ECLI:NL:RBROE:1998:AA3543
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.J. Voncken
- F.J.C. Huijbers
- R.H. Smits
- Rechtspraak.nl
Herziening terugvordering bijstandsuitkering na scheiding en boedelverdeling
Eiseres vroeg in januari 1996 bijstand aan na haar echtscheiding. De bijstand werd toegekend met een vermogen vastgesteld op nihil. Later bleek uit de boedelverdeling dat eiseres een aanzienlijk bedrag had ontvangen, waarvan een deel werd gebruikt om een schuld aan haar moeder te vereffenen. Verweerder beëindigde de bijstand per 1 juli 1997 en vorderde een bedrag van f 26.285,82 terug.
Eiseres betwistte de vermogensvaststelling en de terugvordering, stellende dat de schuld aan haar moeder niet als zodanig was erkend en dat het terugvorderingsbesluit niet rechtsgeldig was. De rechtbank oordeelde dat het oorspronkelijke besluit van 21 maart 1996 niet als terugvorderingsbesluit kon worden aangemerkt en dat het bezwaar tegen de terugvordering ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder opnieuw op het bezwaar moet beslissen, met inachtneming van de juiste procedure en beoordeling van de schuld aan de moeder. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. Het hoger beroep staat open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot terugvordering van bijstand wordt vernietigd en verweerder moet opnieuw beslissen op het bezwaar.