ECLI:NL:RBROE:1999:AA3772
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.M. Callemeijn
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing renteheffing na bedrijfsbeëindiging bij lening zelfstandigen
Eisers ontvingen in 1994 een lening op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) ter financiering van een liquidatietekort bij hun land- en tuinbouwbedrijf. Na beëindiging van het bedrijf in mei 1996 werd de lening deels afgelost met uitwinning van zekerheden, waaronder een hypotheek op het woonhuis. Verweerder bracht rente in rekening over de periode na bedrijfsbeëindiging, wat eisers betwistten.
De rechtbank oordeelt dat artikel 23 Bbz Pro bepaalt dat na bedrijfsbeëindiging de lening renteloos is, tenzij deze onder hypothecair verband is verstrekt voor behoud van de eigen woning. Omdat eisers de woning niet behielden, is de renteheffing onjuist. Verweerder had de lening renteloos moeten verklaren vanaf de liquidatiedatum.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en herroept het primaire besluit waarin rente werd geheven na bedrijfsbeëindiging. Tevens veroordeelt zij verweerder in de proceskosten en bepaalt dat het griffierecht aan eisers wordt vergoed. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot renteheffing na bedrijfsbeëindiging wordt vernietigd.