ECLI:NL:RBOVE:2026:957

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
17 februari 2026
Publicatiedatum
24 februari 2026
Zaaknummer
ak_24_3456
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet modernisering waterschapsbestel
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen aanslag watersysteemheffing ongegrond verklaard

Belanghebbende, eigenaar van een woning, maakte bezwaar tegen de aanslag watersysteemheffing 2024 vanwege wateroverlast op zijn perceel en bijgebouwen. Hij stelde dat de aanslag onterecht was omdat hij geen profijt zou hebben van de waterschapsdiensten.

De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar ongegrond en handhaafde de aanslag, verwijzend naar de Wet modernisering waterschapsbestel (2008) en jurisprudentie, waaronder een arrest van het gerechtshof Arnhem uit 2012. Volgens deze regelgeving geldt dat alle onroerende zaken binnen het waterschapsgebied geacht worden belang te hebben bij de taakuitoefening van het waterschap.

De rechtbank sloot zich aan bij de heffingsambtenaar en oordeelde dat het niet relevant is welke concrete inspanningen het waterschap levert voor individuele percelen. Belanghebbende had de mogelijkheid om zijn klachten over waterafvoer rechtstreeks bij het waterschap aan te kaarten. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, de aanslag bleef in stand en belanghebbende kreeg geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag watersysteemheffing 2024 wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft gehandhaafd.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 24/3456

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[belanghebbende], wonende te [woonplaats], belanghebbende

en

de heffingsambtenaar van het GBLT,

gemachtigde: [gemachtigde].

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 23 augustus 2024.
1.1.
De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende voor het jaar 2024 een aanslag gemeentelijke belastingen opgelegd.
1.2.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard. De heffingsambtenaar heeft daarbij de aanslag gehandhaafd.
1.3.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.4.
De rechtbank heeft het beroep op 20 februari 2026 ter zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de heffingsambtenaar deelgenomen. Belanghebbende is zonder bericht van verhindering niet verschenen.

Feiten

2. Belanghebbende is eigenaar van de onroerende zaak [adres] (hierna: de woning).
2.1.
Hij heeft op 30 juni 2024 een aanslag ontvangen voor de watersysteemheffing ingezetenen, de zuiveringsheffing meerpersoonshuishouden en de watersysteemheffing gebouwd.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank beoordeelt of de heffingsambtenaar het bezwaar van belanghebbende terecht ongegrond heeft verklaard. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van belanghebbende.
4. De rechtbank zal het beroep ongegrond verklaren. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Het standpunt van belanghebbende
5. Belanghebbende is sinds 2022 eigenaar van de woning en stelt sindsdien diverse keren te maken te hebben gehad met hoog water, waardoor een gedeelte van zijn perceel onder water kwam te staan. In de winter van 2023/2024 en het voorjaar van 2024 heeft hij wederom veel wateroverlast ervaren, waarbij ook water in de bijgebouwen is komen te staan. De aanslag is onterecht aan hem opgelegd, omdat hij er niets voor terug krijgt. Zijn perceel heeft geen goede afwatering.
Het standpunt van de heffingsambtenaar
6. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard, omdat een klacht over de volgens belanghebbende gebrekkige/tekortschietende uitvoering van taken van het waterschap geen recht geeft op vermindering of vrijstelling van de belastingen.
Sinds de wetswijziging in 2008 (Wet modernisering waterschapsbestel) worden alle binnen het gebied van een waterschap gelegen onroerende zaken geacht belang te hebben bij de taakuitoefening van het waterschap. Dit past bij het collectieve karakter van het watersysteembeheer. Het feit dat onroerende zaken behoren tot het (reglementaire) gebied is voldoende om deze in de watersysteemheffing te betrekken. De heffingsambtenaar heeft verwezen naar de wetsgeschiedenis, behorend bij de wetswijziging en diverse rechterlijke uitspraken, waaronder het gerechtshof Arnhem van 11 april 2012 [1] .
Het oordeel van de rechtbank
7. De rechtbank sluit zich aan bij het standpunt van de heffingsambtenaar, evenals bij de conclusie dat het voor de heffing van de watersysteemheffing niet relevant is welke inspanningen het waterschap verricht ten aanzien van individuele onroerende zaken en welk concreet profijt belanghebbende respectievelijk deze onroerende zaken hebben bij de taakuitoefening van het waterschap.
8. Het ligt op de weg van belanghebbende om met een klacht over de afwatering van zijn perceel contact te leggen met het waterschap Drents Overijsselse Delta via www.wdodelta.nl/contact.Wat belanghebbende heeft aangevoerd kan daarom niet slagen.
9. De rechtbank is daarom van oordeel dat de heffingsambtenaar de aanslag terecht heeft opgelegd en gehandhaafd bij de bestreden uitspraak op bezwaar. De rechtbank zal het beroep ongegrond verklaren.

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat belanghebbende geen gelijk krijgt en de aanslag in stand blijft. Belanghebbende krijgt daarom het griffierecht niet terug en krijgt evenmin een vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Rijksen, rechter, in aanwezigheid van
mr. R.M. Timmerman, griffier.
griffier
rechter
Uitgesproken op
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.