ECLI:NL:RBROE:1999:AA3408
Rechtbank Roermond
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering geschiktheid pleegouders Stichting Jeugdzorg
Verzoekers A en B werden in 1997 onderzocht op hun geschiktheid als pleegouders door Stichting Jeugdzorg. Na een gesprek in december 1997 werd hen schriftelijk meegedeeld dat hun aanbod niet werd benut. Verzoekers vroegen om een voor beroep vatbare beslissing, waarop verweerder aanvankelijk een kwalitatief onvoldoende onderzoek erkende en een heronderzoek aanbood.
Verzoekers maakten bezwaar tegen de weigering van verweerder om een definitief besluit te nemen over hun geschiktheid. De rechtbank oordeelde dat de brief van 15 september 1998 als een weigering tot besluitvorming moest worden gezien, wat gelijkgesteld kan worden met een besluit in de zin van de Awb. Verweerder oefent openbaar gezag uit en is daarmee een bestuursorgaan.
De rechtbank stelde vast dat het bestreden besluit niet voldeed aan de Awb-vereisten zoals hoor en wederhoor, motivering en bevoegdheid. Daarom werd het besluit vernietigd. Verweerder moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de Awb. Omdat verweerder zelf het oude onderzoek kwalitatief onvoldoende acht, is een nieuw besluit op basis van dat onderzoek niet mogelijk.
Verzoekers hadden geen belang meer bij het oude afwijzende besluit en het verzoek om inzage in de oude stukken werd afgewezen. De rechtbank wees de voorlopige voorziening af, veroordeelde verweerder in de proceskosten en bepaalde dat het hoger beroep openstaat bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het bestreden besluit van Stichting Jeugdzorg wordt vernietigd en verweerder wordt verplicht een nieuw besluit te nemen.