ECLI:NL:RBOVE:2026:911

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
23 februari 2026
Publicatiedatum
23 februari 2026
Zaaknummer
08-039114-23
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38d SrArt. 38e SrArt. 509hh Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging maatregel terbeschikkingstelling wegens recidiverisico en stoornissen

Betrokkene is in december 2023 veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf en terbeschikkingstelling (TBS) na bewezenverklaring van poging tot doodslag, belaging en gedragsaanwijzingsdelicten. De TBS-maatregel zou eind januari 2026 aflopen, maar het Openbaar Ministerie verzocht tijdig om verlenging met twee jaren.

De rechtbank baseert haar oordeel op het verlengingsadvies van de reclassering, een pro Justitia rapportage van een psychiater en een deskundigenverklaring ter zitting. Betrokkene heeft een autismespectrumstoornis en zwakbegaafdheid, wat het risico op recidive verhoogt. Hoewel betrokkene vooruitgang heeft geboekt in therapieën en dagbesteding, is het inzicht in zijn problematiek beperkt en blijft begeleiding noodzakelijk.

De rechtbank acht de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid gediend met verlenging van de maatregel. Betrokkene is inmiddels geaccepteerd bij een 24-uursbegeleidende uitstroomlocatie, maar zal tijd nodig hebben om te wennen aan nieuwe woonomstandigheden. De maatregel wordt daarom met twee jaren verlengd.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de maatregel van terbeschikkingstelling met twee jaren vanwege het recidiverisico en de stoornissen van betrokkene.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 08-039114-23
Datum uitspraak: 23 februari 2026
Beslissing op de vordering van het Openbaar Ministerie tot verlenging van de terbeschikkingstelling van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1996 te [geboorteplaats],
verblijvende in CTP [locatie]
,
hierna te noemen: betrokkene.

1.De aanleiding

Betrokkene is bij vonnis van deze rechtbank van 5 december 2023 veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf maanden en een maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking. Daarnaast is betrokkene ter beschikking gesteld, waarbij voorwaarden zijn gesteld, na bewezenverklaring van de misdrijven:
  • poging tot doodslag;
  • belaging;
  • tweemaal: opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b van het Wetboek van Strafvordering.
De terbeschikkingstelling is ingegaan op 5 december 2023 en zou, behoudens nadere voorziening, zijn geëindigd op 31 januari 2026.

2.De stukken

De rechtbank heeft kennis genomen van de op grond van artikel 6:6:12 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) overgelegde stukken, te weten:
  • het verlengingsadvies TBS van Reclassering Nederland (hierna: de reclassering) van 21 november 2025, opgemaakt en ondertekend door [naam 1], reclasseringswerker, en [naam 2], unitmanager;
  • de pro Justitia rapportage van H.T.J. Boerboom, psychiater, van 31 oktober 2025;
  • de voortgangsverslagen over de periodes van 31 januari 2024 tot en met 31 juli 2024, 31 oktober 2024 tot en met 30 april 2025 en 10 juli 2025 tot en met 23 oktober 2025.

3.De procedure

Het Openbaar Ministerie heeft op 29 december 2025 een vordering ingediend tot verlenging van bovenvermelde termijn met twee jaren.
Het onderzoek van de zaak heeft plaatsgevonden op de openbare terechtzitting van 9 februari 2026.
De rechtbank heeft op de openbare terechtzitting gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. J.A. Aaldijk, advocaat te 's-Gravenhage;
  • de officier van justitie;
  • [naam 1], voornoemd, als deskundige.
De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de vordering tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling met twee jaren.
Betrokkene en zijn raadsvrouw hebben geen bezwaar gemaakt tegen verlenging van de maatregel van terbeschikkingstelling met twee jaren.

4.De beoordeling

De vordering is op 29 december 2025 ingediend. Dit is tijdig.
De rechtbank dient op grond van het bepaalde in de artikelen 38d en 38e van het Wetboek
van Strafrecht (Sr) te bepalen of de termijn van de maatregel van terbeschikkingstelling moet worden verlengd.
De rechtbank neemt bij haar overwegingen het verlengingsadvies van de reclassering, de toelichting van de deskundige ter zitting en de pro Justitia rapportage in aanmerking.
Het verlengingsadvies van de reclassering
Het advies van de reclassering houdt, zakelijk weergegeven, onder meer het volgende in.
Bij betrokkene is sprake van autisme en cognitief functioneren op zwakbegaafd niveau.
Eind januari 2024 is betrokkene opgenomen in de kliniek. Aanvankelijk was de bedoeling dat betrokkene zou worden overgeplaatst naar FPK De Woenselse Poort, maar na enkele weken werd besloten om de behandeling in de kliniek voort te zetten.
In maart 2024 is betrokkene na een positief verlopen observatieperiode overgeplaatst naar de meer groepsgerichte afdeling West 8. Daar werd zichtbaar dat betrokkene erg gebaat is bij structuur. Hij is snel verveeld, waardoor de arbeidsblokken bij de tuinderij hem goed bevielen. Hij heeft bovendien het deelcertificaat tuin van de mbo-opleiding niveau 1 behaald.
Medio 2024 is gestart met begeleide verloven, gevolgd door onbegeleide verloven. Alle verloven zijn goed verlopen. Tijdens de onbegeleide verloven begon betrokkene met dagbesteding op de Veldzichthoeve, een boerderij van de kliniek. Eind augustus 2024 is betrokkene vervolgens naar een HAT-woning verhuisd, direct gelegen naast de behandelafdeling. In december 2024 vond er een incident plaats, waarbij betrokkene een nepaccount heeft aangemaakt met gebruikmaking van de naam en foto van het slachtoffer van het indexdelict. Daaropvolgend is betrokkene teruggeplaatst naar de behandelafdeling. Achteraf bezien trok betrokkene zich in de HAT-woning te veel terug.
Betrokkene heeft inmiddels verschillende therapieën gevolgd, waaronder risicotaxatie, delictanalyse, emotieregulatie, seksuele anamnese en VR-training gericht op het delict. De delictanalyse is moeizaam verlopen, omdat betrokkene moeite heeft met terugkijken. Hij beseft onvoldoende wat hij gedaan heeft en heeft amper probleembesef of -inzicht. Op dit moment heeft betrokkene gesprekken met een seksuoloog, individuele psychomotorische therapie en assertiviteitstraining. De responsiviteit op de behandeling is matig, omdat de autismespectrumstoornis in de kern niet verholpen kan worden. Gaandeweg de behandeling is betrokkene wel minder gesloten geworden en heeft betrokkene gewerkt aan het delen van zijn vragen en gevoelens.
Het sociaal netwerk van betrokkene is belangrijk en steunend. Hij mag inmiddels in de weekenden verloven praktiseren op zijn voormalig woonadres, een zorgboerderij in Langeveen. Hij verricht daar onderhouds- en herstelwerkzaamheden, wat hem goed bevalt.
De kliniek werkt op dit moment toe naar een hernieuwde plaatsing in een HAT-woning, waar gewerkt kan worden aan meer zelfstandigheid. Vervolgens wordt beoogd om toe te werken naar een woonvoorziening buiten de muren van de kliniek, waartoe een indicatie is aangevraagd. Een overgang naar die woonvoorziening zal tijd nodig hebben, zowel ten aanzien van het vinden van een plek als ten aanzien van het wennen aan de nieuwe situatie.
De reclassering schat het risico op recidive, samenhangend met de problemen die voortkomen uit de stoornissen, in als gemiddeld. Behandeling en begeleiding blijven vereist om het risico te hanteren. De reclassering adviseert daarom om de maatregel te verlengen met twee jaren.
De deskundige ter zitting
Ter zitting heeft deskundige [naam 1] het advies gehandhaafd. In aanvulling op het advies heeft de deskundige, zakelijk weergegeven, het volgende naar voren gebracht. Betrokkene zet zich tijdens zijn behandeling goed in. Het krijgen van inzicht in zijn problematiek is voor hem ingewikkeld. Betrokkene zegt dat hij het meest leert van zijn fouten, zoals het incident in december 2024. Betrokkene verblijft sinds eind december 2025 weer in een HAT-woning. Hij is inmiddels geaccepteerd bij Ambiq, een uitstroomlocatie in Hengelo of Borne, waar hij terecht kan op het moment dat er plek is. Dat betreft een woonvoorziening met 24-uursbegeleiding.
De pro Justitia rapportage
Het rapport van de psychiater houdt, zakelijk weergegeven, onder meer het volgende in.
Bij betrokkene is sprake van een autismespectrumstoornis niveau 2 (vereist substantiële ondersteuning) en zwakbegaafdheid. De sociaalemotionele wederkerigheid is beperkt. Betrokkene heeft moeite met het oppakken van non-verbale signalen van anderen en is slechts beperkt in staat om relaties te onderhouden en te begrijpen. Daarnaast kan betrokkene zich nauwelijks voorstellen dat een ander anders denkt of voelt dan hij, of andere behoeftes heeft dan hij. Daarom moet de wereld om hem heen voor hem worden vertaald. Die vertaling heeft hij bovendien nodig omdat hij maar beperkt verbanden of patronen opmerkt.
Door de zwakbegaafdheid kan betrokkene de beperkingen van zijn autismespectrumstoornis slechts beperkt cognitief compenseren. Daarmee is de zwakbegaafdheid een risicoverhogende factor.
De psychiater schat het risico op recidive bij beëindiging van de maatregel in als hoog. Vanwege zijn problematiek is het voor betrokkene, met name in nieuwe situaties, noodzakelijk dat de wereld om hem heen vertaald wordt. Die vertaling is bij beëindiging van de maatregel niet mogelijk. Daar komt bij dat betrokkene extrinsiek gemotiveerd is. Intrinsiek is zijn opstelling ten opzichte van de indexdelicten niet werkelijk veranderd. Het is duidelijk dat begeleiding nodig blijft. Bij de volgende stap in het behandelproces, bijvoorbeeld bij de overgang naar forensisch beschermd wonen, zal geruime tijd nodig zijn om betrokkene te laten wennen aan de nieuwe situatie. Er zijn zeker twee jaren nodig om betrokkene de vervolgstappen in het traject op verantwoorde wijze te laten maken. De psychiater adviseert daarom verlenging van de maatregel met twee jaren.
Het oordeel van de rechtbank
Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist dat de maatregel van terbeschikkingstelling wordt verlengd. Op grond van het verlengingsadvies van de reclassering, de pro Justitia rapportage en het verhandelde ter zitting, stelt de rechtbank vast dat sprake is van stoornissen bij betrokkene en een recidiverisico. Aan de criteria voor de verlenging van de terbeschikkingstelling is daarmee voldaan. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat de maatregel is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Hoewel nu niet aan de orde, kan de totale duur van de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege daarom een periode van vier jaren te boven gaan.
De rechtbank stelt vast dat betrokkene de afgelopen twee jaren goede stappen heeft gezet. Betrokkene heeft in de kliniek al veel therapieën gevolgd. Hoewel de responsiviteit op de behandeling matig is, laat betrokkene toch meer openheid zien. Daarnaast heeft betrokkene genoeg om handen, eerst bij de tuinderij, vervolgens bij de Veldzichthoeve en nu ook middels onbegeleide verloven op de zorgboerderij in Langeveen. Betrokkene heeft zelfs het deelcertificaat tuin behaald. Ondanks het incident in december 2024 waarna betrokkene teruggeplaatst is naar de behandelafdeling, heeft betrokkene eind december 2025 opnieuw de overgang naar een HAT-woning kunnen maken. Recentelijk is betrokkene geaccepteerd bij een uitstroomlocatie met 24-uursbegeleiding van Ambiq. Bij deze en volgende stappen in het traject zal geruime tijd nodig zijn om betrokkene te laten wennen aan de nieuwe situatie. De rechtbank zal de terbeschikkingstelling daarom met twee jaren verlengen.

5.De beslissing

De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling van
[betrokkene]met twee jaren.
Aldus gegeven door mr. W.P.M. Elderman, voorzitter, mr. A. van Holten en mr. J.G.M. Fluttert, rechters, in tegenwoordigheid van V. Harmsen als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 februari 2026.
De jongste rechter is niet in de gelegenheid deze beslissing mede te ondertekenen.