Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 9 februari 2026 waarbij partijen en hun gemachtigden zijn verschenen,
- de spreekaantekeningen van Ons Huis,
- de spreekaantekeningen van Meijer-Pots.
Rechtbank Overijssel
Ons Huis verhuurt sinds 2012 een woning aan betrokkene. Vanaf 2015 zijn er meldingen van ernstige geluidsoverlast door betrokkene, waaronder schreeuwen, slaan met deuren en harde muziek, die ook in 2025 en begin 2026 aanhielden. Ons Huis heeft betrokkene meerdere waarschuwingen gegeven en een buurtonderzoek uitgevoerd waaruit bleek dat omwonenden vrijwel dagelijks overlast ervaren.
De bewindvoerder van betrokkene voerde verweer met onder meer het ontbreken van spoedeisend belang en verwees naar psychische problematiek van betrokkene. De kantonrechter oordeelt dat de overlast voldoende aannemelijk is gemaakt en dat de bewindvoerder niet tijdig heeft ingegrepen. Ontbinding van de huurovereenkomst is gerechtvaardigd, ook zonder toerekenbaarheid van de tekortkoming.
De kantonrechter wijst de vordering tot ontruiming toe en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad, omdat het belang van Ons Huis zwaarder weegt dan het woonbelang van betrokkene. De bewindvoerder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen en tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: De kantonrechter wijst de vordering tot ontruiming toe en veroordeelt de bewindvoerder tot ontruiming binnen veertien dagen en betaling van proceskosten.