Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsmotivering
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de strafbaarheid van verdachte
5. De op te leggen straf of maatregel
6.De schade van de benadeelde partij
- € 995,00 - jas (merk Moncler);
- € 385,00 - eigen risico 2024;
- € 342,75 - eigen risico 2025;
- € 79,55 - tandheelkundige behandeling.
7.De toegepaste wettelijke voorschriften
8.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
18 (achttien) maanden en 17 (zeventien) dagen;
18 (achttien) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende algemene voorwaarde niet is nagekomen dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit. De rechter kan de tenuitvoerlegging ook gelasten indien verdachte gedurende de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende
bijzondere voorwaardeniet is nagekomen dat zij:
daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat verdachte:
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
240 (tweehonderdveertig) uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
120 (honderdtwintig) dagen;
€ 8.727,75(achtduizend zevenhonderdzevenentwintig euro en vijfenzeventig cent), bestaande uit
€ 8.000,00(achtduizend euro) immateriële schadevergoeding. Voormeld bedrag is te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 april 2024 over
€ 8.385,00, vanaf 3 april 2025 over € 228,76 en vanaf 3 juli 2025 over € 113,99;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het primair bewezenverklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
68 (achtenzestig) dagenkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
- wijst een bedrag van € 995,00 (negenhonderdvijfennegentig euro) aan materiële schade af;
- bepaalt dat de benadeelde partij voor een deel van € 79,55 (negenenzeventig euro en vijfenvijftig cent) aan materiële schade en € 24.000,00 (vierentwintigduizend euro) aan immateriële schade niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;