Het advies van de kliniek houdt, zakelijk weergegeven, onder meer het volgende in.
Bij betrokkene is sprake van pedofilie van het niet-exclusieve type, een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met antisociale, paranoïde en narcistische kenmerken en een reactieve hechtingsstoornis. Er is sprake van rigide denkpatronen, een beperkt mentaliserend vermogen en psychopathie. Betrokkene heeft een manipulerende en leugenachtige houding en is bang om niet gezien te worden. Hij voelt zich altijd achtergesteld ten opzichte van de ander. Hij wantrouwt anderen en heeft moeite om een hechtingsrelatie aan te gaan. Tenslotte is sprake van een gebrek aan empathie.
Betrokkene verblijft sinds 12 juni 2023 op de afdeling Nijl, een afdeling met een lage behandeldruk. Betrokkene werd begin 2024 aangemeld voor twee longcare voorzieningen. Die aanmeldingen werden afgewezen, met name vanwege de inschatting dat de beveiligingsniveaus van die voorzieningen ontoereikend zijn. Betrokkene heeft enige tijd libidoremmende medicatie gebruikt, om te onderzoeken of daarmee een hernieuwde aanmelding bij een longcare voorziening mogelijk zou zijn, maar dat heeft niet geleid tot aanzienlijke veranderingen. Sinds augustus 2025 krijgt betrokkene Risperdal in depotvorm in een hogere dosering, wat hem meer rust lijkt te bieden.
Het verblijf in de kliniek verloopt wisselend. Er zijn periodes waarin betrokkene goed samenwerkt, maar er zijn ook periodes waarin hij meer achterdochtig en vijandig in contact is en zich niet afspraakgetrouw toont. Toch is in het algemeen verbetering opgetreden in de samenwerking. Betrokkene voelt zich meer vertrouwd met het behandelteam en bespreekt meer. Zijn rigiditeit is afgenomen en het behandelteam is beter in staat om met hem af te stemmen wat hij nodig heeft. Betrokkene heeft een vol dagprogramma, bestaande uit werkblokken, educatie, bibliotheek en sport. Hij beschikt daarnaast over een zeer klein, maar betrokken netwerk.
Het behandelplafond is na jarenlange behandeling op vele punten bereikt. Therapieën zullen naar verwachting niet meer leiden tot het internaliseren of generaliseren van geleerde vaardigheden. Er zal wel aandacht blijven voor het vinden van de juiste omgevingsprothese en het aanleren van vaardigheden. Het multidisciplinair behandelteam heeft daarnaast besloten om te onderzoeken in hoeverre (vak)therapeuten of vaardigheidstrainers het traject kunnen ondersteunen. Tenslotte vindt een incidentanalyse plaats, omdat betrokkene herhaaldelijk voorwerpen van de kliniek, waaronder dvd’s en cd’s met een jeugdige inslag, heeft ontvreemd.
Omdat de afgelopen periode voldoende samenwerking en stabiliteit is ontstaan, heeft betrokkene inmiddels een begeleid verlofkader gekregen. De begeleide verloven verlopen goed, zij het dat betrokkene zou willen dat de verloven frequenter plaatsvinden. Het multidisciplinair behandelteam wil binnenkort beoordelen of het aanvragen van een beperkt onbegeleid verlofkader verantwoord en haalbaar is. Indien betrokkene zich met een beperkt onbegeleid verlofkader kan bewijzen, kan hij opnieuw aangemeld worden voor een longcare voorziening. De koers richting de longcare is nog steeds het meest passend, omdat betrokkene nog lange tijd, zo mogelijk altijd, afhankelijk zal blijven van een (gedwongen) kader om incident- en delictvrij te blijven.
De kliniek schat het risico op recidive voorkomend uit de pathologie bij beëindiging van de tbs-maatregel in als hoog. Het risico vloeit met name voort uit het gebrekkige probleeminzicht van betrokkene, zijn zucht naar autonomie en zelfbepaling, zijn rigiditeit, achterdocht en wantrouwen. Betrokkene is volledig afhankelijk van extern risicomanagement om niet te recidiveren. De verwachting is dat betrokkene niet in staat is om oplopende spanningen, die aan de basis kunnen staan van delictgedrag, tijdig bespreekbaar te maken. De kliniek adviseert daarom om de maatregel met twee jaren te verlengen.