ECLI:NL:RBROE:2001:AE2637
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.M. Callemeijn
- Rechtspraak.nl
Beoordeling opzegtermijn bij faillissement en Werkloosheidswet
Eiser, geboren in 1943, was sinds 1 september 1995 in dienst bij de doorstart van een bedrijf dat later failliet werd verklaard. Na het ontslag door de curator vroeg eiser een WW-uitkering aan, waarbij de opzegtermijn ter discussie stond. Eiser stelde dat zijn dienstverband begon op 28 maart 1966 en dat de opzegtermijn vanwege zijn leeftijd (ouder dan 45 jaar) 19 weken zou moeten zijn, gebaseerd op art. 7:668a BW en de oude regeling van de Wet Flexibiliteit en Zekerheid.
Verweerder stelde dat het dienstverband begon op 1 september 1995 en dat de opzegtermijn zes weken bedraagt, conform art. 40 Faillissementswet Pro zoals gewijzigd per 1 januari 1999, waarbij de bijzondere bescherming van oudere werknemers bij faillissement is vervallen. De rechtbank overwoog dat de wetgever bewust heeft gekozen voor deze regeling en dat de rechtbank deze keuze niet kan toetsen aan redelijkheid en billijkheid.
De rechtbank concludeerde dat de opzegtermijn van zes weken juist is en dat het beroep van eiser ongegrond is. Het beroep werd behandeld zonder aanwezigheid van eiser en zijn gemachtigde. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt dat de opzegtermijn bij faillissement zes weken bedraagt en verklaart het beroep ongegrond.