ECLI:NL:RBROE:2000:AA5453

Rechtbank Roermond

Datum uitspraak
12 april 2000
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/068177-99
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • O.M. de Lange
  • A.W. Ente
  • F.R. Soutendijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 DestructiewetArt. 24d SrArt. 36e Sr
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel aan rechtspersoon wegens overtreding Destructiewet

De rechtbank Roermond heeft in de strafzaak tegen verdachte B.V. geoordeeld dat de rechtspersoon wederrechtelijk voordeel heeft verkregen door medeplegen van overtreding van artikel 4 van Pro de Destructiewet. Het voordeel werd geschat op f. 17.443,55, gebaseerd op het jaar 1998, waarbij rekening is gehouden met redelijke kosten voor afvoer van materiaal.

De verdediging stelde dat inkoopkosten en mogelijke doorlevering aan een ander bedrijf in Zoetermeer in mindering moesten worden gebracht, maar de rechtbank verwierp dit omdat verdachte B.V. zich door eigen gedrag het voordeel ontnam. De rechtbank stelde vast dat het voordeel niet mocht worden genoten omdat het materiaal kosteloos had moeten worden afgevoerd.

Op grond van artikel 24d en 36e van het Wetboek van Strafrecht legde de rechtbank de verplichting op tot betaling van het bedrag aan de Staat. De beslissing werd genomen door de meervoudige economische kamer en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 12 april 2000.

Uitkomst: Verdachte B.V. is veroordeeld tot betaling van f. 17.443,55 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE ROERMOND
Parketnummer: 04/068177-99
Beslissing ex artikel 36e, lid 1 van het Wetboek van Strafrecht
in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Roermond tegen:
[verdachte] B.V.,
gevestigd te [woonplaats],
aanhangig gemaakt bij ongedateerde vordering.
Onderzoek van de zaak.
De rechtbank heeft op 29 maart 2000 gehoord:
- de officier van justitie;
- B. Zwiers, vertegenwoordiger van [verdachte] B.V., bijgestaan door mr. C. Waling, advocaat te 's-Gravenhage en
mr. E. Voorberg, advocaat te Leeuwarden.
De rechtbank heeft kennis genomen van de processtukken, waaronder het vonnis van de arrondissementsrechtbank te Roermond d.d. 12 april 2000 in de zaak met parketnummer 04/068177-99, waarbij [verdachte] B.V. voornoemd is veroordeeld wegens medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 4 van Pro de Destructiewet, meermalen gepleegd, opzettelijk begaan, begaan door een rechtspersoon.
Bewijsmiddelen.
Pro memorie.
Verweren.
Door de raadsvrouw, mr. C. Waling, is ter terechtzitting betoogd dat de inkoopkosten van het materiaal van de aan [P.V.] geleverde vrachten en overige kosten op het geschatte voordeel in mindering dienen te worden gebracht, terwijl bovendien rekening dient te worden gehouden met de mogelijkheid van levering van het materiaal aan het bedrijf van [verdachte] B.V. in Zoetermeer en het daaruit te behalen voordeel.
De rechtbank neemt, gelet op de door haar uitgesproken partiële vrijspraak in de strafzaak en gelet op de op dit punt door de officier van justitie gevorderde vrijspraak, ten aanzien van de ontnemingsvordering alleen het jaar 1998 in beschouwing.
Uit het strafrechtelijk financieel onderzoek blijkt dat de besparing aan de kant van [verdachte] B.V. f. 18.443,55 bedraagt.
[verdachte] B.V. had dit voordeel niet mogen genieten, want zij had het materiaal kosteloos, althans zonder opbrengsten, moeten afvoeren.
De rechtbank schat de kosten, die gepaard zouden zijn gegaan met het afvoeren van het materiaal in alle redelijkheid op
f. 1.000,--.
De door [verdachte] B.V. naar voren gebrachte mogelijkheid tot het behalen van voordeel via doorlevering naar haar bedrijf in Zoetermeer, acht de rechtbank geen kostenpost, aangezien [verdachte] B.V. zich door haar eigen gedrag dit (mogelijke) voordeel heeft ontnomen.
Motivering van de maatregel.
Op grond van vorenstaande bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] B.V. voornoemd voordeel heeft gekregen door middel van de strafbare feiten waarvoor zij bij voormeld vonnis is veroordeeld, alsmede door middel van soortgelijke feiten.
De rechtbank zal het bedrag, waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, vaststellen op het na te noemen bedrag.
Toegepaste wetsartikelen.
De op te leggen maatregel is gegrond op de artikelen 24d en 36e van het Wetboek van Strafrecht.
B E S L I S S I N G:
De meervoudige economische kamer van de arrondissementsrechtbank:
stelt het bedrag, waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, vast op f. 17.443,55;
legt [verdachte] B.V. voornoemd de verplichting op tot betaling aan de Staat van een geldbedrag ter grootte van f. 17.443,55, ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel dat zij door middel van de strafbare feiten en soortgelijke feiten heeft verkregen.
Deze beslissing is gegeven door mrs. O.M. de Lange, A.W. Ente en F.R. Soutendijk, van wie mr. O.M. de Lange voorzitter, in tegenwoordigheid van C. van Est als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 april 2000.
typ: cve