Uitspraak
2.
[gedaagde 2], vennoot van gedaagde sub 1,
3.
[gedaagde 3], vennoot van gedaagde sub 1,
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek tevens houdende vermindering van eis
Rechtbank Overijssel
Tuinkeur heeft op basis van een overeenkomst een jaarlijkse dienst geleverd aan de vennootschap onder firma, die de factuur voor de bijdrage over 2025 niet heeft betaald. Tuinkeur vorderde aanvankelijk betaling van bijdragen over meerdere jaren, rente en incassokosten, maar beperkte haar eis tot de bijdrage 2025, wettelijke handelsrente en incassokosten.
De gedaagden erkenden de schuld over 2025, maar betwistten de bijdragen over 2026 en 2027 en stelden dat de vennootschap onder firma sinds 1 januari 2025 niet meer bestaat. Zij konden echter niet onderbouwen dat de ontbinding gevolgen had voor de betalingsverplichting.
De kantonrechter oordeelde dat de vordering over 2025 toewijsbaar is, inclusief de wettelijke handelsrente vanaf 17 maart 2025 en de buitengerechtelijke incassokosten conform het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten. De proceskosten werden eveneens aan de gedaagden opgelegd. De veroordeling werd hoofdelijk uitgesproken, waarbij iedere vennoot aansprakelijk is voor het gehele bedrag.
Uitkomst: Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de factuur 2025, wettelijke rente, incassokosten en proceskosten aan Tuinkeur.