ECLI:NL:RBROE:1999:AF0406

Rechtbank Roermond

Datum uitspraak
3 februari 1999
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
30799/FT-RK 99.9 en 30800/FT-RK 99.10
Instantie
Rechtbank Roermond
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens niet verschijnen en betalingsonzekerheid

Verzoekers X en Y hebben bij de rechtbank Roermond een verzoek ingediend voor toepassing van de schuldsaneringsregeling. Ondanks een behoorlijke oproeping zijn zij niet verschenen op de zitting van 3 februari 1999.

De rechtbank concludeert op grond van het niet verschijnen dat verzoekers geacht moeten worden niet in staat te zijn de gemaakte afspraken na te komen. Hierdoor bestaat er vrees dat zij hun verplichtingen uit hoofde van de schuldsanering niet kunnen nakomen.

Op basis van deze bevindingen wijst de rechtbank het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af. Het vonnis is gewezen door rechter F. Oelmeijer en uitgesproken in een openbare zitting.

Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens niet verschijnen en vrees voor niet nakomen verplichtingen.

Uitspraak

Beschikking
van de Arrondissementsrechtbank te Roermond
Bij verzoekschrift hebben
X en Y
beiden wonende te P.
hierna te noemen verzoekers,
de rechtbank verzocht de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit te spreken.
Ondanks behoorlijke oproeping zijn de verzoekers niet verschenen ter terechtzitting. De rechtbank gaat er derhalve vanuit dat verzoekers geacht moeten worden niet in staat te zijn gemaakte afspraken na te komen. Er bestaat derhalve de vrees, dat verzoekers hun uit de schuldsanering voortvloeiende verplichtingen niet kunnen nakomen.
De gevraagde toepassing van de schuldsaneringsregeling dient daarom te worden afgewezen.
BESLISSING
De rechtbank:
Wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af.
Dit vonnis is gewezen door mr F. Oelmeijer, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 februari 1999 in tegenwoordigheid van de griffier.