ECLI:NL:RBROE:2001:AE2689
Rechtbank Roermond
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- E.J.A.M. Bakermans
- Rechtspraak.nl
Beoordeling kapvergunning en vergunning van rechtswege na overschrijding beslistermijn
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Horst aan de Maas om een kapvergunning te weigeren voor het kappen van 15 eikenbomen. De aanvraag was op 28 augustus 2000 ontvangen, en na overschrijding van de beslistermijn is de vergunning van rechtswege op 19 december 2000 verleend.
Verweerder had de beslistermijn op 23 oktober 2000 met acht weken verdagd, maar niet binnen de verlengde termijn beslist. Bij besluit van 4 mei 2001 werd de kapvergunning geweigerd, maar dit besluit is op bezwaar van vergunninghouder herroepen. Verzoekster stelde dat het beroep gegrond was, maar de rechtbank oordeelde dat het beroep ongegrond is omdat de vergunning van rechtswege is ontstaan.
De rechtbank overweegt dat de overschrijding van de beslistermijn leidt tot het ontstaan van een vergunning van rechtswege en dat verweerder daarna geen bevoegdheid meer had om een reëel besluit te nemen. Het beroep wordt daarom afgewezen en het verzoek om voorlopige voorziening wordt eveneens afgewezen. Het subsidiaire bezwaar tegen de vergunning van rechtswege wordt doorgezonden naar verweerder.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de kapvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.