In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de rechtbank Overijssel het verzet van het college van gedeputeerde staten van Overijssel gegrond verklaard tegen de uitspraak van 31 oktober 2025. In die eerdere uitspraak had de rechtbank het beroep van geopposeerde kennelijk gegrond verklaard wegens het niet tijdig nemen van een besluit op een Woo-verzoek van 18 mei 2025.
Uit de gedingstukken bleek echter dat opposant op 1 augustus 2025 alsnog een besluit had genomen, dat geopposeerde op 15 augustus 2025 per e-mail had ontvangen. Dit was niet onderkend in de eerdere uitspraak. De rechtbank concludeerde daarom dat het beroep niet buiten redelijke twijfel gegrond was en dat de eerdere uitspraak ten onrechte zonder zitting was gedaan.
De rechtbank heeft het verzet gegrond verklaard, waardoor de uitspraak van 31 oktober 2025 vervalt en het onderzoek wordt hervat in de stand waarin het zich bevond voor die uitspraak. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.