ECLI:NL:RBROE:2000:AA5451

Rechtbank Roermond

Datum uitspraak
12 april 2000
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/068174-99
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • O.M. de Lange
  • A.W. Ente
  • F.R. Soutendijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 DestructiewetArt. 5 lid 1 DestructiewetArt. 24d SrArt. 36e Sr
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslissing tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens overtreding Destructiewet

De meervoudige economische kamer van de arrondissementsrechtbank te Roermond heeft op 12 april 2000 een beslissing genomen in de zaak tegen verdachte, die veroordeeld is voor medeplegen van overtreding van voorschriften uit de Destructiewet. De rechtbank stelde het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op f. 49.240,--.

Tijdens de terechtzitting op 29 maart 2000 werd de officier van justitie gehoord evenals verdachte, bijgestaan door zijn raadsman. De verdediging voerde aan dat verdachte vrijgesproken moest worden, maar de rechtbank vond het verweer onvoldoende om de vordering te verwerpen.

De rechtbank baseerde haar beslissing op het bewezenverklaarde vonnis en het proces-verbaal van het Bureau Financiële Ondersteuning. Op grond hiervan werd de maatregel van ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel opgelegd, met een vervangende hechtenis van 180 dagen bij niet-betaling.

De maatregel is opgelegd op basis van de artikelen 24d en 36e van het Wetboek van Strafrecht.

Uitkomst: Verdachte is verplicht tot betaling van f. 49.240,-- aan de Staat, bij niet-betaling vervangende hechtenis van 180 dagen.

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE ROERMOND
Parketnummer: 04/068174-99
Beslissing ex artikel 36e, lid 1 van het Wetboek van Strafrecht
in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Roermond tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1949,
wonende te [woonplaats],
aanhangig gemaakt bij ongedateerde vordering.
Onderzoek van de zaak.
De rechtbank heeft op 29 maart 2000 gehoord:
- de officier van justitie;
- [verdachte], voornoemd, bijgestaan door mr. M.P.J.C. Heuvelmans, advocaat te Venlo.
De rechtbank heeft kennis genomen van de processtukken, waaronder het vonnis van de arrondissementsrechtbank te Roermond d.d. 12 april 2000 in de zaak met parketnummer 04/068174-99, waarbij [verdachte] voornoemd is veroordeeld wegens:
1) medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 4 van Pro de Destructiewet, meermalen gepleegd, opzettelijk begaan;
2) overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 5, eerste lid van de Destructiewet, opzettelijk begaan.
Bewijsmiddelen.
Pro memorie.
Verweren.
Door de raadsman is ter terechtzitting betoogd dat de vordering afgewezen dient te worden, nu de raadsman van mening is dat [verdachte] van beide feiten vrijgesproken dient te worden.
De rechtbank acht de vordering, behalve op gronden aan het bewijs ontleend, niet voldoende weersproken door de raadsman.
De rechtbank beoordeelt de vordering aan de hand van de bewezenverklaring van voormeld vonnis in de zaak met parketnummer 04/068174-99 en het aannemelijk geachte voordeel, zoals weergegeven in het proces-verbaal van het Bureau Financiële Ondersteuning.
Motivering van de maatregel.
Op grond van vorenstaande bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] voornoemd voordeel heeft gekregen door middel van de strafbare feiten waarvoor hij bij voormeld vonnis is veroordeeld, alsmede door middel van soortgelijke feiten.
De rechtbank zal het bedrag, waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, vaststellen op het na te noemen bedrag.
Toegepaste wetsartikelen.
De op te leggen maatregel is gegrond op de artikelen 24d en 36e van het Wetboek van Strafrecht.
B E S L I S S I N G:
De meervoudige economische kamer van de arrondissementsrechtbank:
stelt het bedrag, waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, vast op f. 49.240,--;
legt [verdachte] voornoemd de verplichting op tot betaling aan de Staat van een geldbedrag ter grootte van f. 49.240,--, bij gebreke van volledige betaling of verhaal te vervangen door hechtenis voor de tijd van 180 dagen hechtenis, ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel dat hij door middel van de strafbare feiten en soortgelijke feiten heeft verkregen.
Deze beslissing is gegeven door mrs. O.M. de Lange, A.W. Ente en F.R. Soutendijk, van wie mr. O.M. de Lange voorzitter, in tegenwoordigheid van C. van Est als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 april 2000.
typ: cve