ECLI:NL:RBROE:1998:AA3573
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit terugvordering te hoge WW-uitkering wegens onvolledige heroverweging
Eiser ontving vanaf januari 1994 een WW-uitkering op basis van 38 uur per week. Vanaf augustus 1995 bouwde hij een nieuw recht op voor 20,82 uur, maar de uitkering werd onjuist berekend over 38 uur, waardoor hij te veel ontving. Verweerder vorderde dit bedrag terug in twee besluiten van juni 1997, gesplitst in perioden voor en na de inwerkingtreding van de Wet boeten op 1 augustus 1996. Eiser maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, waarna hij in beroep ging.
De rechtbank oordeelt dat verweerder bij de heroverweging ook had moeten beslissen over aanspraken op een hoger garantiedagloon, wat niet is gebeurd, en vernietigt het bestreden besluit. Voor betalingen vóór 1 augustus 1996 geldt het oude terugvorderingsregime, waarbij terugvordering pas mogelijk is als het voor eiser redelijkerwijs duidelijk was dat hij teveel ontving. Dit was volgens de rechtbank pas vanaf 25 september 1995 het geval. Voor de periode daarna geldt het nieuwe regime van de Wet boeten, waarbij terugvordering verplicht is tenzij dringende redenen aanwezig zijn. De rechtbank ziet geen dringende redenen om af te zien van terugvordering.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van een deel van de proceskosten en bepaalt dat het Lisv het griffierecht aan eiser vergoedt. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot terugvordering wordt vernietigd.