ECLI:NL:RBOVE:2026:968

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
24 februari 2026
Publicatiedatum
25 februari 2026
Zaaknummer
11871163 \ CV EXPL 25-2705
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230h lid 2 sub d BWArt. 6:96 lid 6 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering betaling factuur tandartsbehandeling met bijkomende kosten

Infomedics vordert betaling van een openstaande factuur van €71,31 voor een tandartsbehandeling, inclusief bijkomende kosten wegens niet-tijdige betaling door de gedaagde. De gedaagde erkent de hoofdsom, maar betwist de bijkomende kosten en stelt dat het facturatieproces niet correct is gevolgd.

De kantonrechter beoordeelt dat de medische behandelovereenkomst een consumentenovereenkomst betreft en toetst ambtshalve aan het consumentenrecht. De gedaagde heeft de behandeling niet betwist en ook niet tijdig betaald, ondanks meerdere toezendingen van de factuur per e-mail en post, en de mogelijkheid om de factuur online in te zien.

De bijkomende kosten, waaronder buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente, worden toegewezen omdat de gedaagde onvoldoende heeft onderbouwd waarom deze niet verschuldigd zouden zijn. De proceskosten worden eveneens aan de gedaagde opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De vordering tot betaling van de factuur en bijkomende kosten wordt toegewezen aan Infomedics.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer: 11871163 \ CV EXPL 25-2705
Vonnis van 24 februari 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
INFOMEDICS B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Almere,
eisende partij,
hierna te noemen: Infomedics,
gemachtigde: Yards deurwaardersdiensten B.V.,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 29 augustus 2025;
- de brief van 26 oktober 2025 van [gedaagde], die is aangemerkt als conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de brief van 22 januari 2026 van [gedaagde], die is aangemerkt conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Het geschil

Wat vordert Infomedics?
2.1.
Volgens Infomedics heeft [gedaagde] een (medische) behandeling ondergaan bij Samenwerkende Tandartsen Enschede (hierna: de tandarts). De tandarts heeft de uit deze behandeling voorvloeiende vordering overgedragen aan Infomedics. Infomedics stelt dat zij de kosten van de behandeling ter hoogte van € 71,31 bij factuur van 3 maart 2025 aan [gedaagde] in rekening heeft gebracht en dat [gedaagde] deze factuur tot op heden niet heeft voldaan. Omdat betaling van de factuur door [gedaagde], ondanks aanmaning uitbleef, is Infomedics deze procedure gestart. Infomedics vordert naast betaling van de openstaande factuur ook betaling van de bijkomende kosten.
Wat vindt [gedaagde]?
2.2.
[gedaagde] heeft, kort samengevat, naar voren gebracht dat zij de factuur wil betalen, maar is het niet eens met betaling van de bijkomende kosten.

3.De beoordeling

Ambtshalve toetsing

3.1.
De medische (behandel)overeenkomst die [gedaagde] met de zorgaanbieder heeft gesloten is een overeenkomst tussen een handelaar (zorgverlener) en een consument. De kantonrechter moet daarom ambtshalve, dus ook als dat door partijen niet aan de orde is gesteld en/of de vordering is erkend, toetsen aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht.
3.2.
Toetsing van informatieplichten is hier niet aan de orde, omdat een medische (behandel)overeenkomst op grond van artikel 6:230h lid 2 sub d Burgerlijk Wetboek (BW) is uitgezonderd van de betreffende afdeling uit het BW.
De hoofdsom
3.3.
[gedaagde] heeft niet weersproken dat zij een behandeling bij de tanderts heeft ondergaan en dat zij de daarvoor aan haar verzonden factuur moet betalen. De hoofdsom van € 71,31 zal daarom worden toegewezen.
Bijkomende kosten
3.4.
De vraag die de kantonrechter hier moet beantwoorden, is of de [gedaagde] de bijkomende kosten moet betalen.
3.5.
[gedaagde] heeft naar voren gebracht, dat zij meerdere malen heeft verzocht om een gespecificeerde factuur per post aan haar toe te zenden. Deze factuur heeft [gedaagde] pas ergens in augustus 2025 ontvangen. Echter heeft [gedaagde] geen tijd gehad om de factuur te controleren voordat zij werd gedagvaard door Infomedics, aldus [gedaagde]. Volgens [gedaagde] is het factuurproces (originele factuur, herinnering en aanmaning) niet goed gevolgd door Infomedics. Verder heeft [gedaagde] naar voren gebracht dat haar niet is gevraagd of zij de facturen per e-mail wilde ontvangen en ook heeft [gedaagde] daarvoor geen akkoord gegeven. Daarnaast vindt [gedaagde] dat Infomedics pas na het versturen van de originele factuur per post het herinneringsproces in gang had mogen zetten en tevens had Infomedics volgens [gedaagde] moeten wachten op haar reactie op de gespecificeerde factuur, zoals [gedaagde] in haar e-mail had aangegeven, voordat ze haar gingen dagvaarden.
3.6.
Infomedics heeft naar voren gebracht dat [gedaagde] voldoende in de gelegenheid is gesteld om kennis te nemen van de onderliggende factuur (1x per e-mail en 2x per post). Daarnaast heeft [gedaagde] de geboden gelegenheid om de onderliggende factuur te downloaden via de website van Infomedics geweigerd en daarmee het facturatieproces zelf gestagneerd, aldus Infomedics. Verder heeft Infomedics gesteld dat [gedaagde] vanaf het moment dat zij zich heeft ingeschreven bij de praktijk van de tandarts, de voorkeur heeft opgegeven om de facturen en herinneringen, gezonden door Infomedics, per email te ontvangen. Volgens Infomedics heeft [gedaagde] eerder toegezonden facturen voor behandeling bij de tandarts, welke altijd per email aan [gedaagde] zijn toegezonden, altijd netjes en op tijd voldaan. Ook heeft [gedaagde] op dit moment de voorkeur van digitale facturatie naar post niet gewijzigd.
3.7.
De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] ook de bijkomende kosten moet betalen. Zij overweegt daartoe het volgende.
3.8.
[gedaagde] heeft de behandeling bij de tandarts niet betwist en weet dat ze daarvoor moet betalen. Dat deze facturen per e-mail aan haar worden toegezonden, had [gedaagde] ook kunnen weten. [gedaagde] heeft namelijk niet weersproken dat facturen voor eerder uitgevoerde behandelingen door de tandarts eveneens per e-mail aan haar zijn toegezonden en [gedaagde] heeft deze ook betaald. Uiteindelijk heeft [gedaagde] de gespecificeerde factuur ook per post ontvangen, maar tot op heden heeft [gedaagde] deze factuur niet betaald. [gedaagde] stelt hierover dat zij niet voldoende in de gelegenheid is gesteld om de factuur te controleren en te betalen voordat Infomedics is over gegaan tot dagvaarden. De kantonrechter gaat daar niet in mee. Uit één van de overgelegde e-mailberichten blijkt dat Infomedics op 17 juli 2025 nogmaals de originele rekening per post aan [gedaagde] heeft toegestuurd. Hierop heeft [gedaagde] naar voren gebracht dat zij tot 7 augustus 2025 op vakantie was en daarna controle en betaling zal plaats vinden. [gedaagde] heeft de ontvangst van deze factuur ook bevestigd. Echter heeft [gedaagde], ook na terugkomst van haar vakantie, de factuur niet betaald. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] daartoe voldoende tijd heeft gehad voordat Infomedics tot dagvaarden is overgegaan op 22 augustus 2025. Daarnaast heeft [gedaagde] de mogelijkheid gehad om de gespecificeerde factuur online in te zien. Dat [gedaagde] dat niet doet of wil, komt voor haar rekening en risico. De bijkomende kosten zullen als na te melden worden toegewezen.
Ambtshalve toetsing van toepasselijke betalingsvoorwaarden
3.9.
De kantonrechter heeft ambtshalve beoordeeld of in de daarop van toepassing zijnde betalingsvoorwaarden bepalingen zijn opgenomen ten aanzien van de gevorderde vergoeding voor gemaakte buitengerechtelijke incassokosten en/of de gevorderde vergoeding van rente, die zodanig afwijken van de wettelijke regelingen dat de consument daardoor aanzienlijk wordt benadeeld en door de kantonrechter vernietigd moeten worden. Dat is niet het geval.
Wettelijke rente
3.10.
Vaststaat dat [gedaagde] de factuur niet op tijd heeft betaald en hierdoor in verzuim is geraakt. De daarna in rekening gebrachte wettelijke rente moet [gedaagde] daarom ook betalen.
Buitengerechtelijke incassokosten
3.11.
Infomedics vordert een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten. Infomedics heeft [gedaagde] bij e-mail van 2 april 2025 een termijn van 15 dagen gegeven om zonder bijkomende kosten de openstaande facturen te voldoen. Vast staat dat [gedaagde] het bedrag niet binnen de gestelde termijn heeft voldaan. Bovendien voldoet de aanmaning aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW Pro. [gedaagde] heeft de ontvangst van deze e-mail van Infomedics ook niet betwist. Infomedics heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat er buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten bepaalde tarief en daarom moet [gedaagde] ook deze kosten betalen.
De proceskosten.
3.12.
[gedaagde] is voldoende in de gelegenheid gesteld om de factuur zonder bijkomende kosten te betalen, maar zij heeft dit nagelaten. [gedaagde] krijgt ongelijk en daarom komen de proceskosten voor rekening van [gedaagde].
De kosten aan de zijde van Infomedics worden begroot op:
- dagvaarding € 120,78
- griffierecht € 135,00
- salaris gemachtigde € 86,00 (2 punten x tarief € 43,00)
- nakosten
€ 21,50Totaal € 363,28
3.13.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

4.De beslissing

4.1.
veroordeelt [gedaagde] tegen bewijs van kwijting aan Infomedics te betalen een bedrag van € 112,98, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 71,31 vanaf 22 augustus 2025 tot de dag van volledige betaling;
4.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 363,28, te betalen binnen veertien dagen na dit vonnis, te vermeerderen de kosten van betekening, indien [gedaagde] niet binnen genoemde termijn betaalt en vervolgens betekening van het vonnis plaatsvindt en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het bedrag
€ 363,28 vanaf de vijftiende dag na dit vonnis en over het bedrag van de kosten van betekening vanaf de vijftiende dag na de betekening;
4.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.S. Kuipers en in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2026. (ak)