Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het verloop van de procedure
2.De standpunten van klager en de officier van justitie
3.De bevoegdheid van de rechtbank
4.De ontvankelijkheid
5.De beoordeling
diefstalheeft verloren, deze gedurende drie jaren te rekenen vanaf de dag van de diefstal, als zijn eigendom opeisen, tenzij de verkrijger als natuurlijke persoon niet handelend in de uitoefening van een beroep of bedrijf de zaak heeft gekocht van een persoon die van het verhandelen aan het publiek van soortgelijke zaken, anders dan als veilinghouder, zijn bedrijf maakt in een daartoe bestemde bedrijfsruimte.
diefstalheeft verloren die zaak kan opeisen. Uit de wetsgeschiedenis en jurisprudentie kan echter worden afgeleid dat het in art. 3:86 lid 3 BW Pro gehanteerde begrip "diefstal" ruim geïnterpreteerd dient te worden, in die zin dat hiertoe alle vormen van bezitsverlies ten gevolge van een strafbaar feit gerekend dienen te worden, derhalve ook verduistering, waarvan in het onderhavige geval klaarblijkelijk sprake is. (ECLI:NL:GHLEE:2005:AU0823 en ECLI:NL:HR:2005:AU2555).
6.De beslissing
ongegrond.
K.M. Barin, griffier, ondertekend door de rechter en de griffier en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026.