ECLI:NL:RBROE:1999:AA6853
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.J.C. Huijbers
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over bestuursdwang en vergunningplicht voor inrichting trottoir als voortuin
Eiser heeft een strook grond voor zijn woning, feitelijk een trottoir, ingericht en in gebruik genomen als voortuin. Deze grond is eigendom van eiser en volgens een bestemmingsplan bestemd als voortuin. Verweerder, het College van Burgemeester en Wethouders van Belfeld, stelde dat eiser in strijd handelde met artikel 2.1.5.2 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) door zonder vergunning het trottoir te wijzigen en legde bestuursdwang op.
De rechtbank oordeelt dat het trottoir, gelet op het feit dat het meer dan dertig jaar als zodanig is gebruikt, een openbare weg is geworden in de zin van de APV. De eigendom en het bestemmingsplan doen hieraan niet af; de APV is van toepassing vanwege openbare orde en verkeersveiligheid. De rechtbank verwerpt het verweer van eiser dat de APV niet op hem van toepassing zou zijn.
Verder is vastgesteld dat voor het aanleggen van een voortuin op een als trottoir gebruikt stuk grond een vergunning vereist is volgens artikel 2.1.5.2 APV. Verweerder heeft de gevraagde vergunning geweigerd op grond van verkeersveiligheid. De rechtbank acht deze weigering en de bestuursdwang gerechtvaardigd en proportioneel, waarbij de belangen van de openbare orde en weggebruikers zwaarder wegen dan het eigendomsrecht van eiser.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de bestuursdwang en de vergunningweigering, maar de rechtbank verklaart deze beroepen ongegrond. De uitspraak bevestigt dat bestuursdwang en vergunningplicht ook gelden voor eigendom indien het gebruik feitelijk openbaar is geworden en dat bestemmingsplannen geen vrijstelling bieden van APV-bepalingen gericht op openbare orde.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep van eiser ongegrond en bevestigt de bestuursdwang en vergunningweigering.