Deze bestuursrechtelijke zaak betreft het beroep van meerdere eisers tegen de door het college van burgemeester en wethouders van Twenterand verleende omgevingsvergunning voor het maken van een uitweg op een perceel in Twenterand. De eisers voerden diverse beroepsgronden aan, waaronder bezwaren tegen verkeersveiligheid en aantasting van openbaar groen.
De rechtbank heeft het toetsingskader van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) 2019 en 2023 toegepast, waarbij is vastgesteld dat het college gebonden is aan een limitatief stelsel van weigeringsgronden. De rechtbank concludeert dat geen van de limitatieve weigeringsgronden zich voordoet, mede gelet op de adviezen van verkeers- en groendeskundigen van het college.
De rechtbank oordeelt dat het college de aanvraag op juiste wijze heeft beoordeeld en dat de vergunning terecht is verleend. Daarnaast is een motiveringsgebrek wegens het ontbreken van een verslag van de hoorzitting gepasseerd omdat eisers niet in hun belangen zijn geschaad. Ook het beroep op een vaststellingsovereenkomst tot mediation is niet relevant voor de vergunningverlening.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, het bestreden besluit blijft in stand en eisers krijgen geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter Cornelissen en griffier Lever op 13 januari 2026 te Zwolle.