Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.De procedure
- de dagvaarding met 14 producties,
- producties 1 tot en met 12 namens gedaagden,
- de akte overlegging producties 15 tot en met 19 van [eiseres],
- de mondelinge behandeling op 2 februari 2026.
2.De feiten
3.Het geschil
- [gedaagden] te verbieden tot het nemen van executiemaatregelen voor de duur dat [gedaagden] nakoming door [eiseres] van het arrest van het hof belemmert;
- [gedaagden] te veroordelen tot terugbetaling van € 20.678,71, welk bedrag door hem ten onrechte is geïncasseerd wegens de executiemaatregelen door deurwaarder Ikink;
- [gedaagden] te veroordelen om uiterlijk 14 dagen na betekening van dit vonnis de doorgang tussen zijn tuin en de brandgang aan de achterzijde van [adres 2] en [adres 1] te ontruimen en ontruimd te houden, op verbeurte van een dwangsom van
- [gedaagden] te veroordelen tot het overleggen van een kopie van de offertes en facturen, verband houdend met de herstelkosten ten behoeve van de lekkage bij de slaapkamer op de eerste verdieping, zonder een deel daarvan onleesbaar te maken, zodat [eiseres] kan voldoen aan het arrest van het hof,
- [gedaagden] te veroordelen in de kosten van deze procedure.
4.De beoordeling
[gedaagden]: ‘Dit is het pand waar [eiseres] haar atelier heeft’ en [eiseres]: ‘Mijn praktijkruimte zit achter [adres 2] en [adres 1]’.