ECLI:NL:RBROE:2000:AA8959

Rechtbank Roermond

Datum uitspraak
28 november 2000
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
2000/907 WW44 V1
Instantie
Rechtbank Roermond
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • E.J.A. Bakermans
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 AwbArt. 8:84 AwbArt. 44 Woningwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening inzake afstandsmeting voorgevelrooilijn en voorgevelperceellijn bij bouwvergunning

Verzoeker heeft bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Mook en Middelaar een bouwvergunning aangevraagd voor het oprichten van een woonhuis met berging en garage. De vergunning werd verleend onder de voorwaarde dat het bouwwerk op minimaal 3,5 meter afstand van de voorgevelperceellijn wordt gebouwd. Verzoeker betwistte deze afstand en stelde dat deze 3 meter bedraagt.

De partijen waren verdeeld over de exacte afstand tussen de voorgevelrooilijn en de voorgevelperceellijn, waarbij de rechtbank bij een voorlopige meting vaststelde dat de afstand tussen 3 en 3,5 meter ligt, vermoedelijk dichter bij 3 meter. Gezien het ontbreken van bepalingen in het bestemmingsplan over de meetwijze, werd besloten dat een nauwkeurige meting door het Kadaster, gemeten tussen de harten van de bestemmingsgrenzen en haaks daarop, bepalend zal zijn.

De rechtbank schorst het bestreden besluit voor zover de afstand van 3,5 meter meer bedraagt dan de werkelijke afstand en bepaalt dat de uitkomst van de Kadastermeting als maatstaf geldt. De kosten van deze meting komen voor rekening van beide partijen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: De bouwvergunning wordt geschorst voor zover de afstand van 3,5 meter meer bedraagt dan de werkelijke afstand, waarbij een Kadastermeting als maatstaf geldt.

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE Roermond
kamer voor bestuursrechtelijke zaken
Uitspraak van de president van de rechtbank inzake toepassing van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Procedurenr. : 2000/907 WW44 V1
Inzake : A, wonende te B, verzoeker,
tegen : het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Mook en Middelaar, te Mook, verweerder.
Datum en aanduiding van het bestreden besluit ter zake waarvan een voorlopige voorziening wordt gevraagd:
het besluit van verweerder d.d. 29 augustus 2000,
kenmerk: nr:990128.
Datum van behandeling ter zitting: 24 november 2000
0907WW44Procedurenummer: AWB 0 / 907 WW44
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING.
Bij besluit van 29 augustus 2000 heeft verweerder aan verzoeker vergunning verleend voor het bouwen van een woonhuis met berging en garage. Tegen dat besluit is namens verzoeker bezwaar gemaakt bij bezwaarschrift van 28 september 2000. Tevens is bij verzoekschrift van 19 oktober 2000 aan de president van deze rechtbank verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De door verweerder ter uitvoering van artikel 8:83 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) ingezonden op de zaak betrekking hebbende stukken zijn in afschrift aan de overige partijen gezonden.
Het verzoek is behandeld ter terechtzitting van 24 november 2000. Verzoeker is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. L.M.A. Schrieder van Stichting Rechtsbijstand. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door dhr. J.H.J. Frieling, medewerker VROM van verweerders gemeente.
II. OVERWEGINGEN.
Bij bouwaanvraag, ingekomen bij verweerder op 7 juni 2000, heeft verzoeker vergunning gevraagd voor het oprichten van een woonhuis op het perceel, kadastraal bekend gemeente C, sectie […], plaatselijk bekend […]straat 41. In een brief van 15 augustus 2000 heeft verweerder aan verzoeker meegedeeld dat niet voldaan zal worden aan het bij die bouwaanvraag gedane verzoek om het bouwwerk op te richten op 3 meter uit de voorgevelperceellijn (zoals overigens ook reeds was meegedeeld bij een eerdere brief van 9 mei 2000), en dat aan de bouwvergunning als voorwaarde zal worden toegevoegd dat die afstand 3,5 m moet bedragen. Bij besluit van 29 augustus 2000 is de bouwvergunning verleend, onder opneming van voormelde voorwaarde. Tegen dat besluit is namens verzoeker bezwaar gemaakt bij bezwaarschrift van 28 september 2000, aangevuld bij brief van 19 oktober 2000. Tevens is bij verzoekschrift van 19 oktober 2000 verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De president overweegt als volgt.
Partijen worden verdeeld gehouden over de vraag, op welke afstand de voorgevelrooilijn (die in casu wordt gevormd door de grens tussen de bestemmingen "Woondoeleinden" en "Tuin") is gelegen uit de voorgevelperceellijn (die in casu gevormd wordt door de grens tussen de bestemmingen "Tuin" en "Wegverkeer"). Volgens verzoeker bedraagt deze afstand 3 m, en verweerder stelt zich op het standpunt dat dat 3,5 m is. Verweerder beroept zich hierbij niet alleen op de plankaart zelf, maar ook op een tekening van 27 mei 1999, getiteld "verkaveling Maasveld", waarin als in acht te nemen afstand is vermeld 3,5 m.
De president stelt voorop dat in dezen slechts bepalend is het bestemmingsplan (te weten het bestemmingsplan "Maasveld '90", uitwerking woondoeleinden 2e fase, vastgesteld d.d. 16 september 1997) en de daarbij behorende plankaart; het verkavelingsplan maakt hiervan geen deel uit en is derhalve niet relevant.
Bij provisorische meting van voormelde afstand aan de hand van de plankaart is de president gebleken dat voormelde afstand -zonder speciale daartoe geschikte apparatuur- niet tot op de centimeter exact is te meten, doch dat deze ligt tussen 3 m en 3,5 m, en vermoedelijk dichter bij de 3 m dan bij de 3,5 m. Dit -bij gebreke van voor dit geval relevante bepalingen in het bestemmingsplan over de wijze van meten- gemeten tussen de harten van de bestemmingsgrenzen, en haaks daarop.
De bouwvergunning waarbij is bepaald dat bedoelde afstand ten minste 3,5 m moet bedragen kan dan ook geen stand houden voor zover die afstand meer bedraagt dan de werkelijke, nog nader te bepalen, afstand, en zal dan ook in zoverre geschorst worden.
Partijen zullen zich moeten wenden tot het Kadaster ten einde aldaar een exacte meting te verkrijgen, aan de hand van de plankaart en op de wijze zoals hierboven vermeld, namelijk gemeten tussen de harten van de bestemmingsgrenzen en haaks daarop. De uitslag van deze meting zal hebben te gelden als in acht te nemen afstand, en de daaraan verbonden kosten komen voor rekening van beide partijen.
Beslist is als volgt.
III. BESLISSING.
De president van de arrondissementsrechtbank te Roermond;
gelet op het bepaalde in artikel 8:84 van Pro de Algemene wet bestuursrecht;
schorst het besluit van 29 augustus 2000, voor zover de daarin vermelde afstand van ten minste 3,5 m meer bedraagt dan de werkelijke, nader te bepalen, afstand;
bepaalt dat de uitslag van de in rubriek II beschreven meting zal gelden als in acht te nemen afstand.
Aldus gedaan door mr. E.J.A. Bakermans in tegenwoordigheid van H.J.M. Dahlmans als griffier en in het openbaar uitgesproken op 28 november 2000.
Voor eensluidend afschrift:
de wnd. griffier:
verzonden op: 28 november 2000.
RG
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.