Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:992

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
25 februari 2026
Publicatiedatum
25 februari 2026
Zaaknummer
C/08/337988 / HA ZA 25-292
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:231 BWArt. 6:233 BWArt. 6:236 sub n BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart zich onbevoegd wegens arbitragebeding in aannemingsovereenkomst

Partijen sloten een aannemingsovereenkomst waarop de AVA 2013 van toepassing zijn, inclusief een arbitragebeding in artikel 17. Partij B beroept zich op dit beding en stelt dat de rechtbank onbevoegd is om het geschil te behandelen. Partij A betwist dit en stelt dat het arbitragebeding onredelijk bezwarend is en vernietigd moet worden, omdat zij als consumenten het recht op een onafhankelijke rechter wordt ontnomen.

De rechtbank oordeelt dat het arbitragebeding onderdeel is van algemene voorwaarden en dat partij A als gebruiker van deze voorwaarden geen beroep kan doen op vernietiging op grond van onredelijkheid. De rechtbank stelt vast dat de aannemingsovereenkomst door de architect van partij A is opgesteld en dat partij A als gebruiker moet worden aangemerkt, terwijl partij B de wederpartij is.

Daarom blijft het arbitragebeding in stand en is de rechtbank onbevoegd om van het geschil kennis te nemen. Partijen moeten hun geschil voorleggen aan de Raad van Arbitrage voor de Bouw. Tevens worden de proceskosten aan partij A opgelegd, zowel in het incident als in de hoofdzaak.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd vanwege het geldige arbitragebeding en veroordeelt partij A in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Civiel recht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: C/08/337988 / HA ZA 25-292
Vonnis in incident en hoofdzaak van 25 februari 2026
in de zaak van

1.[partij A 1] ,

en
2.
[partij A 2],
beiden wonende te [woonplaats] ,
eisende partijen in de hoofdzaak,
verwerende partijen in het incident,
hierna samen te noemen: [partij A] ,
advocaat: mr. M.D. Ubbink,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[partij B] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij in de hoofdzaak,
eisende partij in het incident,
hierna te noemen: [partij B] ,
advocaat: mr. A. Visser.

1.Samenvatting

1.1.
De rechtbank moet in dit incident beoordelen of zij bevoegd is om kennis te nemen van de vorderingen in de hoofdzaak. Partijen hebben een aannemingsovereenkomst gesloten waarop de algemene voorwaarden (hierna: AVA 2013) van toepassing zijn. In deze algemene voorwaarden staat een arbitragebeding opgenomen. [partij B] beroepen zich in incident op dit beding en stellen dat de rechtbank Overijssel onbevoegd is om van het geschil tussen partijen kennis te nemen. [partij A] vinden dat het arbitragebeding moet worden vernietigd omdat dit beding voor hen als consumenten onredelijk bezwarend is. Zij willen hun geschil met [partij B] voorleggen aan de rechtbank Overijssel.
1.2.
De rechtbank oordeelt dat zij onbevoegd is om van de vorderingen in de hoofdzaak kennis te nemen. [partij A] kan als gebruiker geen beroep doen op de door hen aangevoerde vernietigingsgrond van het arbitragebeding. Partijen zullen hun geschil moeten voorleggen aan de Raad van de Arbitrage voor de Bouw. Dit oordeel wordt hierna toegelicht.
2. De procedure
2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 25 augustus 2025, met producties 1 tot en met 13,
- het productieoverzicht bij dagvaarding, ingekomen op 5 september 2025,
- de incidentele conclusie strekkende tot onbevoegdheid van 3 december 2025 met productie 1,
- de conclusie van antwoord in het incident, tevens akte wijziging van eis van 17 december 2025,
- de antwoordakte namens [partij B] , naar aanleiding van de eiswijziging.
2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

3.Het geschil

in de hoofdzaak
3.1.
[partij A] vorderen in de hoofdzaak – samengevat en na vermeerdering van eis – dat de rechtbank voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
A. voor recht verklaart dat:
- het arbitraal beding in artikel 17 AVA Pro 2013 wordt vernietigd, althans buiten toepassing blijft;
- [partij A] de betaling van een bedrag van € 12.100,00 rechtmatig hebben opgeschort ter verrekening met hun in het geding zijnde vorderingen op gedaagde;
[partij B] veroordeelt tot het verlenen van de benodigde medewerking tot vrijval van het depot van € 24.264,45;
[partij B] veroordeelt tot betaling aan [partij A] van een bedrag van € 108.109,21, met verrekening van de bedragen bij toewijzing van de vorderingen onder A en B, te vermeerderen met de wettelijke rente;
[partij B] veroordeelt tot betaling aan [partij A] van de buitengerechtelijke incassokosten van € 5.292,55;
[partij B] veroordeelt in de proces- en nakosten van deze procedure.
3.2.
[partij A] leggen – kort samengevat – aan hun vorderingen ten grondslag dat tussen partijen een aannemingsovereenkomst tot stand is gekomen op grond waarvan [partij B] een woning heeft gebouwd voor [partij A] Er zijn meerdere tekortkomingen geconstateerd in de werkzaamheden van [partij B] . Deze zijn niet allemaal hersteld en de woning is te laat opgeleverd. [partij A] hebben verschillende deskundigen moeten inschakelen om de schade in kaart te brengen. Als gevolg hiervan hebben [partij A] schade geleden en is [partij B] een contractuele boete verschuldigd geworden. [partij A] vorderen vergoeding van de herstelkosten, betaling van de contractuele boete en vergoeding van de kosten van de ingeschakelde deskundigen.
3.3.
[partij A] doen een beroep op de vernietiging van het arbitragebeding in artikel 17 van Pro de AVA 2013, die van toepassing zijn op de aannemingsovereenkomst tussen partijen. Zij stellen dat dit arbitragebeding op grond van artikel 6:233 Burgerlijk Pro Wetboek (hierna: BW) in samenhang met artikel 6:236 sub n BW Pro onredelijk bezwarend is, omdat dit beding hen als consumenten afhoudt van het voorleggen van hun geschil aan een onafhankelijke rechter. [1] Ook brengt een arbitrageprocedure hogere kosten met zich dan een procedure bij de overheidsrechter.
3.4.
[partij B] heeft nog geen conclusie van antwoord ingediend in de hoofdzaak.
in het incident
3.5.
[partij B] vordert in incident – samengevat – dat de rechtbank zich bij vonnis in incident, uitvoerbaar bij voorraad, onbevoegd verklaart om kennis te nemen van het geschil in de hoofdzaak, omdat op de aannemingsovereenkomst die tussen partijen is gesloten de AVA 2013 van toepassing zijn, waarin in artikel 17 een Pro arbitraal beding is opgenomen. Op grond van dit arbitrale beding dient het geschil in de hoofdzaak voorgelegd te worden aan de Raad van de Arbitrage voor de Bouw. Zij vordert ook dat [partij A] hoofdelijk worden veroordeeld in de proces- en nakosten van deze procedure, vermeerderd met de wettelijke rente.
3.6.
[partij B] heeft ter verdere toelichting van haar vordering gesteld dat de aannemingsovereenkomst, waarin de AVA 2013 van toepassing worden verklaard, niet door haar is opgesteld. Deze is in opdracht van [partij A] opgesteld door de architect van [partij A] Door ondertekening van de aannemingsovereenkomst zijn de AVA 2013 door [partij B] aanvaard, waardoor rechtsgeldig tussen partijen is overeengekomen dat de AVA 2013, waaronder het arbitraal beding in artikel 17, van toepassing zijn op de overeenkomst tussen partijen. [partij B] stelt ook dat [partij A] geen beroep toekomen op vernietiging van het arbitraal beding nu zij de gebruikers zijn van die algemene voorwaarden in de zin van artikel 6:231 sub b BW Pro en dus niet de wederpartij, als bedoeld in artikel 6:231 sub c BW Pro.
3.7.
[partij A] hebben bij conclusie van antwoord in het incident hun eis vermeerderd. Zij vorderen – samengevat – aan het petitum van de dagvaarding onder A toe te voegen dat de rechtbank het arbitraal beding in artikel 17 AVA Pro 2013 vernietigt, althans dat dit beding buiten toepassing blijft. Niet weersproken wordt dat de architect van [partij A] de tekst van de aannemingsovereenkomst met daarin de tekst dat de AVA 2013 van toepassing is, heeft opgesteld en dat [partij A] deze stukken aan [partij B] heeft gestuurd. Zij betwisten wel dat zij gezien moeten worden als de gebruikers van deze algemene voorwaarden als bedoeld in artikel 6:231 sub b BW Pro. Ter onderbouwing wijzen [partij A] naar de inhoud van de AVA 2013 die volledig is toegesneden op gebruik door aannemers waaruit volgt dat [partij B] de gebruiker is. [partij B] gedraagt zich ook als gebruiker door een beroep te doen op artikel 17 AVA Pro 2013 ter motivering van haar incidentele beroep op onbevoegdheid van de rechtbank. [partij A] herhalen hun beroep op vernietiging van artikel 17 AVA Pro. In aanvulling op de dagvaarding voeren zij aan dat dit beding niet duidelijk, niet begrijpelijk en niet expliciet onder hun aandacht is gebracht, inclusief de financiële gevolgen daarvan. Bovendien gaat het geschil tussen partijen niet enkel over bouwtechnische kwesties.

4.De beoordeling in het incident

4.1.
De exceptie van onbevoegdheid is tijdig en op juiste wijze voorgesteld.
4.2.
Niet in geschil is dat op de aannemingsovereenkomst die partijen hebben gesloten de AVA 2013 van toepassing zijn, waarin in artikel 17 een Pro arbitragebeding is opgenomen. Partijen zijn het er verder over eens dat dit beding met zich brengt dat de Raad van Arbitrage in bouwgeschillen bevoegd is om dit geschil te beslechten.
4.3.
[partij B] heeft haar incidentele vordering daarom in beginsel voldoende onderbouwd. De rechtbank komt vervolgens toe aan de vraag of het arbitragebeding al dan niet als onredelijk bezwarend moet worden aangemerkt en, in het verlengde daarvan, of [partij A] zich om die reden op vernietiging van het arbitragebeding kunnen beroepen.
4.4.
Het arbitragebeding is onderdeel van de AVA 2013, zoals destijds vastgesteld door ‘Bouwend Nederland’. Op zichzelf is dat beding daarmee opgesteld om in een meerdere overeenkomsten te worden opgenomen, hoewel de aannemingsovereenkomst tussen deze procespartijen een eenmalige overeenkomst is. Er is geen sprake van een beding dat de kern van de prestaties weergeeft. Aldus is sprake van algemene voorwaarden in de zin van artikel 6:231 BW Pro sub a.
4.5.
Op grond van artikel 6:233 sub a BW Pro is een beding in algemene voorwaarden vernietigbaar wanneer het (kortgezegd) gelet op de omstandigheden, onredelijk bezwarend is
voor de wederpartij. De wederpartij is ‘degene die door ondertekening van een geschrift of op andere wijze de gelding van algemene voorwaarden heeft aanvaard’ (6:231 sub c BW). De gebruiker is ‘degene die algemene voorwaarden in een overeenkomst gebruikt’ (6:231 sub b BW). Bij de totstandkoming van de aannemingsovereenkomst heeft de architect van [partij A] , in opdracht van [partij A] de (concepten van de) aannemingsovereenkomst opgesteld. In al die concepten en in de definitieve versie van de aannemingsovereenkomst werd de toepasselijkheid van de AVA 2013 beschreven. De AVA 2013 zijn als zodanig herkenbare standaardbedingen. In dit geval is het [partij A] die het initiatief heeft genomen en aldus als gebruiker moet worden aangemerkt [2] en [partij B] als wederpartij. Dat [partij B] zich volgens [partij A] ‘als gebruiker gedraagt’ door als professionele aannemer een beroep te doen op artikel 17 AVA Pro, maakt haar nog geen gebruiker.
4.6.
Het voorgaande betekent dat [partij A] geen beroep toekomt op de vernietigingsgronden van artikel 6:233 (en 234) BW. De rechtbank komt niet toe aan de toets of artikel 17 AVA Pro 2013 onredelijk bezwarend is gelet op de door [partij A] genoemde omstandigheden. De conclusie is dat artikel 17 AVA Pro 2013 in de rechtsverhouding tussen partijen in stand blijft en de rechtbank om die reden onbevoegd is om van dit geschil kennis te nemen. De incidentele vordering van [partij B] wordt toegewezen.
Proceskosten in incident en hoofdzaak
4.7.
[partij A] zijn in dit incident in het ongelijk gesteld en moeten de proceskosten (inclusief nakosten) van [partij B] betalen. Omdat de hoofdzaak hiermee eindigt, moet [partij A] ook de proceskosten in de hoofdzaak betalen. De proceskosten van [partij B] worden begroot op:
- griffierecht € 6.861,00
- salaris advocaat € 1.306,00 (2 punten × € 653,00)
- nakosten
€ 189,00(plus de verhoging zoals vermeld in
de beslissing)
Totaal € 8.356,00

5.De beslissing

De rechtbank
in het incident
5.1.
wijst de vordering in het incident van [partij B] B.V. toe;
in de hoofdzaak
5.2.
verklaart zich onbevoegd om van de vorderingen van [partij A] kennis te nemen;
in het incident en de hoofdzaak
5.3.
veroordeelt [partij A] . in de kosten van het geding, aan de zijde van [partij B] B.V. tot op heden begroot op 8.356,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [partij A] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.4.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. A.M. van Diggele en in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2026.

Voetnoten

1.De rechtbank constateert met [partij B] dat [partij A] onder 1.1. van hun dagvaarding onjuiste, zogenaamd ondersteunende ‘vaste rechtspraak’ benoemen. Echter, de genoemde jurisprudentie betreft een bestuursrechtelijke zaak over een omgevingsvergunning van een paardenrijbak en heeft in de verste verte niets van doen met de onderhavige kwestie. De rechtbank wijst de advocaat van [partij A] er op dat dit soort fouten (al dan niet door gebruik van AI) bijzonder onwenselijk en misleidend zijn.
2.Algemene voorwaarden (R&P nr. CA1) 2017/5.15.