Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.[gedaagde 1] B.V.,
2.
[gedaagde 2],
Rechtbank Overijssel
De curator in het faillissement van een besloten vennootschap heeft vorderingen ingesteld tegen de (middellijk) bestuurders wegens onbehoorlijke taakvervulling die heeft geleid tot het faillissement.
De gedaagden zijn niet verschenen, waarna verstek is verleend. De rechtbank heeft de dagvaarding en de naleving van de termijnen en formaliteiten beoordeeld en de vorderingen van de curator niet onrechtmatig of ongegrond bevonden.
De rechtbank verklaart voor recht dat de bestuurders hun taken kennelijk onbehoorlijk hebben vervuld en dat deze onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement. De bestuurders worden hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor het tekort in het faillissement en veroordeeld tot betaling van het tekort, vermeerderd met boedelvorderingen en een voorschot van twee miljoen euro.
De veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De rechtbank ziet af van een aparte proceskostenveroordeling omdat deze kosten al in het boedeltekort zijn verwerkt.
Uitkomst: De bestuurders worden hoofdelijk aansprakelijk gesteld en veroordeeld tot betaling van het tekort in het faillissement en een voorschot van € 2.000.000,-.