3.41.Nadat de dagvaarding is uitgebracht, zijn op verzoek van [eiser] c.s. [naam 1], [naam 3], [naam 5] en [naam 4] gehoord in het kader van een voorlopig getuigenverhoor, Van het voorlopig getuigenverhoor dat plaatsvond op 19 april 2024 is proces-verbaal opgemaakt. De verklaringen van [naam 1], [naam 3] en [naam 5] worden hierna deels geciteerd.
[naam 1] heeft als getuige het volgende verklaard:
“(…) Ik ben in februari/maart 2022 in contact gekomen met [gedaagde] inzake de overname-transatie. Ik heb al een langere relatie met [gedaagde]. In het verleden hebben ze mij begeleid met de overgang van twee ondernemingen.
[naam 3] heeft mij gezegd dat hij een overnamespecialist is. Ik heb [naam 3]/[gedaagde] gevraagd mij van A tot Z te begeleiden.
Ik heb de heer [naam 3] gevraagd mij te assisteren bij het overnametraject. Dat betekent dat de heer [naam 3] de gesprekken namens mij zou voeren en ook de uiteindelijke contracten zou beoordelen. Met de heer [naam 3] heb ik afgesproken dat ik hem de contactgegevens zou verstrekken van betrokken personen en de heer [naam 3] zou vervolgens de juiste personen inschakelen voor het volledige traject. Het betrof een mondelinge overeenkomst.
De communicatie met de wederpartij werd gevoerd door de heer [naam 3]. De heer [naam 3] heeft mij achteraf geïnformeerd over die communicatie.
Ik zou in dit overnametraject zelf niets oppakken. De heer [naam 3] heeft mij in het kader van dit traject enkel om financiële stukken gevraagd. Hij was de overnamespecialist
Er is in eerste instantie een niet-bindend voorstel gemaakt om nog met elkaar te kunnen aftasten. De heer [naam 3] heeft mij gezegd dat dit gebruikelijk was. Ik heb zelf ook een niet-bindend voorstel gedaan. Nadien is een afsprakenbrief gevolgd, waarbij ik er van uit ben gegaan dat ook die brief een niet-bindend voorstel was. Dit heb ik ook aan de heer [naam 3] gevraagd, die dat bevestigend heeft beantwoord. Later bleek ik wel gebonden te zijn aan de afsprakenbrief.
In een gesprek met mijn advocaat, waarbij ook [gedaagde] aanwezig was, heeft de heer [naam 3] gezegd dat het een fout was dat ik gebonden ben aan het voorstel.
De afsprakenbrief is in juli 2022 door de heer [naam 4] van BDO Accountants opgesteld.(…) In mijn ogen was de afsprakenbrief een richtlijn als eerste aanzet om tot een overeenkomst te komen.
De afsprakenbrief is door de heer [naam 3] aan mij doorgestuurd. (…) Ik heb gezien dat in de afsprakenbrief stond dat ik mij onder meer privé borg moest stellen. In eerdere gesprekken met de heer [naam 3] heb ik kenbaar gemaakt dat ik dat niet wil. Tijdens mijn vakantie heb ik nog telefonisch overleg gehad met de heer [naam 3], mijn vrouw was daar ook bij. Ik heb de heer [naam 3] toen nogmaals gevraagd of het klopt dat ik niet gebonden ben aan deze afsprakenbrief. De heer [naam 3] heeft mij toen bevestigd dat de afsprakenbrief een eerste aanzet is tot onderhandeling.
Op 2 september 2022 heb ik de afsprakenbrief nog een keer goed gelezen en een e-mail gestuurd aan de heer [naam 3] om nog een keer na te gaan dat ik niet gebonden ben aan die afsprakenbrief. (productie 10 bij verzoekschrift)
In productie 10 bij verzoekschrift staat dat ik niet zou moeten tekenen en dat dat nu wel zo is. Na overleg met de heer [naam 3] heb ik toch getekend omdat de heer [naam 3] mijn zorgen heeft weggenomen dat dit afspraken waren waar ik aan gebonden zou zijn. Naar mijn gevoel was er met de afsprakenbrief nog geen overeenkomst tot stand gekomen en kon alles nog gewijzigd worden. Dit komt temeer omdat we over een aantal punten waaronder het financieringsvoorbehoud, de termijnen en de koopsom, nog geen overeenstemming hadden. In de afsprakenbrief lees ik ook nergens dat sprake zou zijn van een overeenkomst.
Na het tekenen van de afsprakenbrief is gebleken dat ik er wel aan gebonden ben en dat het financieel niet haalbaar is. Er is toen ook gebleken dat er op dat punt geen escape mogelijk was. De heer [naam 3] had dit moeten weten, omdat hij mijn hele onderneming kent en daarbij het voor hem ook duidelijk is wat mijn financiële mogelijkheden zijn. De heer [naam 3] is mijn fiscalist. De heer [naam 3] heeft mij aangegeven dat het een fout was dat er geen financieringsvoorbehoud in de afsprakenbrief stond. Je mag dat van een overnamespecialist wel verwachten.
Voor deze transactie had ik externe financiering nodig. Met de heer [naam 3] is niet gesproken over de haalbaarheid daarvan en ook waren er geen liquiditeitsprognoses.
(…)
Voorafgaand aan de afsprakenbrief is door de heer [naam 3] Solid ingeschakeld als financieel deskundige om de koopsom na te gaan. Ik heb geen financiële stukken aan Solid verstrekt en ook geen vragen gekregen van Solid. Het rapport van Solid heb ik pas na het tekenen van de afsprakenbrief ontvangen. De communicatie met Solid verliep via de heer [naam 3].
Het rapport van Solid geeft een ander beeld over de waardes. Ik heb dit rapport pas ver na de afsprakenbrief ontvangen. Ik denk zo in de loop van het einde van het jaar. Waarom de waardes afweken is mij niet bekend. (…)
Na het tekenen van de afsprakenbrief heeft de heer [naam 3] nog wel overleg gevoerd met de wederpartij, maar het kwaad was al geschied. De tweede brief in december 2022 heeft nog wel geleid tot een wijziging van de termijnen.
Er heeft nog een jurist naar de afsprakenbrief gekeken of die afspraken daadwerkelijk bindend zijn. Dit was de heer [naam 4], de broer van de heer [naam 4] van BDO.
(…) Ik heb geen schadebeperkende maatregelen genomen, omdat ik dat niet kon. Ik was gebonden aan de afspraken. Ik heb nog geprobeerd om externe financiering aan te trekken. Dat is niet gelukt. Door de inbreng van privé geld kunnen de afspraken toch nagekomen worden.”
[naam 3] heeft als getuige het volgende verklaard:
“(…) Ik heb voor het eerst in maart 2022 contact gehad met de heer [naam 1] over dit traject. (…)
Gedurende het traject was de heer [naam 1] gesprekspartner. Er werd besproken hoe te reageren op de voorstellen van de heer [naam 2]. We trokken gezamenlijk op.
De heer [naam 1] en de heer [naam 2] hebben volgens mij gedurende het traject nog wel contact gehad. De communicatie verliep grotendeels via mij. In het kader van de onderhandeling werden e-mails of documenten voor de wederpartij expliciet aan de heer [naam 1] voorgelegd voordat die werden verstuurd.
Soms was er nadien nog telefonisch contact waarin wijzigingen werden besproken. De gewijzigde e-mail werd dan ook weer in concept aan de heer [naam 1] voorgelegd.
(…)
De reden van de afsprakenbrief is dat partijen nog niet bij elkaar waren maar wel dichterbij. Ik kan het mij niet meer exact herinneren, maar volgens mij was er een verschil dat overbrugbaar was. Halverwege juni heeft de heer [naam 4] per e-mail de voorwaarden gestuurd met het verzoek daarop te reageren. Dit voorstel heb ik aan de heer [naam 1] gestuurd met een concept-reactie en daarop een positieve terugkoppeling ontvangen.
De afsprakenbrief is door BDO opgesteld.
Voorafgaand aan de afsprakenbrief heb ik de heer [naam 5] ingeschakeld om de koopsom te toetsen. De heer [naam 5] is deskundig op het gebied van waardering van aandelen.
(…)
Het is een nogal lang traject geweest. Eerder heb ik net al gesproken over de mail van half juni, waarin overeenstemming was over de voorwaarden, waaronder prijs. Die afspraken hebben gediend als basis voor de afsprakenbrief. Die afsprakenbrief heb ik per e-mail aan de heer [naam 1] gezonden en daarover hebben wij zowel per e-mail als telefonisch contact gehad.
Ik heb de heer [naam 1] over de bindendheid/niet-bindendheid van de afsprakenbrief aangegeven dat er nog wel een mouw aan was te passen. Onder andere de leveringsdatum stond nog niet vast en ook ten aanzien van de financiële voorwaarden waren er nog losse eindjes.
In de afsprakenbrief zijn een aantal dingen vastgelegd, waaronder de koopsom. De heer [naam 1] had er belang bij om de afsprakenbrief te tekenen omdat daarmee de koopsom werd vastgelegd. Dit had ermee te maken dat er een grote klant was binnen gehaald waarop de verkopende partij geen zicht had, maar die wel een positief effect zou hebben op de waarde van de onderneming.
(…)
De afsprakenbrief is een bevestiging van wat partijen zijn overeengekomen, waardoor het naar mijn mening een overeenkomst is.
Op het als productie 10 bij het verzoekschrift overgelegde e-mailbericht reageer ik als volgt: Ook in dit stadium is er veelvuldig telefonisch contact geweest. We hebben ook gesproken over privé mee tekenen. Ik denk dat ik daarbij de parallel heb getrokken met de berichten van uit Credion. Credion heeft eerder aangegeven dat voor het verkrijgen van financiering noodzakelijk is dat de heer [naam 1] in privé mee tekent. Deze voorwaarde heeft ook de verkopende partij gesteld die als financier zou optreden.
Er zijn door de heer [naam 6] cijfers opgesteld en ook een prognose. Dit was in eerste instantie ten behoeve van het financieringsmemorandum voor de financieringsaanvraag bij Credion. Uit die prognose blijkt dat de financiële afspraken passen binnen de onderneming. Wij hebben hier niet expliciet over gesproken. Wel is er nog bij BDO gesproken over de financiële afspraken. Afgesproken is een bedrag ineens van volgens mij
€ 55.000,--. In maart zou een tweede bedrag volgen van € 35.000,-- en het restant zou in maandelijkse termijnen worden voldaan. Deze maandelijkse termijnen waren gelijk aan het bedrag dat de heer [naam 2] destijds onttrok voor zijn werkzaamheden voor de onderneming. De heer [naam 1] heeft aangegeven dat de betaling van € 35.000,-- in maart krap zou worden. Hierover is contact opgenomen met Credion en heeft Credion een krediet verstrekt van € 40.000,--.
In het begin is er contact geweest met Credion over het volledig financieren van de koopsom. Dit bleek niet mogelijk. De heer [naam 2] was toen bereid als financier op te treden. Tijdens het gesprek met BDO in december 2022 is gesproken over de betaling van de koopsom. In dat gesprek is naar voren gekomen dat mogelijk
€ 35.000,-- niet betaald zou kunnen worden en dat voor dit bedrag contact zou worden opgenomen met Credion.
Het rapport van Solid heb ik verwerkt in het voorstel van juni, voor zover ik dit kan teruglezen in de urenverantwoording. Het rapport van Solid zag alleen op Servion en niet op de andere activiteiten. Eerder gaf ik al aan dat er een grote klant is binnen gehaald. Dat zag op Arbolink.
Op het (…) rapport van Solid, specifiek pagina 5, reageer ik als volgt: Voor de financiële positie van de onderneming is uitgegaan van de prognose van [naam 6]. Daarbij is rekening gehouden met de nieuwe klant. Dat resultaat is leidend geweest en daaruit bleek voldoende ruimte. Eerder heb ik aangegeven ten aanzien van de afsprakenbrief dat daar een mouw aan te passen is en daaraan is in december 2022 vorm gegeven door afspraken te maken over de financieringstermijnen.
Na het tekenen van de afsprakenbrief is het een tijdje stil geweest. De verkopende partij heeft vervolgens de druk opgevoerd en verlangde uitvoering van de afsprakenbrief. Ik heb daarover veelvuldig overleg gevoerd met de heer [naam 1]. Tijdens die overleggen bleek de verstandhouding tussen de heer [naam 1] en de heer [naam 2] te zijn veranderd. De heer [naam 2] wil actie en wil de heer [naam 1] aan de afsprakenbrief houden. We hebben veel moeten bewegen, maar uiteindelijk is het gelukt om afspraken te maken over de financiering die past binnen de onderneming.
Er is geen financieringsvoorbehoud opgenomen in de afsprakenbrief, omdat dit niet meer van belang was. De heer [naam 2] was bereid om als financier op te treden, waar de heer [naam 2] eerder had aangegeven betaling ineens te willen.
In mijn beleving is er gecommuniceerd over het niet opnemen van een financieringsvoorbehoud in de afsprakenbrief.
Ik weet niet of ik expliciet aan de heer [naam 1] heb aangegeven dat ik een inschattingsfout heb gemaakt met de afsprakenbrief. Ik weet wel dat ik het vervelend vind.
Ik kan mij herinneren dat er op 5 juli 2023 een bespreking heeft plaats gevonden waarbij is gesproken over een telefoongesprek dat ik met de heer [naam 1] heb gehad over de afsprakenbrief. Ik heb toen aangegeven dat er na ondertekening nog wel een mouw kan worden aangepast. Na dit gesprek heb ik een aansprakelijkstelling ontvangen, waarin is opgenomen dat ik zou hebben erkend dat er een fout is gemaakt. Dat is niet juist. Ik heb in het gesprek aangegeven dat er nog wel een mouw aan kan worden gepast.”
[naam 5] heeft als getuige het volgende verklaard:
“(…) Op het als productie 8 bij het verzoekschrift overgelegde rapport, meer specifiek pagina 5, reageer ik als volgt:
Bij het inschatten van de waarde van de koopsom ga ik kijken wat er volgend jaar wordt verdiend. Om dat te beoordelen kijk ik enkele jaren terug en toets ik die resultaten. Daarbij is mij opgevallen dat de multiple van Brookz afwijkt van de multiple die door Waardevisie is gehanteerd. Daar ziet mijn opmerking in de laatste alinea op.
In mijn notitie heb ik dus geconstateerd dat er verschillen zijn in de multiples. Mijn opdracht was niet om te beoordelen of het een goede koopprijs was, daar heb ik ook onvoldoende zicht op. Met deze opmerking heb ik aangegeven: ga nader onderzoek doen. (…)”