of ‘collo’- waarmee naar het oordeel van de rechtbank xtc of Colombiaanse cocaïne wordt bedoeld. Dat gebeurde ook bij het weergeven van geldbedragen. Het is algemeen bekend dat ‘k’ staat voor ‘1000’. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat met de aanduiding van bedragen in honderdtallen, zoals ‘250k’, ook als daarachter niet ‘k’ was vermeld, een bedrag van ‘250.000’ werd bedoeld.
4.3.3
De WeChat-gesprekken over geldtransacties in de periode van 8 augustus 2022 tot en met 18 maart 2024
Op 9 april 2024 is bij een doorzoeking in het winkelpand en de woning aan de [adres 1] onder meer een telefoon van het merk Honor G50 in beslag genomen. Dit betreft het winkelpand van [verdachte] en [medeverdachte 1] en de woning waar zij wonen met hun zoon [medeverdachte 2] . Ook zijn bij de doorzoeking contante geldbedragen en een geldtelmachine aangetroffen.
Door de politie is voornoemde telefoon onderzocht. Op grond van dit onderzoek en de bevindingen kan worden vastgesteld dat deze telefoon van [verdachte] is. In de chatapplicatie WeChat, die op de telefoon is aangetroffen wordt namelijk gebruik gemaakt van een account met – evenals het account van [verdachte] in de chatapplicatie SkyECC – de gebruikersnaam ‘ [alias 1] ’, met daarachter tussen haakjes ‘Owner’. Daarnaast wordt de gebruiker van de telefoon in een chatgesprek aangesproken met ‘papa’ door het WeChat-account met de gebruikersnaam ‘ [medeverdachte 2] ’. [verdachte] is de vader van [medeverdachte 2] . Ook deelt ‘ [alias 1] ’ een foto waar hij op staat samen met [medeverdachte 1] . Ook stuurt [medeverdachte 2] structureel foto’s naar ‘ [alias 1] ’ van documenten en poststukken geadresseerd aan [verdachte] . Ook bevat de camerarol van de telefoon zogenaamde ‘selfies’ van [verdachte] .
Op grond van die feiten en omstandigheden komt de rechtbank tot de conclusie dat [verdachte] de gebruiker is geweest van de Honor G50 en dat de WeChat-berichten op deze telefoon aan [verdachte] zijn toe te schrijven. Het dossier bevat geen aanwijzingen dat de telefoon (ook) door een ander dan [verdachte] gebruikt werd. [verdachte] ontkent de gebruiker te zijn geweest van deze telefoon, maar hij heeft geen antwoord willen geven op vragen met betrekking tot de inhoud van de berichten. Zijn verklaring bevat aldus niet meer dan een kale ontkenning van de vaststelling van eigenaarschap die op vele bewijsmiddelen is gestoeld. Tegen de achtergrond van de onderzoeksbevindingen is de ontkenning van [verdachte] niet geloofwaardig. Hierna zal de rechtbank de gebruiker van de telefoon en het WeChat-account ‘ [alias 1] ’ aanduiden als [verdachte] .
De rechtbank geeft hierna de inhoud van een aantal chatgesprekken weer om de gang van zaken te illustreren. Dit is slechts een selectie van de vele chatberichten die het dossier bevat.
Gesprekken over geldtransacties met [medeverdachte 2]
30 augustus 2022
Op 30 augustus 2022 bericht [medeverdachte 2] : ‘Papa’, ‘Meneer [naam 10] zoekt je’, waarop een telefoongesprek van 25 seconden volgt tussen [verdachte] en [medeverdachte 2] . Ongeveer een uur later bericht [medeverdachte 2] aan [verdachte] dat [naam 10] hem ( [medeverdachte 2] ) 6.5k heeft gegeven, waarop [verdachte] ‘ok’ antwoordt.
29 september 2022
Op 29 september 2022 heeft [verdachte] contact met [medeverdachte 2] . Op de vraag van [verdachte] ‘en [medeverdachte 3] ?’, antwoordt [medeverdachte 2] dat hij nu aan het tellen is. Zo’n veertig minuten later geeft [medeverdachte 2] aan [verdachte] door: ‘ [medeverdachte 3] 58950’. [verdachte] antwoordt dat het 59.000 had moeten zijn en vraagt zich af of [medeverdachte 2] wel goed heeft geteld. [medeverdachte 2] antwoordt dat hij wel goed heeft geteld, maar dat hij het nog een keer zal checken. [verdachte] zegt [medeverdachte 2] dat hij ‘deze’ op laat halen straks door een Chinese vrouw en dat [medeverdachte 2] het in een tasje klaar moet zetten. [medeverdachte 2] moet [verdachte] bellen als zij daar is. [medeverdachte 2] meldt dat hij dubbel heeft geteld en dat hij nog steeds ’50 eu’ mist en vraagt [verdachte] of ‘hij gewoon 50 eu erbij moet zetten’, hetgeen [verdachte] bevestigt.
3 oktober 2022
Op 3 oktober 2022 stuurt [verdachte] aan [medeverdachte 2] een foto waarop een bankbiljet van 5 euro met het serienummer zichtbaar is, gevolgd door ’14.900’. [verdachte] stuurt aan [medeverdachte 2] dat er iemand komt met dat biljet om 14.900 op te halen en hij instrueert [medeverdachte 2] om het bedrag klaar te zetten. Het is een Turkse man volgens [verdachte] . Ruim een half uur later bericht [verdachte] aan [medeverdachte 2] dat de man er nu aan komt en vraagt [medeverdachte 2] of het papier klaar is. [verdachte] laat [medeverdachte 2] weten dat ‘hij zegt komt voor [alias 1] ’ en [medeverdachte 2] moet ‘effe die biljet checken’. [verdachte] laat op vragen van [medeverdachte 2] nogmaals weten dat het 14900 moet zijn en [medeverdachte 2] moet alles in een snackzakje doen. Vervolgens stuurt [verdachte] aan [medeverdachte 2] een screenshot van een beveiligingscamera met daarbij de tekst ‘hij is daar’. Door de verbalisanten is herkend dat het een screenshot van de [alias 2] betreft.
15 oktober 2022
Op 15 oktober 2022 meldt [verdachte] aan [medeverdachte 2] dat straks een Chinese vrouw iets komt ophalen en instrueert [medeverdachte 2] om ‘het’ klaar te maken. Hij moet 90k afgeven. [medeverdachte 2] antwoordt: ‘Ok’, ’90.000’, hetgeen [verdachte] bevestigt. [verdachte] stuurt [medeverdachte 2] daarop wederom een foto van een gedeelte van een bankbiljet waarop het serienummer duidelijk zichtbaar is en zegt daarbij: ‘ze komt met deze biljet van €5’. [medeverdachte 2] antwoordt: ‘Ok’ en tien minuten later zegt hij aan [verdachte] : ‘Ik heb die 2 tassen van [medeverdachte 3] (40.000 + 9120) en (35.000 + 4100) erin gedaan en €1780 van dj’. Op een gegeven moment bericht [medeverdachte 2] aan [verdachte] : ‘Ik heb gegeven’, waarop [verdachte] antwoordt met ‘ok’.
Totaaloverzicht transacties
Aan de hand van de besproken bedragen in de verschillende chats is in de periode van
25 augustus 2022 tot 24 december 2022 € 272.465,00 afgegeven door [medeverdachte 2] en heeft hij in totaal € 517.115,00 in ontvangst genomen. In de periode tussen 29 december 2022 tot 6 maart 2024 is er € 1.110.690,00 aan contant geld opgehaald bij [medeverdachte 2] en heeft hij € 479.495,00 in ontvangst genomen.
Gesprekken over geldtransacties met [medeverdachte 1]
12 december 2022
Op 12 december 2022 stuurt [verdachte] aan [medeverdachte 1] een foto met daarop een gedeelte van een bankbiljet van vijf euro waarop het serienummer zichtbaar is met daarbij de tekst: ‘geef hem €28.790’ en ‘een kerel die op een Nederlander lijkt’, waarop [medeverdachte 1] antwoordt met ‘ok’.
14 augustus 2023
Op 14 augustus 2023 stuurt [verdachte] aan [medeverdachte 1] een screenshot van een gesprek dat hij heeft met iemand anders, inhoudende: ‘Send token bro. De persoon is er. Naar binnen? Chinees. Korte zwarte mouw, vrouw’, en een letter- en cijfercombinatie, waarop [verdachte] antwoordt: ‘Yes’, ‘Tell her go inside’. [verdachte] laat [medeverdachte 1] weten dat chauffeur [naam 11] er is.
16 augustus 2023
Op 16 augustus 2023 stuurt [verdachte] aan [medeverdachte 1] een foto waarop een gedeelte van een bankbiljet van vijf euro met serienummer zichtbaar is en op het biljet is met rood ‘Chauffeur [naam 12] ’ geschreven. Er vindt een videogesprek plaats en een half uur later stuurt [medeverdachte 1] naar [verdachte] : ‘Ontvangen: 26000’ en ‘Jouw nicht’, waarna weer een videogesprek plaatsvindt.
Daarnaast bespreken [verdachte] en [medeverdachte 1] ook dat [medeverdachte 2] grote geldbedragen beheert voor [verdachte] .
Gesprekken over geldtransacties met [medeverdachte 3]
5 mei 2023
Op 5 mei 2023 heeft [verdachte] een gesprek met [medeverdachte 3] . [medeverdachte 3] vraagt aan [verdachte] om 71.000 CNY over te maken naar een chinees bankrekeningnummer op naam van [naam 13] . [medeverdachte 3] stuurt: ‘Ik breng ze samen voor [medeverdachte 2] ’. Daarop stuurt [verdachte] twee screenshots van twee verschillende overboekingen van in totaal 71.000 CNY.
25 mei 2023
Op 25 mei 2023 stuurt [medeverdachte 3] aan [verdachte] : ‘Tante [naam 7] 69000,-‘ en ‘2% voor me’. [medeverdachte 3] heeft het al naar [medeverdachte 2] gebracht. [medeverdachte 3] vraagt om de rekening, waarop [verdachte] antwoordt dat hij op de koers aan het wachten is. Ruim een uur later stuurt [verdachte] : ’69.000@4140=285.660.000 pesos’ en ’69.000@2%=€1380’ en hij vraagt aan [medeverdachte 3] de informatie voor [naam 7] , die daarop antwoordt dat [verdachte] moet wachten want hij is bezig ‘hem/haar’ te appen. Pas aan het begin van de avond stuurt [medeverdachte 3] : ‘79000 [naam 7] ’ en ‘Ik heb het net gekregen’. Daarna stuurt [medeverdachte 3] een afbeelding van een blaadje waarop een naam en een telefoonnummer zijn geschreven en een afbeelding van een blaadje waarop ‘2 mil pesos’ is geschreven en een combinatie van letters en cijfers. Een aantal uren later stuurt [verdachte] aan [medeverdachte 3] een afbeelding van een bankbiljet van twee miljoen Colombiaanse peso’s waarop het serienummer zichtbaar is en waarop een datum en een bedrag is opgeschreven. Dat serienummer op het bankbiljet komt overeen met de combinatie van letters en cijfers op de afbeelding die [medeverdachte 3] eerder naar [verdachte] stuurde. De volgende ochtend stuurt [medeverdachte 3] aan [verdachte] dat die laatste niet moet vergeten dat het bedrag 79000 is en niet 69000, gevolgd door een berekening: ’79.000@4140=327,060,000pesos. Dat bedrag komt overeen met het bedrag dat op het eerder door [verdachte] gestuurde bankbiljet is geschreven. Ze spreken af dat [medeverdachte 3] het resterende bedrag dinsdag zal brengen.
Aan de hand van de besproken bedragen in de verschillende chats in de periode van 5 mei 2023 tot en met 27 juni 2023 hebben [verdachte] en [medeverdachte 3] in totaal CNY 346.972,80,
€ 99.000,00 en COP 327.060.000,00 aan geldoverdrachten met elkaar georganiseerd.
In de periode van 25 augustus 2022 tot en met 6 maart 2024 heeft [medeverdachte 3] voor € 387.760,00 contant geld gebracht naar [medeverdachte 2] voor [verdachte] . Dat maakt het totaal in euro’s: € 99.000,00 + € 387.760,00 = € 486.760,00.
Gesprekken over geldtransacties met [medeverdachte 4]
is een medewerkster van de [alias 2] . Tijdens de doorzoeking in de toko is de telefoon van [medeverdachte 4] in beslag genomen. Op deze telefoon is hetzelfde WeChat-gesprek als in de telefoon van [verdachte] zichtbaar, maar nu vanuit [medeverdachte 4] .
25 februari 2023
Op 25 februari 2023 stuurt [medeverdachte 4] een audiobericht naar [medeverdachte 4] waarin ze zegt dat een buitenlandse jongen iets heeft gebracht en dat ze dat zo boven zet. Dan stuurt ze een foto van een papiertje waarop ‘26210’ is geschreven, waarna ze in een audiobericht naar [verdachte] stuurt: ‘Die schrijft zoveel geld. Ik heb niet geteld en meteen naar boven gebracht’. Ze vraagt – wederom in een audiobericht – aan [verdachte] of zij het even moet tellen of dat ze moet wachten tot [medeverdachte 2] terug is. Daarop antwoordt [verdachte] , eveneens in een audiobericht, dat [medeverdachte 4] het kan tellen en aan hem ( [verdachte] ) kan bevestigen. Een goed half uur later bericht [medeverdachte 4] aan [verdachte] dat het klopt en dat ze aan Da Wen heeft gevraagd om het te tellen en dat die zegt dat het klopt.
31 maart 2023
Op 31 maart 2023 bericht [medeverdachte 4] aan [verdachte] : ‘10000’ en ‘Ik heb net geteld. Die buitenlandse vrouw heeft 10000 meegenomen.’ Daarop volgt een telefoongesprek tussen [verdachte] en [medeverdachte 4] . Daarna stuurt [medeverdachte 4] in een audiobericht dat ze net aan Weiping heeft gevraagd. Die had allemaal biljetten van 200 gezien. Er zijn biljetten van 50 die gewisseld zijn naar 10000. [medeverdachte 4] heeft ‘een stapel binnengeplaatst en die dacht dat het 10000 was. Ik heb het 50 minder gesteld.’ Ze heeft aan Weiping gevraagd of hij die stapel heeft geteld en hij zei van niet. Daarom wisten ze niet dat er 50 euro tekort was. Er is rechtstreeks gewisseld naar 10k van 200 biljetten. Ze heeft 50 euro aan [medeverdachte 2] teruggegeven en ze heeft het verteld aan [medeverdachte 2] .
31 juli 2023
Op 31 juli 2023 stuurt [medeverdachte 4] in een audiobericht naar [verdachte] : ‘Die jonge buitenlander heeft spullen meegenomen. Ik ga het later pas tellen. Het is makkelijk te tellen, want het zijn allemaal biljetten van 500’. Zo’n anderhalf uur later stuurt ze ‘10000’ naar [verdachte] gevolgd door een audiobericht waarin ze zegt: ‘Het is 10000. Die zijn allemaal van 500.’
Aan de hand van de besproken bedragen in de verschillende chats is in de periode van 17 oktober 2022 tot en met 18 maart 2024 € 46.499,00 afgegeven door [medeverdachte 4] en heeft zij in totaal € 602.686,00 in ontvangst genomen.
Gesprekken over geldtransacties met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] met camerabeelden
22 januari 2024
Op 22 januari 2024 stuurt [verdachte] om 19.30 uur Nederlandse tijd in een audiobericht via WeChat naar [medeverdachte 4] : ‘Straks komt een jonge buitenlander spullen langsbrengen. Je kan het aan [medeverdachte 2] geven.’ [medeverdachte 4] antwoordt daarop met: [medeverdachte 2] kan naar boven. Je kan aan [medeverdachte 2] vragen om een bedrag naar je te sturen.’ ‘Ok’ antwoordt [verdachte] daarop.
Om 19.32 uur Nederlandse tijd stuurt [verdachte] aan [medeverdachte 2] : ‘iem komt iets afgev’, ‘tel ff’, ‘laat me weten of het klopt’ en ’26.500’.
Omstreeks 19.31 uur is op camerabeelden zichtbaar dat een onbekend gebleven man de toko in komt met een bruine papieren tas met roze opdruk. Zo’n acht seconden later maken de man en [medeverdachte 2] contact met elkaar in de hoek van de toko en geeft de man de bruine tas met roze opdruk aan [medeverdachte 2] . Daarna loopt [medeverdachte 2] met die bruine tas naar de hal langs [medeverdachte 4] . Tijdens de doorzoeking is boven de toko in [medeverdachte 2] slaapkamer een geldtelmachine aangetroffen.
Vervolgens volgt om 19.47 uur Nederlandse tijd een videogesprek van zeventien seconden tussen [verdachte] en [medeverdachte 2] , waarna [medeverdachte 2] om 19.51 uur laat weten dat het bedrag inderdaad 26.500 is.
26 januari 2024
Op 26 januari 2024 stuurt [verdachte] omstreeks 9.03 uur Nederlandse tijd dat straks een jonge buitenlander spullen komt langsbrengen, waarop [medeverdachte 4] met ‘ok’ reageert.
Om 9.15 uur is op de camerabeelden te zien dat een man met een donkere jas en pet de toko binnenkomt. Om 9.16 uur loopt hij naar [medeverdachte 4] , die achter de toonbank staat. Hij geeft een stapel bankbiljetten aan [medeverdachte 4] , waarvan de bovenste een 20 euro biljet is. Zij pakt het geld aan, stopt het in een zakje bij de vitrinekast en legt het vervolgens in de lade onder de kassa. De onbekende man bestelt daarna nog broodjes en verlaat daarna de toko.
Om 9.17 uur stuurt [medeverdachte 4] vervolgens aan [verdachte] een audiobericht waarin ze zegt: ‘Die heeft het gebracht.’
4.3.4
Tussenconclusie van de rechtbank
De rechtbank stelt op grond van voorgaande chatberichten vast dat [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] in [alias 2] voor [verdachte] contante geldbedragen in ontvangst hebben genomen en die bedragen in de toko of in de woonruimte boven de toko hebben geteld of hebben laten tellen. Ook hebben zij in de toko contante geldbedragen afgegeven aan mensen nadat ze daarover instructies hebben gekregen van [verdachte] . Daarnaast heeft [verdachte] als ‘bankier’/’broker’ regelmatig contact met [medeverdachte 3] om verschillende geldtransacties te regelen.
4.3.5
Sprake van witwassen?
Nu de rechtbank reeds heeft vastgesteld dat [verdachte] betrokken is geweest bij transacties van (contante) geldbedragen, dient zij de vraag te beantwoorden of hij zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen om tot een bewezenverklaring van feit 1 te komen.
4.3.5.1 Het beoordelingskader witwassen
Het beoordelingskader van witwassen is volgens vaste rechtspraak als volgt. Voor een bewezenverklaring van het in de delictsomschrijving van artikel 420bis van het Wetboek van Strafrecht (Sr) opgenomen bestanddeel ‘afkomstig uit enig misdrijf’ is niet vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een concreet aangeduid misdrijf. Wel is voor een bewezenverklaring ter zake van dit wetsartikel vereist dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf.
Dat een voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf kan, indien op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband is te leggen met een bepaald misdrijf, niettemin bewezen worden geacht, als het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is.
Als door het openbaar ministerie feiten en omstandigheden zijn aangedragen die een vermoeden rechtvaardigen dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is, mag van de verdachte worden verlangd dat hij of zij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is. De omstandigheid dat deze verklaring van de verdachte mag worden verlangd, houdt niet in dat het aan de verdachte is om aannemelijk te maken dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is.
Als de verdachte zo'n verklaring heeft gegeven, ligt het op de weg van het openbaar ministerie nader onderzoek te doen naar die verklaring.
Mede op basis van de resultaten van dat onderzoek zal moeten worden beoordeeld of ondanks de verklaring van de verdachte het witwassen bewezen kan worden op de grond dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is.
Als zo'n verklaring is uitgebleven, mag de rechter die omstandigheid betrekken in zijn bewijsoverwegingen.
4.3.5.2 Toepassing van het beoordelingskader
Hoewel het dossier sterke aanwijzingen bevat dat de geldtransacties verband houden met de handel in (hard)drugs kan op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband worden gelegd tussen de tenlastegelegde bedragen en concrete drugstransacties of andere misdrijven. De rechtbank is echter wel van oordeel dat uit de hiervoor besproken feiten en omstandigheden een gerechtvaardigd vermoeden naar voren komt dat de ten laste gelegde geldbedragen geheel of gedeeltelijk van misdrijf afkomstig zijn. De rechtbank overweegt hierover het volgende.
De geldtransacties hebben telkens plaatsgevonden onder omstandigheden die voldoen aan een aantal zogenoemde witwastypologieën. Dit zijn algemeen objectieve kenmerken van witwassen die zijn verkregen in jarenlange onderzoeken van internationale opsporing en bestrijding van witwassen. Deze typologieën vormen een aanwijzing dat het om opbrengsten uit criminele activiteiten gaat.
De contante geldbedragen waar in de SkyECC-berichten over wordt gesproken, zijn op straat door geldkoeriers overgedragen nadat via PGP-berichten een token was doorgegeven. Het gebruik van tokens duidt erop dat de betrokkenen elkaar niet kenden of (blind) vertrouwden. Dat de betrokkenen bij deze transacties overduidelijk onbekenden van elkaar waren, volgt ook uit de omstandigheid dat bijvoorbeeld de kleur en het type van het voertuig werd doorgegeven van degene die het geld bracht of ophaalde en er veelal geen (echte) namen werden doorgegeven.
Bovendien is het een feit van algemene bekendheid dat PGP-telefoons vrijwel uitsluitend worden gebruikt in het criminele milieu om het afvangen van informatie door opsporingsdiensten te ontlopen. [verdachte] maakte gebruik van deze telefoons, waarmee hij met andere PGP-gebruikers communiceerde over de geldtransacties. Daarbij werd niet expliciet benoemd wat er gebracht of gehaald zou worden. Nadat het tot een afspraak was gekomen, werd door [verdachte] een geldkoerier geregeld als er geld gehaald of gebracht moest worden. De geldbedragen werden dan in korte tijd op een openbare plek, veelal in een parkeergarage in Den Haag, overgedragen.
De contante geldbedragen waar in de WeChat-berichten over werd gesproken, werden veelal in de Toko van [verdachte] en [medeverdachte 1] overgedragen, soms ook met behulp van een token. Het geld dat in de toko werd afgegeven, werd daar niet in de kassa gelegd, maar verdween onder de toonbank of werd meegenomen naar ‘achter’. Deze werkwijze past niet bij de normale bedrijfsvoering van die toko. Ook het feit dat er veelal grote coupures (van 200 of 500 euro) de toko werden binnengebracht is niet passend bij de normale bedrijfsvoering van de toko, hetgeen [verdachte] desgevraagd ter zitting heeft bevestigd. Ook de betrokkenen bij deze transacties zijn overduidelijk onbekenden van elkaar, hetgeen blijkt uit de omstandigheid dat [verdachte] aan [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] of [medeverdachte 4] persoonskenmerken doorgeeft van degene die geld komt halen of brengen, of screenshots van de camerabeelden van de toko naar hen doorstuurt waarop de persoon staat die komt voor het geld. Hierbij werden veelal geen (echte) namen doorgegeven.
Daarnaast werd in WeChat-berichten gebruik gemaakt van versluierd taalgebruik. Er werd gesproken over het halen en brengen van ‘stukken’ of ‘dingen’ in berichten die [verdachte] uitwisselde met onder andere [medeverdachte 1] , zijn vrouw, [medeverdachte 2] , zijn zoon, [medeverdachte 4] , een medewerkster van de toko en een andere gebruiker met de naam [medeverdachte 3] .
Er werd niet expliciet genoemd wat er gebracht of gehaald zou worden. Voor de overdracht werd door [verdachte] een getal benoemd en na de overdracht werd aan hem de hoeveelheid die was overgedragen doorgegeven.
Het witwasvermoeden wordt daarnaast versterkt doordat niet is gebleken dat [verdachte] en [medeverdachte 1] uit hoofde van hun beroep of bedrijf hebben moeten kunnen beschikken over grote (contante) geldbedragen.
Bovendien blijkt uit een analyse van de diverse SkyECC-berichten dat [verdachte] met de tegencontacten communiceert over pillen, witte blokken, ‘colo’, ‘X’, MDMA en dergelijke.
Al het voorgaande, in onderlinge samenhang bezien, rechtvaardigt naar het oordeel van de rechtbank het vermoeden als hiervoor omschreven.
Concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring van [verdachte] voor de herkomst van de geldbedragen?
Nu de rechtbank heeft vastgesteld dat er een gerechtvaardigd vermoeden is dat de ten laste gelegde geldbedragen geheel of gedeeltelijk van misdrijf afkomstig zijn, mag van [verdachte] worden verlangd dat hij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat de geldbedragen niet van misdrijf afkomstig zijn.
[verdachte] heeft zich tijdens het verhoor bij de politie, maar ook tijdens de inhoudelijke behandeling van de zaak ter zitting op zijn zwijgrecht beroepen. Er is dan ook geen sprake van een dergelijke verklaring van [verdachte] .
Er is geen aanleiding voor nader onderzoek door het Openbaar Ministerie.
4.3.5.3 Tussenconclusie van de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat de in de tenlastelegging genoemde geldbedragen onmiddellijk of middellijk afkomstig zijn uit enig misdrijf.
4.3.6
Het (voorwaardelijk) opzet
De vraagt waar de rechtbank zich vervolgens voor gesteld ziet, is of [verdachte] ervan op de hoogte was dat de in de tenlastelegging genoemde geldbedragen van misdrijf afkomstig waren en er aldus sprake is van opzet. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend en overweegt daartoe als volgt.
Gezien de vergaande betrokkenheid van [verdachte] bij de geldverplaatsingen en zijn leidende rol in het ondergrondse bankensysteem wist [verdachte] van de illegale herkomst van de geldbedragen; het is [verdachte] die middels versleutelde berichten communiceert en onderhandelt met de klanten over de geldoverdrachten, die de afspraken maakt om geld te ontvangen, die benodigde tokens doorgeeft of ontvangt van de klanten en die onder andere [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 4] , maar ook de geldkoeriers aanstuurt.
Daar komt bij dat hiervoor bij de feiten en omstandigheden al is uiteengezet dat in de chats tussen [verdachte] en een aantal van de verschillende klanten voor wie hij geld wisselt, ook wordt gecommuniceerd over (bijvoorbeeld met [naam 1] , [naam 2] , [naam 3] , [naam 6] ) en foto’s worden gedeeld van (witte) blokken (cocaïne), ‘X’ (XTC), ‘M’ (MDMA) (bijvoorbeeld met [naam 1] , [naam 2] , [naam 6] ). De rechtbank stelt dan ook vast dat [verdachte] geldbedragen leverde aan of ontving van of via personen die te koppelen zijn aan de handel in verdovende middelen, van welke handel [verdachte] zelf op de hoogte was en daarmee wist dat het geld een criminele herkomst had.
Dergelijke communicatie tussen [verdachte] en klanten voor wie hij geld wisselde, bevindt zich niet van alle klanten in het dossier, zodat niet gesteld kan worden dat hij ook van die klanten direct wist dat het geld een criminele herkomst heeft. Daar staat tegenover dat die klanten wel met derden communiceerden over (handel in) verdovende middelen, terwijl zij over een lange periode grote bedragen bij [verdachte] aanleverden, die vaak ook weer in andere landen en dus in andere valuta uitbetaald moesten worden. Hierover werden door [verdachte] verder geen vragen gesteld. Door ook voor deze klanten grote sommen geld te verplaatsen in het ondergrondse bankiersysteem heeft [verdachte] voor zover hij niet ten volle wist dat het geld met een criminele herkomst door zijn handelen – buiten het zicht van de overheid – werd overgedragen, in ieder geval de aanmerkelijke kans hierop bewust aanvaard. Aldus heeft [verdachte] zich schuldig gemaakt aan witwassen.
4.3.7
Gewoontewitwassen
Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] van het witwassen een gewoonte heeft gemaakt. Of een meervoud aan gedragingen kan worden gekwalificeerd als een gewoonte, hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Daarbij kan onder meer betekenis toekomen aan de aard van de gedragingen en de omstandigheden waaronder deze zijn verricht, alsmede aan het aantal gedragingen en het tijdsbestek waarbinnen deze zich hebben afgespeeld. Daarbij geldt niet de eis dat wordt vastgesteld dat verdachte ‘de neiging’ had om telkens weer zich schuldig te maken aan het misdrijf of dat die gedragingen zich met een bepaalde minimumfrequentie hebben voorgedaan. [3]
[verdachte] heeft zich gedurende een periode van ruim vier jaren vele malen schuldig gemaakt aan het witwassen van een aanzienlijke hoeveelheid geld (miljoenen) voor verschillende (terugkerende) klanten. Het witwassen heeft in die lange periode een zodanige omvang en continuïteit gehad dat naar het oordeel van de rechtbank ook bewezen kan worden dat [verdachte] van het witwassen een gewoonte heeft gemaakt.
4.3.8
Het medeplegen
4.3.8.1 Het beoordelingskader
Het beoordelingskader voor medeplegen, zoals vastgesteld in de wet en rechtspraak en voor zover hier van belang, is als volgt gegeven in HR 16 december 2014, ECLI:NL:HR:2014: 3637:

3.2.1
De kwalificatie medeplegen is slechts dan gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde – intellectuele en/of materiële – bijdrage aan het delict van de verdachte van voldoende gewicht is. (…) Voor het gewicht van de rol van de medepleger in de zin van art. 47 Sr kan ook worden gewezen op art. 141, eerste lid, Sr. Het daar strafbaar gestelde "in vereniging plegen" van geweld eist dat de verdachte "een voldoende significante of wezenlijke bijdrage aan het geweld" heeft geleverd, zij het dat deze bijdrage zelf niet van gewelddadige aard behoeft te zijn geweest. (Vgl. bijvoorbeeld HR 2 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:132, NJ 2013/407).
3.2.2.
Een en ander brengt mee dat indien het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering, maar uit gedragingen die met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht (zoals het verstrekken van inlichtingen, op de uitkijk staan, helpen bij de vlucht), op de rechter de taak rust om in het geval dat hij toch tot een bewezenverklaring van het medeplegen komt, in de bewijsvoering – dus in de bewijsmiddelen en zo nodig in een afzonderlijke bewijsoverweging – dat medeplegen nauwkeurig te motiveren. Bij de vorming van zijn oordeel dat sprake is van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking, kan de rechter rekening houden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.
(…)
3.2.3.
De bijdrage van de medepleger zal in de regel worden geleverd tijdens het begaan van het strafbare feit in de vorm van een gezamenlijke uitvoering van het feit. Maar de bijdrage kan ook zijn geleverd in de vorm van verscheidene gedragingen voor en/of tijdens en/of na het strafbare feit. Ook is niet uitgesloten dat de bijdrage in hoofdzaak vóór het strafbare feit is geleverd. (Vgl. bijvoorbeeld HR 3 juli 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW9972, NJ 2012/452). Zeker in dergelijke, in zekere zin afwijkende of bijzondere, situaties dient in de bewijsvoering aandacht te worden besteed aan de vraag of wel zo bewust en nauw is samengewerkt bij het strafbare feit dat van medeplegen kan worden gesproken, in het bijzonder dat en waarom de bijdrage van de verdachte van voldoende gewicht is geweest. (…)
Een geringe rol of het ontbreken van enige rol in de uitvoering van het delict zal in dergelijke uitzonderlijke gevallen wel moeten worden gecompenseerd, bijvoorbeeld door een grote(re) rol in de voorbereiding”.
4.3.8.2 Toepassing van het beoordelingskader
De rechtbank is van oordeel dat het tenlastegelegde medeplegen kan worden bewezen. Er is geen sprake van een gezamenlijke uitvoering en er kan ook niet worden vastgesteld dat [verdachte] zelf fysiek over het geld beschikte. Sterker nog, [verdachte] bevond zich in de tenlastegelegde periode hoofdzakelijk in China. Maar zoals uit de hiervoor opgenomen feiten en omstandigheden naar voren komt, had [verdachte] wel zeggenschap over wanneer, met wie en waar geldtransacties konden plaatsvinden en had hij op die manier de beschikkingsmacht over de geldbedragen. [verdachte] werkte bij de planning en de uitvoering van de (hiervoor beschreven) geldtransacties steeds zeer nauw samen met [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 3] en/of de niet nader bekend geworden geldkoeriers en/of andere PGP-gebruikers. [verdachte] had daarbij een coördinerende, sturende en leidinggevende rol die zodanig substantieel was dat sprake is geweest van medeplegen. Gelet hierop acht de rechtbank ook bewezen dat [verdachte] bedragen heeft ontvangen, heeft afgegeven of voorhanden heeft gehad.
4.3.9
Conclusie
De rechtbank komt, gelet op dat wat hiervoor is besproken, tot een bewezenverklaring van het onder feit 1 tenlastegelegde medeplegen van gewoontewitwassen.

5.Feit 2

5.1
Het standpunt van de officier van justitie
Het Openbaar Ministerie acht wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] heeft deelgenomen aan een organisatie die tot oogmerk had het plegen van het misdrijf witwassen.
5.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft integrale vrijspraak van feit 2 bepleit. In de eerste plaats omdat integrale vrijspraak is bepleit van feit 1. In de tweede plaats kan uit het dossier onvoldoende worden afgeleid dat met een gezamenlijk crimineel oogmerk, ofwel met een gemeenschappelijke (familie)doelstelling om snel zo veel mogelijk geld te verdienen, is gehandeld. Er is onvoldoende bewijs dat [verdachte] samen met familieleden een organisatie vormde, met een duidelijke structuur/taakverdeling die was gericht op het plegen van misdrijven.
5.3
Het oordeel van de rechtbank
5.3.1
Het beoordelingskader
De rechtbank stelt voorop dat voor een veroordeling voor deelneming aan een criminele organisatie moet worden vastgesteld dat:
sprake is geweest van een organisatie;
die organisatie tot oogmerk heeft gehad het plegen van misdrijven, in onderhavig geval het plegen van (gewoonte)witwassen;
verdachte opzettelijk aan die organisatie heeft deelgenomen.
Een organisatie in de zin van artikel 140 Sr is een samenwerkingsverband tussen twee of meer personen met een zekere duurzaamheid en structuur. Niet is vereist dat daarbij komt vast te staan dat iemand, om als deelnemer aan die organisatie te kunnen worden aangemerkt, moet hebben samengewerkt met of bekend moet zijn geweest met alle anderen die deel hebben uitgemaakt van die organisatie of dat de samenstelling van dat samenwerkingsverband steeds dezelfde is geweest.
Het oogmerk van de organisatie moet weliswaar gericht zijn op het plegen van misdrijven, maar niet is vereist dat het plegen van misdrijven de belangrijkste bestaansgrond van de organisatie is. Voor een bewezenverklaring is voldoende dat het plegen van misdrijven wordt beoogd, zodat geen aanvang hoeft te zijn gemaakt met het daadwerkelijk plegen daarvan. Voor de bewijsvoering van het bestanddeel ‘oogmerk’ zal onder meer betekenis kunnen toekomen aan misdrijven die in het kader van de organisatie zijn gepleegd, aan het meer duurzaam of gestructureerde karakter van de samenwerking, zoals kan blijken uit de onderlinge verdeling van werkzaamheden of onderlinge afstemming van activiteiten van deelnemers binnen de organisatie met het oog op het bereiken van het gemeenschappelijk doel van de organisatie, en, meer algemeen, aan de planmatigheid of stelselmatigheid van de met het oog op dit doel verrichte activiteiten van deelnemers binnen de organisatie.
Voor deelneming aan de organisatie is voldoende dat de verdachte in zijn algemeenheid weet, in de zin van onvoorwaardelijk opzet (voorwaardelijk opzet is dus niet voldoende), dat de organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft.
Het opzet van de verdachte moet dus zijn gericht op het deelnemen aan de organisatie. Volgt uit de bewijsvoering dat verdachte een aan de verwezenlijking van het oogmerk van die organisatie bijdragende of ondersteunende handeling heeft verricht, dan ligt daarin zijn wetenschap met betrekking tot het oogmerk besloten. Indien daarentegen uit de bewijsvoering slechts volgt dat de verdachte voor deelnemers van een criminele organisatie hand- en spandiensten heeft verricht zonder dat daaruit kan worden afgeleid dat hij daarbij handelde in de wetenschap dat de organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk had, dan staat daarmee niet vast dat de verdachte in zijn algemeenheid wist dat die organisatie bedoeld oogmerk had en levert het handelen van de verdachte geen deelneming aan die criminele organisatie op.
5.3.2
De toepassing van het beoordelingskader
De rechtbank heeft hiervoor ten aanzien van feit 1 geoordeeld dat bewezen is dat [verdachte] zich samen met onder andere [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van gewoontewitwassen.
Uit het PGP-berichtenverkeer dat [verdachte] had met onder andere [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] volgt dat zij samen met anderen een organisatie vormden die stelselmatig grote contante geldbedragen aan derden verstrekten en van derden in ontvangst namen via ondergronds bankieren. Daarbij was sprake van een vaste werkwijze en een vaste kern van deelnemers gedurende een langere periode, waarbij de deelnemers ieder hun eigen taken hadden. In de hiërarchie van de organisatie had [verdachte] de leidende/sturende rol. Uit de PGP-berichten komt naar voren dat hij onder andere [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] aanstuurde bij de geldtransacties. De feitelijke gang van zaken heeft de rechtbank reeds uitgebreid uiteengezet bij de bespreking van feit 1 onder hoofdstuk 4. De rechtbank verwijst bij de bespreking van onderhavig feit naar wat in dit hoofdstuk is uiteengezet. Hetgeen hierna nog besproken wordt, dient dan ook in onderlinge samenhang met de uiteenzetting van de redengevende feiten en omstandigheden onder dat hoofdstuk gelezen te worden.
Zodra [verdachte] werd benaderd voor het geven of ontvangen van geld, nam hij contact op met bijvoorbeeld [medeverdachte 2] of [medeverdachte 4] en gaf hij hen opdracht om het geld klaar te leggen in de toko of in de toko in ontvangst te nemen, waarbij ook de benodigde gegevens werden doorgegeven, zoals een token, het uiterlijk van de persoon die geld kwam halen of brengen en de hoogte van het bedrag waar het om ging. Zodra de transactie succesvol verlopen was, werd dit door [medeverdachte 4] of [medeverdachte 2] teruggekoppeld aan [verdachte] , en na het tellen van het ontvangen bedrag werd ook de hoogte daarvan doorgegeven aan [verdachte] .
Uit de PGP-berichten van SkyECC volgt dat [verdachte] nauw contact had met zijn klanten voor wie hij de geldtransacties uitvoerde om deze transacties te coördineren. Hij ontving van of stuurde aan hen de benodigde tokens voor de overdracht, stemde met hen de ontmoetingslocaties en het tijdstip van de overdracht af. [verdachte] wilde ook op de hoogte worden gehouden van het verloop van de overdracht en vroeg om bevestiging of een geldoverdracht succesvol was verlopen. [verdachte] was ook degene die met de klanten de wisselkoersen besprak en die de hoogte van de commissie in verband met de geldtransacties vaststelde en besprak.
[medeverdachte 1] was vanaf het begin in een uitvoerende rol aanwezig. [verdachte] regelde de geldtransacties en op het moment dat die in/bij de toko in Rotterdam plaatsvonden, was [medeverdachte 1] degene die het geld daar in ontvangst nam op verzoek van [verdachte] . Ook stuurde zij foto’s aan [verdachte] van stapeltjes contant geld met een briefje en een elastiek eromheen. Als [verdachte] niet beschikbaar was, was het [medeverdachte 1] die voornoemde werkzaamheden van [verdachte] overnam. Zo coördineerde zij ook zelf geldtransacties; zij had gesprekken met [medeverdachte 3] over aantallen, natellen en peso’s en werden tussen hen tokens verstuurd, berichtte [medeverdachte 3] haar op het moment dat hij ging vertrekken naar [medeverdachte 2] en koppelde [medeverdachte 3] later aan [medeverdachte 1] terug dat hij het geld aan [medeverdachte 2] had gegeven.
5.3.3
De conclusie
Gelet op deze feiten en omstandigheden is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband, bestaande uit verschillende personen, dat tot oogmerk had het plegen van (gewoonte)witwassen waaraan zowel [verdachte] als [medeverdachte 1] , als [medeverdachte 2] , als [medeverdachte 4] , als [medeverdachte 3] , als anderen een actieve bijdrage aan hebben geleverd.
De rechtbank acht feit 2 wettig en overtuigend bewezen.

6.De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:
1.
hij in de periode van 1 januari 2020 tot en met 9 april 2024 in Nederland en China,
tezamen en in vereniging met anderen van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, hierin bestaande dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s) geldbedragen van
€ 24.086.873,00, $ 15.746.795,00, £ 8.279.040,00 en COP 2.042.725.000,00, te weten:
- in de periode van 4 juli 2020 tot en met 6 maart 2021 € 7.423.300,00 en/of $ 3.309.685,00 en/of £ 6.496.840,00 (ten behoeve van contact [naam 1] ), en
- in de periode van 4 juli 2020 tot en met 2 maart 2021 € 991.475,00, en/of
$ 1.595.810,00 (ten behoeve van contact [naam 2] ), en
- in de periode van 12 mei 2020 tot en met 5 februari 2021 € 7.968.000,00 en/of
$ 3.653.370,00 (ten behoeve van contact [naam 3] ), en
- in de periode van 25 februari 2020 tot en met 22 mei 2020 $ 5.115.430,00 (ten behoeve van contact [naam 4] ), en
- in de periode van 20 februari 2020 tot en met 30 september 2020 € 1.884.145,00 en
£ 1.782.200,00 (ten behoeve van contact [naam 5] ), en
- in de periode van 31 juli 2020 tot en met 3 maart 2021 € 2.472.115,00 en/of
$ 2.072.500,00 (ten behoeve van contact [naam 6] ), en
- in de periode van 10 februari 2020 tot en met 10 januari 2021 € 48.900,00 en/of
- in de periode van 8 augustus 2022 tot en met 18 maart 2024 € 3.298.938,00 en/of
COP 2.042.725.000,00
heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij wist dat die geldbedragen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;
2.
hij in de periode van 1 januari 2020 tot en met 9 april 2024 in Nederland en China heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten medeverdachte [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of
[medeverdachte 4] en/of een of meer anderen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk (gewoonte)witwassen, zoals bedoeld in artikel 420ter Wetboek van
Strafrecht.
De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

7.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 47, 140 en 420ter Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Anders dan de verdediging heeft betoogd is de rechtbank van oordeel dat geen sprake is van eendaadse samenloop, nu de feiten een wezenlijk ander verwijt opleveren en de strekking van de strafbepalingen meer dan enigszins uiteenloopt.
Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1
het misdrijf: medeplegen van gewoontewitwassen;
feit 2
het misdrijf: deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

8.De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

9.De op te leggen straf of maatregel

9.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht jaren met aftrek van de in voorarrest doorgebrachte tijd.
9.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft de rechtbank verzocht om, in het geval de rechtbank toch komt tot een bewezenverklaring, rekening te houden met het feit in de tenlastegelegde periode van ruim vier jaren een periode van één jaar en vijf maanden geen strafbare handelingen zijn waargenomen. Daarnaast heeft de verdediging verzocht om rekening te houden met de hoogte van de bedragen die zijn witgewassen. Onder verwijzing naar jurisprudentie heeft de verdediging aangevoerd dat de strafeis dient te worden gematigd.
Ook heeft de verdediging bepleit rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder het feit dat hij niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld en het feit dat de lange duur van verdachtes voorarrest grote impact heeft gehad op het familiebedrijf alsmede op het privé- en familieleven van verdachte.
9.3
De gronden voor een straf of maatregel
Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.
Aard en ernst van de feiten
Verdachte heeft zich jarenlang schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen door middel van illegaal ondergronds bankieren. Dit deed hij samen met anderen, waaronder zijn echtgenote en hun destijds minderjarige zoon.
Witwassen vormt een bedreiging voor de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. Geld dat wordt verdiend door het plegen van strafbare feiten maakt onderdeel uit van het zwartgeldcircuit en heeft een ontwrichtende werking op de samenleving. Witwassen leidt er namelijk toe dat uit misdrijf verkregen geld een schijnbaar legale herkomst krijgt, waarna de pleger van het misdrijf vrijelijk over het geld kan beschikken in de legale economie, zodat ‘misdaad loont’. Dit alles gaat ten koste van de samenleving, alleen vanwege eigen financieel gewin.
Door witwassen op deze schaal wordt niet alleen het girale betalingssysteem ondermijnd, maar ook zorgt het ervoor dat andere vormen van ernstige ondermijnende criminaliteit zoals (georganiseerde) drugshandel, wapenhandel of terrorisme kunnen worden gefinancierd. Dit maakt dat de criminele wereld in stand wordt gehouden en andere ernstige strafbare feiten mogelijk worden gemaakt. Verdachte dient zich ervan bewust te zijn dat zijn handelen veel verder reikt dan alleen het verplaatsen van geld.
Daarnaast heeft verdachte opzettelijk deelgenomen aan een criminele organisatie in de vorm van een ondergronds bankiersnetwerk dat mondiaal opereerde. Hij heeft zich schaamteloos, geraffineerd, intensief en op grote schaal bezig gehouden met ondergronds bankieren-activiteiten en heeft daarin zelfs zijn destijds minderjarige zoon en medewerkers van de toko – die slechts als dekmantel fungeerde – betrokken. Uit de PGP-berichten in het dossier zijn aanwijzingen naar voren gekomen dat het door verdachte in dit verband witgewassen geld verband houdt met de handel in drugs en dat de witgewassen gelden ‘slechts’ een topje van de ijsberg betreffen, omdat het witwassen op nog grotere schaal heeft plaatsgevonden.
Daarmee heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan ernstige strafbare feiten. De rechtbank is van oordeel dat daarop alleen kan worden gereageerd met de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur.
Bij het bepalen van de hoogte van de straf heeft de rechtbank gekeken naar jurisprudentie over vergelijkbare zaken en de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht. Voor witwassen bestaat geen afzonderlijk oriëntatiepunt, reden waarom de rechtbank aansluiting heeft gezocht bij de oriëntatiepunten voor fraudezaken. Het oriëntatiepunt voor fraudezaken met een benadelingsbedrag van € 1.000.000,00 en hoger ligt tussen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden en de maximale gevangenisstraf die volgens de wet kan worden opgelegd voor het fraudedelict. In dit geval is het strafverzwarend dat het gaat om een enorme hoeveelheid geld (meer dan
€ 51.000.000,00) en dat verdachte van het witwassen een gewoonte heeft gemaakt. Ook is strafverzwarend dat hij dit samen met anderen én in georganiseerd verband heeft gedaan. Daarbij was sprake van een hoge organisatiegraad met internationale transacties en werd zijn bedrijf (de toko) als dekmantel gebruikt.
Persoonlijke omstandigheden
De rechtbank heeft acht geslagen op verdachtes strafblad van 6 juni 2025. Daaruit komt naar voren dat verdachte niet eerder voor soortgelijke strafbare feiten is veroordeeld. Het dossier bevat echter berichten van [medeverdachte 2] waarin hij schrijft dat zijn ouders al langer op illegale wijze aan geld komen en “met pensioen zouden kunnen gaan”. De inhoud van deze berichten geeft naar het oordeel van de rechtbank dermate treffend blijk van het schaamteloze en stelselmatige handelen van [verdachte] en [medeverdachte 1] , dat de rechtbank daarin aanleiding ziet deze hieronder weer te geven.
[Afbeelding]
[Afbeelding]
[Afbeelding]
[Afbeelding]
Conclusie
Alles overziend is de rechtbank van oordeel dat op dergelijke onder voornoemde omstandigheden gepleegde daden geen andere reactie kan volgen dan de maximaal op te leggen onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende straf, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 10 jaren en 8 maanden.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 Sv.
Voorlopige hechtenis
De raadslieden hebben verzocht om opheffing van het bevel tot voorlopige hechtenis in verband met het feit dat de situatie van artikel 67a lid 3 Sv zich voor zou doen. De rechtbank is van oordeel dat gelet op de bewezenverklaring en de strafoplegging dat verzoek moet worden afgewezen. Dat geldt ook voor het subsidiaire verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis. De rechtbank is van oordeel dat het strafvorderlijk belang dient te prevaleren boven het persoonlijk belang van verdachte bij een schorsing van de voorlopige hechtenis. Daarbij komt dat door of namens verdachte geen bijzondere of zwaarwegende persoonlijke belangen naar voren zijn gebracht, waarvoor het strafvorderlijk belang zou moeten wijken.

10.De inbeslaggenomen voorwerpen

10.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat op de op de beslaglijst vermelde voorwerpen onder de nummer 1 tot en met 14 conservatoir beslag rust, zodat de rechtbank daarover geen beslissing hoeft te nemen.
De op de beslaglijst vermelde voorwerpen onder de nummers 36 (gsm Honor), 38 (gsm Apple iPhone 10), 40 (geldtelmachine), 41 (gsm Apple iPhone 12), 46 (gsm Apple iPhone), 47 (USB-stick EAGET) en 50 (gsm Apple iPhone 14) dienen verbeurd te worden verklaard, omdat met deze voorwerpen de strafbare feiten zijn gepleegd.
De gsm onder nummer 34 (Apple iPhone 14 pro max) kan worden teruggegeven aan de rechthebbende.
De gsm onder nummer 45 (Apple iPhone 6S) dient te worden bewaard ten behoeve van de opsporing in verband met een eventueel in te stellen hoger beroep.
10.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft betoogd dat de inbeslaggenomen geldbedragen onder de nummers 1 tot en met 13 op de beslaglijst aan verdachte moeten worden teruggegeven, omdat de herkomst van deze geldbedragen is te verklaren uit de werkzaamheden van de toko.
Datzelfde geldt voor het geldbedrag onder nummer 14; de opbrengst van de verkoop van de Range Rover van verdachte. De Range Rover is met legale middelen aangeschaft en uit het dossier komen geen aanwijzingen naar voren dat het voertuig betrokken is geweest bij strafbare feiten.
Daarnaast verzoekt de verdediging ook om teruggave van de overige – met uitzondering van de nummers 36 en 47 – op de beslaglijst vermelde voorwerpen, ofwel omdat er geen relatie is met een strafbaar feit (nummers 38, 40, 41, 45 en 46) ofwel omdat er sprake is van dubbel beslag (nummers 34 en 50).
Over de nummers 36 (gsm Honor) en 47 (USB-stick EAGET) heeft de verdediging geen standpunt ingenomen.
Tot slot dienen volgens de verdediging ook de inbeslaggenomen onroerende goederen aan verdachte te worden teruggegeven, omdat er geen relatie is met een strafbaar feit.
10.3
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt voorop dat op de inbeslaggenomen voorwerpen op de beslaglijst onder de nummers 1 tot en met 14 naast klassiek beslag ex artikel 94 Sv, ook conservatoir beslag ex artikel 94a Sv rust. Op de inbeslaggenomen onroerende goederen rust eveneens conservatoir beslag. Dat beslag is gelegd tot bewaring van het recht tot verhaal voor een op te leggen ontnemingsmaatregel. Nu tegen verdachte tevens een ontnemingsprocedure aanhangig is gemaakt, zal de rechtbank over deze inbeslaggenomen voorwerpen en onroerende goederen geen beslissing nemen.
Datzelfde geldt voor het voorwerp onder nummer 45 op de beslaglijst; dat betreft een voorwerp dat bewaard moet blijven om ter terechtzitting bij een eventueel in te dienen hoger beroep te dienen als stuk van overtuiging.
De rechtbank zal de teruggave aan de verdachte gelasten van de onder verdachte inbeslaggenomen gsm onder nummer 34 op de beslaglijst, aangezien deze gsm niet vatbaar is voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en het belang van strafvordering zich niet tegen teruggave verzet.
De rechtbank is van oordeel dat de overige op de beslaglijst vermelde voorwerpen onder de nummers 36, 38, 40, 41, 46, 47 en 50 moeten worden verbeurdverklaard, omdat deze goederen aan verdachte toebehoren en voor verbeurdverklaring vatbaar zijn, omdat met deze goederen de feiten zijn gepleegd.
11. De toegepaste wettelijke voorschriften
De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 33, 33a en 57 Sr.

12.De beslissing

De rechtbank:
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat verdachte het onder feit 1 en feit 2 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
strafbaarheid feiten
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
feit 1
het misdrijf: medeplegen van gewoontewitwassen;
feit 2
het misdrijf: deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;
strafbaarheid verdachte
- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;
straf
- veroordeelt verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
10 (tien) jaren en 8 (acht) maanden;
- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;
de in beslag genomen voorwerpen
-
verklaart verbeurdde op de beslaglijst genoemde voorwerpen onder de nummers 36, 38, 40, 41, 46, 47 en 50;
-
gelastde
teruggaveaan verdachte van het op de beslaglijst genoemde voorwerp onder nummer 34;
voorlopige hechtenis
- wijst af de verzoeken tot opheffing en schorsing van de voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.K. Huisman, voorzitter, mr. D. van den Berg en
mr. P.A.M. Miltenburg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.M. Hoek, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 9 januari 2026.

Voetnoten

1.CNY is de Chinese yuan.
2.RMB is de Chinese renminbi.