ECLI:NL:RBROE:2002:AE1009
Rechtbank Roermond
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Rechtbank bevestigt recht op prijscompensatie over vaste salariscomponent boven CAO-loon
In deze zaak stond de uitleg van het begrip "verdiende salarissen" binnen de toepasselijke CAO voor de Confectie-Industrie centraal. De appellant stelde dat prijscompensatie ook verschuldigd was over het daadwerkelijk verdiende salaris, dat boven het minimum CAO-loon lag. De kantonrechter had dit afgewezen, stellende dat alleen het minimumsalaris onder de CAO-bescherming valt.
De rechtbank oordeelde dat de CAO een minimumgarantie inhoudt en dat afwijkingen ten gunste van de werknemer mogelijk zijn. Het begrip "verdiende salarissen" omvat volgens de rechtbank ook salarissen die boven de minimum CAO-salarissen liggen. De rechtbank verwierp de stelling van Van Og dat prijscompensatie niet hoefde te worden toegepast omdat het salaris boven het CAO-loon lag.
Verder bepaalde de rechtbank dat prijscompensatie alleen berekend dient te worden over de vaste component van het salaris, niet over de variabele provisie. Van Og werd veroordeeld tot betaling van € 21.832,70 aan achterstallig salaris vanaf 21 april 1994, vermeerderd met wettelijke rente. De wettelijke verhoging wegens te late betaling werd gematigd tot nihil vanwege het geschil over de uitleg van de CAO. De rechtbank veroordeelde Van Og tevens in de proceskosten.
Uitkomst: Van Og wordt veroordeeld tot betaling van € 21.832,70 aan achterstallig salaris met rente en proceskosten.